het ziekenhuis

Velen zijn lichtelijk geschrokken door het verhaal van iets meer dan drie weken geleden. Eerst dachten ze dat het gewoon weer een of ander verhaal was.Tot het moment dat ze iets verder in het verhaal waren en ze doorhadden dat het toch wel een redelijk serieus verhaal was.

De meesten hebben we op de hoogte gehouden via e-mail of andere kanalen die vandaag de dag gemeengoed zijn. Voor iedereen die het vervolg niet heeft meegekregen, of nogmaals wil lezen een beknopt overzicht.

Na het weekend als eerste naar de huisarts om een doorverwijzing te halen voor de neuroloog. Ook hier was de conclusie hetzelfde. Een TGA-aanval. Met de verwijzing op zak ging ik weer huiswaarts. Ik zou door het ziekenhuis gebeld worden voor een afspraak met de vervolgstappen. De dagen die daarop volgden duurden lang. Veel herinneringen waren weg, maar kreeg ik weer terug op het moment dat er iets ‘getriggerd’ werd. Dan had ik weer een ‘O-ja’ moment. Op zich niet zo heel erg, maar men moet zich voorstellen dat ik die de eerste dagen nagenoeg continue had. Zoiets is, om het zachtjes uit te drukken, redelijk vermoeiend. Bovendien spookte er 1% door mijn hoofd. Aangezien alle mensen die er verstand van hebben, mij hadden verteld dat er met 99% zekerheid gezegd kon worden dat er niets aan de hand was. Dus 99% zeker geen hersen-infarct en 99% zeker geen hersentumor. Maar wat als er nu plotseling Henny Huisman aan zou bellen en uit volle borst ‘Surprise, surprise!’ zou gaan zingen?

Tja, wat dan…. Wat als…. Wat zou ik nog willen doen…. Vragen die maar door mijn hoofd bleven spoken, ook al zij mijn verstand dat ze niet nodig waren om te stellen. Maar ja, zo werkt het dus niet in de bovenkamer. Gelukkig had ik, voor mezelf, vrij snel antwoord op met name de laatste vraag. Tot mijn eigen grote schok eigenlijk. Want ik dacht altijd dat mijn bucket-list vrij lang was. Maar dat bleek helemaal niet zo te zijn. Ik zou nog één keer naar Amerika willen gaan. Even naar Cottonwood. Om houdoe te zeggen. Vervolgens zou ik hier op mijn gemak tegen eenieder de me lief is, houdoe willen zeggen. Ik besef me dat ik een heel mooi leven zou hebben gehad. Een beetje kort, maar soit.. wel mooi. Wat dan…. Wat als…. Dat blijven voorlopig vragen waar ik pas op kan antwoorden als ik meer weet.

En dan gaat plotseling de telefoon. Het is inmiddels donderdagochtend en nog steeds ben ik veel dingen kwijt. Nog steeds heb ik de hele dag door de ‘o-ja’ momenten. ‘s Middags ben ik al bekaf. Ik pak de telefoon in mijn hand, en drukt op het groene hoorntje. Het ziekenhuis. Dinsdagochtend 29 januari mag ik mezelf melden bij De Tongelreep. Eerst een MRI-scan, daarna een neuro-psychologisch onderzoek, wat bloed prikken en dan een gesprek met de neuroloog. Blij dat ik al zo snel terecht kan, beëindig ik het gesprek.

De dagen die volgen verandert er eigenlijk niets. De dagen kruipen voorbij en dan is het dinsdag. Als eerste de MRI in. Een half uurtje neemt die in beslag. Ik hoop alleen maar dat ik niet vergeet stil te liggen. Na een half uur gaan we samen wachten op het volgende onderzoek. Al snel worden we bij de neuro-psycholoog geroepen. We hebben een gesprek, waarin het een en ander duidelijk wordt voor beide partijen. Marieke wordt naar de wachtruimte gestuurd. Daar mag zij een vragenlijst invullen. Omdat ik me anders toch maar zou gaan zitten te vervelen, mag ik wat testen doen bij de neuro-psycholoog. Sommige testen zijn best pittig, andere zijn kinderlijk eenvoudig. Al met al is het wel vermoeiend. Ik bedenk me dat ik goed dien te luisteren naar de opdrachten die ik krijg.

Links is een voorbeeld van een gedeelte van een van die opdrachten. Op het blad staan op dezelfde wijze een stuk of 60, misschien 70 kleuren afgedrukt. Ik krijg als opdracht om linksboven te beginnen met voor te lezen en rechtsonder te eindigen. Dus als eerste dien ik geel te zeggen. Gevolgd door blauw, oranje, zwart, enzovoorts. Aangezien ik goed heb geluisterd naar de opdracht, begin ik vol goede moed deze uit te voeren. Als ik de laatste regel begin voor te lezen kijkt de neuro-psychologe me verbaasd aan. Dit is blijkbaar niet de bedoeling. Ik snap het niet, want op de laatste regel staat gewoon ‘1971 – Thyssen….’ De opdracht was linksboven te beginnen met voor te lezen en rechtsonder te eindigen. Er is mij nergens verteld dat ik op diende te houden met lezen op het moment dat de woorden geen kleuren meer waren. Ik vind het toch altijd raar dat mensen verbaasd zijn als er iemand een opdracht keurig volgens de instructie uitvoert.

De testen zijn klaar en ik mag weer even gaan wachten. Volgende stop is de bloedafname. Een leerling-verpleegster vraagt of ze een poging mag wagen. Aangezien men het beste kan leren door het gewoon te doen, heb ik er geen bezwaar tegen. Vol goede moed begint ze te kloppen en ontdekt ze zowaar een ader in mijn linkerarm. Heel erg verbaasd ben ik daar niet over eerlijk gezegd. De leerlinge pakt een naald, en steekt die heel kloek in mijn arm. Er gebeurt niets. He-le-maal niets. Ze heeft mijn ader gemist. Teleurgesteld haalt ze de naald weer uit mijn arm. Ze vraagt of ze het nog een keer mag proberen. Natuurlijk zeg ik. Nieuwe ronde, nieuwe kansen zouden ze op de kermis zeggen. Ze vindt mijn ader weer. Haalt aan met de naald en hupsakee. Zo mijn arm in. En wederom is er niets te zien. He-le-maal niets. Het schaamrood staat op haar wangen. De begeleidster zegt dat ze het zal overnemen. Ik zeg dat ze het nog best een keer mag proberen. Een bekend spreekwoord zegt immers: ‘drie keer is scheepsrecht’. En om dan al na twee keer te stoppen. Maar ze durft niet meer. Of ze mag niet meer. Misschien heeft ze wel een duidelijke opdracht gehad, ‘maximaal twee keer proberen op een slachtoffer’. Wie zal het zeggen.

Als er eindelijk acht buisjes bloed zijn afgenomen mag ik weer even wachten in de wachtruimte. Dan volgt het gesprek met de neuroloog. Het verhaal wordt weer uitgelegd en we hebben enkele vragen voor haar. Zo hebben we nergens gelezen dat de vermoeidheid een gevolg is van TGA. Het is ook niet gebruikelijk zegt ze, maar het kan wel. Ieder mens reageert anders op dingen die een impact hebben in hun leven. En bovendien is ze er van overtuigd dat ik me de afgelopen week druk heb gemaakt over 1%. Ze pakt de beelden van de MRI erbij en scrolt er vlotjes doorheen. Ze verteld me dat er niets te zien is. He-le-maal niets.

Nu ben ik ervan overtuigd dat deze uitspraak van de neuroloog voor velen absoluut geen verrassing is. Persoonlijk had ik haar liever horen zeggen dat ze op het scherm een gezond stel hersenen zag. Maar dat deed ze niet. Ze zag niets. He-le-maal niets. Ik zou me natuurlijk druk kunnen maken over deze uitspraak, maar ik was ontzettend blij met deze woorden. En met mij Marieke. De neurologe haastte zich om erbij te vertellen dat dit de voorlopige uitslag was, en dat de radioloog nog uitgebreid naar de beelden zou gaan kijken, maar ik was blij. De definitieve uitslag krijg ik op 12 februari. De vermoeidheid zal wel snel minder worden zegt de neurologe, nu ik dit nieuws heb.

De weken kruipen voorbij. Alhoewel ik helemaal niet meer bang ben dat Hennie Huisman zal aanbellen kan ik niet wachten tot de dag van vandaag. De dag waarop ik definitief te horen krijg dat er niets is te zien. He-le-maal niets.

En dan is het eindelijk 12 februari. De dag van de definitieve uitslagen. Zoals twee weken geleden ook al is gezegd, is er op de scan niets te zien. Ook de bloeduitslagen waren goed. Alleen de resultaten van de vitamine waren nog niet binnen, maar ook daar verwacht de neuroloog niets bijzonders van. Deze laatste uitslagen krijg ik over vier weken. Telefonisch. Dan de uitslagen van het neuro-psychologisch onderzoek. De woordbenoeming (niet op woorden kunnen komen) is niet 100% en ook het werkgeheugen (parate kennis) is niet 100%. Maar eigenlijk is dat geen verrassing, want dit gaf ik zelf ook al aan. Dit zal in de loop van de tijd wel beter worden. De kans dat ik opnieuw een TGA aanval krijg is 10%. Ik ga ervan uit dat ik bij de overige 90% behoor. En mocht het onverhoopt wel zo zijn, dan dien ik opnieuw de molen in te gaan. Want er bestaat dan een uiterst kleine kans dat ik dan een zeer zeldzame vorm van epilepsie heb. De vermoeidheid heb ik nog steeds. En die kan nog wel een maand of twee aanhouden.

De vragen ‘Wat dan…’ en ‘Wat als…’ zijn gelukkig vragen waarop ik geen antwoord op hoef te geven. We zijn er van overtuigd dat we daarop pas over een jaartje of 50 op zijn vroegst weer over na hoeven te denken.

De afgelopen drie weken heb ik vaak in het middelpunt van de belangstelling gestaan. Iets waar ik helemaal niet van hou. Maar toch ben ik narcistisch genoeg om te zeggen dat de vele e-mails, berichtjes en kaartjes me goed hebben gedaan. Ik kan nu alleen nog maar zeggen:

Lieve mensen. Je kunt gewoon verder gaan naar daar waar je op weg was. Want er is niets te zien.
Niets te zien, beste mensen! He-le-maal niets te zien! Gewoon doorlopen.

3
Reageer op dit tiksel

3 Aantal reacties
0 Reacties op reacties
0 Volgers
 
Meest recente reactie
Meest gewaardeerde reactie
3 Reactieschrijvers
Recente reactieschrijvers

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Schrijf in  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Gast
christine muller

O zo fijn Paul en Marieke dat er he-le=maal niks te zien is.Wat kun jij dat toch fantastish schrijven Paul weer eventjes gelachen ermee.Geniet van het leven en geef ons nog jarenlang deze mooie avonturen van jullie beiden.Stay safe Love to you both.

Gast
Willem

Gelukkig dat alles goed is

Gast
Elly

Gelukkig..