ZaNaBoZa.... de getikte avonturen van Paul & Marieke

USA 2016
7 oktober 2016

Nog een paar minuten

De nacht was rustig. Althans dat idee hebben we. We hebben niets gemerkt van een eventuele tropische storm, en als we naar buiten kijken, staat onze palmboom nog keurig voor het raam. Die palmboom was gisteren ons referentiekader hoe hard het waaide. Na het ontbijt gaan we uitchecken en naar het vliegveld. Ruim op tijd omdat we online niet kunnen inchecken vanwege wat ‘issues’ met ons ticket. Wat die ‘issues’ zijn? Geen idee. Op het vliegveld proberen we in te checken. Helaas lukt het niet en moeten we ons bij een medewerker aan de balie melden. Hij pakt de telefoon en gaat bellen. Op zich is dat heel logisch, aangezien het heel vreemd zou zijn als hij met een telefoonhoorn aan zijn oor zat, en niemand probeerde te bellen. ‘A couple more minutes, sir’.

Na een tijdje kwamen we erachter dat men in Miami ook weet wat een Brabants Kwartierke is. Ondertussen had de man al enkele keren dezelfde zin herhaald. ‘A couple more minutes, sir’. Bijna een half uur later is dan toch alles geregeld, en hebben we onze tickets. Volgens de man waren er ‘issues’ met onze tickets. Op de vraag wat die ‘issues’ waren kregen we geen antwoord. Hoe dan ook, we kunnen weg uit Miami. Ondanks dat hier het gevaar voor de orkaan is geweken, zijn we toch blij dat we hier weg kunnen. Het was gisteren al met al best een spannende dag.

Ook al hebben we onze tickets en zijn we inmiddels ingecheckt, nog steeds ben ik er niet van overtuigd dat we morgen thuis zullen zijn. We vliegen op Atlanta en hebben maar 45 minuten de tijd om over te stappen op het vliegtuig naar Schiphol. Er hoeft maar ergens iets tegen te zitten, en we zullen de aansluitende vlucht gaan missen. Omdat we ruim op tijd op het vliegveld waren, hebben we nog enkele uren te overbruggen hier. Veel winkels zitten er niet, maar gelukkig wel een Starbucks. Onder het genot van een kop cappuccino is het wachten toch iets aangenamer. Na een tijdje lopen we richting de gate, en wachten totdat we het vliegtuig in mogen stappen. Tijdens het taxiën heeft de piloot een aangename mededeling voor ons. De vlucht naar Atlanta zal 97 minuten duren. Dat is 25 minuten korter dan op onze tickets staat aangegeven. Als we eenmaal in de lucht zijn, ben ik er iets geruster op dat alles goed gaat komen. We landen op het vliegveld van Atlanta en dan begint de race naar de andere kant van het vliegveld.

Iedereen zegt dat Atlanta een groot vliegveld heeft. Voor zover mijn kennis reikt, is dit het grootste vliegveld ter wereld. Op de heenreis hebben we daar niets van gemerkt, we stapten uit bij gate 1, en liepen eigenlijk meteen de douane en daarna de bagagehal in. Vandaag landen we echter op gate A31. We moeten naar gate F6. Dit is helemaal aan de andere zijde van het vliegveld. Gelukkig gaat er een metro, maar door onze haast, missen we het bordje dat aangeeft dat de metro linksaf is. Uiteindelijk vinden we die dan toch, en dan begint de rit naar de andere kant van het vliegveld. Het kwartier lijkt wel een eeuwigheid te duren, maar dan zijn we toch bij vertrekhal F. Nu even naar gate F6 lopen, en we hebben het gehaald. Ruim op tijd. Wel dankzij die 25 minuten die de vlucht korter duurde, anders zou het allemaal wel héél erg krap zijn geworden. Ruim 8 uur later landt het vliegtuig op Schiphol. Minder dan een uur later zitten we in de auto op weg naar huis. Rond half negen zijn we thuis. Hebben inmiddels de boodschappen al gedaan en gaan een paar uurtjes slapen. Daarna naar Geel. Naar de spellendag van Het Geel Pionneke. Nog één dagje vakantie morgen. Bijkomen van de schitterende reis die we de afgelopen weken hebben mogen maken. Hier en daar was het met horten en stoten, maar feit is. We hebben genoten. Op naar de volgende trip.
Lees het verhaal
6 oktober 2016

De orkaan

Werkelijk alles hebben we voor onze trouwe lezers over. Het is immers voor u, dat wij besloten hebben om een dag langer te blijven. Niet voor onszelf, maar enkel en alleen om onze trouwe lezers een liveverslag te kunnen geven van het wel en wee in Miami tijdens de orkaan Matthew. En dat we daar iets voor over moeten hebben, daar kunt u van op aan.

Deze ochtend stond als eerste in het teken van het terugbezorgen van de auto bij de verhuurmaatschappij. Want dat is iets waar we niet onderuit konden, en volgens de autoriteiten was het verstandig om vanaf 12 uur vanmiddag binnen te blijven. Na de auto ingeleverd te hebben, gingen we naar het busstation. De metro reed inmiddels al niet meer. Vijf over half 10 zou de bus arriveren. Het beste van alles, het openbaar vervoer was vandaag gratis. Wel, dat is natuurlijk een kolfje naar de hand van een echte Nederlander. Tien voor half tien kwam er iemand langsgelopen van de beveiliging met de mededeling dat er vanaf 9:05 geen bussen meer reden. Verder waren er geen opties. Aangezien we een airport-hotel hebben, betekent dat we niet al te ver van het vliegveld afzitten. Volgens de routeplanner zou het iets meer dan 5 kilometer lopen zijn. Het was nog lang geen twaalf uur, en het waaide nog niet, dus zijn we aangewandeld. Eerste obstakel kwam al snel in beeld. Een wegopbreking. Een blik op de GPS leerde ons dat dit iets meer dan een kilometer om lopen betekende. Geen enkel probleem, en we wandelen verder. Inmiddels valt er af en toe een regenbuitje, maar nog steeds geen wind.

We komen bij een parkeerterrein aan. We willen dit oversteken, om de route aan de andere kant te vervolgen. In het midden van de weg staat een hokje. Net iets groter dan een hondenhok. Als we het passeren zwaait plotseling de deur open. Een of andere security-man, die aan zijn postuur te zien het werk al enkele tientallen jaren duurt. Als ik zijn leeftijd inschat, vermoed ik dat de man al vanaf zijn 16e verjaardag in het hokje zit. Ik leg hem uit dat we het parkeerterrein over willen steken om dan de weg op te lopen, bijt hij ons toe dat dat niet toegestaan is omdat het privé terrein is. Ik vraag hem of we de 128 meter over zijn terrein mogen oversteken, omdat we anders meer dan 1½ kilometer dienen om te lopen, en dat het wel heel sociaal zou zijn gezien er een orkaan op komst was als het zou mogen. Wederom bijt hij ons hetzelfde toe. Privé terrein! Normaal gesproken zou ik zeggen dat blaffende honden niet bijten, maar aangezien men hier iemand met het IQ van een laaggeschoolde mier al een pistool in zijn handen geeft, haak ik af. We lopen om.

Als we het stukje hebben omgelopen, stuitten we weer op een kleine omleiding omdat de weg is afgesloten. Ook een kilometer of 2. Nog steeds geen probleem, aangezien het nog steeds niet waait. We beginnen aan het laatste stuk van de wandeling. Een lange rechte weg, langs het hek van het vliegveld af, van een kilometer of vier. Als alles mee had gezeten, hadden we inmiddels al in het hotel gezeten, maar de route zal nu in totaal op 10 kilometer uitkomen. Iets meer als we bedacht hadden, en als we dat op voorhand hadden geweten, hadden we een taxi genomen. Aan de andere kant… We hadden nu dan minder te tikken gehad. We hebben inmiddels al vele regenbuitjes gehad. We zijn behoorlijk nat terwijl de temperatuur nog steeds boven de 30 graden is. Dat betekent dus nat van de regen én nat van het zweten. De weg is lang en saai. Heel veel auto’s rijden er niet. Als we halverwege zijn, stopt er plotseling een auto.

Een latino met baseballcap, vol tatoeages en in het bezit van de nodige piercings doet zijn raampje open en vraagt of hij ons een lift kan aanbieden. Normaal gesproken zou ik vriendelijk bedanken, maar vandaag is het toch anders. De regenbuitjes zijn van steeds langere duur, en we willen zeker op tijd in het hotel zijn. Het is inmiddels bijna 11 uur, als we verder zouden wandelen, zouden we zeker voor 12 uur bij het hotel zijn, maar zekerheid is ook wel fijn. We stappen in, en kletsen een paar minuten met de jongen alvorens hij ons afzet bij het hotel. We bedanken hem uitgebreid en vriendelijk en gaan naar onze kamer.


We eten een broodje dat we gisteren hebben gekocht, en zetten het nieuws op het Weather Channel aan. We beginnen op het gemak onze koffers opnieuw in te pakken, en bedenken dat we zometeen wel even in het zwembad kunnen gaan zwemmen.


Rond de klok van twee uur, inmiddels waait het nog steeds niet, en de regen is ook niet noemenswaardig te noemen, meld het nieuws dat het oog van de orkaan het eiland Groot-Bahama aan de noordzijde is voorbijgetrokken. Dat is goed nieuws, aangezien de orkaan nu veel noordelijker de kust van Florida zal bereiken, en Miami niet in gevaar komt. De waarschuwingen worden bijgesteld naar een zware storm, die pas in de loop van de nacht het hoogtepunt zal bereiken. De vliegtuigen landen en vertrekken nog steeds op het vliegveld hier.


Aangezien we voor u het best mogelijke live-verslag willen verzorgen, besluiten we om een kilometer of vijf te gaan wandelen. Kijken hoe het nu echt buiten is. We wandelen en zien niets. Geen auto’s op de wegen waar men normaal gesproken bumper aan bumper staat. Bijna geen auto’s op de parkeerplaats bij Wal-Mart. Een parkeerplaats waar we eergisteren nog ruim 10 minuten dienden rond te rijden alvorens we een parkeerplekje hadden.


Ook zijn alle winkels en restaurants gesloten. We zijn dus blij dat we gisteren ons eigen noodpakket hebben samengesteld, bestaande uit broodjes en kaarsen. Deze ochtend hebben we dat aangevuld met wat beleg uit de ontbijtruimte, aangezien gisteren het betaalbare beleg in de winkel was uitverkocht, en ik simpelweg weiger om $17 te betalen voor een pot pindakaas of chocoladepasta.


De berichten uit Nederland en België die ons bereiken, vertellen dat men op het nieuws ziet, dat men alles aan het barricaderen is. Dat zien wij niet. Bij welgeteld 1 pand is de voorgevel dichtgespijkerd. Inmiddels regent het nagenoeg constant, maar de wind is nog steeds niet noemenswaardig te noemen.


We wandelen terug naar het hotel en gaan een paar potjes biljarten. Wat dat betreft hebben we wel geluk met dit hotel, aangezien ze dit hier hebben. Iets wat we nog niet eerder hebben gezien in een hotel in de VS.


Inmiddels is het half negen en waait het redelijk. Nog niet spannend. Men verwacht hier vannacht windkracht 7 à 8 en morgen neemt het allemaal weer af. We hopen dat de vlucht van morgen wel doorgaat en niet alsnog geannuleerd wordt.
Lees het verhaal
5 oktober 2016

Vriend Matthew

Het verhaal van de dag is toch wel begonnen op het moment dat we bijna terug bij de parkeerplaats van de auto waren en ik een WiFi-signaal opving met de telefoon en zodoende de e-mail werd binnengehaald. Het doel van vandaag was om redelijk op tijd terug in het hotel te zijn, zodat we onze koffers deze avond zouden kunnen herinrichten om morgen de reis naar huis te aanvaarden. Zo gezegd, zo gedaan en dus op ruim op tijd terug bij de auto. Zoals eerder vermeld, werd de mail binnengehaald. Één van die mails had als onderwerp Urgent Information about your trip. Deze gelijk geopend en wat was het geval. Onze vlucht terug naar huis is geannuleerd. Gelukkig werd er tegelijkertijd wel weer een nieuwe boeking bij vermeld en kunnen we een dag later alsnog naar huis, maar om eerlijk te zijn, zijn we er niet echt blij mee.

We weten natuurlijk niet in hoeverre men het nieuws thuis volgt, maar er woedt een orkaan rondom Haïti, Cuba en de Bahama’s. Zo heel ver hiervandaan is dat nu ook weer niet, maar tot op heden hebben we nog nergens last van. Af en toe een fikse regenbui, maar dat is ook alles. Op dit moment zijn we in Miami, en als de voorspellingen kloppen, dan krijgt men hier alleen maar last van een tropische storm en geen last van de orkaan. Wel is men hier voor de zekerheid voorbereidingen aan het treffen voor het geval dat. Zo zijn winkels en restaurants eerder gesloten. Benzine is door het hamsteren al bijna overal uitverkocht. Deze storm bereikt morgenmiddag rond de klok van twee uur Miami. Eigenlijk zouden we dan al hoog in de lucht hangen, maar dat is nu dus 24 uur uitgesteld. We hebben dus ook maar wat kaarsen gekocht, en ervoor gezorgd dat we iets te eten in de hotelkamer hebben liggen. Voor het geval dat.

Dat was dat, vandaag hebben we Miami bezocht. Heel hoog stond deze stad niet op ons verlanglijstje, en waarschijnlijk daarom hebben we ons er ook niet zo in verdiept wat er nu precies in de stad te zien is. We hebben gisterenavond de reisgids ter hand genomen, en bedacht dat we vandaag een korte wandeling door het centrum zouden gaan maken en daarna nog een bezoekje zouden brengen aan Little Havanna. In de ochtend als eerste naar Downtown. Ik moet zeggen, dat Miami niet zo’n geweldige indruk op ons maakte. Zijn we verwend? Of… is het gewoon niet zo heel bijzonder allemaal? Wel zagen we hier en daar een paar fraaie beelden en gebouwen staan. We wandelden de brug over, om zo de skyline van de stad vast te kunnen leggen. Op dat moment vonden we Miami toch wel een imposante stad. We kunnen ons voorstellen dat je echt een wow-gevoel hebt als je zoiets voor de eerste keer ziet. We hebben dan ook van dit uitzicht genoten.

In de middag naar Little Havanna. Een bruisend deel van Miami dat is doordrenkt met Cubaanse invloeden en altijd swingt. Zo omschrijft de reisgids dit gedeelte van Miami. Ook hier gold weer dat wij het niet zagen. Uitgezonderd een paar punten dan. Maar over het algemeen, was dit gewoon een deel van Miami, waar men veel vuil op de straten achterlaat. Niet het meest plezante plekje om te zijn. Niet dat het onveilig was. Integendeel, maar het zag er gewoon niet allemaal zo heel florissant uit. Met een beetje strak uitkaderen is dat met een fototoestel allemaal heel gemakkelijk te camoufleren, maar dat verandert voor ons de indruk niet.

Morgen de auto inleveren, en afwachten op dat wat komen gaat. We hopen dat het allemaal een storm in een glas water blijkt te zijn en dat het gewoon overwaait.
Lees het verhaal
4 oktober 2016

Het waterballet

Vandaag stond een bezoekje aan het noordelijk deel van het Everglades NP op het programma. Hier zou meer nat grasland te zien zijn, en bovendien is er ook nog een uitkijktoren waar je op hoogte over de Everglades uit zou kunnen kijken. Zoals eerder gezegd, is het beeld dat wij, en ik denk ook de meesten, van de Everglades hebben, de ondergelopen weides, waar je met een propellerboot over heen kunt scheren. Dat laatste kunnen we vergeten in het Nationaal Park zelf, maar we hebben we bedrijven gevonden, waar je met een propellerboot kunt worden rondgevaren net buiten het park. Naar het bezoekerscentrum in het noorden is het bijna 85 kilometer rijden. Aangezien we vanmiddag ook nog met zo’n propellerboot mee willen, dienen we, zoals gewoonlijk, tijdig bij het hotel te vertrekken.

Het nadeel van de regio rondom Miami is dat het druk is. Een deel van de 85 kilometer wordt stapvoets afgelegd, en daardoor neemt de rit 2 uur in beslag. Als we de laatste afslag nemen, is het gedaan met de drukte, en kunnen we vlotjes doorrijden naar het bezoekerscentrum. Eenmaal gearriveerd, parkeren we de auto en wandelen we naar het bezoekerscentrum. We vragen naar de uitkijktoren, en het antwoord dat we te horen krijgen, doet ons vermoeden dat men heel graag wil dat dit park met superstip op nummer 1 van minst leuke Nationale Parken van de VS komt. Natuurlijk konden we de toren bezoeken. Als we dat wilden, dienden we wel even $40 te betalen. Per persoon welteverstaan. We zouden dan anderhalf uur later met een busje naar de toren worden gebracht. Voor een kwart van dat geld, kan ik naar de top van de Eiffeltoren, en laten we eerlijk zijn, dat staat toch iets meer tot de verbeelding dan de 15 meter hoge uitzichttoren van het Everglades NP. Als we vriendelijk bedanken, wordt ons verteld dat we ook met de fiets kunnen gaan. Om een oude, roestige, nog net niet uit elkaar vallende fiets met slappe banden te mogen huren dienen we $9 per persoon per uur te betalen. We dienen rekening te houden dat we de fiets minimaal drie uur nodig zullen hebben. Als we vertellen dat we ook dit een klein beetje ‘over-the-top’ vinden, wordt ons verteld dat we ook kunnen lopen. Een wandeling van 27 kilometer enkele reis welteverstaan. Gratis, dat dan weer wel.

Als we besluiten dat dit niet iets is wat voor ons is weggelegd, vragen we wat we nog meer kunnen doen vanaf dit bezoekerscentrum. We horen dat er twee korte wandelingen zijn. Één daarvan begint recht achter het bezoekerscentrum en als we dat volgen komen we op een ander pad uit. Als we dat pad anderhalve kilometer volgen, komen we aan het begin uit van een andere korte wandeling. Eindelijk iets dat ons als muziek in de oren klinkt. Als we goed en wel op pad zijn, zien we een kleine alligator de weg oversteken. We maken foto’s en vervolgen onze weg.


Als we bij het startpunt van de tweede wandeling zijn aangekomen, zakt mijn onderkaak richting het aardoppervlak. Inderdaad van verbazing. Het pad van de leuke korte wandeling is namelijk een beetje vochtig. En dan in die mate vochtig, dat als je aan de wandeling zou beginnen dat je knieën nat worden. Eigenlijk gewoon een ‘no-go’ dus. Nu ben ik van mening dat men dit ons bij het bezoekerscentrum best wel had kunnen vertellen.


We besluiten om terug te wandelen richting de auto en dan verder te gaan. Onderweg ontmoeten we een ouder stel. Ze zijn afkomstig uit Schotland en hebben al vele malen door de VS gereisd. Ze regelen altijd alles zelf en houden van vroeg opstaan. Plotseling zie ik onszelf over 30 jaar en glimlach. De man verteld ons dat hij een hele grote alligator heeft gezien en ons die graag wil laten zien. We gaan op zijn aanbod in, en korte tijd later zien we, verscholen, een reusachtige alligator liggen. Terwijl we nog wat staan te babbelen roept zijn vrouw. Ze wil met de bus mee die op het punt van vertrekken staat, en hij dient nog twee kaartjes te kopen. Zouden wij dat over dertig jaar wel doen, of zouden we dan nog te geldbesparend zijn?


We laten het Everglades NP voor wat het is en we besluiten om naar Big Cypress National Preserve te gaan. Veel weet ik niet over dit park dat tegen het Everglades NP aan ligt, maar ik heb gezien dat er een zogenaamde loop road is. Wellicht dat deze weg de moeite waard is om enkele uren te overbruggen voordat we op pad kunnen met de propellerboot. We rijden de weg op, en komen nagenoeg geen auto’s meer tegen. Wat ons opvalt is dat de mensen die langs deze weg wonen allemaal een laag hek rondom hun huis hebben. Zou dat tegen de alligators zijn? Het lijkt ons de meest logische verklaring. De weg is niet veel aan. Links bomen, rechts bomen en af en toe komen we een auto tegen. Na bijna een half uur over deze weg gereden te hebben, zet ik de auto stil. Voor me ligt een plas water over de gehele weg. Ik denk ongeveer een centimeter of 25, 30 diep. Aangezien ik totaal geen ervaring heb met het rijden door een plas van deze afmetingen vraag ik me af of het mogelijk is met een auto als wij hebben. Ik denk na, en bedenk me dat we soortgelijke auto’s tegemoet zijn gereden. Ik hoop dat ze niet ergens uit een of ander zijstraatje zijn gekomen, en geef gas. Voorzichtig, dat wel. Als ik te veel gas geef, denk ik dat de 367 PK’s van onze Dodge de achterwielen een golfslagbad laten creëren. Als ik te weinig gas geef, ben ik bang dat de auto af zal slaan. Wat dan? In gedachten sla ik een kruisteken en prevel ik een schietgebedje. Ik doe nog net mijn ogen niet dicht als de voorwielen het water raken.


Plotseling bevinden we ons in een muur van water. Overal waar we kijken zien we niets anders dan opspattend water. Vol spanning gaan we verder en raken heelhuids aan de andere kant van de plas water. Enkele minuten later herhaalt het hele circus zich weer als we wederom bij een enorme waterzee op de weg staan. Korte tijd later wederom één, en weer, en weer. Mijn vertrouwen in onze auto groeit met het trotseren van elke plas, en op het laatst kunnen we zelfs genieten als we alweer omringd worden door een muur van water.


De asfaltweg gaat over in een zandpad, en plotseling zijn de plassen op de weg verdwenen. Hier en daar zien we een opening tussen de bomen, en zien we wonderschone plaatjes. We stoppen met grote regelmaat en telkens als we stoppen, lijkt het alsof het stukje schitterende natuur dat we te zien krijgen een zoek en vind plaatje is. Waar we ook kijken, overal zien we plotseling iets. Dan een prachtig vogeltje. Dan weer een alligator. Dan weer alligatorgars van meer dan een halve meter. Hier begint het grote genieten.


We rijden verder en plotseling meen ik vanuit mijn linkerooghoek door een klein gaatje tussen de bomen iets te zien zitten.


Ik zet de auto in zijn achteruit, en stop om te kijken of ik inderdaad zag wat ik meende te zien. We kijken even, en zien dan inderdaad een Amerikaanse moerasschildpad wanhopig een paar straaltjes zon proberen op te vangen.


We genieten en de tijd vliegt voorbij. De tijd die we wel in de gaten dienen te houden, anders zijn we nog te laat voor de laatste rondvaart met een propellerboot van die dag. En dat is iets wat we toch niet willen missen. Ook al kost dat bijna $40 per persoon. We hebben het idee dat de boten wel iets groter zullen zijn dan de boten die we in alle series zien. Na een kort onderzoek hebben we immers al ontdekt dat een rondvaart met zijn tweeën door de wetlands op minimaal $350 komt. Wel, zó leuk lijkt het ons ook weer niet. We parkeren de auto, kopen kaartjes en gaan staan te wachten in de rij. Als ik de boten, waar ongeveer 20 personen tegelijkertijd in kunnen, sta te bewonderen begint het plotseling te stortregenen.


De ervaring van de afgelopen dagen heeft ons geleerd dat de regenbuien hier over het algemeen niet al te lang duren. Toch besluiten we om nog even snel de jassen uit de auto te halen. Voor het geval dat. De rondvaart begint, en als we de eerste bocht om zijn, begint de enorme motor achter me te brullen. We vliegen over het gras, dat gewillig ombuigt. Wild zien we niet, maar dit is het idee dat we hebben als men het over de Everglades heeft. Dit zijn de beelden die men wil zien. Dit is hetgeen men hier wil ervaren. Ik weet wel, dat die beelden door de Amerikaanse TV-series opgedrongen zijn, maar toch. Dit is precies dat wat we hier willen beleven. We genieten.


Voor we er goed en wel erg in hebben is de pret alweer voorbij, en moeten we afscheid nemen van onze stuurman. We kijken nog even naar de alligatorshow en wandelen door de kleine dierentuin alvorens we naar het laatste hotel van deze trip gaan.


Nog nagenietend van al het moois dat deze dag ons gegeven heeft, rijden we Miami binnen. We parkeren de auto bij het laatste hotel van deze trip. Ruim een half jaar geleden geboekt. Als we willen inchecken, blijkt dat de boeking niet bekend is bij het hotel. We laten de dame achter de balie de bevestiging zien. Ze kan ons een kamer voor een nacht aanbieden voor dezelfde prijs, maar hebben wij twee nachten geboekt. We hebben, ondanks dat de dag vandaag niet zo geweldig is begonnen, geluk vandaag. Want de dame achter de balie blijkt de eerste vriendelijke inwoner van Florida te zijn. Ze geeft ons het wachtwoord van de WiFi, en verteld ons dat we op het gemak een ander hotel kunnen gaan zoeken. Tot zolang houdt ze de laatste kamer van het hotel voor ons vast. Over het algemeen zijn hotels niet zo’n groot probleem in de VS, maar het is altijd wel fijn, als het eerste en het laatste hotel van de reis geregeld zijn. Bij alletwee ging het deze reis fout. Al snel vinden we een hotel dat nog wel kamers voor twee nachten vrij heeft. We bedanken de vriendelijke dame achter de balie en glimlachend zwaait ze ons uit terwijl wij dan op weg gaan naar het einde van onze rondreis.
Lees het verhaal
3 oktober 2016

De olifantendoders

Het spijt ons u te kunnen vertellen dat Everglades NP met stip in de top 3 van minst leuke Nationale Parken is terechtgekomen. Niet dat de natuur niet mooi is, integendeel. Maar het park en de wijze waarop alles wordt gepresenteerd weet telkens weer een nieuwe teleurstelling te bewerkstelligen.

In het begin van het park, waarschuwt men netjes dat er behoorlijk wat giftige planten en bomen in het park voorkomen, en dat men moet proberen om er niet tegenaan te lopen om er zo zeker van te zijn, dat men nergens jeuk of iets dergelijks van krijgt. Netjes, nietwaar? Ook waarschuwt men keurig dat men niet door hoog gras moet lopen, omdat daar giftige slangen en amfibieën zich in kunnen schuilen. Vervolgens komt men tot de ontdekking dat er vele wandelingen zijn die in de categorie, ‘een leuke afstand’ vallen.Vol goede moed gaat men op pad en begint men aan de eerste wandeling. Al snel komt men tot de ontdekking dat men geen tijd heeft om naar al het fraais in de natuur te kijken, omdat men continue bezig is om de muggen van zich af te slaan. O ja, ben ik vergeten te vertellen. We lopen hier met een lange broek, shirt met lange mouwen rond, terwijl de temperatuur boven de 30 graden is. Snel terug naar de auto om onszelf bijna van top tot teen met DEET in te smeren. We beginnen aan een nieuwe wandeling, en het scheelt iets, maar het is nog steeds geen pretje. Aan het einde van de dag ontdekken we hoe mensen hier een boottochtje maken. Geeft voor ons toch niet echt het idee van ontspanning.Gelukkig is het vandaag heel rustig in het park. Gelukkig aangezien de parkeerplaats bij het begin van de volgende wandeling welgeteld één auto kan herbergen. Als we naar het begin van het pad lopen, lezen we een bord dat het wandelpad niet onderhouden wordt en dat men er rekening mee moet houden dat het pad overwoekert kan zijn. Dit zien we al snel met eigen ogen, en met het verhaal over de giftige planten, bomen, slangen en amfibieën in het achterhoofd besluiten we om deze wandeling te laten voor wat die is. Jammer, want deze wandeling staat als zeer fraai aangegeven. Maar er zijn meer dan voldoende andere wandelingen die aan onze voorkeur voldoen, dus op zich is het verder geen probleem. Echter al snel ontdekken we dat daar het niet onderhouden van wandelpaden in combinatie met het verhaal over eerder genoemde giftige natuurfenomenen het ene na het andere wandelpad afvalt. Gisteren zagen we iemand met een huis,-tuin,- en keuken grasmaaier de berm maaien. Wellicht dat het voor het parkbestuur een wijs besluit zou zijn als in plaats daarvan de wandelpaden een keer onderhouden worden.Die paar wandelpaden die overblijven, maken toch dat we, ondanks de in overvloed aanwezige muggen, kunnen genieten van de bijzonder natuur die we hier te zien krijgen. Met dit geheel is niets mis mee. Als we zitten te lunchen, kunnen we een klein stukje verderop telkens de zeekoeien (die zich overigens niet zomaar op de gevoelige plaat laten vastleggen) even boven water zien komen om adem te halen. Ondertussen dat we daarvan zitten te genieten, houden we met de ene hand ons brood vast, terwijl we met de andere hand de muggen van ons lijf proberen te houdenWe doen nog enkele wandelingen en stoppen hier en daar langs de weg om vogels te bewonderen. Voor vogelliefhebbers is dit park een waar paradijs. Wel moeten ze dan als imker verkleed gaan om foto’s te maken, maar dat terzijde. Als we een foto van een paar vogels proberen te maken, zien we plotseling een waterkolk. Hier zwemmen enkele Alligatorgars rond. Deze snoeksoort kan wel drie meter groot worden. De exemplaren die wij rond zien zwemmen zijn ongeveer een centimeter of dertig.Door al deze ‘ellende’ en onduidelijke communicatie vinden wij, ondanks de bijzonder en schitterende natuur, dit park niet aanbevelenswaardig te noemen en verlaten we toch iets eerder dan verwacht het Everglades National Park. Net buiten het park parkeren we de auto en besluiten we om een stukje te gaan wandelen. Het gehalte muggen is hier nihil. Wel worden we gewaarschuwd voor ratelslangen, pythons en watermoccasins. We kijken dan ook goed uit voor deze dieren. Zo goed zelfs, dat een dood exemplaar van een centimeter of 10 ontdekt wordt.Wellicht dat het voor sommigen klinkt alsof we de laatste dagen niet zo’n plezier hebben in de plek waar we zijn. Niets is minder waar, zoals gewoonlijk genieten we volop (al moet ik zeggen dat ik niet zo geniet van de meer dan 40 muggenbulten op mijn lijf). Alleen is het misschien iets minder spectaculair als we hadden verwacht. Bovendien als we van iedere mug een olifant zouden maken, dan spijt het mij te moeten zeggen, dat wij vandaag een enorme hoeveelheid olifanten hebben gedood.
Lees het verhaal
2 oktober 2016

De Floridude

De meesten lezers hadden vandaag wellicht weer een foto van de een of andere tropische vis bovenaan het verhaal van de dag verwacht. Wij zelf in ieder geval wel, aangezien voor vandaag de tweede ochtend snorkelen gepland stond. De rederij die we gisteren hadden uitgezocht was bijna op het einde van The Keys. De rederij van vandaag bevond zich in het eerste gedeelte van The Keys. De kritieken waren unaniem lovend, en zo heel veel rederijen in het eerste gedeelte zijn er niet. Dus enkele maanden geleden een excursie alhier geboekt. Robbie’s heette de zaak. Met zo’n naam kan het eigenlijk niet misgaan zou men denken. Wel dus. We dienden ons om half negen te melden. Enkele minuten voor tijd waren we aanwezig en melden we ons aan de balie. “O, de excursie van negen uur? Die gaat niet door, jullie waren de enige twee aanmeldingen. Je kunt om twaalf uur mee. Komt niet uit? Oké, ik heb het geld al teruggeboekt naar je rekening. De e-mail volgt over enkele minuten.” Op de vraag waarom we gisteren niet verwittigd waren over het feit dat er niet genoeg boekingen waren kregen we als antwoord dat er alleen maar een telefoonnummer beschikbaar was. En tja, dat was internationaal. Toen ik opmerkte dat dat niet helemaal juist was, omdat het enkele seconden eerder zonder mij iets te vragen mij een e-mail had gestuurd, kwam als antwoord dat hij het pas net wist. Het speet de man dat we zo lang hadden moeten rijden. De toon waarop ons alles werd meegedeeld deed bij ons totaal niet het idee opkomen dat er ook maar iets van spijt bij de man te bekennen was. Het klonk als een standaard verhaal. Vriendelijk maar volkomen monotoon. Zonder ook maar ergens een spoortje van emotie of medeleven. Ook dit was voor ons weer een voorbeeld van de Amerikaan die in onze ogen geen Amerikaan zou mogen heten. We noemen ze in het vervolg maar gewoon de Floridude. Alles bij deze mensen is erop gespitst om het geld uit jouw broekzak te trekken. Het liefste zonder er maar iets meer voor te doen dan je dude te noemen. Want blijkbaar komt dat vriendelijk over.De tijd was voor ons nu te kort om een andere rederij te zoeken die een excursie deed, aangezien alle maatschappijen om negen uur uitvaren. Wat te doen? We besloten om een kop koffie te gaan drinken en aldaar iets op te zoeken op de laptop. Uiteindelijk vonden we een alternatief. Alhoewel het niet echt een alternatief was. Voor nagenoeg hetzelfde geld als de drie uur durende excursie (die dus niet doorging), konden we ook een heel uur snorkelen in Key Largo. We hadden nog tien minuten om ons te melden. En dat uur was ook nog eens afhankelijk van de drukte die er was. Als het niet zo druk was, duurde het korter. Na kort overleg besloten we deze optie ook maar als geen optie te beschouwen en gingen we op weg naar hetgeen we eigenlijk voor deze namiddag hadden gepland. De Everglades.We melden ons bij het bezoekerscentrum en ook hier was het personeel geen toonbeeld van vriendelijkheid. Na ons verhaal van hetgeen we naar op zoek waren qua wandeling kwam een standaard verhaal. Op zich niet erg, ware dat het verhaal van deze Floridude totaal niet aansloot bij hetgeen we aangaven te zoeken. Ach, wat zou het ook. We hebben al zo vaak ons eigen plan getrokken dat dat ongetwijfeld ook vandaag zou gaan lukken. We rijden naar de toegangspoort en melden ons netjes bij de ingang. Creditkaart in de aanslag om de $25 entree te betalen. “Willen jullie wel naar binnen?”, was de welkomstgroet die de vrouwelijke Floridude ons op snauwerige toon deed toekomen. In gedachten antwoorde ik: “Natuurlijk wil ik niet naar binnen muts, sorry, Dude. Daarom sta ik hier bij de toegangspoort met een creditcard in mijn hand die ik jouw wil overhandigen zodat je er een gedeelte van onze zuurverdiende centen van af kunt boeken.” In werkelijkheid kwam er gewoon een “Yes” als antwoord uit.Terwijl ik in het park aan het rijden was, deed Marieke snel haar huiswerk en vond een wandeling die niet al te lang was. We begonnen snel aan onze wandeling en al snel spotten we ons eerste wild van de dag. Een sprinkhaan, twee libellen en honderden muggen. De sprinkhaan liet zich gewillig op de gevoelige plaat vastleggen. De libellen werkten niet zo mee, en de muggen. Wel, daar waren wij gevoelig voor.Na de wandeling van iets meer dan een halve kilometer, alhoewel wandeling tekort doet, aan deze lange sprint die het eigenlijk was, telde ik bij terugkomst in de auto twaalf muggenbulten. Snel werd onze gebruinde huid ingesmeerd met DEET.Op weg naar de volgende wandeling. Het doel was het bezoekerscentrum bij Flamingo Bay. Inmiddels hadden we al geleerd dat er in de Everglades geen flamingos leven, wel andere roze vogels. Waarom ze het dan zelf Flamingo Bay noemen is ons een raadsel. Het bezoekerscentrum alhier is gesloten, alhoewel er volgens de brochure dagelijks een Floridude aanwezig zou dienen te zijn. De bus waarin plek is voor een vrijwillige donatie voor onderhoud van het park is wel aanwezig. Volgens mij heb ik nog geen uur eerder vijfentwintig dollar betaald voor onderhoud van het park, waarvan ik inmiddels met eigen ogen heb gezien dat daarmee in dit park in ieder geval niets gedaan wordt aangezien de picknicktafels verscholen zijn in een grasveld waar het gras meer dan een meter hoog staat, dus waarom zou ik überhaupt overwegen om iets te doneren? Als we naar buiten lopen zie we enkele mensen aan de rand van het water staan. Een zeekoe komt met zijn snuit naar boven. Het is niet veel wat het beest van zich laat zien, maar toch maakt dit beeld weer veel van de frustratie goed. Jammer genoeg blijkt de DEET niet te werken, en zien de muggen ons nog steeds als een zoete maaltijd.Ondertussen is het voor de verandering maar weer eens gaan regenen. The Sunshine State, herinneren jullie dit nog? Vier dagen zijn we nu in Florida, en we hebben voor de vierde dag regen. Gelukkig wordt het iedere dag wel minder. Nu is het slechts een korte, redelijk hevige bui. Onderweg naar de volgende stop staat er een auto langs de kant van de weg met de alarmlichten aan. Een Virginia kentekenplaat zit er op het voertuig. Links van de weg zien we een alligator liggen. Als we aansluiten rijden zij langzaam iets vooruit zodat wij kunnen aansluiten en ook foto’s maken. Kijk, dit is de vriendelijkheid die we kennen van de meeste Amerikanen. De auto rijdt verder en keert een stukje verderop, om vervolgens keurig te wachten zodat wij de foto’s kunnen maken die we willen maken. Wij bedanken de mensen vriendelijk door een keer te zwaaien en te lachen. Vriendelijk wordt er teruggelachen en gezwaaid. Dit moment zorgt ervoor dat het restje frustratie dat er nog zat ook is verdwenen.De laatste wandeling voor vandaag is ook een korte wandeling. Hier zien we eigenlijk voor het eerst het beeld dat wij van de Everglades hebben. Ook al dienen we te bekennen dat dit beeld vooral door series als CSI: Miami & Miami Vice is ingegeven.We wandelen door de wetlands zoals het met een mooi woord heet. Een rivier van 8 mijl (ruim 12 kilometer breed) die niet diep is, heel langzaam stroomt richting de oceaan en waar veel gras in groeit. We genieten en sluiten de dag toch nog met een goed gevoel af. Daar kan geen enkele Floridude en 32 muggenbulten iets aan veranderen.
Lees het verhaal
1 oktober 2016

De sleutelparade

Kwart over vijf gaat de wekker. Zelfs voor ons is dat vroeg te noemen. Maar zoals men dat zo mooi noemt, nood breekt wet. We dienen namelijk tussen acht uur en half negen bij de rederij Starfish in Marathon te staan. De geschatte reistijd vanaf het hotel is anderhalf tot twee uur. Aangezien we zeker op tijd willen zijn, dienen we toch op tijd te vertrekken. We hebben ook nog eens de pech dat we niet heel geweldig hebben geslapen vannacht. Op het hotel was niets aan te merken. Maar het heeft bijna de hele nacht geonweerd. Ook de wind was behoorlijk heftig te noemen. We kunnen eigenlijk alleen maar hopen dat het weer in de ochtend wat opklaart. Mocht de snorkeltour die voor vandaag gepland staat afgelast worden, dan wordt er een uur voor aanvang van de tour een mail gestuurd. Beetje vreemd in onze ogen, aangezien we er om 8 uur dienen te zijn en de tour om 9 uur begint. In alle vroegte vertrekken we bij het hotel, en iets na achten komen we op de plaats van bestemming aan. We vullen alle nodige paperassen in, en rond de klok van negen varen we uit. Het onweert en regent niet meer. Langzaamaan begint de lucht iets open te trekken, maar het waait nog hard. De zee is behoorlijk ruw.Perfect weer dus om voor de eerste keer van je leven in open zee te gaan snorkelen. We springen in het water, en het duurt even voordat we de slag te pakken hebben. Maar dan is het dan toch echt tijd om te genieten. Het is net alsof we door een aquarium zwemmen. Ik ontdek dat vissen wel iets weg hebben van vogels. Ze zijn razendsnel en hebben geen goesting om te wachten tot het moment dat je een goede foto hebt gemaakt. Gelukkig zijn we over een paar foto’s wel redelijk tevreden.

De tijd vliegt voorbij, en voordat we er erg in hebben worden we teruggefloten door de kapitein en moeten we terug aan boord komen. We zien dat de zee inmiddels een stuk rustiger is geworden. Eigenlijk hadden we dat helemaal niet door toen we nog in het water lagen. Voordat we goed en wel aan de terugtocht beginnen, maken we nog snel een foto van de vuurtoren van Marathon die in volle zee staat, en eigenlijk niet meer is dan een roestig ijzeren frame met daarop een lamp. Maar toch heeft het geheel wel iets, en begrijpen we waarom dit op menig briefkaart en kalender is vereeuwigd.The Florida Keys! Een must-see volgens diverse mensen. We hebben ons laten verleiden, en inderdaad, het snorkelen is geweldig. Maar The Keys, is meer dan alleen maar snorkelen. Het is… Tja, wat is het eigenlijk? Dat vragen we ons ook af als we naar het meest westelijke puntje rijden. “De weg erheen is al grandioos!”, roemt men als men over The Keys praat. We rijden over die roemruchte weg. Ik kijk links en zie bomen. Ik kijk rechts en zie bomen. Ik kijk voor me en zie auto’s. Ik kijk in de achteruitkijkspiegel en zie auto’s. En dat kilometer na kilometer. Oceaan zie ik nergens. Men kan wel zeggen dat ik bezig ben om van eiland naar eiland te rijden. Maar daar merk ik niet veel van. De weg is ruim 180 kilometer lang en saai. Een kilometer of 20 zijn wel leuk, en dan heb ik het met name over de 7-Mile-Bridge en het laatste stukje richting Key West, als de eilandjes niet zo groot zijn, en ik de oceaan wel kan zien. We arriveren in Key West en na de auto geparkeerd te hebben, komen we na een korte wandeling terecht in iets wat ik het beste kan omschrijven als ‘De hel voor P&M’. Toeristisch op en top. Souvenirwinkel na souvenirwinkel. We gaan er een naar binnen om het broodnodige rugzakspeldje aan de collectie toe te kunnen voegen. Als we willen vragen wat deze zou moeten gaan kosten, blijkt er geen personeel in de winkel aanwezig te zijn. We gaan een deur verder. Hier is wel iemand van het personeel aanwezig. Niet al te vriendelijk worden we welkom geheten. We vinden niet wat we zoeken, en gaan de volgende deur binnen. En de volgende deur. Hier is ook iemand van het personeel aanwezig. De eigenaar schatten we in, en ook hij komt niet al te vriendelijk over, aangezien hij simpelweg een potentiele klant staat uit te schelden. Als deze weg is, foetert hij vrolijk verder over de klant tegen ons. Wat er gespeeld heeft weten we natuurlijk niet, maar feit is dat men niet zo over zijn klanten dient te spreken. Zeker niet tegen volslagen vreemden. We gaan snel de deur weer uit en bij de volgende stop vinden we precies wat we zoeken. Een speldje dat verkocht wordt door redelijk vriendelijk personeel. We wandelen verder, en besluiten om een kop koffie te gaan drinken bij die welbekende Amerikaanse keten. Het is hier zo toeristisch, dat men ervan overtuigd is dat die domme toerist de spullen toch wel koopt, dat men het niet nodig vindt om hier ook maar enige vorm van meubilair binnen te zetten. Tot nu toe hebben we nog geen hoge pet op van The Keys. De mensen die hier zijn om jou zuurverdiende centjes binnen te harken, zijn niet echt vriendelijk te noemen. Het gaat zowat richting het arrogante toe. Dit is alles behalve wat we van Amerika gewend zijn.We besluiten om naar het monument te gaan dat op ieder souvenir te zien is. Dit baken toont dat we nog 90 mijl van Cuba verwijdert zijn, en vol trots staat er op het monument dat dit het zuidelijkste puntje van het vasteland van de Verenigde Staten is. Op zich toch ook weer vreemd, aangezien we een uur eerder toch echt ruim 700 meter meer zuidwaarts hebben gestaan. Daar was overigens niets te zien. Maar goed. Het zij zo. Bij het monument is het druk. Inderdaad, met toeristen. Althans dat dacht ik, want als we netjes zijn aangesloten achteraan in de rij, blijken het fotomodellen te zijn. Uitvoerig wordt er geposeerd bij het monument. De een vindt zichzelf nog mooier dan de ander. Geflaneerd wordt er hier overal. Vele vrouwen lopen rond met een flair van ‘Kijk mij, heb ik geen mooie bikini?’ Jawel mevrouw, en die 7 zwembandjes eronder kleden ook heel fraai af.


We zien een man lopen met een kniebroek. Op zich niet bijzonder. Gewoon een man. Type sportschool en kapsalonfreak. Op allebei zijn kuiten heeft hij een tatoeage. Beide zoompjes in zijn kniebroek zijn een klein beetje opgehaald, zodat beide tatoeages helemaal te zien zijn. We lopen verder. Zowel Marieke als ik snappen niet waarom het hier zo toeristisch is. Men kan nergens met goed fatsoen gaan zitten om iets te drinken. De mensen zijn haast arrogant te noemen. De gebouwen zijn niet geweldig onderhouden en op straat is het ook nog eens een rommeltje. Ondanks deze, min of meer toch wel verwachte, domper, kunnen we wel zeggen dat we wederom een geweldige dag hebben gehad. Én we kunnen zeggen, dat we op The Keys zijn geweest! Ik weet alleen niet of ik daar trots op dien te zijn.
Lees het verhaal
30 september 2016

Veel rijden en ook nog shoppen

We zullen er wat voor over moeten hebben om te kunnen snorkelen op de Keys. De sleutel hiertoe zit hem niet alleen in de snorkelcursus die we thuis nog even gevolgd hebben en ook niet alleen in de aanschaf van de benodigde uitrusting. Nee, het zit hem ook in het aantal extra kilometers die we ervoor over moeten hebben. In ons oorspronkelijke plan, waren de Keys niet in ons reisschema opgenomen. Maar omdat uit diverse hoeken het advies kwam om toch zeker ook dit deel van de USA aan te doen, zijn we overstag gegaan. Dat houdt niet alleen in dat we vandaag een lange rijdag hebben, maar ook morgen om Key-West te bereiken, moet de motor wat overuurtjes maken. We zullen na morgen weten of het de vele extra kilometers waard geweest is.

Het grootste deel van de dag hebben we dan ook op de weg gezeten. Gelukkig niet alleen snelweg, ook wat B-weg zodat er onderweg nog wat te zien viel en we nog enkele caches konden oppikken.

Bij de voorbereiding hebben we deze dag een stop ingepland bij het Okeechobemeer om daar onze lunch te nuttigen en een paar geocaches te gaan doen. Zo dachten we onze innerlijke mens tevreden te kunnen stellen en ook nog en passant de benen gestrekt te kunnen hebben. Maar de plek bleek minder oké dan gedacht. Het uitzicht was minder fraai, maar erger nog, de muggen waren talrijk aanwezig. En dan is het hier nog maar de vraag of het om een ‘zieke’ mug gaat. Van de ene kant kun je dit natuurlijk verwachten als je wilt picknicken bij een meer, aan de andere kant tijdens de swamp-tour, waren we volledig voorbereid met lange mouwen en lange broek en was dit helemaal niet nodig. Daar bleken geen muggen ze zitten omdat de libelle de muggenlarven opgegeten heeft. Dan denk ik dat alle libelles vanuit het okeechobemeer verhuisd zijn…


Dan maar een stukje verderop kijken. Hier bleek het uitzicht fraai en was het muggengehalte oké te noemen. Na de lunch ging de rit weer verder. We probeerden om voor de spits ons hotel te bereiken om zo de files te kunnen omzeilen. Dat is prima gelukt. Zodat we nog even de tijd hebben genomen om te shoppen. Niet één van Paul’s favoriete bezigheden, maar hij hoeft er dan ook maar eens per jaar aan te geloven. En hij had deze reis geluk, want het was, zeker voor Amerikaanse begrippen, een zeer beperkte shoppingmall. Maar desondanks zijn we erin geslaagd om een aantal aankopen te doen voor een aantrekkelijke prijs. En daar doen we het als echte Nederlanders natuurlijk voor!
Lees het verhaal
29 september 2016

See you later

Zoals ik gisteren al heb getikt, dienen we een grote afstand te overbruggen in enkele dagen. Het eerste gedeelte van vandaag bestond dan ook weer uit het overbruggen van enkele honderden kilometers. Rond het middaguur arriveerden we in het doel van vandaag. Paines Prairie Preserve State Park. Een hele mond vol, voor een park wat in de reisgids slechts een paar regeltjes aandacht kreeg, maar na nader onderzoek van Marieke toch wel de moeite waard bleek te zijn. Het park was behoorlijk groot, maar er waren niet zo heel veel wandelingen die voor ons in aanmerking kwamen. De meeste waren enkele tientallen kilometers lang, en eigenlijk bedoeld om met de fiets te doen. Gelukkig voor ons waren er ook een paar kortere. De eerste wandeling die we hadden uitgezocht, was ruim zes kilometer lang. Precies in ons straatje dus. Bij het naderen van het begin van het wandelpad, zagen we een bord staan, waarvan we overtuigd zijn, dat verschillenden van het thuisfront het niet fijn zouden vinden als ze op voorhand zouden weten dat we zo’n pad zouden gaan lopen.


Na eens goed gekeken te hebben naar het beestje linksboven, zagen we dat hij er wel mee kon lachen, en besloten we om gewoon door te lopen. De onderste regel verklaarde wel veel. Bij het verlaten van de auto, en het omdoen van de rugzakken, hadden we het idee dat we ergens de flappen in Burgers Bush hadden gemist. Aangezien dit, aldus het bord, geen dierentuin is, is het logisch dat we de flappen niet zagen. Maar kortom, het was warm en benauwd. Bij iedere stap die we zetten, parelden er druppels zweet naar beneden. Maar heel veel tijd hadden we niet om erop te letten, want al snel zagen we het eerste wild.


Vervolgens werden we verrast door een enorme hoeveelheid vlinders die men normaal gesproken alleen in een vlindertuin ziet. Maar zoals het bord al aangaf. Dit is geen dierentuin. Dit is voor het echt.


We wandelden verder, en korte tijd later werden zagen we een steiger staan. Ik liep erheen, en zag dat de toegang tot de steiger was afgesloten door middel van een ketting. Jammer. Ik keek naar beneden, en mijn hart sloeg een keertje over bij de aanblik van het beestje dat daar lag.


Ik moet zeggen dat mijnheer er toch een beetje minder vrolijk uitzag als het exemplaar op het bord. Gelukkig was hij op veilige afstand. Zolang hij dat ook in de gaten had, zou er niets aan de hand zijn. Na de nodige foto’s te hebben gemaakt, wandelen we verder. Het ene na het andere exemplaar wordt gespot. De een nog verder weg dan de ander. We zouden haast de ontelbare vogels vergeten die we onderweg zien. Gelukkig lukt het ons vandaag wel om enkele exemplaren vast te leggen voor degenen die niet gaan komen.


We komen aan bij het einde van het pad, en genieten van een schitterend uitzicht over een meer. Waar we ook kijken, overal zien we wel de een of andere vogel.


We lopen terug, en genieten. Plotseling zien we iets verder een man staan. Hij heeft geen camera in zijn hand, maar staat daar gewoon. We lopen verder. Plotseling schrikken we en zien we waarom de man daar staat te staan. Een van de vriendelijke heren heeft besloten het begrip ‘op veilige afstand’ iets in te perken, en ligt op enkele tientallen meters voor onze neus. Er is maar één manier om dit gebied te verlaten en dat is via het pad van enkele meters breed dat voor ons ligt. De man kan omkeren en terug gaan naar de auto. Maar wij? Eigenlijk hebben we geen andere optie dan af te wachten totdat het pad voor ons weer vrij is. Plotseling zie ik vanuit mijn linkerooghoek een stuk slangenvel aan een plant hangen. Ik wil Marieke erop wijzen als ik ontdek dat de rest van de slang nog gewoon in het vel aanwezig is. We proberen een foto van de slang te maken.


Maar nog voordat we alles hebben scherpgesteld en uitgekaderd, dan gebeurt het. De heer die daar zo ogenschijnlijk op zijn gemak lag, besluit om ergens anders heen te gaan, en wandelt aan. En dan moet men keuzes maken. Een foto van het slangetje, of een foto van een alligator die oversteekt? Soms valt het leven niet mee, en beiden besluiten we om voor de alligator te gaan. Voordat we het weten is het beest overgestoken Dat dit geen dierentuin is. is ons inmiddels wel duidelijk. Zo groot hebben we ze nog in geen enkele dierentuin gezien.


We draaien om naar de slang. Ook die is er inmiddels vandoor. Behoorlijk onder de indruk van dit enorme beest wandelen we verder. Onderweg zien we nog talloze vogels, vlinders en alligators. Dit is een geweldig park, dat in onze ogen toch wel iets meer dan een paar regeltjes aandacht in een reisgids mag hebben. We beginnen aan de volgende wandeling. Iets korter. Als we weg willen gaan, begint het te regenen. We besluiten om de jassen aan te doen, en zien wel hoe het loopt. Ook dit deel is mooi, en komt aardig overeen met hetgeen we in Burgers Bush mogen zien.


Het begint inmiddels behoorlijk te regenen, en al snel hebben we het idee dat we in een moesson zijn belandt. Gelukkig blijken onze jassen en schoenen toch echt waterdicht te zijn, en is alleen maar onze broek doorweekt. Gestaag wandelen we verder, en na een tijdje gaat het iets minder regenen. Het pad dat we volgen wordt steeds smaller en smaller. Voorzichtig gaan we verder en nemen we iedere stap weloverwogen. Als ik een stuk of zes slangen voor mijn voeten heb zien wegglijden, besluit ik dat het ver genoeg is, en draaien we om. Terug naar de auto.


Het wordt al laat, en in plaats van de laatste wandeling die we uitgezocht hadden, besluiten we om de auto te parkeren, en het meer van een andere kant te bekijken. We hebben vanavond immers nog een event gepland.
We rijden naar de plaats Ocala en sluiten deze geweldige dag af met een gezellig treffen met andere geocachers.
Lees het verhaal
28 september 2016

De oorwurm

Rond het middaguur reden we Florida binnen. De 47e staat die we in de VS mogen bezoeken in al die jaren. Nog slechts drie te gaan. North Dakota, Alaska & Hawaii. Het zal nog wel even duren voordat we ook die drie staten kunnen afvinken. Maar goed. Florida dus. Ook wel bekend als ‘The Sunshine State’. De staat waar altijd de zon schijnt. Behalve vandaag dan.

Het is dag 19, en qua afstand zijn we pas op 2/3 van het totaal. Ergens dienen er dus flink wat kilometers gemaakt te worden. Vandaag was de eerste van de twee dagen waarop we behoorlijk wat kilometers dienen te maken. De reis startte in New Orleans en eindigde in Tallahassee, de hoofdstad van Florida. Onderweg maakten we nog een korte stop in die andere staat waar een wereldberoemd nummer over is gemaakt. Als we het bord op de staatsgrens zien staan, beginnen we automatisch te neuriën. Gegarandeerd dat het nummer zich in je oor nestelt als je op onderstaande foto klikt.



De eerste stop in Florida was er een die noodzakelijk was. Althans dat bleek achteraf. Op een bord langs de weg stond een bord met daarop de vermelding ‘Buy you SunPass, needed for toll roads, here’. Dat we tol dienden te betalen in gedeelten van Florida, dat wisten we wel. Aangezien we al enkele jaren op rij een boete hebben moeten betalen omdat op sommige tolwegen alleen maar met een pas kon worden betaald, besloten we om toch maar even te gaan informeren. En inderdaad, op de wegen rondom Miami kan alleen maar middels een pas worden betaald. Dus van de gelegenheid maar gebruikt gemaakt om de SunPass te kopen.



Daarna door naar Tallahassee, de hoofdstad van Florida en tevens de eindbestemming voor vandaag. Het weer was niet zo heel geweldig zou je kunnen zeggen. Het kwik bleef vanmiddag steken op een schamele 25 graden. En eerlijk gezegd, is dat wel even wennen als je al een tijd temperaturen van boven de 35 graden gewend bent. Toen het ook nog eens begon te regenen, hoopten we dat de SunPass niet alleen maar op tolwegen werkt, maar ook op andere. Onderweg passeerden we nog een tijdzone, waardoor we nog een uur ‘verloren’. Het was al vrij laat toen we in Tallahassee de auto hadden geparkeerd, dus heel veel tijd om dingen te bekijken hadden we niet. De eerste stop was het nieuwe Capitol gebouw. Hier mochten we naar de bovenste verdieping om zo de donkere wolken over de stad goed te kunnen bekijken. Hierna nog even een foto maken van het oude Capitol gebouw. En tussen de druppels door nog een korte wandeling gemaakt. Op weg naar het hotel kwamen we nog een spellenwinkel tegen. Waarschijnlijk dat we toch een ingebouwde radar voor dit soort winkels hebben, want we hadden dit niet van te voren opgezocht.
Lees het verhaal
27 september 2016

De paraplu en de zon

There is a house in New Orleans
They call the Rising Sun

Velen zullen de eerste regels van dit uit de 18e eeuw stammende Engelse lied kennen. De moderne versie is bekend geworden door de zanger Dave van Ronk. In 1962 coverde een of andere zanger Bob Dylan het nummer en zette het op zijn eerste LP. Dave van Ronk kon het nummer niet meer live spelen, omdat iedereen dacht dat hij het van Bob Dylan had gecoverd. Toen in 1964 The Animals een wereldhit hadden met het nummer, kon Bob Dylan het niet meer live spelen, omdat iedereen dacht dat hij het gecoverd had. Het nummer is ontelbare malen gecoverd, en niemand zal het origineel uit de 18e eeuw nog kennen, maar waarschijnlijk heeft iedereen de versie van The Animals in het achterhoofd.

Maar de eerste twee regels maakten ons nieuwsgierig. Waar in New Orleans is het huis van de reizende zon? Na de speurtocht naar Robert Johnson, was het tijd voor de volgende zoektocht op het internet en in boeken. Vele verhalen zijn er ook hier over geschreven, maar over het algemeen het meest waarschijnlijk is de versie waarin wordt verhaald dat het nummer gaat over een bordeel dat bestuurd werd door Madame Marianne Le Soleil Levant, waarbij de achternaam van Madame Marianne niets meer en minder betekent dan De Reizende Zon. Dit bordeel zou gevestigd zijn geweest op 828 Saint Louis Street. Vandaag de dag bestaat het huis nog, en zit er een advocaat in. Eigenlijk is er dus niets veranderd. Zowel in de 18e eeuw als vandaag de dag, wordt men in het pand genaaid.


Gisteren hebben we al veel van de bezienswaardigheden van New Orleans gezien. vandaag wilden we gaan rondwandelen in het beroemde French Quarter. Geen echte hoogtepunten kan men hier vinden, het gaat om het totaalplaatje. Eigenlijk precies zoals in steden zoals bijvoorbeeld Venetië. Het is alles bij elkaar wat het tot een geweldig leuke stad maakt.


Geweldig leuk. Inderdaad. Gisteren tikten we nog dat het tegenviel, maar dat was over New Orleans by Night. De verhalen die men daarover kan lezen scheppen toch een bepaald verwachtingspatroon en daar kon de stad simpelweg niet aan voldoen. Althans niet in onze ogen. Maar vandaag scheen de zon, en dan is alles anders. We deden wat we het liefste doen in een stad zonder noemenswaardige hoogtepunten. Dwalen door de steegjes. Zwerven richting de bekende gebouwen. Dolen langs onverwachte kleinigheden. En dat konden we hier.

We werden verrast door het ene na het andere leuke beeld. Maar wat wellicht het hoogtepunt van de dag was, was het feit dat een geocache ons leidde naar een graffiti afbeelding van de bekende Britse artiest Banksy. De afbeelding wordt sinds enkele jaren beschermd door een plaat plexiglas, nadat bouwvakkers in 2014 de afbeelding om de hoek hadden verwijderd. De afbeelding van het meisje met de paraplu wordt geschat op een kleine $1,1 miljoen.

Aan het einde van de dag kunnen we zeggen dat deze stad ook een geweldige stad is. We hebben genoten, net zoals we dat in Venetië destijds hebben gedaan. Het totaalbeeld dat deze stad geeft, maakt het zeker de moeite waard om hem te bezoeken.
Lees het verhaal
26 september 2016

De ontruiming

Keurig in het gelid staan we bij de mijnheer van de beveiliging. We halen onze zakken leeg, en deponeren alles in de, van vliegvelden bekende, plastic bakken. Vervolgens gaan deze door een röntgenapparaat en zoals gewoonlijk heeft mijn cameratas wat extra aandacht en vragen nodig. Geduldig beantwoord ik deze en ga ook zelf door de metaaldetector. Alles is goedgekeurd en we mogen naar binnen. We melden ons keurig aan de balie van het State Capitol van Louisiana, zoals de mijnheer van de beveiliging ons verteld had te moeten doen. Ook hier beantwoorden we weer keurig alle vragen die de mevrouw aan de balie had. Wat we verkeerd hebben gezegd, is waarschijnlijk iets waar we altijd naar zullen moeten blijven gissen, maar feit is dat plotseling alle alarmbellen gingen rinkelen en dat het hele gebouw geëvacueerd diende te worden.


Daar stonden we dan. Buiten op de trap die normaal gesproken uitsluitend toegankelijk was voor de gouverneur en zijn werknemers. Een andere mijnheer van de beveiliging vertelde ons dat het waarschijnlijk slechts een oefening was en dat we 10 minuten later weer door de hoofdingang naar binnen mochten. Ruim een half uur later, waarschijnlijk was het een test hoe lang we in de volle zon konden blijven staan, mochten we weer naar binnen. We gingen naar de bovenste verdieping en genoten van het uitzicht. Na het bezoek van wederom een provinciehuis van een Amerikaanse staat was het tijd om verder af te reizen naar het zuiden.


Naar New Orleans om precies te zijn. Ruim anderhalf uur later dan gepland kwamen we in deze stad aan. We maakten een stop bij het Katerina Hurricane Memorial en gingen lunchen in het City Park.


Na onze lunch nog een stukje gewandeld door dit verrassend leuke park. Om heel het park te bekijken hadden we helaas geen tijd voor, omdat we ook nog even langs de Mid City Yacht Club wilden gaan, welke wordt uitgebaat door familie van Rob & Tracy. Helaas waren ze vandaag niet aanwezig, dus hebben we maar een briefje achtergelaten ,waarin we ze vertelden dat ze de groeten van onze twee Amerikaanse vrienden moesten hebben.


Het werd al laat, en we dienden snel naar het hotel te gaan, het is immers weer tijd om wat kleren te wassen. Maar eerst nog even een bezoekje brengen aan het Armstrong Park. In dit park staat een beeld van een van de bekendste toeteraars ter wereld, Louis Armstrong. Als ik eenmaal bij het beeld sta, kan ik eigenlijk maar één ding bedenken:

I see skies of blue and clouds of white
The bright blessed day, the dark sacred night
And I think to myself what a wonderful world.


Aangezien we deze avond ook nog even de stad van de jazz in wilden gaan (ook omdat we een event hadden georganiseerd), dienden we dus op tijd te zijn. Na het avondeten dus de stad in. Eerlijk gezegd viel ons de hoofdstad van de jazz een beetje tegen. Toeristenwinkels en bordelen hadden de overhand boven gezellige barretjes waar live muziek uit klonk. Nee, wat dat laatste betreft valt New Orleans ons enorm tegen. Juist de stad waar we wat dat betreft het meeste van hadden verwacht kan ons op dat gebied het minste van de drie muziekhoofdsteden die we deze trip hebben bezocht bekoren.


Wat ons betreft is de top 3 van muziekhoofdsteden in Zuid-USA als volgt:
3. De hoofdstad van de jazz. New Orleans
2. De hoofdstad van de blues en geboorteplek van de rock ‘n roll. Memphis
1. De hoofdstad van de country. Nashville
Laatst genoemde was een waar feest op straat en in de bars. Zelfs wij als anti-stappers genoten hier volop van de muziek en sfeer. Echt een aanrader wat dat betreft.
Lees het verhaal
25 september 2016

De gemakstoerist

Iedereen die ons een klein beetje kent, weet dat wij het liefst zo min mogelijk de gemakstoerist uithangen. Aangezien de spellingscontrole meteen het woord gemakstoerist rood onderstreept, zal ik maar even verklaren wat ik hiermee bedoel. Een gemakstoerist is iemand die geld betaalt, en verder wordt alles voor hem geregeld. Hij hoeft niet na te denken waar hij heen dient te gaan, dat wordt voor hem geregeld. Hij hoeft niet na te denken waar hij de mooiste foto’s kan maken, dat weet de gids. Diezelfde gids maakt ook graag even een foto van jou zodat je iedereen kunt laten zien dat je toch écht op die plek bent geweest. Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts….


Maar soms ontkomt men er gewoon niet aan. Ook wij niet. Wij wilden heel graag een rondvaart door het Atchafalaya-moeras maken. Dit is een moerasgebied in het zuiden van de staat Louisiana. Hier leven veel soorten vis en vogels, maar ook de cipres-bomen die in het water staan met hun wortels maken het een heel bijzonder gebied. Talloze aanbieders van boottochten door dit moerasgebied zijn er te vinden, maar om de een of andere, ons onbekende reden, hebben zij allemaal, vaag uitziende, websites die in het jaar 19-stilletjes lijken te zijn ontworpen. Alles behalve vertrouwenwekkend dus. De prijzen van een rondvaart, zijn ook van een dermate niveau, dat je niet zomaar blindelings even je creditkaart laat plunderen om vervolgens niets te krijgen. Uiteindelijk de keuze gemaakt voor een aanbieder. Datum en tijd waarop we wilden geprikt. Of we vervolgens eventjes $450 wilden overmaken omdat verder nog niemand geboekt had voor die datum. Als er meer mensen zouden boeken, zouden we het geld teruggestort krijgen. Dat werd hem dus ook niet. Na lang zoeken kwamen we terecht bij iemand die blijkbaar is geselecteerd als dé bewaker van het Atchafalaya-gebied. We konden niet online boeken. We dienden zelf contact op te nemen om een afspraak te maken. Betaling uitsluiten à contant na afloop van de rondvaart. Zo gezegd, zo gedaan. Na een mailwisseling wisten we dat het minimaal aantal deelnemers 2 was en het maximaal aantal deelnemers 6. Dat klonk ons als muziek in de oren. We kregen een adres waar we deze ochtend om half tien dienden te staan. De eerlijkheid gebied ons wel te vertellen, dat we niet heel veel vertrouwen hadden in het feit dat er ook daadwerkelijk iemand op de afgesproken plek zou staan deze ochtend. Ruim op tijd zijn we op punt nul. We maken een praatje met een paar lokale bewoners. De overstromingen in dit gebied vielen wel mee volgens hen. Aan de andere kant van de rivier (richting Baton Rouge) was het wel erg. Ze vroegen of we een tocht door het moeras gingen maken. Na een bevestigend antwoord te hebben gegeven, vertelde de vriendelijke mannen ons lachend dat onze afspraak waarschijnlijk wel zou komen. Ze gingen ontbijten zeiden ze, en draaiden een fles Bourbon open om die vervolgens aan de mond te zetten voordat ze met hun auto wegreden. Waarschijnlijk zou onze afspraak wel komen…. Maar wonderwel, tien minuten voor half tien, komt er een pick-up truck aangereden, met daarachter een trailer met daarop een boot. Onze afspraak. We zijn maar met zijn tweeën vandaag vertelt hij ons. Eigenlijk dus een privé-toer waarvoor we bij de andere organisatie $450 dienden te betalen. Na een korte rit naar de rivier wordt de boot te water gelaten en kunnen we op pad.


Op water beter gezegd. Na een korte uitleg van onze gids, Albert Wilson, een student moeraswetenschappen aan de universiteit van Baton Rouge, gaan we met een noodvaart de rivier op. We vertrouwen erop dat hij weet waar de mooie plekjes zijn. Na een korte tijd vermindert hij plotseling snelheid en laat ons een ibis zien. Natuurlijk heeft deze vogel geen geduld, en voordat wij onze camera hebben scherp gesteld is de vogel gevlogen.


We varen verder. Regelmatig legt Albert de boot stil en vertelt ons allerlei wetenswaardigheden over dit moerasgebied en de vogels die we zien. We horen dat het gebied overwoekerd wordt door de waterhyacint. Fraai om te zien, maar de plant is niet inheems, en hoort er niet thuis. Wel is de bloem te eten, en als echte gemakstoeristen nuttigen we korte tijd later verschillende van deze, naar kruidige sla smakende, bloemen.


Met het fotograferen van de vogels hebben we niet zo heel veel geluk, al weet Marieke wel een visarend op de chip vast die leggen die hoog in de boomtoppen zit.


De vissen hebben we niet geprobeerd te fotograferen, ondanks dat we een onderwatercamera hebben. De schrik dat er plotseling een alligator geïnteresseerd is in het toestel is toch te groot. Wellicht dat we dat niet hadden hoeven te zijn, want we hebben vandaag geen enkele alligator gezien. Ook dat laatste was één van de redenen om voor deze organisatie te kiezen. Overal maakten zij duidelijk dat ze niet garandeerden dat ze alligators, of überhaupt maar iets van dieren konden laten zien. Deze leven immers in het wild en doen hun eigen ding zo staat op hun website uit 19-stilletjes te lezen.


Wild of niet, we genoten van dit prachtige en bijzondere landschap. Vele schitterende plekjes hebben we gezien. Maar toch, gezeten achterin de boot voelde ik me een gemakstoerist. Ik had totaal geen invloed op de plekjes waar ik een foto wilde maken. Zag ik een mooi doorkijkje, legde onze Albert de boot 50 meter te ver stil, waardoor de compositie toch weer nét niet helemaal was zoals ik hem graag zelf had gezien. Nee, de keuze om voltijd gemakstoerist te worden is voorlopig nog niet aan mij besteed.


Na de rondvaart van twee uur, gingen we verder. Zelf op pad. We hadden tijdens het bekijken van een documentaire een shot gezien, van de Atchafalaya-brug. Deze brug is 29,29 kilometer lang en gaat in zijn geheel door het moerasgebied. Het beeld dat we te zien kregen, was weliswaar van bovenaf genomen, maar wellicht konden we dit door de mens geschapen spektakel zelf ergens vastleggen. We reden de brug op, en zagen een imposante brug. Maar op je gemak fotograferen met 100 kilometer per uur op een brug is niet heel verantwoord te noemen. Na de brug verlaten te hebben, maakten we onze lunch en verorberden deze. We keerden onverrichterzake terug richting het beginpunt van de brug, en net voordat we de brug verlieten, zag Marieke enkele auto’s staan naast de brug. We namen de afslag, en met de GPS in de hand, gingen we op zoek naar de plek waar de auto’s zouden moeten staan. We stapten uit en konden hetgeen vastleggen wat we graag wilden.


De volgende stop was de oude katoenplantage Rosedown Plantation. Na gisteren een vakantiehuis van de eigenaar te hebben bezocht wilden we natuurlijk ook een katoenplantage zien. De keuze viel op deze. We betaalden voor de rondleiding door het huis en toegang tot de tuin. We wandelden de tuin in, en waren toch behoorlijk teleurgesteld in hetgeen we te zien kregen. Ik denk aan Rob & Tracy die afgelopen week een tuin in Italië bezochten en zich afvroegen waarom een gedeelte van het entreegeld niet aan onderhoud van de tuin werd gespendeerd. Datzelfde was hier van toepassing. Beelden van wit Carrera marmer stond er in de folder te lezen. Hoe goed we ook keken, we zagen alleen maar groene beelden. An sich was de tuin wel fraai, maar had honderd keer beter kunnen zijn, als er ook maar enige vorm van onderhoud gepleegd zou worden.


De rondleiding door het huis was wel de moeite waard. Hier kregen we veel informatie te horen en, net zoals gisteren, veel pracht en praal te zien.


En toch, het geheel was niet compleet. Want wat misten we? Juist, de plantage en de slavenhuizen. Nergens waren deze op deze plantage te vinden. Vreemd op zich als een organisatie zich plantage noemt. Misschien dat we morgen meer geluk hebben.
Lees het verhaal
24 september 2016

Het spookhuis

Ik kijk naar rechts. Naar Marieke. Gelukkig ook zij heeft haar gordel om. Met twee handen houd ik het stuur stevig vast. Alles rammelt en schudt. Ik ben ervan overtuigd dat we ieder moment wereldgeschiedenis kunnen gaan schrijven. Maar op de een of andere manier gaat het nog niet lukken. Voorzichtig buig ik mijn hoofd iets naar beneden en kijk ik op het instrumentenpaneel. Ook daar zit alles nog op zijn plek. Snel controleer ik alles. Temperatuur? Check en oké! Brandstofniveau? Check en oké? Snelheid? 15MPH! Aan de hand dat alles rammelt en schudt, zou men er toch van overtuigd moeten zijn dat het ieder moment kan gebeuren. Ik kijk in de achteruitkijkspiegel en zie daar een enorme rookwolk. Dat is een heel goed teken. Voorzichtig duw ik met mijn rechtervoet het pedaal iets verder naar beneden. 16…. 17… 18…. Nog niets. Nog iets verder dan! 19…. 20…. 21…. Nog steeds niets! Met de moed der wanhoop doe ik een ultieme poging door het pedaal nog verder naar beneden te duwen. Ik heb het idee dat ieder moment alles uit elkaar kan vallen. Uiterst voorzichtig controleer ik de snelheid. 25MPH!!!! Ik laat het gaspedaal voorzichtig weer iets naar boven komen, en ben een beetje teleurgesteld in het feit dat wij niet de eerste mensen zullen zijn die met een auto op een onverharde weg opstijgen.

Toen we gisteren in Jackson zaten te genieten van een kop cappuccino, lazen we in een lokale krant de volgende kop. Rodney, Mississippi, is it a ghost town? Read it next Sunday. De laatste twee woorden in de eerste regel trokken onmiddellijk onze aandacht, aangezien we beiden gek zijn op spookstadjes. Het vraagteken werd voor het gemak maar genegeerd. En we hebben niet tot zondag de tijd om te wachten wat er in de krant zou komen te staan. We zochten op waar Rodney zou moeten liggen, en wonderwel zou het in onze route voor vandaag kunnen passen. We dienden daar alleen iets eerder voor op te staan. Zo gezegd, zo gedaan en deze ochtend ging de wekker weer op de normale tijd. Kwart voor zes. Het spookstadje zou op iets meer dan een uur rijden van het hotel vandaan liggen. Alles ging voorspoedig, en het kwik steeg buiten weer gestaag aldus de boordcomputer. Op tien kilometer voor de bestemming nemen we de afslag. Al snel verdwijnt het asfalt en rijden we over een onverharde weg. Zo hoort het eigenlijk ook als je onderweg bent naar een spookstadje. Vaak zijn we al voor verrassingen komen te staan, zoals in 2010 toen we onderweg naar Cody waren en plotseling voor een enorme poel stonden, waar we met onze auto niet doorheen konden. Resultaat was dat we een omweg dienden te maken van ruim drie kwartier om daarna een honderdtal meter voorbij de poel het zandpad weer op te draaien. Met dat nog in het achterhoofd volgen we dit zandpad. Eigenlijk is het nog niet eens zo heel slecht. Alles loopt voorspoedig en voordat we het weten, parkeren we de auto in Rodney, Mississippi. Meteen werd het vraagteken dat gisteren in de krant stond al duidelijk. Dit is namelijk geen spookstadje. Er wonen nog gewoon mensen. Aan alles is te zien, dat dit nog niet zo heel lang het geval is, maar het is bewoond. Wel staan er verschillende verlaten, half ingestorte gebouwen met daarin nog wat meubilair. Zoals het een fatsoenlijk spookstadje betaamt. We lopen door het stadje. Als we bij de kerk zijn gearriveerd, zie we dat, heel uitnodigend de deur openstaat. Voorzichtig zetten we een voet over de drempel, en de vloer kraakt, maar zal ons zonder enige twijfel houden. Het licht schijnt fraai door de ramen, en voor een van de ramen staat een stoel. De nodige foto’s worden gemaakt en we lopen terug naar de auto. De navigatie wordt ingesteld op de volgende bestemming. Natchez, Mississippi. De weg is onverhard en stukken slechter dan de zandweg waarover we naar Rodney zijn gereden. Ondanks dat de snelheid laag ligt, schudt alles aan de auto. Na een kilometer of 12 komen we bij een enorme poel aan die de weg blokkeert. We besluiten om om te keren, en de weg terug te volgen. Ruim 20 kilometer stof happen later, draaien we weer de harde weg op.

In plaats van netjes naar de navigatie te luisteren, besluiten we om de andere kant op te rijden. We hebben op de hand-GPS een paar caches zien liggen. We komen terecht op een universiteit, en Marieke kan wederom een stadion van haar lijstje afstrepen. Na een wandeling van een klein half uur over de campus gaan we dan eindelijk op pad naar Natchez, Mississippi.

We parkeren de auto bij de eerste mansion van een katoenplantage. Vandaag is het National Park Day, wat inhoudt dat de toegang gratis is. Als echte Nederlanders zijn we daar natuurlijk niet vies van. We bestellen twee kaartjes voor de rondleiding. De volgende start pas 2½ uur later. We rijden naar het centrum en wandelen daar rond. We genieten van de vele fraaie gebouwen. Terug bij de mansion leren we dat er geen plantages in Natchez waren, maar dat een mansion een vakantiehuis voor een plantage-eigenaar was. De rondleiding duurt bijna een uur, en we genieten van dit fraaie vakantiehuis, dat na de burgeroorlog maar liefst 18 jaar heeft leeggestaan en destijds dus eigenlijk ook een spookhuis was. Na de rondleiding, waarin we leren dat 85% van het interieur nog het orginele is, bewonderen we nog enkele andere vakantiehuizen. We volgen daar geen rondleiding, want beiden hebben we het idee dat het dan toch meer van hetzelfde wordt. Als we alles hebben gezien dat op ons lijstje stond is het tijd om te gaan dineren.

Door naar het hotel. We arriveren laat op de avond, en als we in de kamer zijn, ontdekken we dat we geen WiFi hebben. We vragen en krijgen een andere kamer, maar ook die heeft geen WiFi bereik. Dat is iets dat we pas een keer eerder hebben meegemaakt tijdens onze rondreizen door de VS. In de lobby is wel, zij het tergend langzaam, internet beschikbaar. Volgens de receptioniste kwam dat door de overstromingen van een week of 6 geleden. Wat voor excuus ze ook willen gebruiken, het hotel adverteert dat er in iedere kamer WiFi beschikbaar is. Vervolgens vind ik dat als we ruim $120 voor een overnachting neer dienen te tellen, dat we krijgen waar we voor betalen. En het lijkt me dat 6 weken ruim voldoende is om iets te herstellen. We besluiten om het verhaal van de dag maar op de kamer te tikken, om het vervolgens in de lobby online te zetten. Zonder foto’s, want om die te kunnen uploaden zal waarschijnlijk uren duren.
Lees het verhaal
23 september 2016

De warmte

We zijn al weer over de helft van deze rondreis. Inmiddels hebben we iets meer dan 4000 kilometer gereden. Wat de afstand betreft zitten we al ruim over de helft, al komen er nog wel een paar lange reisdagen aan. Voordat we vanuit Nederland vertrokken, gaven de weersvoorspellingen voor onze trip niet veel goeds aan. Regen, regen en nog eens regen. Gelukkig voor ons, hebben ook hier de weermannen het wel eens mis. Behalve een stortbui vorige week zaterdag, gevolgd door een regenachtige zondag, hebben we strak stralend weer gehad. Temperaturen van boven de 35? zijn meer regel dan uitzondering. Neem deze ochtend. Om half tien was het kwik al bij 30? aanbeland. Later op de dag werd het zelfs 37?. Gelukkig voor ons, is het over het algemeen goed te doen, en is het alleen maar warm. Vandaag was het anders. Het was warm. Héél warm. Niet benauwd zoals in Nederland meteen het geval is al het warmer dan 23? graden wordt. Het was gewoon ontzettend warm. Zo warm zelfs, dat de Mississippi-rivier drie aftakkingen vormde op mijn lichaam. Één aan de voorzijde, één aan de achterzijde en de derde bron was boven op mijn hoofd. Maar mij hoor je niet klagen. Liever dit dan regen. Alhoewel je wel van beide doorweekt raakt.

Aan het einde van de geweldige dag van gisteren, zagen we vanuit onze ooghoek, een fraai plaatje. We hadden geen goesting om om te keren, aangezien we gisteren op tijd in ons krotje wilden zijn, maar de markeertoets op de GPS die altijd aanstaat, werd wel meteen ingedrukt, zodat we vandaag zo terug konden rijden naar dit plekje. Zo gezegd zo gedaan. En nog voordat we uitgecheckt waren in het hotel (dat kon pas na 8:00 uur ‘s morgens), stonden we al te genieten van een fraai stukje natuur, zoals we dat de komende weken nog enkele keren hopen te zien.


Na dit stukje natuurgeweld, was het tijd om de sleutel van de hotelkamer in te leveren, en verder te rijden naar het doel van vandaag. De slagvelden van Vicksburg. Om eerlijk te zijn, hebben we ons niet al te veel verdiept in deze slagvelden. Mede omdat deze overal met alle mogelijke superlatieven werden aangeprezen. Op zich is het al wel vreemd om een slagveld aan te prijzen, maar vooruit.


Achteraf gezien, hadden we misschien wel iets meer moeten bekijken over dit Nationale Park. In 2006 en 2014 hebben we Gettysburg NMP al bezocht. Dit heeft destijds een onuitwisbare indruk op ons gemaakt. Vicksburg NMP is eigenlijk meer van hetzelfde. Honderden oorlogsmonumenten (1325 om precies te zijn) die langs de weg staan. Als de persoonlijke delen uit het verhaal worden gehaald, wordt er hetzelfde verhaal verteld als in Gettysburg NMP. Niet dat het niet de moeite waard is. Integendeel zelfs. Maar als je één park al eens hebt gezien, is het wellicht wel genoeg, en is het geen noodzaak om het andere ook te bezoeken.


We waren dan ook vrij vlot door het park, waardoor we plotseling nog enkele uurtjes tijd over hadden. Aangezien we op slechts drie kwartier rijden van de hoofdstad van Mississippi af zitten, besloten we om daar even heen te rijden en een stukje te gaan wandelen. Natuurlijk ook meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om het State Capitol van Mississippi te bekijken. Al met al weer een hele leuke, en een hele warme dag.
Lees het verhaal
22 september 2016

Het kruispunt van ons bestaan

De legende wil dat Robert Johnson naar de crossroads was gegaan om daar zijn ziel te verkopen aan d’n duvel. En vanaf die dag kon hij spelen als geen ander en schreef ie bluesklassiekers zoals Crossroads Blues. Maar het was een man zoals iedere man. Oftewel gek van drank en vrouwen. En die combinatie zou uiteindelijk ook hem fataal worden. Want hij moest optreden in een kroeg en vlak voor het optreden zat ie met de vrouw van de kroegeigenaar te praten. Veel te intiem te praten. Dus die kroegeigenaar die pakte een fles whisky, deed daarin wat gif en gaf die fles aan Robert Johnson en zei: “Alsjeblieft meneer, drink maar leeg.” En Robert Johnson dronk die fles die avond nog leeg en zou ook die avond nog ziek worden en zou drie dagen later komen te overlijden. Slechts 27 jaar oud.


Hierboven een stuk uit het couplet van het nummer “Kruispunt” van Allez Soldaat uit 2010. Zes jaar oud dus alweer, en voor ons beiden nog steeds één van de beste Nederlandstalige Americana nummers die er zijn gemaakt. Het nummer kunnen we dromen. Toen we iets meer dan een jaar geleden een documentaire zagen over het Zuid-Oosten van de VS, werd de blues-route aangestipt. Hierin kwam uiteraard Robert Johnson naar voren. Heel interessant, maar verder deden we er, behalve even opzoeken waar precies het gebied nu was, niet zo veel mee. Toen vorig jaar bekend werd, dat we dit jaar het Zuid-Oosten zouden gaan bezoeken kwam die documentaire weer boven drijven. En dat was waar de speurtocht begon. De speurtocht naar het kruispunt waar Robert Johnson zijn ziel aan de duivel zou hebben verkocht. Op zoek naar waar de legende was vergiftigd. Op zoek naar de plek waar hij was begraven. Noem het maar op. Het leek ons leuk om in de voetsporen van één van de meest invloedrijke én onbekendste artiesten uit de geschiedenis van de moderne muziek te treden. En dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan, en de speurtocht begon.


Als eerste de Crossroads, oftewel het kruispunt dat in het nummer wordt bezongen, en omschreven als volgt:
En hij zegt welkom op het kruispunt van je bestaan
Je kunt nu kiezen om te leven vanuit mijn naam
De meeste gemakkelijk oplossing ligt in Clarksdale. Op het kruispunt van Highway 61 & Highway 49 staat een paal met daarop drie gitaren geplaatst. Dit zou de plek moeten zijn, waar Robert Johnson zijn ziel aan de duivel verkocht heeft. Er is echter één klein probleem met deze plek. Robert Johnson is overleden op 16 augustus 1938. Die dag, was het kruispunt met de gitaren er nog niet. Dus er diende verder gezocht te worden. Vele avonden werden afgezocht op het internet. Vele boeken en verhalen werden doorgespit. Altijd was de conclusie hetzelfde. Waarschijnlijk zou het kunnen zijn dat, heel misschien het kruispunt waar Robert Johnson zijn ziel heeft verkocht bij een oude plantage genaamd “Dockery Farms” ligt. Punt toegevoegd aan de route van vandaag, als één van de belangrijke locaties.


Dit punt was sowieso meer dan de moeite van het bezoeken waard. De gebouwen waren schitterend gerestaureerd, en ook wordt deze plek gezien als dé geboorteplaats van de blues.


De volgende locatie die gezocht diende te worden, was de kroeg waar Robert Johnson zou zijn vergiftigd. Alhoewel deze gemakkelijk was, diende er toch nog een tijd gezocht en gelezen te worden, waar het precies was. Op Internet circuleert een foto, van een plek die de bewuste kroeg zou zijn. En inderdaad, in de jaren dertig bestond het pand. Maar helaas is het geen kroeg, maar een benzinepomp. Niemand die weet of het ooit wel een kroeg is geweest. Iemand die de bewuste avond in 1938 bij het optreden van Robert Johnson aanwezig is geweest wijst een hele andere plek aan. De kroeg stond op het kruispunt van Highway 7 & Highway 82. Ook die snelweg is verlegd, maar er zijn nog wel tekeningen van waar de weg heeft gelegen, en de bewuste weg is ook nog in gebruik. En de kroeg? Die is in 1942 door een orkaan volledig vernietigd.


Als laatste het graf van Robert Johnson. En dan wordt het pas echt een probleem, want wat blijkt. Onze Robert blijkt maar liefst drie graven te hebben. Van alle drie de graven weten we, na lang zoeken de locatie te achterhalen. Iets wat, zeker in deze tijd, toch ook wel gek is. Men zou verwachten dat er gewoon een lijstje met adressen en locaties van alle punten die over de legende van Robert Johnson verhalen zou zijn. Niet dus. Alle drie de graven worden door ons bezocht. Het eerste graf is heel eenvoudig. Een betrekkelijk nieuwe grafsteen bij een klein kerkje.


Een kilometer of vijf verderop zou het tweede graf liggen. Ook dit ligt op een kerkhof bij een kleine kerk en wordt zonder problemen gevonden door ons. Het wordt voor ons al snel duidelijk dat meneer Johnson hier niet ligt begraven. Op de steen zelf staat namelijk dat het een herdenkingsmonument is.


Dan op naar het derde (of eigenlijk dus tweede) graf. Volgens de kenners is dit de plek waar Robert Johnson echt is begraven. Zonder een probleem rijden we hier naartoe en parkeren we de auto bij een kleine kerk. In een oogwenk vinden we de grafsteen. Hier iets groter dan de eerste, en deze wordt ook duidelijk door meer mensen bezocht, aangezien hier talloze drankflessen en andere dingen zijn achtergelaten.


Behalve deze plekken hebben we ook nog andere plekken bezocht die belangrijk waren in het leven van Robert Johnson of die van andere blues legendes zoals B.B. King. Zo bezoeken we bijvoorbeeld het wereldberoemde bluescafé van Po’ Monkeys, dat vandaag de dag nog steeds beroemde bluesartiesten ontvangt.


Al met al hadden we een route uitgezet van ruim 300 kilometer, en we hebben genoten van iedere meter die we reden. Onderweg werd het duidelijk dat dit deel van Amerika veel armer is dan de andere delen die we hebben bezocht. Ook kunnen we ons voorstellen dat er mensen graag teruggaan naar dit gebied. Hoe dat komt? De mensen zijn hier oprecht vriendelijk. Men helpt elkaar, zonder er iets voor terug te verwachten. Men groet Jan en alleman op straat. Ondanks de armoede is het toch een gezellige bende.


Aan het eind van de route wacht het hotel op ons. Het hotel waar we in juli al over tikten. Beter gezegd onze ‘shack’ oftewel krot wacht op ons. We checken in en openen de deur van het krot. Gelukkig is dit krot van alle gemakken voorzien. Toilet, douche, airconditioning én WiFi. Nadat we de spullen uit de auto hebben gehaald, gaan we op ons terras in een schommelstoel zitten.


We genieten van onze rust. Bijna vijftien volle minuten welteverstaan, want dan begint het alweer te kriebelen. Het is tijd om verder te gaan. Op weg naar het volgende kruispunt in ons bestaan.
Lees het verhaal
21 september 2016

Graceland. In Memphis, Tennessee

Daar zit ik dan. Mijn rug tegen een paal. Twee nummertjes boven mijn kop. Twee nummertjes waar ik al twaalf maanden naar uit kijk om die samen aan een paal bevestigd te zien. 61 & 49. Nietszeggend voor de meesten. Van veel betekenis voor velen.
Daar zit ik dan. Kijk voor me uit. Kijkend naar hetgeen nog komen gaat. Achter me liggen katoenvelden zover het oog kan zien. Ik hoef me daar niet voor om te draaien. Ik weet het gewoon. Ik droom weg. Weg naar het verleden. Weg naar dat wat is geweest. In gedachten zie ik de slavenarbeiders op die katoenvelden ploeteren in de verzengende zon. Ondanks alle ellende zingen ze. De blues, wie kent het niet. Ik mag hier nu zitten, op de splitsing van Highway 61 & Highway 49. Hier op dit punt is de blues geboren. Althans volgens de verhalen dan. Jammer dat vroeger beide wegen elders bij elkaar kwamen, en niet hier.
Daar zit ik dan. Voor me zie ik nog steeds niets. Kan ik kijken naar hetgeen wat komen gaat wat ik wil. Maar ik weet niet wat komen gaat. Ik kan het alleen maar dromen. En hopen. Daar zit ik dan. In gedachten keer ik wat verder terug naar het heden. Naar de dag van vandaag om precies te zijn.
Daar zit ik dan. Genietend van de dag die vandaag is geweest.

En plots ben ik wakker. Uitslapen was het devies van vandaag. Althans voor mij uitslapen dan, want de wekker die liep pas om zeven uur af. Behalve de nummers 61 & 49, spookt er ook al bijna 12 maanden een nummer van Paul Simon door mijn hoofd.

The Mississippi Delta was shining
Like a National guitar
I am following the river
Down the highway
Through the cradle of the civil war
I’m going to Graceland
Graceland
In Memphis Tennessee
Vandaag om half 10 zou het dan eindelijk zo ver zijn. En zouden we worden verwelkomt op Graceland, het landgoed van wijlen Elvis Presley. Om heel eerlijk te zijn, heb ik niet zo heel veel met Elvis. Behalve dat ik zo ongeveer al zijn films meer dan één keer heb gezien, en waarschijnlijk 75% van zijn nummers ken. Heb ik er niet zo veel mee. Hij stierf toen ik net drie jaar was. Marieke was niet eens geboren. Die heeft er dan ook nog minder mee dan ik ermee heb. Maar feit is, dat je gewoon niet om Graceland heen kunt als je een bezoek aan Memphis brengt. Dat zou net zo iets zijn als dat je Parijs bezoekt zonder de Eifeltoren te bekijken. Rome zonder het Colosseum te bezoeken. Londen zonder de Big Ben te bewonderen. San Francisco zonder de Golden Gate Brug. Eindhoven zonder het….. Laat maar, ik denk dat men wel weet wat ik bedoel. Goed Graceland dus.

Ik had verwacht dat men in de rij zou staan om ons te verwelkomen. De werkelijkheid was dat wij in de rij mochten gaan staan om een glimp van het landgoed te mogen zien.


Tijdens de voorbereiding van deze trip, heb ik tientallen malen gelezen dat het huis kleiner is dan men verwacht. Goed voorbereid als ik ben, verwacht ik dus niet zo veel. We worden met een shuttlebus naar het landgoed gebracht, en als ik uitstap is het eerste wat ik denk: “Het is kleiner dan ik had verwacht.” Niet dat het in de buurt komt van de een of andere tussenwoning of een tweekapper, maar het is relatief klein.


We worden binnengelaten en beginnen de rondleiding. Het eerste wat aan de rondleiding opvalt, is het feit dat je er zo lang over mag doen als je wilt. Overal mogen foto’s gemaakt worden, zolang er maar niet geflitst wordt. We zien vele bijzondere kamers. Als er één ding is waar Marieke en ik het met elkaar over eens is, is het het feit dat over smaak niet valt te twisten.


Naarmate we verder richting het einde van de tour komen, raken we meer bekend met het leven van Elvis Presley, en krijgen we meer affiniteit met hetgeen hij in zijn carrière heeft bereikt. We komen erachter dat hij de eerste artiest is die meer dan een miljard geluidsdragers heeft verkocht. Een miljard…. Dat zijn er zoveel dat ik me geeneens voor kan stellen hoeveel het er zijn.


De rondleiding op het landgoed eindigt bij het graf van Elvis Presley. Alletwee hebben we nu iets meer met Elvis, als dat we dat een paar uur eerder hadden. En ook al komen er ruim 600.000 bezoekers per jaar hier, toch hebben we beiden het gevoel dat we op een bijzondere plek zijn.


Na het landgoed bezoeken we nog de autocollectie, het archief, de vliegtuigen, enzovoorts, enzovoorts. Hetgeen we allemaal te zien krijgen is zo veel dat ons hoofd ervan tolt. En alsof dat nog niet alles is. Continue, vanaf het moment dat je de parkeerplaats van Graceland op komt rijden, tot het moment dat je deze weer verlaat, klinkt er muziek van Elvis. Hij heeft een paar leuke nummers gemaakt, maar ruim vier uur Elvis aan één stuk is toch wel wat veel.


Na het bezoek aan Graceland, gaan we op weg naar The Grotto. Een ander hoogtepunt in Memphis. Degene die nog nooit van The Grotto hebben gehoord, mogen nu hun vinger opsteken. Ja, iedereen, doe maar weer naar beneden, dan doe ik dat ook. Tikt toch een stuk gemakkelijker. The Grotto is een kunstwerk met daarin de kruisweg van Jezus, gemaakt in de jaren 30 van de vorige eeuw. Bij het lezen van deze zin, is het eigenlijk al gelijk een aanrader. Maar goed dat we nog een uurtje over hadden. Op naar The Grotto dus. Om het samen te vatten, het is heel bijzonder. Maar of dit nu Kunst of Kitsch is? Tja, laat ik maar zeggen dat ik het persoonlijk iets of wat overdreven vind om dit op de lijst van cultureel erfgoed te zetten.


We hebben nog wat tijd over. Ik zoek een geocache op, en vind er één die ons de favoriete achtbaan van Elvis Presley laat zien in een oud pretpark. Het klinkt interessant, en we gaan op weg. Eenmaal op de locatie aangekomen zien we niets wat in de verte verte maar ook een klein beetje op een oud pretpark lijkt. Wel zien we in de verte een stadion. Marieke wordt weer helemaal blij, als ze ook het stadion van de Memphis Tigers van haar met onzichtbare inkt geschreven lijstje (zodat ze kan zeggen, “Ja, die staat erop, jij kunt het alleen niet zien.”) kan halen.
Nog steeds hebben we tijd over. We rijden over een oude snelweg. In de verte zie ik een bord staan. Ik zet de auto langs de kant van de weg. Ik ga tegen het bord zitten en kijk terug of hetgeen vandaag is geweest. En ik denk. Ik denk. “Mijn God, wat hebben we vandaag weer veel gezien.”
Lees het verhaal
20 september 2016

Niets gebeurd

Wandelen in Memphis….. Bij het horen van de naam van deze stad zullen de meeste mensen waarschijnlijk wel aan Elvis denken. En toch heeft Memphis meer te bieden dan alleen maar Graceland. Wat precies wisten wij ook niet, maar daarvoor hebben we verschillende reisgidsen en het Internet. Zo is Memphis de stad waar Martin Luther King Jr. is vermoord. In het Lorraine motel om precies te zijn. Het motel is omgebouwd naar een museum. Wat wel jammer is, is het feit dat het museum op dinsdag is gesloten. Gelukkig voor ons, was wel de plek waar Martin Luther King Jr. is vermoord zichtbaar. We maken de nodige foto’s en vervolgen onze wandeling door Memphis. Op deze indrukwekkende plek is er wel degelijk iets gebeurd. Ook al is het lang geleden.


Wandelen in Memphis….. We zien een oude auto staan in een garage. Van de overkant van de straat roept iemand dat we gerust even binnen mogen gaan kijken. We zien een oude Datsun, MG, Jaguar en een Corvette uit 1952. De man is inmiddels ook binnen komen rijden met een Chrysler 300 uit 1957 en vertelt honderduit over de auto’s. Dan zegt hij dat hij aan ons echt iets speciaals wil laten zien. We volgen de man naar buiten en gaan de hoek om. Hij haalt een sleutel uit zijn zak en opent de deur van een ander gebouw. Vol trots laat hij ons de oudste auto uit zijn collectie zien. Eentje uit 1908. Er tegenover staat nog een ongerestaureerde Jaguar uit 1954. Zijn volgende project zegt hij. Het is duidelijk, er moet nog veel gebeuren.


Wandelen in Memphis….. De stad die ook bekend staat als de stad waar de blues groot is geworden. Hierdoor hebben ze in Memphis hun eigen Stratumseind genaamd Beale Street. Het is middag als we er voor de eerste keer overheen wandelen, en veel is er nog niet te beleven. Er worden wat vrachtwagens uitgeladen om zo de cafés te bevoorraden. Hier en daar staat de radio aan en klinkt er bluesmuziek naar buiten. Maar eigenlijk is het nog maar een tamme boel. Maar uit alles is het duidelijk, vanavond gebeurt er hier iets.


Wandelen in Memphis… We lopen verder op Beale Street. Richting de Sun Studios. Het is een behoorlijke tippel, maar de geboorteplaats van die andere muziekstijl, Rock ‘n Roll, mogen we gewoon niet missen. In deze studio namen mensen als Jerry Lee Lewis, Johnny Cash, Roy Orbinson, B.B. King en Elvis Presley hun muziek op. Vandaag de dag is de studio nog steeds in gebruik, waardoor ook bekende namen als Sheryl Crow en U2 aan dat rijtje toegevoegd kunnen worden. We volgen de tour en deze is hoogst interessant. Iedere 45 minuten is er een tour, en ze willen je niet opjagen, maar zou je er alsjeblieft wel rekening mee willen houden dat de volgende groep eraan komt? ‘s Avonds als de rondleidingen zijn geweest, dan komen de muzikanten binnen om hun muziek op te nemen. We kunnen niet zeggen dat er hier niets gebeurt.


Wandelen in Memphis….. We lopen weer terug richting het centrum. Er staat nog één ding op het programma dat we vandaag willen doen, namelijk een rondleiding door de gitaarfabriek van Gibson. We moeten stevig doorwandelen om op tijd te zijn voor de laatste rondleiding van de dag. We worden keurig gewaarschuwd dat het mogelijk kan zijn dat de werknemers al naar huis zijn. We vinden dat niet erg, en we beginnen aan de rondleiding. Net voordat we naar binnen gaan wordt er nog even een melding gemaakt. “O ja, het is trouwens niet toegestaan om zichtbaar een telefoon of fotocamera te dragen in de fabriek.” Met andere woorden het is verboden om foto’s te maken. Dat is iets dat we niet hadden verwacht, maar zoals we wel vaker citeren: “Ut is zoals ut is en ut kumt zoals ut kumt.” De tour is er niet minder interessant om. Er zijn nog behoorlijk wat mensen aan het werk. Dus wat dat betreft hebben we geluk en kunnen we goed bekijken hoe een gitaar gebouwd wordt. Nadeel hiervan is dat doordat alle machines nog aanstaan de gids nagenoeg niet te verstaan is. Maar ook hier kunnen we niet zeggen dat er niets gebeurt.


Wandelen in Memphis….. We gaan een hapje eten en daarna is het alweer tijd voor onze derde ontmoeting met andere geocachers deze rondreis. Vier komen er in totaal gezellig kletsen. Na anderhalf uur gezelligheid is het tijd om afscheid te nemen, en het is duidelijk. Ook hier is er iets gebeurd.


Wandelen in Memphis….. We wandelen nog een keer over Beale Street. Het is inmiddels al behoorlijk laat, en uit nagenoeg ieder café klinkt er bluesmuziek. Al dan niet live verzorgd. Hier gebeurt er iets. Ook al is het een doordeweekse dag.


We wandelen al de hele dag in Memphis….. Een kilometer of 18 hebben we er op zitten. Bijna overal gebeurt er wel iets. Inderdaad, bijna overal. Deze ochtend passeren we al wandelend een plek waar niets is gebeurd. Althans niet in 1897…..
Lees het verhaal
19 september 2016

Het kussengevecht

Een paar jaar geleden hebben we bedacht dat het wel leuk zou zijn om in iedere staat van de Verenigde Staten een geocache te vinden. Inmiddels hebben we in 34 staten en D.C. (wat geen staat is) een geocache gevonden. Nog 16 staten te gaan dus. Om het doel te bereiken, dienen er zo nu en dan wat extra mijlen gereden te worden. Niet dat dat erg is, want er is altijd wel wat te beleven onderweg. Het plan was om vandaag de staten Missouri en Arkansas met een bezoekje te vereren. Onderweg zouden we en passant ook nog eens een geocache kunnen loggen die verstopt is in januari 2001. Een maand die we nog nodig hebben om onze queeste van 4 te kunnen voltooien. Het eerste deel van de rit is lang. Onderweg willen een stop maken om een stukje te gaan wandelen. Marieke ziet een bord bij een afslag staan. Het lijkt haar wel leuk. We gaan van de snelweg af, en gaan kijken. Het blijkt een rondrit te zijn door het gebied. Niet echt iets dat we zoeken. Even verderop zie ik een ander bord staan. Fort Pillow staat erop. We nemen de afslag en volgen het bord. Even verderop zien we dat het nog 51 mijl is naar Fort Pillow. Oeps, ook dat is iets verder dan verwacht, maar aangezien het volgens de navigatie qua tijd naar ons eerste doel van vandaag niets uitmaakt, besluiten we om de route gewoon te volgen. Ondertussen heb ik meer dan tijd genoeg om na te denken over de naam van het fort. Mijn Engels is volgens mij redelijk te noemen, en zodoende ben ik ervan overtuigd dat ‘pillow’ in het Nederlands gewoon kussen betekent. Fort Kussen dus eigenlijk. En als het een beetje een fatsoenlijk fort is, dan is er in vroeger tijden flink gevochten. Degenen die mij een klein beetje kennen, weet waarschijnlijk al waar mijn gedachten heen willen. Men neme de gangbare geschiedenis omtrent een fort en men neme de naam van het fort. Telt deze bij elkaar op, en het is niet meer dan logisch dat op de plek waar we nu heen rijden het grootste kussengevecht in de geschiedenis van de Verenigde Staten heeft plaatsgevonden.

Met al het gemijmer zijn we ondertussen aangekomen in Brownville. We besluiten een korte wandeling te maken, en vervolgen onze weg naar het eerste doel van vandaag. Namelijk de geboorteplaats van Anna Mae Bullock, beter bekend als Tina Turner. Over deze plaats heeft ze een nummer gezongen dat dit dorpje met slechts een paar honderd inwoners wereldberoemd heeft gemaakt. Uiteraard heb ik het dan over het nummer Nutbush City Limits. Het meest frappante aan het nummer is dat de gemeente Nutbush geen City Limits (gemeentebestuur) heeft, maar Unincorporated is. Dat laatste betekent dat het dorp niet bestuurd wordt door de overheid, maar dat zich wel moet houden aan de regels van de staat. Hoe die uitgevoerd worden is aan de gemeenschap zelf. Wat maakt het eigenlijk ook uit? Heel toevallig begint het nummer van The Best van Tina Turner op de radio te spelen als we de Tina Turner Highway oprijden. Korte tijd later maak ik een stop bij het plaatsnaambordje van Nutbush, om vervolgens in het ‘centrum’ te stoppen om daar ook een paar foto’s te maken.


We vervolgen de weg naar de geocache uit januari 2001. Nog steeds volgen we de borden richting Fort Pillow. Als het nog maar een paar kilometer naar het fort is, dienen wij een afslag naar rechts te nemen. We bedenken dat we na gedane zaken wel even naar dit stukje historie kunnen gaan kijken. We parkeren de auto, en we gaan op pad. Oude caches zijn vaak diep in de bossen verstopt. Hier dient men eigenlijk te lezen, niet in de buurt van de gangbare paden, maar echt ergens midden in het bos. Waar een pad is, heeft men vrij vlotjes een honderdtal meters afgelegd. In het bos, kan deze afstand zomaar 10 minuten in beslag nemen. Na een tijdje te hebben ‘gebuschwacked’ (zou wel een leuk nieuw Nederlands woord zijn, maar dat terzijde), staan we met de geocache in onze handen. We krabbelen onze naam in het boekje, en nemen dezelfde weg weer terug.


Saillant detail is misschien wel dat die laatste 100 meter door het bos begint bij een of ander fort. Als we de geocache hebben gevonden, maken we een tour door Fort Pillow, en slaan zo twee vliegen in één klap. We leren dat het fort is genoemd naar brigadegeneraal Gideon Johnson Pillow. En inderdaad, er heeft hier een enorme slag plaatsgevonden. Om precies te zijn op de dag die men niet vergeten mag, 12 april. Van het jaar 1864 om precies te zijn. Tijdens de Amerikaanse burgeroorlog streden hier de Noordelijke en de Zuidelijke troepen om het fort. De Zuidelijke troepen vielen aan, en na een paar uur dienden de Noordelijken zich over te geven. Vervolgens hebben de Zuidelijken alle Noordelijken afgeslacht. De slag staat bekend als het Fort Pillow Massacre. Had men toch beter met hoofdkussens kunnen vechten.


We gaan weer verder en vinden drie geocaches in Missouri. In Missouri besluiten we om nog even te tanken. In Tennessee is een olieleiding gebroken, en daarom is er benzineschaarste. Als logisch gevolg daarvan zijn de benzineprijzen met bijna 50% gestegen. In Missouri dienen we slechts $1.79 te betalen. Per gallon wel te verstaan. Omgerekend is dat een ongeveer €0,42 per liter. Waar zeuren we eigenlijk over? We gaan verder en als we in Arkansas zijn, zien we een bordje staan Johnny Cash House. We nemen de afslag en zeggen tegen elkaar dat we maximaal 10 mijl rijden alvorens we omkeren. We volgen de borden, maar zien niets. We komen uit op een onverharde weg. Ook deze volgen we, maar we zien geen huis. We gaan verder en onderweg vinden we drie geocaches in Arkansas. Zo kunnen we weer twee staten van ons lijstje afvinken. We komen weer terug in een hotel in Tennessee en ik besluit op te zoeken waar dat huis nu eigenlijk staat. We zijn er wel degelijk voorbij gereden. Alleen is men vergeten het laatste bordje te plaatsen.
Lees het verhaal
18 september 2016

Het model

Als je tijdens een rondreis door Tennessee komt, dan is Nashville een plaats die je moet bezoeken. Al is het maar om even over de Country Walk of Fame te lopen en alle sterren van die beroemde country-artiesten bewonderen. Dat was een van de redenen voor ons om gisterenavond een event te organiseren in het park waar die bewuste Walk of Fame zich bevindt. Twee vliegen in één klap zullen we maar zeggen. Tja, daar ging het dus eventjes een beetje mis, omdat het gehele park afgesloten was in verband met het Nashville Food & Wine Festival. Het diner hadden we al naar binnen gewerkt en wijn is nu niet bepaald ons ding.

Maar geen nood, vandaag hadden we nog een hele dag om Nashville te bewonderen. Behalve het gisteren al omschreven Stratumseind, Nashville & de Country Music Hall of Fame, heeft Nashville niet heel veel te bieden. Aangezien we niet echt als kroegtijgers bekend staan, en ook totaal geen behoefte hebben om daaraan te werken, zou men kunnen zeggen dat Nashville niet veel voor ons te bieden heeft. Gelukkig kunnen we zeggen dat het tegendeel waar is. Zoals iedere stad waar meer dan een half miljoen mensen wonen, zijn er buiten de geijkte dingen waar een stad om bekend staat ook andere dingen te zien die meer dan de moeite waard zijn. Vaak laten we ons door geocaching leidden. Vandaag vormde daarop geen uitzondering. Als eerste gaan we op zoek naar een kleinood bij een beeld van de beroemde gitarist Chet Atkins. Het beeld staat, ondanks dat het op de hoek van een straat staat, een beetje verscholen, zodat je er zo aan voorbij wandelt. Wij gelukkig niet. Ik ga naast Chet zitten, en beiden doen we hetgeen dat we leuk vinden. Hij zit wat op zijn gitaar te tokkelen. Ik zit, in nagenoeg een gelijke stijl, onze naam op een stukje papier te krabbelen.


We vervolgen onze weg richting het State Capitol. Zeg maar het equivalent van ons provinciehuis. Daar worden we aangenaam verrast door een heuse schildpad. Wat die daar deed? Geen idee. Eerst dachten we dat het een beeldje was, maar toen bewoog zij een beetje. Vervolgens bleef zij (of hij?) weer stilstaan. Op de achtergrond het State Capitol. Kop een beetje omhoog. Mij aankijkend met een blik van: “Duurt het nog lang voordat je die foto maakt en vanavond op Internet pleurt of hoe zit dat?” Na verschillende foto’s van haar te hebben genomen, vond mevrouw het voldoende (zeker weten dat het een zij was, aangezien ze als een professioneel fotomodel wist te poseren), en wandelde ze op haar gemak verder.


Rondom het State Capitol staan vele, prachtige beelden. We zien een kopie van de Liberty Bell, waarvan we het orgineel in 2014 in Philadelphia hebben gezien. We zien het graf van president James Knox Polk (n.v.d.r. Hij was de 11e president van de V.S.). Plotseling wordt het allemaal nog mooier, en komt de zon door wolken. In een oogwenk weet de zon ervoor te zorgen dat ik warm stromend water op mijn rug, zonder dat ik onder de douche sta, heb stromen. We wandelen door naar het Bicentenial Park. We zien een schitterend marmeren tableau waarin alle rivieren en meren van Tennessee zijn uitgehouwen. Als we verder lopen, zien we dat de rest van het park is afgezet omdat ook hier het Nashville Food & Wine Festival wordt gehouden. We lopen er langs af, en komen aan bij het uit 95 bellen bestaande carillon ‘Colonnade in a Park’.


Na een bezoek aan dit park, komen we, al geocachend, terecht in Printer Alley. In de vorige eeuw, zaten hier vooral drukkerijen (vandaar waarschijnlijk de naam), maar toen in 1939 de staat Tennessee werd drooggelegd, kwamen hier vooral nachtclubs te zitten. De politie en de politiek keken de andere kant op, en als je in Nashville was, en je wilde een drankje nuttigen waar alcohol in zat, dan diende je in Printer Alley te zijn.


De dag vliegt voorbij, en we willen nog een bezoekje brengen aan het Tennessee State Museum. Hier is een fototentoonstelling die ons wel leuk lijkt. Bijkomend voordeel is ook nog eens dat het museum gratis toegankelijk is. We wandelen naar het museum en gaan naar binnen. De vaste tentoonstelling is zo’n beetje standaard met met hetgeen je in nagenoeg ieder streekmuseum te zien krijgt. We lopen er doorheen. Hier en daar blijven we iets langer staan. We komen uiteindelijk uit bij de fototentoonstelling met foto’s van Benjamin Walls. We bewonderen zijn fraaie foto’s en wandelen nadien terug naar de auto. Moe en voldaan. En dat zonder aan onze reputatie van kroegtijger te hoeven werken.
Lees het verhaal
17 september 2016

De grotten

Vandaag was het weer een lange dag. Zoals gewoonlijk eigenlijk. Alhoewel niet helemaal, want vandaag mochten we uitslapen. Niet dat dat veel voor mij uitmaakt, want ik was toch gewoon om zes uur uit bed. Het plan voor vandaag was om rond de klok van 8 uur bij het hotel weg te rijden. Op weg naar Mammoth Caves NP. Dit is het langste grottenstelsel ter wereld. Althans volgens de gids. Ik had geen behoefte om een rolmaatje erbij te nemen en het te controleren. Zoals alle Nationale Parken die we afgelopen week hebben bezocht, is ook Mammoth Caves NP gratis toegankelijk. Heel bijzonder als je het ons vraagt. Bij de grotten dient men alleen voor een tour te betalen.


Enkele maanden geleden hadden we al keurig uitgezocht welke rondleidingen we wilden gaan volgen. Toen we gisterenavond de aanvangstijden wilden controleren, zagen we dat de twee rondleidingen die we hadden uitgezocht sinds afgelopen maandag niet meer in het programma zitten. Even rondgesnuffeld, iets wat niet lang hoefde te duren aangezien het aantal rondleiding van meer dan 10 naar 4 stuks was teruggebracht, en een andere tour uitgekozen. Net voordat we onze koffers in de auto wilden laden, kwamen we tot de ontdekking dat het pijpenstelen regende. Geen mooiere plek om te zijn dan in een grot dus. Kaartjes gekocht en wachten op de bus die ons naar de ingang van de grot zal brengen.



We waren gewaarschuwd dat er meer dan 280 traptreden gedaald diende te worden. Marieke heeft haar angst wederom overwonnen, en begon aan de afdaling. Na de zesde trede gepasseerd te zijn, ging het allemaal wat gemakkelijker. Ze was immers al verder afgedaald, dan vier jaar geleden in Duitsland. We daalden en we daalden. En we daalden en daalden. Ik geloof niet dat ik ooit eerder zo diep onder de grond ben afgedaald. Door mijn hoofd klonk Deeper Underground van Jamiroquai . Toen korte tijd later iemand vroeg hoe diep we onder de grond waren, antwoordde de gids dat we 297 voet in iets minder dan 14 minuten hadden afgelegd. Oftewel 90,52 meter. Dat is iets wat Usain Bolt nog maar eens moet doen.


De grotten waren vooral groot. Lange gangen. Lange zalen, maar weinig fraais zoals we dat eerder gezien hebben bij de Grotte di Frassi, of dichter bij huis, de grotten van Han. De hele rondleiding duurde twee uur, en pas tegen het einde kregen we onze eerste stalactiet en stalagmiet te zien. Misschien niet zo mooi als de twee eerder genoemde grotten, maar daarom zeker niet minder de moeite waard. De afdaling over de trappen in het begin waren zeer imposant. Ik had echt het idee dat ik enorm diep onder de grond was. De gids had een leuk praatje, met de nodige humor daarin. En Marieke heeft wederom een keer een grot overleefd en haar angst overwonnen. Ik ben trots op haar.


Daarna was het tijd om af te zakken naar het zuiden. Einddoel van vandaag was muziekstad, Nashville. Shania Twain gaf deze avond een optreden in één of andere concertzaal, maar een entreeprijs vanaf $120 was me toch net iets te gortig. We hadden wederom een event georganiseerd en toen dat afgelopen was, besloten we om over broadway te wandelen. Uitleggen wat daar precies te zien is, is eigenlijk heel eenvoudig. Het enige dat men hoeft te doen, om het voor ons duidelijk te maken is de straatnaam te wijzigen. In de toekomst zou met het dan gewoon Stratumseind, Nashville moeten noemen. Maar alleen dan met live optredens in iedere kroeg.

Als we ‘s avonds weer terug in het hotel zijn, lezen we de blog van Rob & Tracy die momenteel een rondreis door Zuid-Europa aan het maken zijn. Ze hebben vandaag onder ander een ‘achterkant-foto’ gemaakt en een grot bezocht, waarvoor ze veel traptreden dienden af te dalen. Aangezien toeval niet bestaat, moet ik er iets van denken. Ik weet alleen nog niet wat…….
Lees het verhaal
16 september 2016

Het dondert en het bliksemt

Vandaag stond er een lange rijdag op het programma. Een slordige vijf en half uur, welteverstaan. Maar eenieder die ons een beetje kent, weet dat er op zo’n dag niet alleen gereden wordt, maar dat er ook wel iets te zien moet zijn onderweg. Want een dag zonder avonturen, dat komt bij ons niet voor.

De avonturen moesten komen van Cumberland Gap NHP en van Corsair Distillery. Het leek een verhaal van passen en meten te worden om bovengenoemde avonturen te combineren met de af te leggen kilometers. Dit viel allemaal wel mee, omdat het toverwoord, zoals gewoonlijk een vroeg vertrek was. Bovendien hadden we het geluk aan onze zijde door gratis en voor niets een uur cadeau te krijgen.In Kentucky arriveren we namelijk in een andere tijdzone.

De eerste korte was een fraai uitzichtpunt. Waar sommige uitzichtpunten nog al eens uitblinken doordat je net niets kunt zien, was dit een prima plekje. Even de benen strekken en weer verder. De temperatuur was op dat moment nog zeer aangenaam te noemen.

De volgende stop was het National Historic Park Cumberland Gap. Hier traden we in de voetsporen van pioniers als Daniel Boon en Thomas Walker (Nee, niet die van de whisky, dat bewaren we voor een later moment op de dag..) We hadden de keuze om een simpel uitzichtpunt te gaan bekijken of toch maar als een echte pionier de wildernis in en de drie staten verkennen waar dit park zich bevindt. Om maar niet te hoeven kiezen, hebben we het maar beide gedaan.


De wandeling door de wildernis viel een beetje tegen. Zowel het natuurschoon als het te overbruggen hoogteverschil met de oplopende temperaturen. Maar het Drie-Staten-punt wilden we niet zonder meer voorbij laten gaan. Als je, zoals wij, jezelf tot doel hebt gesteld om alle staten van de VS aangedaan te hebben, wilden we uiteraard het buitenkansje om er drie in één te doen, niet aan onze neuzen voorbij laten gaan. Zo gezegd, zo gedaan.


Na een anderhalf uur flink doorgestapt te hebben, werd de rit voortgezet. Na een nogal saaie weg, waarbij we ons af en toe afvroegen of wel wel de juiste kant opgingen met plaatsnamen als Glasgow, Nancy, Manchester & London, kwamen we om 15:10 uur plaatselijke tijd aan bij de destilleerderij. Nu hoor ik velen van jullie al denken: ‘wat moeten die twee nu bij een destilleerderij, zij die nauwelijks alcohol nuttigen’. Heel simpel, informatief zal het zeker zijn en we zijn altijd voor een ‘fabrieksbezoek’ te porren. Na de rondleiding was het, hoe kan het ook anders, tijd om een paar nipjes te proeven. voor ons werden het echt vier verschillende kleine nipjes. Mij kon de Gin en Whiskey niet zo bekoren’. Geef mij maar en Morte Subite Maar leuk om te zien was het wel.


Als toetje nog even als de plaatselijke honkbalclub en zo kan ik weer een stadion bijschrijven op mijn lijstje, Namelijk dat van de Hot Rods. Wie kent ze niet, de trots van Bowling Green, Kentucky.


Na nog een wandeling door Bowling Green gemaakt te hebben werden we plotseling verrast door een hevige stortbui. Ik had net van te voren nog gezegd dat het hier wel erg vroeg begon te schemeren, niet wetende dat er een hevige stortbui in de maak was. Het donderde en het bliksemde en het regende meters… whiskey.
Lees het verhaal
15 september 2016

De bloembeer

Recent onderzoek heeft uitgewezen dat indien we een titel gebruiken die uit slechts twee woorden bestaan, het aantal bezoekers op onze site hoger is, dan indien we meer of minder dan twee woorden in de titel gebruiken. Niets dat ons dat iets uitmaakt, maar stiekem wordt dit wel meegenomen in het achterhoofd. Als er dan langzamerhand gedurende de dag een tiksel ontstaat, dan wordt gekeken wat er met twee woorden gedaan kan worden. Meestal is dat geen enkel probleem, maar vandaag was alles anders en diende er wat creatiever met het maken van de titel omgegaan te worden. Blijkbaar tonen onze volgers meer interesse bij bovenstaande titel dan bij een titel als “De zeldzame bloem en de zwarte beer”. U vraagt, wij tikken.

Als eerste deze ochtend gingen we terug naar het uitzichtpunt waar we gisteren ook al geweest waren. We wilden namelijk met eigen ogen zien waar de naam Great Smoky Mountains vandaan kwam. De beste tijd om dat te doen is als het net licht is. De mist trekt dan namelijk langzaam omhoog, en zo zie je tussen de bergen allemaal dekens van rook liggen. We dienen deze ochtend dus wederom op tijd weg te rijden bij het hotel. Klein probleem hierbij is wel dat we pas om 7:00 uur kunnen ontbijten. We zorgen dat we voor de klok van zeven aanwezig zijn in de ontbijtruimte, en als we dat naar binnen hebben gewerkt, gaan we op pad. De weg naar het uitzichtpunt neemt ongeveer 45 minuten in beslag, en ligt totaal niet op de route voor hetgeen we voor de rest van vandaag in de planning hebben. We dienen dus anderhalf te rijden om iets een paar minuten te mogen aanschouwen. En alsof dat nog niet alles is, we zijn niet verzekerd van mist tussen de bergen. Aangezien het uitzonderlijk helder is deze ochtend zijn we huiverig hiervoor. Maar we hebben geluk. Een prachtig rooktapijt heeft zich tussen de bergen gevormd en maakt het de 90 minuten extra reistijd meer dan waard.


We keren de auto om, en rijden richting het doel van vandaag, Cades Cove. Bijna anderhalf uur rijden bij het uitzichtpunt vandaan. Cades Cove is een openluchtmuseum in het Nationale Park.
De beste manier om dit openluchtmuseum te bekijken is een combinatie van de auto en de benenwagen. De totale route door het park, zonder ook maar naar één huisje te gaan kijken is namelijk 18 kilometer lang. Tel daarbij nog diverse wandeling van 1 à 2 kilometer bij op, en men kan nagaan dat dit teveel is om op één enkele dag te bezoeken. We rijden het museum in, en parkeren bij het eerste gebouw onze auto. Een mooi gebouw, van één van de eerste bewoners van dit gebied.


Een parkranger heeft ons verteld, dat buiten de gebouwen, men overal de auto op een inham mag parkeren om vervolgens een stukje te gaan wandelen. Dat doen we dan ook graag, en we besluiten om de auto te parkeren en een stukje te gaan wandelen. We zijn nog maar net op pad, of we zien een man en een vrouw op hun knieën zitten. We groeten, en enthousiast vragen ze wat we vandaag hopen te fotograferen. We antwoorden dat we daar geen idee van hebben. Nu worden meneer en mevrouw echt enthousiast. Ze vertellen ons dat ze op dit moment, de Three Bird Orchid aan het fotograferen zijn. Aangezien ze beiden op hun knieën zaten, trekken we gelijk de conclusie dat deze orchideeënsoort waarschijnlijk niet heel erg groot is. We knielen ook, en bewonderen dit inderdaad niet al te grote plantje. Opmerkelijk is wellicht wel dat naarmate onze neus dichter bij de grond kwam, het enthousiasme van meneer en mevrouw nog groter werd. Zo leerden we dat deze soort behoorlijk zeldzaam is, het nauwelijks groter wordt dan 5 centimeter, en dat de bloem maar net iets meer dan een centimeter groot wordt. En of dat nog niet alles is. De bloem bloeit slechts 6 tot 7 uur. En dan? BAM!!!! is het over voor het plantje. Overrompelt als we zijn, proberen we enthousiast om dit zeldzame plantje op de gevoelige plaat vast te leggen.


Nog helemaal onder de indruk van hetgeen we net hebben mogen aanschouwen gaan we verder. We parkeren wederom de auto, ditmaal bij de parkeerplaats van een ander huis. De wandeling naar het huis is ongeveer een kilometer. Eenmaal bij het huis gearriveerd, ontdekken we dat men het huis, speciaal voor ons, in de steigers heeft gezet. Plotseling zie ik iemand de bossen in wijzen. Een zwarte beer! Ondanks dat dit dier niet heel zeldzaam is, besef ik wel gelijk dat we geluk hebben als we er een zouden mogen zien. We hebben namelijk regelmatig gelezen dat mensen een hele week in dit park vertoeven zonder ook maar iets te zien wat op een beer lijkt. Enigszins gehaast loop ik dan ook in de richting van de man, onderwijl fluitend zodat Marieke ook kan volgen. Op een meter of 80 zien we inderdaad een zwarte beer. Het exemplaar is nog niet geheel volwassen. Helaas is het door de vele bomen haast onmogelijk om een goede foto van de beer te maken.


Zo veel geluk op een dag, en het is nog geeneens lunchtijd. Wie had dat verwacht. We genieten op een grasveld van een korte lunchstop en vervolgen onze weg door het park. We genieten van al het fraais dat we zien, en aan het einde van de route door het museum, komen we tot de conclusie dat het al te laat is geworden om nog aan een wandelroute van drie uur te beginnen.



Flexibel als we zijn, passen we onze plannen aan en we rijden richten Pigeon Forge, waar Dollywood (het alom bekende pretpark van Dolly Parton) zich bevindt. Niet dat we hierin geïnteresseerd zijn, maar het is wel op de weg naar Sevierville, waar een standbeeld staat van deze beroemde countryzangeres (en naar het schijnt ook een zeer gewiekste zakenvrouw). Na het beeld bewonderd te hebben, wandelen we nog een stukje door Sevierville alvorens we gaan genieten van het diner.


Na het diner rijden we terug richting het hotel. We besluiten om nog een stukje te gaan wandelen door het dorpje waar we vannacht slapen. Gatlinburg heet het dorp. De hoofdstraat is nog het beste te omschrijven als een mix tussen een kermis en een boulevard. Hier rijden behoorlijk wat bijzondere auto’s rond en de attracties zijn haast ontelbaar. Van midgetgolfbaan tot kartbaan. Van Ripley’s believe it or not tot spookhuis. Noem iets op, en waarschijnlijk zit het in deze straat. We ontdekken plotseling een museum dat gewijd is aan The Dukes of Hazard. In dit museum, staat ook dé ster van de serie, namelijk General Lee. Wie kan zich deze oranje Dodge Charger niet herinneren? Kort onderzoek heeft ons geleerd, dat er ruim 360 auto’s in de serie zijn gebruikt. Slecht 17 auto’s hebben de serie overleefd en hebben een certificaat van echtheid gekregen. Daar is dit exemplaar er een van. Ik denk terug aan de sprongen die in de serie met de General werden gemaakt, en krijg gelijk zin om morgen weer verder om pad te gaan met onze eigen Dodge (ook al is die zwart) Charger. Jieeeee-Haaaa!!!
Lees het verhaal
14 september 2016

De catwalk

Voor vandaag staat het Great Smoky Mountains NP op het programma. De route naar dit park toe leidt ons over de Blue Ridge Park Way. In totaal dienen we 320 kilometer af te leggen vandaag, en onderweg willen we ook nog het een en ander zien. Ook weten we dat de maximale snelheid op de Blue Ridge Park Way niet zo hoog ligt, 35 mijl per uur is de max. We zullen dus wel een tijdje nodig hebben om die te kunnen volgen. Ook willen we in het Nationale Park nog het één en ander zien. Kortom een druk programma voor vandaag. Haast zoals gewoonlijk zou ik zeggen. Wat ook haast een traditie is, is het tijdig vertrekken bij het hotel. Ook deze ochtend werd de auto iets na de klok van zeven gestart.

Na iets meer dan een uur rijden, draaien we de Blue Ridge Park Way op. De meest geweldige verhalen hebben we over deze weg gehoord. Om eerlijk te zijn, kan deze weg tussen de bomen door ons de eerste tientallen kilometers niet echt bekoren. Maar als we eenmaal de bossen uit zijn, krijgen we de fraaiste vergezichten voorgeschoteld. De een nog fraaier dan de andere. We stoppen regelmatig, en hopen dat de chips in de camera’s alles net zo fraai vastlegt als onze ogen het registreren.


Na een tijdje krijgen we toch echt de behoefte om een stuk te gaan wandelen. We vinden het begin van een pad, waarvan we geen idee hebben waar de ons heen zal leiden. Als snel blijkt het echt een pad te zijn zoals wij ze graag hebben. Behoorlijk smal, hier en daar wat klauterwerk, maar toch allemaal goed te doen. We genieten met volle teugen als we plotseling water horen. We vervolgen het pad, en staan vervolgens oog in oog met een fraaie waterval. Goed, we hebben mooiere gezien, maar als je niets verwacht, dan is iets al heel snel fraai.


Als we de benodigde foto’s hebben gemaakt, aanvaarden we onze terugreis. Als Marieke over een smalle brug loopt, die een kloof overspant, maakt ik een foto van haar. Ze vraag of de foto gelukt is. Iets wat ze normaal nooit doet. Ik vertel haar dat ze zich daar niet druk over dient te maken aangezien ze geen model is. Als antwoord krijg ik dat het net een catwalk is. We lopen verder. Dingen gaan zoals ze gaan, en voordat we goed en wel tien meter verder zijn, is het verhaal van de dag in mijn hoofd aan het ontstaan. En daarvoor heb ik een bijpassende foto nodig. Zojuist heb ik een staande foto van Marieke op de catwalk gemaakt, en een staande foto is niet geschikt voor gebruikt op onze site. Er dienen dus nieuwe foto’s gemaakt te worden. Gewillig loopt Marieke opnieuw over de brug. Ik zou haast willen zeggen als een volleerd model.


Twee minuten later, we hebben de terugweg inmiddels opnieuw aanvaard, sta ik plotseling stil. Voor mijn voeten bevindt zich een slang. Het is meer de schrikken van het zien van de beweging van het dier, dan van het feit dat ik er echt bang voor ben. Ik tracht om ook hier een paar foto’s van te maken. Twee Amerikaanse dames komen ons tegemoet. Als één van de de twee de slang ziet, reageert ze typisch Amerikaans. Groots en iets of wat overdreven dus. We vertellen haar: “It’s just a snake. A small one.” Veel meer slang dan een cm of 30 was het namelijk niet. Niet echt iets om je heel erg druk over te maken dus. Nee, deze vrouw hoorde duidelijk in het theater thuis in plaats van op de catwalk.


Na een uur of anderhalf gewandeld en geklauterd te hebben, zijn we weer terug bij de auto en vervolgen we onze weg. Onze maagjes beginnen te rommelen. We besluiten om uit te kijken naar een picknickplek als Marieke plotseling vanuit een ooghoek een waterval ziet. We parkeren de auto, en gaan wederom een stukje wandelen. We komen bij de waterval aan. Maar het is niet de waterval die Marieke heeft gezien. We gaan verder wandelen, en dan worden we wederom verrast door een fraaie waterval. Om deze een beetje fraai vast te kunnen leggen, ‘walk’ ik als een ‘cat’ naar het midden van de rivier. Ga op een paar rotsblokken staan en maak een fotootje.


Na van onze lunch genoten te hebben gaan we verder. Het is al later als gedacht als we in het bezoekerscentrum van Great Smoky Mountains NP arriveren. Behalve dat ze in zo’n bezoekerscentrum een toilet hebben, hebben ze er ook gratis WiFi. Even inloggen dus, en kijken of er nog nieuws is. Terwijl Marieke een nieuw speldje af staat te rekenen, loop ik alvast richting het toilet, en lees ondertussen mijn Whats-App berichten. Het eerste bericht dat ik lees, zorgt ervoor dat ik aan de grond genageld staat. Onze glasblazer, Bert, is vannacht overleden. Nu zullen de meesten niet weten wie Bert is, daarom een korte uitleg. Bert is een glasblazer die op het werk een gedeelte van een hal huurt en daar werkt als, inderdaad, glasblazer. Bert is een jaar of 84 en nog dagelijks in touw op zijn werk. Zelf zegt hij dat hij nog te jong is om te stoppen. Ik moet even slikken. Als we onze route in het park vervolgen, dwalen mijn gedachten steeds af naar deze geweldige man.


Het grote doel van vandaag is de Cades Cove Loop. Hiervoor hebben we een uur of drie nodig, en dat is iets dat we vandaag niet meer hebben. We hebben te veel fraais gezien en misschien toch net iets te veel op de catwalk gewandeld waardoor we meer tijd dan verwacht hebben geconsumeerd. Maar flexibel als we zijn, plannen we ter plekke iets anders in. Een korte wandeling naar Clingmans Dome. Het hoogste punt in het park, dat blijkbaar toch niet hoog genoeg was, aangezien ze er een uitkijktoren hebben gebouwd. In plaats van trappen hebben ze naar de top van deze toren een steile rondlopende helling gemaakt, wat het toch wel net iets bijzonderder maakt.


De dag is alweer ten einde voordat we er erg in hebben. Ondanks het treurige nieuws, hebben we genoten van deze dag. Morgen terug naar het park. Op naar Cades Cove dat voor vandaag op de planning stond. En wie weet, zien we morgen letterlijk beren op de weg. Dit park staat namelijk bekend om zijn enorm hoge populatie zwarte beren. Laten we het hopen.
Lees het verhaal
13 september 2016

De oudjes

Gisteren was het in mindere mate een dag van teleurstellingen, aangezien we twee oude geocaches niet konden vinden. Nadat we netjes op internet hadden vermeld, dat we deze niet hadden gevonden, kregen we, binnen enkele minuten nadat we hadden gemeld dat we deze niet gevonden hadden, een mailtje van een andere geocacher, dat bij één van de geocaches, een tussenpunt was verdwenen (het op één na laatste punt om precies te zijn), en dat het daardoor niet mogelijk was om zonder hulp van anderen de container te vinden. Gelukkig voor ons, was hij bereid om ons te helpen, en voordat we het wisten, kregen we de gegevens van het volgende (en dus ook laatste) punt van deze oudste multi-cache ter wereld. Deze cache opnieuw te gaan zoeken stond niet op de planning, en aangezien we vandaag toch een behoorlijk drukke dag op de planning hadden staan, werd deze extra queeste vooraan de dag erbij ingepland. Op zich maakte het niet zo heel veel uit. Om kwart voor zes deze ochtend ging de wekker. Niet zo heel veel vroeger dan op andere dagen. We togen opnieuw naar Stone Mountain Park, en betaalden opnieuw $15,- parkeergeld. We parkeerden de auto en gingen op weg. Zouden we vandaag wel geluk hebben? Toen we vlak bij het eindpunt waren, stonden er een paar reeën verbaasd te kijken wat we kwamen doen.


Net toen we uit wilden leggen wat ons plan van de dag was, besloten de beestjes dat het genoeg was, en gingen ze er vandoor. Zodoende konden wij op het gemakje op zoek naar hetgeen waarvoor we waren gekomen. Het eerste oudje van de dag. Voordat we er goed en wel erg in hadden, stond ik met het kleinood in mijn handen. Toch wel enigszins blij met het feit dat we dit kistje hadden gevonden.


We gingen verder en na een stop bij een watermolen, besloten we om nogmaals een poging te wagen bij het andere oudje. Drie maal is immers scheepsrecht. We zochten opnieuw, en net op het moment dat ik dacht dat het ons ook vandaag niet mee zou zitten, riep Marieke: “Hebbes!” Het geluk kon niet op, en wederom konden we een oudje van het lijstje doorstrepen.


Mensen die mij een klein beetje kennen, weten dat ik tijdens elke rondreis die we doen één of meerdere stadions dien te bezoeken. Wat voor stadions dat zijn, maakt mij geeneens iets uit. Om heel eerlijk te zijn, interesseert het mij überhaupt niet wat voor stadions het zijn, hoe oud ze zijn, hoeveel mensen er in kunnen. Zolang ik Marieke maar kan behagen, aangezien die het wel iets interesseert. Vandaag stond het stadion van de Atlanta Braves (een honkbalvereniging voor de mensen die het wel iets interesseren) op het programma. Na een tijdje gezocht te hebben, vonden we een parkeerplaats die ook $15 zou moeten kosten. Na enkele minuten overlegd te hebben met de bewaker, mochten we de auto gratis parkeren, en konden we de door Marieke begeerde foto’s gaan maken. Nadat dat allemaal op de geheugenkaart was gedeponeerd, was het tijd om op zoek te gaan naar de souvenirwinkel van het stadion. En dat is niet om Marieke te behagen, maar om mijn eigen collectie petjes uit te breidden. Helaas voor mij was de winkel niet open. Gelukkig voor ons zat er iemand bij de deur. Na eventjes gepraat te hebben met de man, ging hij, door ons op korte voet gevolgd, naar binnen om te kijken of iemand voor ons de winkel eventjes wilde openen. Zo gezegd, zo gedaan. En zo vriendelijk als de gemiddelde Amerikaan is, zo vriendelijk bleek die ook hier te zijn. Korte tijd later wandelden we naar buiten. Ik met een tasje met daarin een petje in mijn hand.


De grote reden voor de route van dit jaar, is het feit dat er in Georgia een geocache ligt, die in augustus 2000 is verstopt. Aangezien wij alle geocaches willen vinden die in augustus 2000 zijn verstopt, dienden we deze te vinden. Samen met een paar andere oudjes, zouden we daar een dag voor uittrekken. Eerste doel van de dag, was de oudste geocache van Georgia. De auto werd geparkeerd, en na een niet al te lange wandeling, mochten we ook in het logboek van dit oudje onze teamnaam krabbelen.


De volgende stop was bij Lake Lanier, alwaar die beruchte geocache uit augustus 2000 ligt. We parkeren de auto en beginnen aan de wandeling. Ook hier gaat het allemaal zoals we het graag zien, en sta ik korte tijd later triomfantelijk met dit oudje in handen. Twee geocaches van deze maand hebben we nu gevonden. Nog twee te gaan. Ons geluk kon haast niet op vandaag.


Maar er zijn nog meer oudjes in deze omgeving. De volgende ligt op een eiland in Lake Lanier. Om daar te komen dienen we een kano te huren. Na kort onderzoek, hebben we ontdekt dat er niet veel bedrijven zijn die kano’s verhuren in de omgeving. Het bedrijf dat het dichtste bij het eiland is, zit op iets meer dan 2 kilometer hemelsbreed van het eiland vandaan. Enigszins huiverig over hoe onze ellebogen dat gaan houden, besluiten we om toch maar een poging te gaan wagen. Eenmaal bij het verhuurbedrijf aangekomen, blijkt dat deze gesloten is. Iets wat in de verste verte niet klopt volgens hetgeen ze op hun eigen website hebben staan. Maar goed, hoe het ook zij, gesloten is gesloten en wij hebben dus geen kano. We vragen aan iemand of die ons eventueel kan helpen met een adres. Gelukkig voor ons kan diegene dat, en we gaan weer op pad. Aangezien dit een meer is met vele uithammen, dienen we een half uur te rijden, om hemelsbreed een paar kilometer verderop te geraken.


Eenmaal gearriveerd, kan de jongen aan de poort ons niet helpen. Hij is er alles behalve zeker van dat er kano’s door hun gehuurd worden. We kunnen gaan kijken, maar als we besluiten om dat te doen, dienen we wel $15 parkeergeld te betalen. Hoe we ook praten, deze jongen krijgen we niet omgepraat. Als hij zegt dat de kans dat er daadwerkelijk kano’s verhuurd worden niet zo heel erg groot is, is ons besluit snel genomen, en maken we rechtsomkeerts. We besluiten dat we deze geocache laten voor wat die is. In de auto bedenken we dat dit allemaal door die twee oudjes die ons de laatste maanden zijn ontvallen van bovenaf is geregeld. Enkel en alleen om onze elleboogjes te sparen. Ik glimlach en zeg tegen mezelf: “Vooruit dan….”
Lees het verhaal
12 september 2016

Weg

De meesten weten wel dat we graag plastic doosjes zoeken, en dat we van iedere maand waarin zo’n doosje is verstopt er minimaal vier willen vinden. Die vier is het maximaal haalbare, aangezien er nog maar vier geocaches op de wereld actief zijn, die in augustus 2000 zijn verstopt. Één van die vier hebben we al in Stockholm gevonden. De andere drie bevinden zich in de Verenigde Staten. Op drie totaal verschillende plekken. Degenen die ons een klein beetje kennen, heeft het vermoeden ondertussen al wel, dat 1 van die overgebleven 3 deze reis gevonden dient te worden.

Maar ook dienen we nog, in totaal 25 geocaches te vinden die in tussen mei 2000 & maart 2001 zijn verstopt. En wat dat betreft is de omgeving van Atlanta een waar paradijs, aangezien we de mogelijkheid hebben om in twee dagen tijd 5 van die oude geocaches te vinden. Vandaag stonden er twee op het programma. De eerste is de oudste multicache ter wereld. Oftewel, de oudste klassieke speurtocht met een GPS. Vol goede moed gingen we op pad. Totdat we bij het derde punt kwamen. Een brug waar we iets moesten vinden. Ruim een uur hebben we gezocht, maar niets wat ons verder zou kunnen helpen, werd gevonden. Teleurgesteld gingen we weer terug.


Vol goede moed gingen we op pad naar de volgende cache. Een vrij simpele. Ook hier zochten we bijna een uur, maar konden we niets vinden. Teleurgesteld gingen we weer terug.


We gingen met de kabelbaan de berg op. Onderweg naar de top zouden we het grootste beeldhouwwerk ter wereld kunnen zien. Helaas, ook hier hadden we pech. Een mensenmassa verdrong zich in een hoekje in de gondel, waardoor we nauwelijks een glimp van het beeld op konden vangen. Teleurgesteld arriveerden we op de top.


We gingen wandelen. We genoten van het fraaie uitzicht, wat uitmuntend was vanwege het heldere weer. De teleurstelling werd langzaamaan vergeten.


We gingen naar het museum, alwaar we een zeer interessante film hebben gezien over hoe men dit enorme beeldhouwwerk heeft gemaakt. Tijdens de film, ontdekten we dat we WiFi hadden, en vonden we zowaar een fotootje over waar de tweede cache die we vandaag niet gevonden hadden zich zou bevinden. We vervolgden onze tour door het museum. Na de tour wandelen we een beetje buiten, en ontdekken we dat we ook vanaf de grond het beeldhouwwerk kunnen bewonderen. We genieten ervan. Wederom een beetje blijer en minder teleurgesteld.


Na het museum brachten we een bezoekje aan een openluchtmuseum in het park. Niet heel groot, maar daarom niet minder fraai. We genoten volop van al het fraais dat we hier mochten aanschouwen.


Het werd al later, en we besloten om nog een keer de berg op te wandelen om zo voor de tweede maal voor een oude cache te zoeken. Wederom meer dan een half uur werd er gezocht, maar ook nu was de teleurstelling weer daar, omdat we ook nu niets konden vinden.


Het werd tijd om een hapje te eten, om daarna naar het centrum van Atlanta te gaan. We hadden daar onze eerste bijeenkomst van deze trip. Een half uur hebben we staan te wachten, maar helaas voor ons. Ook hier werden we teleurgesteld en kwam er niemand opdagen. Je hebt zo van die dagen.


We pakten onze spullen in om verder te gaan met de route van de dag, toen er plotseling iemand vroeg of wij die Europese geocachers waren. Helaas waren ze vertraagd, en hadden problemen om een parkeerplaats te vinden, maar ze waren blij dat ze ons toch nog getroffen hadden. Ook wij waren wel blij dat er tenminste nog iemand op ons event was. We togen naar de brug waar we gisteren foto’s van de skyline van Atlanta hebben gemaakt. Nu wilden we dezelfde foto’s in het donker maken. Gelukkig ging dat iets beter, en werden we ook daar niet in teleurgesteld.
Lees het verhaal
11 september 2016

De herdenking

Hedenochtend om 6:38 uur kregen we de volgende vraag voorgeschoteld: “Merken jullie iets van herdenking 11/9?”. Meteen werd het gordijn van de hotelkamer opengetrokken en het enige dat we zagen was een gapende donkerte. Nu zijn we natuurlijk al vaker op 11 september in de Verenigde Staten geweest, en de eerlijkheid gebied ons te zeggen dat we er normaal gesproken niets van merken. De laatste jaren is het hier wel een nationale vrije dag geworden, maar die valt meer in de categorie zoals bij ons (één keer in de vijf jaar althans) 5 mei. Behoudens de officiële ceremonies die er door verschillende instanties worden gehouden, is het voor de meesten gewoon lekker een extra vrije dag. Zo ook hier. Vijf jaar geleden waren we in Denver, en toen werd er een festival gehouden. Daar was destijds nog enigszins iets te merken van het feit dat de aanslagen op 11 september 10 jaar eerder hadden plaatsgevonden.

Vandaag was het 15 jaar na dato. Zouden we er bij dit jubileumjaar wel iets van merken? Niet dat we daar speciaal naar op zoek wilden gaan, want we hadden een route uitgestippeld die ons langs nagenoeg alle bezienswaardigheden van Atlanta zou brengen. We parkeren de auto en de eerste stop brengt ons op het Margaret Mitchell Square. Hier staat sinds 1986 een monument dat herdenkt dat in 1936 het boek “Gone with the Wind” voor het eerst werd uitgegeven.


We lopen verder, en voordat we er erg in hebben zijn we bij het ‘Flat Iron Building’. Automatisch dwalen bij ons beiden de gedachten af naar 2006. Destijds waren we in New York, en daar staat natuurlijk het wereldberoemde gebouw dat dezelfde naam draagt. Ook dit is een fraai gebouw, maar eerlijkheidshalve dienen we wel te zeggen dat de versie in New York meer indruk maakt dan dit exemplaar. We wandelen door een park. Een fraai park, maar er bevinden zich wel behoorlijk wat zwervers. Sommigen liggen nog te slapen, maar de meesten zijn net wakker. Waarschijnlijk herdenken zij op dat moment de vuilnisbakken die ze gisteren een koningsmaal hebben geleverd. We passeren een katholieke kerk, en we besluiten om er naar binnen te gaan. Even een kaarsje opsteken. Om degenen die ons ontvallen zijn te herdenken én om degenen die ons lief zijn te steunen. Maar hoe we ook zoeken, nergens is er een plek waar een kaarsje aangestoken kan worden. Hoe dan ook, het doel is wel bereikt, aangezien we aan eenieder die we het waard vinden weer hebben gedacht. Met of zonder kaarsje.


De route wordt aangepast, want in de verte zien we een gebouw dat onze aandacht trekt. We wandelen erheen, en ontdekken zo het Georgia State Capitol. Aangezien het zondag is, is er niet veel te doen. Goed, de vlaggen hangen half stok, maar dat is het dan ook.


We wandelen terug naar de door ons uitgestippelde route, en arriveren zo op het Oakland Cemetary. Op dit kerkhof liggen vele mensen begraven die regelmatig door hun geliefden herdacht zullen worden. Een gedeelte van dit kerkhof is bestemd voor gevallen militairen. Ook hier is een fraai monument opgericht om de onbekende soldaten te herdenken.


Wij brengen even een kort bezoekje aan het graf van Margaret Michell, schrijfster van het eerder genoemde “Gone With The Wind”. Ook herdenken wij kort even de beroemde golfer Robert Jones.


We gaan verder richting hét doel van vandaag. Namelijk de graftombe van Martin Luther King Jr. We bekijken de expositie, en zeggen tegen elkaar dat deze persoon ons niet zo heel veel zegt. Net zoals John F. Kennedy. Natuurlijk kennen we de geschiedenis, en weten we wat deze personen daarvoor betekend hebben. Maar we hebben deze personen en hun daden niet bewust meegemaakt. Daarom zal het ons niet zoveel zeggen. Natuurlijk staan we er wel even bij stil, en herdenken de daden van Dr. King. Ook denk ik weer terug aan twee jaar geleden, toen ik op exact dezelfde plek stond als waar King zijn beroemde ‘I have a dream’-speech hield.


Vorige week heeft Marieke een plek gevonden waarvandaan de skyline van Atlanta heel goed te bewonderen was. De uitgezette route werd daarop meteen aangepast, en enkele kilometers later stonden we de skyline met eigen ogen te aanschouwen. We zouden kunnen zeggen dat we hier even terugdachten aan die beroemde scene uit de serie “The Walking Dead”, die op dit punt is opgenomen. Maar geen van ons beiden heeft ooit ook maar één seconde van de serie gezien. Als ik zo lees waar die serie over gaat, kan ik daar ook alleen maar blij over zijn. Maar het uitzicht daarentegen is wel héél erg fraai, en de moeite van de kilometers extra lopen meer dan waard.


Het laatste doel is het Olympic Park. Hier worden de Olympische Spelen van Atlanta 1996 herdacht. Dit jaar dus 20 jaar geleden. Over dit park hebben we verschillende verhalen gelezen, en om deze samen te vatten, de meningen over dit park zijn verdeeld. Mede hierdoor zijn we aangenaam verrast en hebben we een geweldige wandeling door dit fraaie park.


We eindigen de wandeling van vandaag in dit park bij de fontein van de Olympische Ringen. We zijn er precies op tijd, want er wordt een show gegeven met de fontein op verschillende muziekstukken. We gaan op de trap zitten en genieten van de show. Een show die het best omschreven kan worden als typisch Amerikaans. Groots dus. Als de show is afgelopen, roept een stem door de speaker dat men weer in de fonteinen mag spelen. De aanwezige kinderen laten dit zich geen twee keer zeggen en rennen er op af. Iets wat met temperaturen van boven de 30 graden ook wel begrijpelijk is. De kinderen genieten volop. Zich er niet van bewust wat voor dag het vandaag is. Waarschijnlijk zullen ze over een tijdje wel allemaal uit de geschiedenisboeken leren wat voor dag het is. En misschien, héél misschien staan er enkele van hen over 30 jaar ook ergens even stil, en herdenken ze aan wat er in 2001 gebeurd is op 11 september. Ook al zegt het hen niet zo veel.
Lees het verhaal
10 september 2016

Evenwichtig en rond

Het is eind januari 2016 als we de eerste stappen van onze rondrit door de VS voor dit jaar vastleggen. Traditiegetrouw zijn dat de vliegtickets, een parkeerplaats, de huurauto en het eerste en het laatste hotel waar we zullen verblijven. Soms boeken we nog een hotel in Amsterdam erbij, als we vinden dat we anders wel heel vroeg ons bed uit dienen te gaan. Dat laatste zou dit jaar niet nodig zijn.

Altijd is dat goed gegaan. Althans tot dit jaar. Aangezien we pas om half elf zouden vliegen, vonden we het niet nodig om een hotel in Amsterdam te boeken. Immers tijd genoeg. Twee uur van te voren aanwezig, en een reistijd van anderhalf uur, maakten dat we zelfs nog tot zes uur in de ochtend zouden kunnen uitslapen. Toen gooiden echter enkele iets te fanatieke medemensen, waarvan doorgaans ook de mannen in jurken zijn getooid, roet in het eten. Hierdoor vond men het noodzakelijk om extra controles op het vliegveld en de weg erheen uit te voeren. Minimaal drie uur van te voren dienden we nu aanwezig te zijn. Ook dienden we rekening te houden met extra reistijd naar Schiphol. Nog wel even gekeken om toch maar een hotel te boeken in Amsterdam, maar die waren óf vol, óf (althans in onze ogen) onbetaalbaar. Dus maar gewoon om half vijf de wekker zetten en op zeker spelen door ruimschoots op tijd te vertrekken.

Werkelijk waar, geen centje pijn. Niets extra controles. Niet op de snelweg en niet op het vliegveld.


Na genoten te hebben van de Amerikaanse variant van Douwe Egberts, wandelen we op het gemakje naar de gate. Voordat we er erg in hebben, zijn we 12 kilometer boven de grond en zitten we een film te kijken. De tijd vliegt letterlijk voorbij en al snel wordt de daling ingezet. We sluiten aan in de rij van de douane, en net zoals vorig jaar, wandelen we hier eigenlijk bewonderingswaardig vlot doorheen. We halen onze koffers van de band, en als we alles verzameld hebben, valt ons eigenlijk pas op hoe rustig het is op de drukste luchthaven ter wereld.


We halen de huurauto op en gaan boodschappen doen. Wat ons daar opvalt is dat wij in het schap van de supermarkt als eerste de Nederlandse variant van Starbucks-koffie tegenkomen. De prijs op het label doet vermoeden dat ieder pak eigenhandig door een werknemer van de supermarkt is ingevoerd.


We gaan op weg naar het hotel. Vertellen de man achter de balie onze naam, en dan gebeurt er iets, wat we nog nooit hebben meegemaakt. Onze reservering is niet bekend in het systeem. Om een lang verhaal kort te maken, is dat ons probleem en niet dat van het hotel. Terwijl de, toch wel vriendelijke, man aan de balie ons probeert van dienst te zijn, sta ik al te zoeken naar alternatieve hotels op mijn telefoon. Echter het meest betaalbare hotel is het hotel waar we staan. Ze hebben nog wel kamers vrij, dus ik ben benieuwd met wat voor een oplossing de man komt. Inmiddels heeft hij op booking.com onze reservering gevonden, maar deze staat niet in het systeem van het hotel. Wel kan hij de reservering kosteloos annuleren en een nieuwe kamer voor ons boeken tegen dezelfde prijs. Het eerste is een vereiste. Het tweede eigenlijk alleen maar als het anders duurder zou zijn. Enige tijd brengen we onze koffers naar de eerste hotelkamer van deze trip. Alles kan weer beginnen. Benieuwd wat we de komende tijd weer allemaal mogen meemaken.
Lees het verhaal