Amerika

Vandaag vertrokken we na een nachtje in Snoqualmie Pass richting het zuiden naar Mount Rainier. Gisterenavond hier een hotel in de omgeving proberen te boeken. Helaas is dat niet gelukt, we zitten nu 2 uur rijden vanaf de ingang van het park vandaan. We hadden wel een ander hotel gevonden, maar de meest positieve recensie over dat hotel was, “zo’n slecht hotel heb ik nog nimmer gezien”. Dat hebben we dus maar links laten liggen en ervoor gekozen om een stukje verder te rijden. De voornaamste reden dat het zolang rijden is, is niet de afstand, maar meer de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur over een afstand van 60 kilometer in het park. In de Nationale Parken in Amerika mogen geen caches verstopt worden. Maar 15 meter daarbuiten wel, dus was het vandaag voor ons reden om net buiten de grenzen van het park een kistje te gaan zoeken, zodat we onze naam weer in een boekje mochten bijschrijven. Ook hier was de natuur weer meer dan de moeite waard, en het bleek ook vandaag maar weer eens dat de natuur hier een stuk ruiger is dan in Nederland.

Na het papiertje te hebben volgekalkt, konden we weer terugkeren naar ons cache-mobiel voor de komende drie weken. Deze auto hebben we gisteren opgehaald in Seattle. De eerste auto hebben we geweigerd, omdat de deur van de bestuurder niet helemaal goed sloot (lees: de deur hing los in de scharnieren en bij het openmaken zakte deze ruim 5 centimeter naar beneden). Terug naar de balie en gevraagd om een andere auto. Dit was niet mogelijk omdat er geen andere auto’s op voorraad waren in de klasse die we hadden besproken. Na de mededeling dat een klasse kleiner voor ons geen probleem was, werd er geantwoord dat dat helemaal uit den boze was, en als donderslag bij heldere hemel was er plotseling wel een auto in de door ons gereserveerde klasse beschikbaar. Goed, geen kleinere auto dus, maar gewoon de auto die we besteld hadden. Hadden we de vorige keer de beschikking over een Ford Taurus (geen kleine auto al zeg ik het zelf), deze keer hebben we de controle gekregen over een Mercury Grand Marquis (die nog een maatje groter is). Dienden we in de Ford de tassen nog horizontaal in de kofferbak te deponeren, in de Mercury kunnen ze ook gewoon rechtop achterin de bagageruimte staan.

Nu werd het toch echt tijd om het NP in te gaan, en als eerste maakten we een stop bij Grove of the Patriarchs (vrij vertaald: Kreupelhout van de Apostelen). Een bos met reusachtige bomen. Sommige waren meer dan 75 meter hoog en al ouder dan 1000 jaar. Ook waren er bomen die de Trollenkoning van de Efteling naar alle waarschijnlijkheid wel als nieuw huis zou willen hebben. Helaas voor hem, zijn deze al verhuurd.

Na nog een korte wandeling door een kleine, 100 meter diepe, canyon, werd het tijd om het park via de andere zijde te verlaten zodat we naar ons hotel konden gaan. Maar niet zonder regelmatig te stoppen en te genieten van het schitterende uitzicht. Na zo ongeveer iedere bocht ontvouwde zich weer een fantastisch, door de natuur gecre?erd spektakel, voor onze ogen. Dit smaakt naar meer. Gelukkig dat we morgen weer terug gaan.