Amerika

Vanmorgen in alle vroegte vertrokken vanuit het hotel iets ten zuiden van Katoenbos, op weg naar het laatste Nationale Park dat we gaan bezoeken deze vakantie. Wederom een kleine 500 kilometer rijden, maar dat mag de pret niet drukken.

Mede op aanraden van Rob nemen we een zaklamp mee, en dat is maar goed ook blijk al snel als we aan de wandeling in het Westelijke gedeelte van het park zijn begonnen. Een deel van de  route leidt ons namelijk door grotten. Grotten die iets anders zijn dan wij ze gewend zijn. Gewoon een gat waar je naar binnen gaat, en als het te donker wordt, dan knip je de zaklamp aan, en ga je op zoek naar een witte pijl die ergens op een rotsblok is geschilderd om de route te vinden. Geen gemakkelijke paden, maar gewoon klimmen, klauteren en kruipen over, onder en langs de rotswanden.

Na een tijdje hebben we alle obstakels overwonnen en staan we aan de andere zijde van de grot weer buiten. Een geweldige ervaring die om meer roept.

Morgen gaan we daar gehoor aan geven door naar het Oostelijke deel van het park te gaan. Als eerste staat daar op de planning om Condors te gaan spotten. Als we dat eenmaal hebben gedaan, gaan we zoek naar de Kloof van de Beer (Bear Gulch).