ZaNaBoZa.... de getikte avonturen van Paul & Marieke

Ieper 2026
12 april 2026

Een paar centimeter

Het is weer tijd om richting huis te gaan. We pakken de spullen in en gaan ontbijten. Hoewel het een Frans hotel is, is er niets mis met het ontbijt. Gisteren hadden we niet meer verwacht dan een croissant en jam, Er bleken ook nog enkele andere broodjes te zijn en chocoladepasta. Vleesbeleg was iets te veel gevraagd, maar er was wel yoghurt. Niets mis mee dus. Na het ontbijt gaan we terug naar de kamer. Alhoewel kamer een groot woord is. Een slaapruimte dekt de lading beter. Er staan twee bedden en een stoel met een tafeltje. Achter het bed is er precies voldoende ruimte om zijdelings langs af te lopen. En er is een douche en een toilet. Het is wel een vereiste dat als de één gaat douchen, de andere niet naar het toilet gaat. Of het moet zo zijn, dat degene die op het toilet zit, net zo nat wil worden als degene die onder de douche staat. De natte ruimte is namelijk niet veel groter dan 120x80cm. Ach, alles is er. Het is zuiver en het komt allemaal niet op een paar centimeter. Meer hebben we niet nodig.

Gisteren hebben we rondgewandeld door Ieper. Een stad die op elk moment herinnert aan de Eerste Wereldoorlog. Vandaag gaan we de omgeving van deze stad bekijken. Nog meer monumenten. Nog meer locaties van niet vergeten. We hebben er zin in. We checken uit bij het ontbijt, en gaan net voor de Belgische grens lunch kopen bij Lidl. Korte tijd later zien we een hele bijzondere kerk staan in het plaatsje Comines op de Frans-Belgische grens. We maken een korte stop en wat foto's en dan rijden we door naar Provinciaal Domein De Palingbeek. Een natuurgebied waar toch ook wel heel veel geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog te vinden is. We zien een monument dat bestaat uit een soort van gestileerde schedels. Voor elk oorlogsslachtoffer dat in België is gevallen in 1914-1918 één. In totaal 600.000 van die gestileerde schedels. Heel indrukwekkend. We zien mijnkraters in het park en een ander beeld waarin 600.000 dog-tags zitten. Als je dat allemaal ziet, wordt je vanzelf wel even stil om een poging te doen om het allemaal te bevatten.

We maken een korte stop bij Hill 60. Opnieuw enkele mijnkraters en een Australische bunker. Wat hier vooral opvalt is dat de Duitse en de Engelse frontlinie maar een meter of 10 van elkaar verwijderd waren. Bizar allemaal, en ook bijna niet te bevatten.

Dan gaan we door naar Hill 62. Hier is een klein museum, maar bovenal, er zijn loopgraven. Die wil ik heel graag zien. Niet te veel, want anders wordt je het al snel beu. We bekijken het museum, waar vooral de ouderwetse viewmasters indruk op ons maken, en dan gaan we naar buiten. De loopgraven in. Er zijn reviews die commentaar leveren dat de loopgraven hier nep zijn. Het zal best, maar waar zou je loopgraven kunnen vinden van meer dan 100 jaar oud, die nog in originele staat zijn. Volgens mij nergens. Bovendien gaat het wandelen door de loopgraven meer om het beleven van de geschiedenis om zo te kunnen bevatten wat er gebeurd is, dan om 100% zeker te weten dat de loopgraven hier 112 jaar geleden zijn uitgegraven. Echt of niet. Wij vinden het indrukwekkend. En helemaal als er ook nog eens een tunnel blijkt te zijn waarbij je gebukt door het water moet lopen. Ons hoor je niet klagen. Integendeel.

De volgende stop is het Anzac kerkhof. Dat ligt midden in de bossen. We wandelen erheen, en zien onderweg een bunker. We maken wat foto's en gaan weer terug richting de auto. Als we daar bijna zijn, zien we een bordje staan.

Brothers in Arms memorial. 50 meter rechtdoor. Ik denk meteen aan het geweldige nummer van Dire Straits met de gelijknamige titel. Meteen gaat het door mijn hoofd. Honderden keren heb ik het 7 minuten durende nummer gehoord, en nog altijd vind ik dat het wel langer had mogen zijn. Als we de 50 meter hebben gelopen, dan blijkt het nummer van Dire Straits ook daadwerkelijk de inspiratiebron van dit enorme gedenkteken te zijn. De afmetingen doen Amerikaans aan. De eenvoud ook. De tekst van het nummer. De afmetingen en de eenvoud zorgen ervoor dat we zeer diep onder de indruk zijn van deze plek.

Dan is het tijd om naar Tyne Cot Cemetary te gaan. Het grootste militair kerkhof van de Gemenebest Naties ter wereld. Bijna 12.000 militairen liggen hier begraven. Ruim 8.300 daarvan zijn er tot op de dag van vandaag niet geïdentificeerd. De blik op de enorme hoeveelheid grafzerken is niet te bevatten.

We gaan een kopje koffie drinken vlak bij het New Zealand Memorial. Een eenvoudig stuk plaatsnijwerk, maar daarom niet minder indrukwekkend. Het wordt al laat, en ons plan om thuis te dineren, gaat niet lukken. We reserveren een tafel bij Wielercafé Welkom in Herentals. Dat is nog twee uur rijden van de plek waar we zijn.

We maken nog een korte stop bij The Brooding Soldier. Ook een indrukwekkend monument. Op de één of andere manier, straalt dit enorme beeld verdriet uit.

Als we in het wielercafé zitten, zijn we net op tijd om de laatste kilometers van Parijs - Roubaix te zien. We sluiten deze korte reis af zoals die is begonnen. Met wielrennen. De laatste drie kilometer voor de vrouwen. Heel het café is in spanning. Marianne Vos wint net niet. Of toch wel? Een fotofinish Het scheelt maar een paar centimeter of ze had gewonnen.

Onbewust denk ik aan het monument Brothers in Arms. Als het een paar centimeter had gescheeld, dan hadden velen er niet met hun strijdbroeders in de armen hoeven te zitten.
Lees het verhaal
11 april 2026

Route 42

We kunnen redelijk uitslapen deze ochtend. Na het ontbijt gaan we richting Ieper, het hoofddoel van deze korte reis. We gaan broodjes halen voor de lunch en parkeren de auto op de P&R. Het is er nog niet heel druk. Een stuk of wat auto’s en enkele campers. We lopen richting het centrum en zien een bordje staan. Route 42. Zin van het leven.

Nu weten we wel dat Ieper geen stad van Hosanna en Hiep Hiep Hoera is, maar dit is toch ook wel meteen heel erg zwaar. En toch. Het knaagt. We zijn nieuwsgierig. We volgen en al snel staan we op een oorlogskerkhof. Uiteindelijk komen we allemaal daar terecht, maar of dat de zin van het leven is? We denken van niet en gaan verder met de route die we hebben uitgestippeld. Al snel zien we een bord dat precies aangeeft waar we allemaal heengaan.


We lopen over de stadswallen en het is heerlijk rustig. Muren om een oude stad, die er alle vele eeuwen staan. Muren die een stad hebben beschermd tegen meer leed dan dat er is gebeurd. Muren die vele levens zin hebben gegeven. We zijn er stil van. We dalen de stadswallen af en lopen de stad in. Op zoek naar iemand die ons de weg kan wijzen. Al snel denken we dat dat heel lastig zal worden in een stad als deze. Want hier spreekt men de taal die is gedicteerd door ‘de economie van het niet vergeten’. Alles in deze stad staat in het teken van ‘De Grote Oorlog’ zoals WWI werd genoemd tot het uitbreken van WWII. Hier denkt men alleen maar aan het niet vergeten. Want zoveel is ons wel duidelijk. Als men vergeet, dan heeft deze plaats geen bestaansrecht meer. Maar of niet vergeten het doel van Route 42 is? Ik hoop het eerlijk gezegd niet, want dan heb ik namelijk een zinloos bestaan.

We wandelen de stad uit. Richting De Bib. Daar ligt een cache verstopt. Als we binnen zijn, zien we een grote collectie met bordspellen. We slenteren erlangs en bedenken dat het merendeel ook bij ons in de kast staat. Zinloos dus om hier te slenteren. We zoeken de cache, maken een sanitaire stop en gaan verder met de route.

Eerlijk gezegd weten we niet of we überhaupt wel Route 42 aan het volgen zijn. Bordjes zien we niet, en geen hond die ons de weg kan wijzen. We lopen onder de Menenpoort door. Talloze namen staan er op de muren van deze stadspoort. En tussen al deze zinloosheid gaan wij op zoek naar Route 42. We wandelen een stukje de stad in. Op zoek naar het standaardsouvenir voor ons. Een speldje. Een herinnering. Het liefst zo klein mogelijk, want ook een klein stukje metaal kan grote herinneringen oproepen.

We vinden niets. Althans niet iets wat ons qua prijs aanstaat. We kopen een munt. Iets wat we wel vaker doen als we enkel speldjes kunnen vinden die we te duur vinden. Ali heeft ons jaren geleden geholpen aan pinnetjes die we ergens op kunnen lijmen, zodat we dan toch een speldje hebben. Want uiteindelijk gaat het ons om die herinnering, en niet om het speldje. We wandelen weer naar de stadswallen. Eten een broodje op een bankje. Het weer is nog heerlijk. We hebben een jas aan, maar daaronder enkel een T-Shirt.

We zoeken verder naar Route 42. Weer de stad in. Over de markt, langs de Lakenhal. Op zoek naar een Iers kruis. Want ook de Ieren dienen herinnerd te worden. We wandelen en we wandelen. We drinken nog een kop koffie. En zien het steeds drukker worden in de stad. Dit weekend is er namelijk ook nog een circusfestival. Veel straattheater beloofd alleen maar extra drukte. We wandelen en genieten. Ondanks de treurnis die overal in deze stad voelbaar is. Treurnis die je onbewust, bewust maakt van alle ellende die hier heeft plaatsgevonden. Ellende die er eigenlijk voor zorgt dat levensvragen er eigenlijk niet toe doen.

En toch zoeken we verder naar Route 42. Want we zijn nieuwsgierig. We zoeken een cache. Vinden die niet. Wandelen verder. We hebben nog veel tijd over voordat het etenstijd is. We kijken op de kaart, en zien een wandeling met caches rondom een meer liggen.

We zijn er zeker van dat we daar Route 42 niet zullen vinden, maar het is een lus rondom een groot water. Altijd mooi, en ook een manier om even te vergeten wat we niet mogen vergeten. De caches zijn niet ons ding. We willen genieten van de natuur, en besluiten om een seconde of 42 te zoeken naar een cache voordat we verder wandelen. We genieten van de natuur en gaan terug de stad in. Een hapje eten. Vlaamse frieten, want dat hoort er natuurlijk wel bij als je een paar daagjes in het Vlaamse land bent. We hebben nog tijd genoeg. Het is nog geen half zeven en om acht uur is pas The Last Post onder de Menenpoort.

Iets dat je gezien moet hebben. Of toch niet? We kijken waar we het beste kunnen gaan staan, en komen tot de conclusie dat als je iets wilt zien dat je er uiterlijk om 19:00 uur dient te staan. En het heerlijke weer van deze middag is inmiddels ingeruild voor een ijzig koude wind. We bekijken wat foto’s op internet en zien dat het er eigenlijk altijd druk is. Aangezien grote druktes allesbehalve ons ding is, beginnen we nu toch wel heel erg te twijfelen. Marieke belt met het thuisfront en krijgt te horen dat het vaak een dringen van jewelste is.

Niets geen vriendelijk die ons een plekje oplevert net zoals gisteren. En als er iets is waar we beiden absoluut geen zin in hebben, dan is het om een uur kou te lijden om vervolgens niets meer te kunnen zien. We besluiten om The Last Post aan ons voorbij te laten gaan. We gaan op pad naar site John McCrae. De plek waar de Canadese legerarts John McCrae het wereldberoemde gedicht ‘In Flanders Fields’ schreef. Eerlijk gezegd. We kennen het verder niet. We lezen het, en zijn er stil van. We lopen over het kerkhof waar honderden kruizen staan, waar evenveel soldaten onder liggen die in ‘De Grote Oorlog’ zijn gesneuveld. Op één kruis staat de naam J. McCrae. Een andere militair dan de dichter, maar het maakt wel dat het allemaal nog beter binnendringt. We lopen terug naar de auto en denk na over de wandelroute van vandaag. Ik kom tot de conclusie dat we Route 42 allemaal lopen. Elke dag verder en verder. En op het moment dat we het antwoord weten, dan zijn we aan het eind van de route en kunnen we het niemand vertellen. We kunnen dan enkel nog hopen dat we zelf voor een ander behoren in de categorie van het niet vergeten.
Lees het verhaal
10 april 2026

De drie scherprechters

We willen deze ochtend op tijd vertrekken, dus gaat de wekker op de normale tijd. Oudenaarde wacht op ons. Niet dat we dat wisten, want we hebben er nog nooit eerder aan het stadje gedacht. We hebben een wandeling van ongeveer 10 kilometer uitgestippeld. En toch. Anders dan anders. Niet zo heel gedetailleerd. Zo weten we niet waar we koffie kunnen drinken. Op zich is dat wel heel bijzonder. Ook over Oudenaarde hebben we niet veel uitgezocht. Goed, men noemt het 'Het centrum van de Ronde van Vlaanderen'. Mooi, is alles wat we kunnen denken. We hebben een foto van het fraaie stadhuis voorbij zien komen. Er is een begijnhof, en enkele kilometers buiten de stad ligt een abdij. Voor ons meer dan voldoende om Oudenaarde niet langer op ons te laten wachten.

De verwachting is dat het wel druk zal zijn. Met name rondom Antwerpen. Niets is minder waar. We rijden zonder problemen naar Oudenaarde. Binnen twee uur na vertrek arriveren we op de parkeerplaats. Die hebben we wel uitgezocht, want we zijn fan van gratis parkeren. Het is druk op de parkeerplaats. Een vrouw wil oversteken. We laten haar voor. Ze roept naar ons, dat ze juist weggaat. We parkeren onze auto op de leegte die zij achterlaat. We kijken verder op de parkeerplaats en zien dat er geen enkele plek meer vrij is. Zo zie je maar. Vriendelijkheid loont nog steeds.

We beginnen de wandeling bij het museum van de Ronde van Vlaanderen. Het is nog gesloten. We zijn te vroeg. We besluiten om eerst koffie te gaan drinken. We zoeken op waar we dat kunnen, en vinden een plek die om 9 uur opengaat. Zijn we wel mooi op tijd. We genieten van de koffie en wandelen verder. Van cache naar cache. Al snel blijkt dat het niet onze cachedag is vandaag. Verschillende caches kunnen we simpelweg niet vinden. We lopen over de markt naar het stadhuis dat er al eeuwen staat en waarschijnlijk nog eeuwen zal staan. Maar het is kermis en hierdoor kunnen we het gebouw niet in zijn volle glorie bewonderen. Jammer, maar helaas. Ervoor terugkomen zullen we niet doen. We lopen verder richting de abdij. De stad uit. Langs het kanaal. Een reiger schrikt en vliegt weg. In de verte zien we de toren van de abdij. Althans, dat denken we. Als we dichterbij komen, blijkt dat er helemaal geen abdij meer is. Enkel nog wat restanten van de oude muren van de abdij. We genieten er niet minder om. Zeker omdat vandaag het weer ook nog eens meewerkt. We zien een picknickbankje en besluiten om een boterham te eten. We moeten wel stilzitten, want de tafel is behoorlijk gammel. Na de lunch wandelen we terug richting de stad. Tijd voor een kopje koffie. Na de koffie hengelen we nog een cache tevoorschijn, en dan is het tijd om op pad te gaan naar de drie iconische scherprechters die deze regio rijk is.

De eerste scherprechter is de Koppenberg. We zijn er niet bang voor. Zeker niet omdat we toch geen fiets bij ons hebben. We parkeren de auto en wandelen omhoog over de bekende kasseien. Een pittige klim is het wel. Chapeau voor degenen die menen hier als een zotte omhoog te moeten fietsen. We maken wat foto's en gaan door naar de tweede scherprechter. De Paterberg. We parkeren de auto bovenaan en genieten van het uitzicht. En van de tekeningen op de weg die er nog gewoon staan. Het is namelijk pas 5 dagen geleden dat hier die zottekoppen rondtoerden. Namen die we wel kennen. Van der Poel, Pogacar. Noem ze maar op. We wandelen de Patersberg af en genieten van de rust die hier nu heerst. Af en toe een eenzame fietser. Maar dat is het wel.

Als we terug omhoog zijn gewandeld gaan we door naar de Oude Kwaremont. We parkeren de auto op het plein en gaan op weg. Als we een foto maken op de plaats waar het van ons wordt verlangd, moeten we even slikken. In de grond ligt een steen. Erop staat de naam Patrick Coyle. Eronder de datum 2 april 2016. We kennen de naam niet, dus zoeken we hem op. Patrick Coyle overleed op deze plek op 2 april 2016 tijdens de amateurtocht van de Ronde van Vlaanderen. Hij kreeg een hartaanval en viel van zijn fiets. 25 meter voor de top van de Oude Kwaremont, de derde scherprechter. Heel even weet die ons toch klein te krijgen. Dan wandelen we verder. Op naar de volgende cache die we niet kunnen vinden.

Als we weer bij de auto zijn, gaan we op naar de volgende stop. Alles in deze omgeving ademt wielrennen uit. Niet dat we dat een geweldige sport vinden, maar toch heeft het wel iets. We parkeren bij het monument voor Karel Van Wijnendaele, de vroegere organisator van de Ronde van Vlaanderen. We maken ook nog een korte stop bij een ander wielermonument.

Het is tijd om te gaan eten. Net voor de Franse grens. Kunnen we tenminste gewoon in het Nederlands bestellen. Dat gaat nu eenmaal iets gemakkelijker dan in het Frans. Na het eten rijden we ergens de grens over. Waar precies weten we niet, maar plotseling zijn de kentekenplaten van de auto's niet meer wit met rood. We zijn dus in Frankrijk. We rijden door naar het plaatsje Ronk, niet al te ver van Roubaix (juist van die andere wielerklassieker). Nog nooit van gehoord? Dat is niet erg. Wij ook niet. De hotelkamer is klein. Maar alles is er. Meer hebben we niet nodig om over een paar uurtjes lekker te gaan Ronken.

We beginnen de wandeling bij het museum van de Ronde van Vlaanderen. Het is nog gesloten. We zijn te vroeg. We besluiten om eerst koffie te gaan drinken. We zoeken op waar we dat kunnen, en vinden een plek die om 9 uur opengaat. Zijn we wel mooi op tijd. We genieten van de koffie en wandelen verder. Van cache naar cache. Al snel blijkt dat het niet onze cachedag is vandaag. Verschillende caches kunnen we simpelweg niet vinden. We lopen over de markt naar het stadhuis dat er al eeuwen staat en waarschijnlijk nog eeuwen zal staan. Maar het is kermis en hierdoor kunnen we het gebouw niet in zijn volle glorie bewonderen. Jammer, maar helaas. Ervoor terugkomen zullen we niet doen. We lopen verder richting de abdij. De stad uit. Langs het kanaal. Een reiger schrikt en vliegt weg. In de verte zien we de toren van de abdij. Althans, dat denken we. Als we dichterbij komen, blijkt dat er helemaal geen abdij meer is. Enkel nog wat restanten van de oude muren van de abdij. We genieten er niet minder om. Zeker omdat vandaag het weer ook nog eens meewerkt. We zien een picknickbankje en besluiten om een boterham te eten. We moeten wel stilzitten, want de tafel is behoorlijk gammel. Na de lunch wandelen we terug richting de stad. Tijd voor een kopje koffie. Na de koffie hengelen we nog een cache tevoorschijn, en dan is het tijd om op pad te gaan naar de drie iconische scherprechters die deze regio rijk is.

De eerste scherprechter is de Koppenberg. We zijn er niet bang voor. Zeker niet omdat we toch geen fiets bij ons hebben. We parkeren de auto en wandelen omhoog over de bekende kasseien. Een pittige klim is het wel. Chapeau voor degenen die menen hier als een zotte omhoog te moeten fietsen. We maken wat foto's en gaan door naar de tweede scherprechter. De Paterberg. We parkeren de auto bovenaan en genieten van het uitzicht. En van de tekeningen op de weg die er nog gewoon staan. Het is namelijk pas 5 dagen geleden dat hier die zottekoppen rondtoerden. Namen die we wel kennen. Van der Poel, Pogacar. Noem ze maar op. We wandelen de Patersberg af en genieten van de rust die hier nu heerst. Af en toe een eenzame fietser. Maar dat is het wel.

Als we terug omhoog zijn gewandeld gaan we door naar de Oude Kwaremont. We parkeren de auto op het plein en gaan op weg. Als we een foto maken op de plaats waar het van ons wordt verlangt, moeten we even slikken. In de grond ligt een steen. Erop staat de naam Patrick Coyle. Eronder de datum 2 april 2016. We kennen de naam niet, dus zoeken we hem op. Patrick Coyle overleed op deze plek op 2 april 2016 tijdens de amateurtocht van de Ronde van Vlaanderen. Hij kreeg een hartaanval en viel van zijn fiets. 25 meter voor de top van de Oude Kwaremont, de derde scherprechter. Heel even weet die ons toch klein te krijgen. Dan wandelen we verder. Op naar de volgende cache die we niet kunnen vinden.

Als we weer bij de auto zijn, gaan we op naar de volgende stop. Alles in deze omgeving ademt wielrennen uit. Niet dat we dat een geweldige sport vinden, maar toch heeft het wel iets. We parkeren bij het monument voor Karel Van Wijnendaele, de vroegere organisator van de Ronde van Vlaanderen. We maken ook nog een korte stop bij een ander wielermonument.

Het is tijd om te gaan eten. Net voor de Franse grens. Kunnen we tenminste gewoon in het Nederlands bestellen. Dat gaat nu eenmaal iets gemakkelijker dan in het Frans. Na het eten rijden we ergens de grens over. Waar precies weten we niet, maar plotseling zijn de kentekenplaten van de auto's niet meer wit met rood. We zijn dus in Frankrijk. We rijden door naar het plaatsje Ronk, niet al te ver van Roubaix (jusit van die andere wielerklassieker). Nog nooit van gehoord? Dat is niet erg. Wij ook niet. De hotelkamer is klein. Maar alles is er. Meer hebben we niet nodig om over een paar uurtjes lekker te gaan Ronken.
Lees het verhaal