Amerika

Vanmorgen als eerste op pad naar Mount Saint Helens, ruim twee uur rijden vanaf het hotel. Dat lijkt behoorlijk, maar het is hier niet anders. De afstanden vallen op zicht behoorlijk mee, het is meer dat de laatste 75 kilometers vaak over een 50 kilometerweg gaat, dus dat schiet qua tijd heel erg op, terwijl de afstand wel meevalt. Zo ook dus vanmorgen. Twee uur rijden, een half uurtje kijken naar deze in 1980 ge?xplodeerde vulkaan, en weer twee uur terug rijden. Dat is onze ochtend van vandaag in een notendop. Een half uurtje is dat niet weinig zal menigeen zich misschien wel afvragen. Wel, ja en nee. Ja, voor de tijd dat je in de auto zit is het wel wat weinig. Nee, want als je iets gezien hebt, heeft het totaal geen nut om er langer te blijven, enkel en alleen maar om er te zijn. We hebben het half uur aldaar met volle teugen genoten, en ook de weg omhoog en omlaag waren meer dan de moeite waard.

Voor de middag hadden we een paar korte wandelingen uitgezocht in de buurt van het hotel (echt in de buurt, want het was maar 15 kilometer weg). De wandelingen waren in de buurt van Fort Vancouver, alwaar we morgen een bezoekje aan willen brengen. Een drietal korte wandelingen stonden op het programma. Alles bij elkaar een kilometer of zeven, dus dat is maar even tikken. Alledrie waren het historische wandelingen, dus we hebben weer van alles geleerd over de geschiedenis van Amerika.

Deze geschiedenis omvat, de laatste 100 jaar, voor een groot gedeelte de automobiel. Wat ons bij aankomst in Seattle opviel is dat het lijkt of de gemiddelde auto van de Amerikaan de afgelopen drie jaar in een wasmachine in een te warm programma hebben gezeten, want de auto’s zijn een stuk kleiner dan voorheen. Was drie jaar geleden een auto van het formaat Opel Omega nog de normale gang van zaken, vandaag de dag zie je auto’s van het formaat dat wij gewoon zijn. Zelfs de Volkswagen Golf en Kia Rio worden hier met grote regelmaat gesignaleerd. Natuurlijk hebben de Amerikanen nog wel een voorliefde voor het pimpen van hun auto. Zo ongeveer op iedere hoek van de straat zie je wel een auto die overdreven verhoogd, danwel overdreven verlaagd is. De modekleur hierbij is volgens ons matzwart. Met grote regelmaat, zie je, met name de Latino’s, hun auto langs de kant van de weg met een spuitbus matzwart overspuiten. Meestal is het resultaat om spontaan een huilbui van te krijgen, maar soms is het resultaat een creatie om je vingers bij af te likken.

Andere dingen die hier extreem zijn, is het aantal geocaches. Om deze te vinden hoef je niet veel moeite te doen. Enkel de aanwezige geocaches vanaf de laptop in de GPSr laden. Klein nadeel hierbij is wel dat in onze GPSr ‘maar’ 1000 van deze caches geladen kunnen worden, en dat dat aantal al bereikt wordt als je een straal van 15 kilometer instelt. Maar ach, dat mag de pret niet drukken. We zijn nu halverwege onze trip, en hebben in deze tijd zonder al te veel moeite te hoeven doen al 48 keer onze naam in een logboekje mogen kalken. Misschien gaan we wel proberen om de 100 vol te maken. Wie weet.