Inspiratie
Afgelopen week kwam de vraag waar we de tijd vandaan haalden om de site zo goed bij te houden en nog zoveel te zien. De tijd is niet zo’n groot probleem. Typen gaat nu eenmaal sneller dan alles op papier schrijven. En bijna alle hotels hebben hier een draadloze internetverbinding (en anders zijn er nog wel andere manieren om on-line te komen om even een bericht te plaatsen dat we hebben getypt). De tijd om zoveel te zien is ook niet zo’n probleem. We staan iedere dag gewoon om half zeven op en ‘s avond rond een uur of acht zijn we weer bij het hotel. Dus daartussen zit tijd genoeg om heel veel te zien. Nee, die twee dingen zijn niet zo’n groot probleem. Waar ik wel eens een chronisch gebrek aan heb is inspiratie. Gisteren had ik al geen idee waar over te schrijven, dus heb ik dat maar aan Marieke overgelaten. En vandaag moet ik toegeven dat het ook niet zo heel erg ver dreigt te komen om het een en ander een beetje leuk op te schrijven. Ik kan natuurlijk gewoon even een lijstje maken met dingen die we vandaag gedaan en gezien hebben, maar dat vind ik zelf niet zo leuk, dus doe ik dat ook maar niet. Wat wel vaak een voordeel is, is dat als ik eenmaal aan het typen ben, het een en ander gewoon via mijn vinger naar het toestenbord op het scherm komt. Dus is dat eigenlijk hetgene waar ik nu heel erg op aan het hopen ben.

Vandaag stond dus de Grand Canyon op het programma. De grootste canyon ter wereld, dus dat beloofd wat. Tenminste volgens de reisgidsen. Wij hebben er geen van beiden heel veel vertrouwen in. Twee jaar geleden hebben we in Namibië de Fish River Canyon bezocht. Dit is de op één na grootste canyon ter wereld (alleen de Grand Canyon is groter, duh). Toen we daar een dag later de Sesriem Canyon bezochten die vele malen kleiner is, maakte die op ons toch veel meer indruk. Aangezien we hier enkele dagen geleden al Canyonlands hebben bezocht, wat ook vele malen kleiner is, zijn we er een beetje huiverig voor dat de geschiedenis zich vandaag zou gaan herhalen.
Maar hoe je het ook went of keert, als je in dit deel van Amerika bent, dan hóórt de Grand Canyon er gewoon bij. Wij dus vol goede moed er naar toe vanmorgen. Slechts 80 mijl rijden, dus dat was zo gepiept. Wij op naar het bezoekerscentrum om te kijken wat waar te zien zou zijn. Een paar wandelingen uitgezocht, want hoe gek het ook klinkt, in Amerika moet je overal naartoe lopen. Wij hadden het idee, dat de Amerikanen overal een parkeerplaats op een paar minuten loopafstand van het uiteindelijke doel neergelegd zouden hebben. Niets is minder waar, een wandeling van 3 mijl is niets bijzonders. Wat wel weer vreemd is dat veel Amerikanen gewoon heel erg dik zijn. Als ze zoveel lopen zou dat niet zo hoeven te zijn zou je denken. Het een en ander wordt duidelijker als je in een stad probeert om een restaurant te zoeken. Een stadje van de omvang van Best, heeft als je geluk hebt welgeteld één restaurant, twee Mexicanen. Verder zitten er een ontelbaar aantal Fast-Food ketens. Maar goed, ik dwaal af. Een paar wandelingen uitgezocht dus. De eerste wandeling was een makkie. Maar liefst 100 meter scheidde ons van het uiteindelijke doel. Daarna stond er een wandeling van 1 kilometer op het programma. Volgens de parkwachters een wandeling van een half uur. Wel, dan kennen ze ons nog niet. Bijna twee uur nadat we aan deze wandeling waren begonnen, waren we terug bij het beginpunt. Ik denk toch dat wij té veel genieten van het uitzicht (lees: foto’s maken).

Maar feit is wel dat het zo is, dus we hebben de derde geplande wandeling maar gelaten voor wat die is, want anders zou het veel te laat worden voordat we bij het hotel zouden zijn. En onze indruk van de Grand Canyon? De geschiedenis heeft zich inderdaad herhaald. Allebei vonden we de kleinere canyon mooier en indrukwekkender dan de overtreffende trap die in de buurt te zien is. Begrijp me niet verkeerd, de Grand Canyon is een prachtig stuk natuur, maar Canyonlands heeft nét iets meer. Al met al, is en blijft het een aanrader om te bezoeken als je in de buurt bent.
Op weg naar het hotel kwamen we door Zion NP. Deze staat voor morgen op het programma. We hebben dus al mogen voorproeven. En ik moet zeggen. Het smaakt naar meer.

Een korreltje zout
Na een paar dagen die vrij vermoeiend waren, doordat we zo ontzettend veel op één dag zagen, zou het vandaag een rustdag worden. We hoefden ‘slechts’ 590 kilometer af te leggen naar het volgende hotel in het stadje Price. De enigste toeristische attractie die we vandaag zouden gaan bezoeken was het Great Salt Lake.

In mijn voorstelling was het Great Salt Lake helemaal geen meer, maar een grote zoutvlakte. Vergelijkbaar met de Etosha Pan in Namibië. Maar ja, soms blijkt die hersenpan van mij toch de verkeerde informatie op te slaan. De zoutvlakte die ik namelijk voor me had, was niet het Great Salt Lake, maar de Great Salt Desert. Deze woestijn ligt slechts 300 mijl meer naar het westen. En dat was een beetje te ver rijden naar ons idee. Maar goed, dus toch een meer. En een heel groot (erg zout) meer. Er waren twee Staatsparken bij het meer. Het eerste waar we voorbij kwamen was Antelope Island. Dit is een eiland in het Grote Zoute Meer, 11 kilometer voor de kust van Salt Lake City. Daar aangekomen zijn we eerst op ons gemak gaan eten aan het strand van het Grote Zoute Meer. Na het eten zijn we naar het Grote Zoute Meer gewandeld. Dat was toch nog een wandeling van enkele honderden meters.

Onderweg zagen we toch nog een stuk waar al het water verdampt was en alleen nog het zout was achtergebleven. Op ons gemak daarheen gelopen en foto’s gemaakt. Naar het water gelopen en even geproefd of dat het water nu echt zo zout was als dat er overal stond geschreven. Nou, ik heb het geproefd en ik moet zeggen: “Je kunt beter je tong in een pak JoZo steken, dat smaakt minder zout als één druppeltje water uit dit meer.”
klik hier of op de foto om het resultaat te bekijken
Het leed dat file heet
Vanmorgen in alle vroegte opgestaan om New York te verlaten. Vervolgens met de metro richting JFK Airport gegaan om de auto op te halen. Na anderhalf uur waren we daar. De auto die we gehuurd hadden was niet beschikbaar. Tenminste, niet met een navigatiesysteem aan boord. Vandaar dat we zonder meerprijs een hogere klasse auto kregen. Dus geen Mazda 6 of een Toyota Corolla maar een Ford Taurus. Of die nu zoveel grote en luxer is dan een Mazda of een Toyota betwijfel ik, maar goed het is een grote auto. We kunnen van een afstand alle tassen in de kofferbak doen zonder een andere tas te hoeven raken. Dus dat is wel heel erg fijn. Wat minder fijn was, is het feit dat het vandaag nogal druk was op de weg. Hoewel nogal is misschien nogal zachtjes uitgedrukt. We hadden op files gerekend. En we hadden gedacht dat we over 350 km een uurtje of vijf zouden rijden. Niets was minder waar. Ruim zeven uur hebben we gereden. Maar liefst 80 mijl (ruim 120km) file. Weliswaar niet allemaal stilstaand, maar we zijn toch niet boven de 30 mijl per uur uitgekomen. Gelukkig ging het nadat de files waren opgelost allemaal een stukje sneller.
Jammer genoeg hebben we de geplande tussenstop in Philadelphia moeten laten (meer…)
Stel je eens voor
Het Empire State Building…
Als je het niet bezoekt als je in New York bent, dan ben je niet in New York geweest zeggen ze wel eens. En inderdaad, het hoort er bij. Voor $16,- dollar mocht je helemaal naar de 86e verdieping. Als je bijbetaalde mocht je nog iets hoger, maar de 86e verdieping is hoog genoeg. Het uitzicht was geweldig, ondanks dat het niet echt helder was. Maar de grootse vraag die na het bezoek aan het Empire State Building ontbeantwoord is gebleven, is de vraag hoe Tom Hanks in de film Sleepless in Seattle zo snel bij Meg Ryan kon komen. Wij hebben er zeker 20 minuten over gedaan. Eerst door de beveiliging. Daarna door een wirwar van poortjes waar ze in de Efteling een puntje aan kunnen zuigen. Uiteraard word je dan langs allemaal souvenirshops geleid. Ook bieden ze je iedere 10 meter weer een andere aanbieding aan. Daarna in de rij bij de lift naar de 80e verdieping. Dan weer een stukje lopen om de lift naar de 86e verdieping te nemen. Genieten van het uitzicht, foto’s maken en weer naar beneden. Dat ging een stuk sneller dan naar boven.

Nadat we dit indrukwekkende gebouw hebben bezocht zijn we teruggegaan naar de Bronx om een kaart te kopen van het Yankees stadion. En natuurlijk om er zelf ook foto’s van te maken. Op de heenweg zaten we in een metrowagon die compleet leeg was. Hoezo New York, the city that never sleeps? In ieder geval wel op dat moment voor ons gevoel. Het leverde sowieso weer een mooie (meer…)
Kopenhagen
Vandaag staat Kopenhagen op het programma. De dag begint goed, want het is stralend weer. We kunnen lekker in een t-shirtje rondwandelen. Met de trein naar het centrum gegaan. Na een paar minuten gewandeld te hebben komen we uit bij het attractiepark Tivoli (waar hebben we die naam eerder gezien?!).

Hier gaan we maar niet naar binnen want dat kost ons minstens een halve dag. Nog wel even binnengestapt in een berenshop. Hier kon je zelf (meer…)
Dag 12 – Brandberg – Twijfelfontein
Dag 12Brandberg – Twijfelfontijn
In de omgeving van Twijfelfontijn zijn meer dan 2000 rotsgravures van de Bosjesmannen gevonden. Onder leiding van een lokale gids maken we een korte wandeling hiernaar toe. Afbeeldingen van giraffen, olifanten en ander wild zijn de stille getuigen van een periode dat deze streek vruchtbaarder was dan heden ten dage. We stoppen tevens bij enkele geologische curiositeiten, als de ‘verbrande berg’ en de ‘orgelpijpen’. Bij de orgelpijpen treffen we door erosie gevormde zuilen aan in 150 miljoen jaar oud vulkanische gesteente. ‘s Avonds kamperen we aan een droge rivierbedding. Met enig geluk vangen we in deze omgeving een glimp op van de bijzondere woestijnolifanten.
Rotstekeningen
Vandaag dus twee wandelingen gehad waarbij we rotstekeningen konden bekijken. Hierna naar de orgelpijpen en naar de verbrande berg. Allemaal heel mooi en apart om te zien.
Dag 11 – Swakopmund – Cape Cross – Brandberg
Dag 11Swakopmund – Cape Cross – BrandbergEen kaarsrechte weg voert ons de volgende dag Swakopmund uit. Even ten noorden van de stad wordt zout gewonnen en tot daar komen we nog wat verkeer tegen. Dan hebben we de civilisatie weer achter ons gelaten en rijden langs één van de onbarmhartigste kusten van Afrika; de Skeleton Coast. Deze 40 kilometer brede kuststrook vormt een buffer tussen de zee en het achtergelegen Kaokoland en de Damara. Het landschap is hier volkomen leeg en de enige oriëntatiepunten zijn de afstandspalen, waarop het aantal ‘miles’ vanaf Swakopmund staat. In deze kuststrook liggen gravel- en zandvlakten waar per jaar niet meer dan 3 centimeter regen valt. We stoppen bij Cape Cross, de plek waar de Portugese zeevaarder Diego Cáo als eerste Europeaan voet op de Namibische kust zette. We nemen een kijkje bij het kruis dat hij hier oprichtte ter ere van de Portugese koning João I. Naast een historisch belangrijke plaats geniet Cape Cross bekendheid vanwege zijn grote kolonie zeerobben. We rijden verder landinwaarts naar de Brandberg. Deze berg is met z’n 2573 meter de hoogste van Namibië waar we een pittige wandeling naar de wereldberoemde rotsschildering de ‘White Lady’ maken.
Zeehonden
Vandaag een bezoek gebracht aan de zeehonden van Cape Cross. Hun aantal was niet te tellen, en hun stank??? Of we waren te goed voorbereid of het viel gewoon ontzettend mee.

Vanmiddag is de geplande wandeling afgelast door de overweldigende hitte.
Dag 8 – Sossusvlei
Dag 8Sossusvlei (Namib-Naukluft nationaal park)De volgende ochtend rijden we bij zonsopgang naar de Sossusvlei. Deze pan wordt omringd door ‘s werelds hoogste zandduinen. Het uitzicht op deze zandzee is met name ‘s avonds en ‘s morgens vroeg overweldigend. Het lijkt wel of de zandzee aan je voeten in het rode licht gloeit. Het kost veel inspanning om de 200 meter hoge duinen te beklimmen, maar het uitzicht op het onwezenlijke maanlandschap loont de moeite. We krijgen de gelegenheid om in deze bizarre omgeving een wandeling te maken en te ontdekken hoe taaie plantjes dapper weerstand bieden aan de zware omstandigheden van de woestijn.
Zand zand en nog eens zand
Vanmorgen zijn we lekker om 4:45 opgestaan om Dune 45 te beklimmen.

Iets voor zessen aangekomen bij de poort en wachten totdat deze om 6 uur openging. Hierna was het nog 45km rijden naar Dune 45.
Hier aangekomen was het nog een lange zware tocht om omhoog te klimmen.

Maar eenmaal boven aangekomen bleek dat het alle moeite meer dan waard was. Geen woord in alle reisgidsen is gelogen. Het uitzicht is gewoon adembenemend.

Weer naar beneden, ontbijten in de truck. In de truck omdat het ondertussen steeds harder begint met waaien. En als we buiten zouden eten wordt een sandwich letterlijk een SAND-wich.
Om 8:30 verder naar Death Valley waar we een rondleiding krijgen van Boesman. Maar toen we daar waren, werd de wandeling afgelast. Het was ondertussen namelijk zo hard gaan waaien dat we door al het zand geen hand meer voor ogen konden zien. Nou, ze zeggen dat je alles een keer meegemaakt moet hebben in het leven. Wij hebben nu een zandstorm meegemaakt, en ik kan je zeggen: een keer is meer dan genoeg!!!!
‘s Middags wordt besloten om Sossusvlei een dag eerder te verlaten als gepland en op weg te gaan naar Swakopmund. Aan de ene kant wel jammer, want er is hier zoveel te zien. Aan de andere kant wel fijn, omdat we hier toch niets kunnen doen, als in de truck naar het voorbijwaaiende zand kijken.
Dag 7 – Fish River Canyon – Sossusvlei
Dag 7Fish River-canyon – SossusvleiHoe verder we naar het noorden rijden hoe desolater het wordt. Ook de goede asfaltwegen laten we vandaag achter ons. Einddoel van onze inspannende en stoffige tocht vandaag is de indrukwekkende Sossusvlei, een grote duinpan aan de rand van het Namib-Naukluftpark. We bereiken deze vlei via het plaatsje Sesriem. ‘s Middags bestaat de mogelijkheid om een wandeling te maken naar de Sesriem Canyon. Deze canyon ligt niet ver, ongeveer 4 kilometer, van onze campsite. Hij is ontstaan, doordat de Tsauchab-rivier in de loop van duizenden jaren een 30 meter diepe en 1 kilometer lange kloof in de rots heeft uitgesleten. In de wintermaanden staat er geen water in de canyon, zodat we veilig in de kloof kunnen afdalen. In andere tijden van het jaar is er hier een klein stroompje of een poel.
De Sessriem canyon was heeel indrukwekkend.

Ik weet dat ik niet groot van stuk ben, maar in deze canyon voelt iedereen zich een kabouter. Je daalt af in de Canyon en je ziet alleen nog maar rostblokken om je heen. Rotsblokken met gaatjes en zand. Er zitten ook vogels, maar we hebben niet kunnen traceren welke.
‘s nachts heb ik tussen de jakhalzen geslapen. We hadden vergeten om de vuilnisbak in de truck te zetten. We hadden ‘s avonds lamsbout gegeten en die aten de jakhalzen ‘s nachts. Onze tent stond natuurlijk het dichtste bij de vuilnisbak. Dus ze liepen langs mijn gedeelte van de tent. Ik hoorde ze lopen, snuiven en grommen. En tot overmaat van ramp hoorde ik ze kauwen en met de botjes winkelen.
Ik had ze al horen rammelen met blik, en dacht eerst dat we de kopjes niet opgeruimd hadden, maar het waren de cola-blikjes. Je kunt het maar weer meegemaakt hebben.
Dag 6 – Oranjerivier – Fish River Canyon
Dag 6Oranjerivier – Fish River-canyonIn de vroege ochtenduren passeren we de grens met Namibië. Ons reisdoel van deze dag is de op één na grootste canyon ter wereld, de Fish River Canyon. De Fish-rivier heeft hier gedurende duizenden jaren een indrukwekkende 27 kilometer brede kloof uitgesleten. De canyon zelf is 160 kilometer lang. In het gelijknamige nationale park kamperen we op een schaduwrijke plek ten noorden van de canyon, waarvandaan we de omgeving verkennen. Als we geluk hebben zien we hier al het eerste schaarse wild. Afdalen in de kloof is helaas niet meer toegestaan.
Dag zes is al weer aangebroken. Dit was een lange dag om te reizen. Maar ach dat hoort erbij en gelukkig is het nog niet te warm om te reizen. Bovendien is het landschap onderweg de moeite waard.

Laat in de middag zijn we aangekomen bij de Fish-river Canyon. Snel onze tenten opzetten om weer in de truch te stappen om de Canyon te zien. We moetsen opschieten om de zonsondergang mee te kunnen pikken.
Jammergenoeg hadden we geen tijd om in de canyon te gaan, wat gedeeltelijk wel begaanbaar is. Maar we hebben bovenover een mooie wandeling gemaakt. De zonsondergang waa schitterend. Het zal er op de foto’s wel minder mooi uit komen te zien dan het in werkelijkheid was. We hebben aan de truch even gesnackt. Suwaeley de chauffeur toverde chips en dipsausjes te voorschijn. Nog even genieten van het uitzicht em terug naar de campsite om te dineren en nog even in de bar gezeten met nog en paar Nederlanders van een andere groep..



