Allemansvriend
Waar we een half jaar geleden nog enigszins vermoeid waren na een wandeling van een kilometer of vijf, beginnen we nu pas na een kilometer of zeven op gang te komen. Het is overdreven om te zeggen dat we nu echte langeafstandswandelaars zijn, maar voor een wandeling van 10 kilometer schrikken we niet meer terug. Jammer genoeg voor ons zijn een paar maanden geleden de donkere dagen aangebroken en is de tijd die we kunnen besteden aan langere boswandeling ernstig verminderd. ‘s Avonds na het eten een stuk gaan lopen door de bossen zit er echt niet in. Een ander klein nadeel van de donkere dagen is de hoeveelheid regen die uit de lucht neer komt vallen. Hierdoor wordt het allemaal een stuk natter in de bossen, wat het comfort van het lopen niet bevorderd.

Stevensweert
Je moet je voorstellen dat we een wandeling uitzoeken op internet. Als het om een boswandeling gaat, dan kun je in de omschrijving van deze wandeling vaak de volgende zin lezen: “Het kán een beetje drassig zijn.” Op het moment dat je ogen deze regel tekst hebben doorgestuurd naar het grijze gedeelte in je hoofd dat beter bekend staat als hersenen, doe je er verstandig aan om meteen de telefoon te pakken, naar Schiphol te bellen en een vliegticket te kopen naar Salt Lake City om daar vervolgens in een Drug Store alle zakken te kopen die je daar kunt vinden tesamen met een grote schep. Met die schep én die zakken ga je vervolgens naar het Salt Lake om diezelfde zakken te vullen met al het zout dat je kunt zien in de, overigens schitterende, omgeving.  Want nadat je die regel hebt gelezen, wéét je dat je aan een korreltje van deze witte materie niet genoeg hebt. Je wéét uit ervaring gewoon dat je er verstandig aan zou doen om lieslaarzen te gaan kopen omdat de ontzettend fijne wandelschoenen simpelweg niet geschikt zijn op te lopen door een gebied dat een beetje drassig is. Je wéét gewoon dat op het moment als het in Nederland een paar dagen behoorlijk heeft geregend (en het neerdalen van hemelwater voor een langere periode komt toch regelmatig in dit land voor.), het gewoon een feit is dat de paden omgetoverd zijn tot een grote brassige brei. Vroeger hadden de mensen daar een ander woord voor, tegenwoordig ook nog wel bekend als moeras. Wel, dat laatste is misschien ook wel overdreven, maar het zou niet de eerste keer zijn dat je iedere stap die je denkt te gaan nemen, eerst drie keer moet overwegen alvorens je hem neemt, en op het moment dat je deze stap voorwaarts neemt tot de ontdekking komt dat deze keuze toch niet helemaal de juiste was met als gevolg dat je zo ongeveer tot aan je oksels wegzakt in de slijk. Ik denk dat men zich wel kan inbeelden tot hoever Marieke op zo’n moment weg zou kunnen zakken.

Ravenstein
Nee, daar hebben we allemaal niet zo heel erg veel zin in. Gelukkig biedt datzelfde internet ook veel speurtochten door steden aan en de kans dat je daar opgeslokt wordt in een moeras is gelukkig iets kleiner. Maar ja, zoals Johan het altijd placht te zeggen. Ieder voordeel heb zijn nadeel. En daar komt die allemansvriend om de hoek kijken. Die, o zo lieve, trouwe vriend van de mens. Iedereen zal nu waarschijnlijk wel meteen weten over welke viervoeters ik het nu heb. Juist, de hond. Want de leuke stadswandeling gaan uiteraard door die leuke oude stadjes. En aangezien men in de middeleeuwen geen rekening heeft gehouden met het hedendaagse verkeer, heeft men toentertijd daar met de bouw van de huizen logischerwijs geen rekening mee gehouden, bijgevolg dat de straten hedentendage toch wel erg smal zijn. Dus op het moment dat je een gebouw staat te bewonderen of druk bezig bent om een gekregen opdracht uit te voeren (bijvoorbeeld: als je onder de harlekijn gaat staan hoeveel muurankers zie je dan aan het huis tegenover je?) denk je er simpelweg niet aan om je blik van al het moois dat er te zien is te halen en deze even af te laten dwalen naar de grond om te kijken of er toevalligerwijs geen excrementen zijn gedeponeerd door een hond. Niet dat die hond er iets aan kan doen. Meestal ligt het gewoon aan de tweevoeter die de andere kant van de lijn, die de twee vrienden met elkaar verbind, met grote zorgvuldigheid in zijn hand vasthoudt. En naar alle waarschijnlijkheid is de toewijding die tweevoeter heeft bij het uitzoeken van een plek waar zijn dierbare vriend zijn fecaliën eventueel neer zou kunnenleggen zonder anderen tot last te zijn, om het maar eens zachtjes uit te drukken, niet zo heel erg groot.. Balen is het natuurlijk wel als je voor de zoveelste keer met je voeten in de uitwerpselen der hond treedt. Op zo’n moment komen alle mogelijke synoniemen voor deze smurrie (derrie, kak, shit, uitwerpselen, feces, schijt, poep, kaka of gewoon simpelweg stront)bij je naar boven borrelen. Niet dat het allemaal iets helpt. Het is gewoon zaak om op zoek te gaan naar een klein stukje gras waar je, nadat je het eenmaal gevonden hebt, alleen maar kunt hopen dat de stront onder je schoen de aantrekkingskracht van de grasmat verkiest boven de geur van rubber van je schoenzool. En daarna is het simpelweg weer een kwestie van verder wandelen om te gaan genieten van de mooie dingen in het leven. Tot het moment weer daar is dat je….
Juist….. shit……
Dzji-pi-es-ar -> dzjio-kesjing

Dat is waarschijnlijk het eerste wat je zal denken bij het lezen van deze titel. Gelukkig, of voor degenen die misschien nog een klein beetje hoop voor me hadden wel helaas, is dat niet het geval. Want wat willen die vreemde woorden nu allemaal zeggen? Om een kort verhaal voor de verandering maar eens lang te maken zal ik het een en ander uitleggen.
Volgend jaar staat Italië op de rol om te gaan bezoeken. Eigenlijk was dat dit jaar de bedoeling, maar door alle ellende met mijn elleboog is dat er niet van gekomen. Volgend jaar is dat dus ons reisdoel. De afgelopen maanden heb ik tijd genoeg gehad om het een en ander uit te zoeken en al zoekende kwamen we op de bestemming voor ná Italië. Over twee jaar dus in 2009 hebben we alweer een bestemming bedacht. Hoewel die niet heel orgineel is, omdat we er al eens geweest zijn, hebben we er nu al zin in. Het zullen weer de Verenigde Staten van Amerika worden. Het Wilde Westen om precies te zijn. Tijdens het zoeken naar mooie plekjes in Amerika, kwamen we plaatsen tegen die volgens ons toch wel zéér de moeite van het bekijken met eigen ogen waard zijn. Één daarvan is Coyotte Buttes. Klein nadeel van deze plaats is wel dat je er een vergunning voor nodig hebt. Die vergunning is via internet te krijgen. Je dient je dan in te schrijven op een site om 12:00 uur ‘s middags lokale tijd aldaar. De vergunningen voor 4 maanden daarop worden dan verkocht. Per dag zijn er 5 vergunningen te vergeven. Totaal dus 150 vergunningen voor een maand. Aangezien het een zeer gewilde plek is om te bezoeken, zul je begrijpen dat je heel erg veel geluk nodig hebt, om een vergunning te bemachtigen. De vergunningen worden op volgorde van aanvraag verstrekt. Ben je te laat, dan heb je pech gehad, en kun je het een maand later weer opnieuw proberen. Maar stel nu dat we het geluk hebben om een vergunning te bemachtigen, wat dan? Wel, dan is het een kwestie van afreizen naar het kantoortje op de parkeerplaats om de vergunning op te halen. Tesamen met de vergunning krijg je een getekende kaart van het gebied, waar ook de coördinaten van de bestemming te vinden is. In het gebied zijn (bijna) geen paden te bekennen en je bent dan ook afhankelijk van je eigen kennis om te navigeren met kaart en kompas. Óf het moet zijn dat je in het gelukkige bezit bent van een dzji-pi-es-ar oftwel in gewoon Nederlands: een GPSr. Dat is een draagbaar navigatieapparaat dat je gebruikt in plaats van kaart en kompas. Aangezien ik niet overweg kan met een kompas, leek het ons een erg handige gadget. Toen maar meer informatie over zo’n apparaat gaan zoeken op het internet.

Al snel kom je dan uit bij een paar bekende merken. Namelijk Magellan & Garmin. Magellan is voornamelijk bedoeld voor de waterratten onder ons en we hebben dus vrijwel meteen besloten om verder te gaan kijken bij Garmin. Ook omdat ons deze naam bekend in de oren klonk. En dan kom je automatisch terecht in het volgende woud. Zo ontzettend veel keus is er in deze voor ons onbekende wereld. Samen met het aantal mogelijkheden, groeit ook de prijs van zo’n apparaat. Gelukkig hebben alle bijzondere gebieden in Amerika waar je vergunningen voor nodig hebt dezelfde manier, dus een GPSr is niet nodig voor één bestemming. De volgende vraag voor ons was misschien wel heel erg logisch. Wat kun je er nu precies mee? Wel, in het apparaat voer je de locatie in waar je naar toe wilt, en het apparaat toont de route van de locatie van waar je jezelf bevindt naar de locatie waar je naar toe wilt gaan. In een rechte lijn welteverstaan. Een soort TomTom voor vogels dus. Aangezien wij niet het vermogen hebben om zelfstandig het luchtruim te kiezen om ons zo van A naar B te begeven, zou het ook wel gemakkelijk zijn als je op een kaartje op het beeldscherm kunt zien waar alle paden, rivieren etcetera zich bevinden. Dat helpt de keus tussen de apparaten al een stuk te beperken. Helaas is de prijs dan ook niet meer zo heel erg leuk om voor een paar natuurwonderen te besteden. En dan kom je bij de volgende vraag. Hebben we er hier in Nederland ook iets aan? En dan ga je weer zoeken op het internet. Per toeval stuitte ik op een site die geheel gaat over het fenomeen dzjio-kesjing. In goed Nederlands: geo-caching. Eigenlijk is dat ook weer geen goed Nederlands, dus maar iets simpeler vertaald, en dan kom je uit op het woord schatzoeken.
Op de site krijg je de coördinaten te zien van een locatie waar iemand iets heeft verstopt. Deze getallen voer je in de GPSr in, en dan kun je naar die locatie toe gaan. Dat zijn de meest eenvoudige. Ook zijn er complete speurtochten op de site te vinden. Je krijgt dan een startlocatie doorgegeven, tesamen met allemaal opdrachten. Deze opdrachten bestaan meestal uit het zoeken van getallen. Met behulp van de gevonden getallen, kun je dan de volgende locatie uitrekenen, waar je weer getallen moet zoeken om weer een andere locatie uit te rekenen. Totdat je de laatste locatie hebt uitgerekend en je naar de schat kunt lopen. Meestal zijn het routes van een kilometer of 7. De schat bevindt zich dan meestal op een steenworp afstand van het punt van waar je bent vertrokken. Je hebt dan een mooie wandeling gehad door meestal onbekende gebieden. Ook zijn er schatten verstopt, waar je eerst thuis een puzzel voor moet oplossen alvorens je op pad kunt gaan. Eigenlijk dus een ideale combinatie voor ons van drie verschillende hobbies: fotograferen, puzzelen en wandelen. Na lang nagedacht te hebben, hebben we besloten om een GPSr aan te schaffen. Nu twee maanden geleden. Onze eerste schatzoektocht was meteen een succes. En ik moet eerlijk toegeven, het werkt verslavend. Op het moment van schrijven hebben we 106 van deze schatten gevonden. Eerlijkheidshalve moet ik ook toegeven dat het ook wel eens voorkomt dat we een schat niet kunnen vinden.
Nu zul je wel zeggen 106 van die dingen, dan zullen die twee wel snel uitgezocht zijn. Niets is minder waar. Bij het bezoeken van de site van geocaching.nl ging er een wereld voor ons open. In Nederland liggen op dit moment bijna 4500 schatten verstopt. In België (waar we ook niet zo heel ver vandaan wonen) ruim 2500, en in Luxemburg 282. Als we naar ons andere buurland, Duitsland kijken, dan kom je tot de ontdekking dat daar bijna 40000 schatten zijn verstopt. En wereldwijd zijn het er ruim 495000 (!!!). En dagelijks komen er overal bij. Voorlopig kunnen we dus nog wel even vooruit. En hetgeen wat je zoekt? Dat varieert van een fotorolletje tot een emmer. Veel schatten zijn zogenaamde munitiekistjes, zoals hieronder te zien is.

Misschien het meest vreemde is nog wel het feit, dat die gekke dingen overal zijn verstopt. Toen wij in Namibië op bezoek waren in Swakopmund, zijn we op een bepaald moment een kopje koffie gaan drinken. Bij het hek van dat terras, nog geen drie meter bij ons vandaan, ligt een schat verstopt. In Zambia, bij de Victoria Watervallen, ligt precies op het punt waar wij met behulp van een statief een foto van onszelf hebben gemaakt, een schat. In Amerika zijn we op een bepaald moment vorig jaar gestopt langs de kant van de weg om een boterhammetje te eten. Achter het bankje waar we op hebben zitten eten, ligt een schat. En we hebben geen enkele keer iets gezien. Hoe kan dat? Eigenlijk heel simpel. Je hebt geen weet van het bestaan van die dingen. Je weet niet wat je zoekt, dus zelfs als je het ziet, dan denk je waarschijnlijk alleen maar: “Hadden ze dat niet even gewoon in de vuilnisbak kunnen gooien?” En je kunt ze gewoon niet zien. Leg bijvoorbeeld maar een schoenendoos op de bank. Op het moment dat je de kamer binnenloopt en naar de bank kijkt, dan zie je die doos meteen liggen. Leg nu eens een kussen over die doos, en je zult al een stuk meer je best moeten doen om die doos te kunnen zien. Zo is het ook in een bos. Leg een paar takken over een kistje (dat van zichzelf al groen is). Drappeer daar nog eens wat bladeren overheen en je zult jezelf wel kunnen voorstellen dat het geheel bijna niet te zien is. Zeker niet als deze camouflage zich ook nog eens een meter of twee van het pad af bevindt.
Links in het menu, hebben we nu de kop djzio-kesjus aangemaakt. Daarin staat een banner met onze naam (zanaboza) en het aantal caches dat we hebben gevonden. Eronder staat een kaart. Als je daar op klikt, wordt er een grotere versie van deze kaart geopend. Al met al hebben we er een nieuwe leuke hobby bij. Die ook nog eens gezond is.
Hieronder een paar Nederlandstalige filmpjes over geocaching.Â
De eerste is uit 2005 en afkomstig uit België. De kwaliteit is niet geweldig, maar het legt wel het een en ander goed uit.
De tweede is een kort verslag van een evenement van afgelopen weekend en laat een multi-cache zien. De kwaliteit is een stuk beter.
[youtube jQybyi8MomA]
[youtube X-ZfyGYxyBc]
Vriendelijkheid kost geen cent en zwaaien is gratis
Vol verwachting kijk ik naar links. Nog twee minuten geeft het bord aan en dan komt de bus. Het is niet echt druk op de weg, dus ik heb vrij zicht op alles wat komen gaat. Is dat toch niet zo’n heel groot probleem, want ik sta bij de Smalle Haven, en daar komt het openbaar vervoer samen met de hulpdiensten en taxi’s uit één richting en al het overige verkeer uit de andere. Drie minuten later verschijnt er in de verte een wit voertuig. Daar zal je hem hebben. ‘s Jammer. Het is de bus naar Luijksgestel. Ik kijk weer op het bord. Negenentwintig minuten geeft het nu aan. Óf ik moet aan een nieuwe bril, óf de bus die net passeerde het het verkeerde nummer op zijn voorgevel staan. Kijk even op het bord welke bussen er nog meer komen en hoe lang dat nog wachten is. Anders loop ik maar gewoon, zo heel erg ver is het tenslotte ook weer niet naar huis. De bus naar Helmond blijk over een kleine vijf minuten ook langs te komen. Besluit maar daarop te wachten en gewoon te hopen dat deze bus wel gewoon rijdt, ondanks dat het vakantie is en de bussen volgens een vakantiedienstregeling rijden. En dan verschijnt er vanuit mijn linkerooghoek een Ford Focus. Marieke zit aan de passagierszijde met een boek in haar hand. Achter het stuur zit een jongedame die ik niet 1-2-3 herken. Lang, blond haar. Dat zal Karin dus wel zijn. Ik denk dat het wel een verrassing voor Marieke zal zijn als ze mij hier zal zien, dus ik ga maar zwaaien. Maar Karin blijft maar naar links kijken en Marieke blijft maar in het boek kijken. Ik denk dat het boek wel de stadsplattegrond zal zijn, dan maar hopen dat ze het boek niet op haar kop houdt, dan komt het vast allemaal wel goed. Alleen het gevolg is dat ik maar blijf zwaaien. Ik neem aan dat Karin toch wel een keertje naar rechts zal kijken omdat uit die richting de auto’s vandaan komen. En ja hoor, ze kijkt. Een paar seconden later kijkt Marieke ook op. Ze is verrast en blij (tenminste dat hoop ik dan) om me te zien. Ze zwaait net zo enthousiast als ik daar sta te zwaaien.
Een paar minuten later gaat mijn telefoon. Zoals verwacht is het Marieke. Het eerste wat ik hoor is een hoop gelach. Karin bleek me toch iets eerder te hebben gezien dan ik had gedacht. Want toen ze naar rechts keer en me (voor de tweede keer) zag staan, sprak ze de woorden:”Nou, dan kun je daar wel blijven staan zwaaien, maar ik ken je niet hoor. Vreemd menneke.”
Wel, dat is nog eens een compliment. Ze zouden ze met een paar wasknijpers aan haar oren aan het hoogste balkon van de Porthastoren moeten hangen. Want zelfs al zou ze me niet kennen, dan zou ze toch verrukt moeten zijn over het feit dat er nog mensen op deze wereld zijn, die heel spontaan vriendelijk zijn en gaan staan te zwaaien. Zomaar…..
De man met het lamme armpje
Snok…….. Met een korte ruk wordt de groene band rond mijn linkerbovenarm aangetrokken. Het spreekwoordelijke zweet breekt bij me uit, en benauwd kijk ik naar mijn linkerhand. Die linkerhand, waar continue tikken op worden gegeven die net niet meer in de categorie vriendelijk te plaatsen zijn, vertoont allemaal opgezwollen aders. Langzaam gaat mijn hart iets langzamer kloppen. Nu kan het toch niet meer zo moeilijk zijn? Zelfs een blinde kan nu de aders van een kilometer afstand zien. Wie van ons twee er nu het meest zenuwachtig is weet ik niet. Ik hoop dat ik dat ben, maar zeker weten doe ik dat natuurlijk ook niet, aangezien zij het nog allemaal moet leren. Met een kordate, enigszins geruststellende, ruk aan de folie, die lijkt alsof ze al jaren niets anders doet voor de broodwinning, haalt ze de naald tevoorschijn. Kordaat beweegt ze haar hand naar de mijne. Na een korte weifeling besluit ze waar ze de naald in mijn hand gaat steken. Over haar rug, kijken een paar bedenkelijk kijkende ogen nauwgezet mee. De mond die zich eronder bevind, mompelen een paar geruststellende woorden. Nog een paar millimeter en dan…… Voltreffer. In één keer in de roos. Ik, het paar bedenkelijk kijkende ogen en de verpleegster die nog moet leren om een infuus te plaatsen slaken een zucht van verlichting. Het paar bedenkelijk kijkende ogen zegt tegen de verpleegster dat ze het goed heeft gedaan, en neemt, met de woorden:”Sluit hem maar aan.”, afscheid en gaat op weg naar de volgende patient. De verpleegster, ondertussen weer rustig aan het worden, pakt de slang en sluit deze aan op de infuuszak. Vol zelfvertrouwen draait ze het dopje van de zojuist gemaakte aansluiting op mijn hand af. In een klap stralen haar ogen paniek uit. De lakens worden in hoog tempo Ferrarirood omdat het mijn bloed, uit de nieuwe aansluiting spuit. Haar ogen speuren in een moordend tempo de omgeving af, op zoek naar het paar bedenkelijk kijkende ogen. Niets. Ze zal het zelf moeten oplossen. Wat nu? De lakens worden roder en roder. Om nu te zeggen dat het bloed er zo hard uitspuit, dat ik bang zou moeten worden dat ik helemaal leegbloed, zou schromelijk overdreven zijn. Plots denk ik aan de groene, rond mijn linkerbovenarm aangetrokken band. Die zit er namelijk nog gewoon. Gelukkig heeft de verpleegster aan een half woord genoeg en snel verwijderd ze de groene band. Een fractie van een seconde later is de golfstroom bloed gestopt met gutsen, en sluit ze het slangetje op mijn lichaam aan. Onmiddelijk begint de zoutoplossing te stromen. Een ervaring én een leermoment rijker vervolgt ze haar weg door de inleidingsruimte. Op weg naar de volgende patient.
De volgende hindernis die genomen diende te worden tijdens mijn verblijf in de inleidingsruimte was het laten plaatsen van een blok. Een blok is een verdoving die ze in een bepaalde zenuw spuiten, zodat daardoor de functie van een lichaamsdeel uitvalt. Bij mij was het doel natuurlijk mijn rechterarm. Na van de ‘schrik’ van het plaatsen van het infuus te zijn bekomen, hoopte ik stiekempjes toch wel dat het blok geplaatst zou worden door iemand met een klein beetje ervaring. Wel, een paar minuten later kwam een grijsharige, zeg maar gerust spierwitharige, man aangelopen. De rimpels in zijn gezicht stralen een ervaring uit die teruggaat tot ver in de vorige eeuw. Steeds meer geruster neem ik zijn uitgestoken hand aan. Frenk, is de naam. Op het moment dat hij zichzelf voorstelt, moet ik meteen aan Barry Stevens denken. Deze man heeft precies hetzelfde accent als de overbekende in Nederland werkende Engelse choreograaf die vooral bekend is geworden door de serie Tita Tovenaar én natuurlijk als jurylid van de soundmixshow. Vooral doorgaan zal waarschijnlijk wel hét stigma zijn waar deze man, ongewild, regelmatig mee te maken zal hebben. Deze zin flitste namelijk meteen door mijn hoofd bij het horen van deze zeer vriendelijk ogende en klinkende man. Op rustige wijze legt hij mij uit wat zijn te volgen werkwijze is. Als eerste zal hij mij laten slapen door middel van een roesje. Daarna gaat hij onder mijn oksel een naald in een zenuwbaan prikken. Op deze naald zet hij vervolgens stroom. Dit gaat door totdat hij de juiste zenuwbaan heeft gevonden. Op het moment dat het zover is, spuit hij de verdovingsvloeistof door die naald de zenuwbaan in. Een paar minuten later wordt ik weer wakker uit het roesje en is het blok geplaatst, zo luidt het plan. Het is nu tien uur en ik ben nu nog geen kwartier in de inleidingsruimte en ik ben ervan overtuigd dat mijn verblijf minder lang zal duren dan de vorige keer. Een half uur tot drie kwartier is normaal. De vorige keer was de wachttijd ruim een uur, dit omdat de operatie die op dat moment werd uitgevoerd tegenzat. Maar goed, eerst het blok plaatsen. De slaapvloeistof wordt via het infuus naar binnen gespoten. Bijna twintig minuten later open ik mijn ogen weer. Ik bedenk me dat dit meer onder de noemer algehele narcose valt, dan onder de noemer roesje, maar goed, het is zoals het is, en het gaat zoals het gaat.
Velen stellen zichzelf misschien wel eens de vraag wat iemand voelt die een verlamd lichaamsdeel heeft. Het antwoord is in eerste instantie vrij eenvoudig, zou je denken: Niets, nakkes, nada. Nu moet ik zeggen dat ik er nu iets anders over ben gaan denken. Het antwoord zou moeten zijn: Niets….. lichamelijk dan tenminste. Want, zonder dat ik het wist, was nu, iets voor half elf, het lange wachten begonnen, en had ik alle tijd van de wereld om te ontdekken wat iemand voelt die een verlamde arm heeft.
Een vreemde gewaarwording. Dat is precies wat het is, als je tot de ontdekking komt dat je in je hoofd je arm aan de kant hebt gelegd en je, visueel, tot de ontdekking komt dat diezelfde arm in de praktijk nog geen millimeter heeft bewogen. Je gelooft niet dat je arm compleet lamgelegd is, dus ga je je Ãets beter concentreren om die arm op te tillen. Vijf minuten later, bedenk je je, dat het misschien wel eens wat simpeler zou kunnen zijn om eenvoudigweg je vingers te bewegen. Al met al ben ik bijna een half uur geconcentreerd bezig geweest om ook maar één spiertje in mijn rechterarm te bewegen. Het rendement was 0,0. Een blik op de klok leert me dat het een paar minuten over elf is. Al ruim vijf kwartier lig ik nu al te wachten. Enigszins teleurgesteld dat ik hier al zolang lig, pak ik met mijn linkerhand mijn rechterarm op om deze een klein stukje aan de kant te leggen. Overrompeld door het ‘dode’ gewicht van mijn rechterarm, verlies ik de greep op deze en voordat ik het weet, belandt mijn arm met een zwieper op het hek, dat eerder door de verpleegsters omhoog gezet is. Daar ligt ie dan. Buiten bereik van mijn linkerarm, want de bewegingsvrijheid daarvan wordt ernstig beperkt door het feit dat het slangetje van het infuus op de een of andere, voor mij raadselachtige manier, om het linkerhekwerk verstrengeld is geraakt. Opnieuw concenteren dan maar. Een kwartier lang lig ik me af te vragen of dat de positie waarin mijn arm zich bevindt een gezonde manier van liggen is. Gemakkelijk ziet het er in ieder geval zeker niet uit. Aangesterkt door het feit dat ik absoluut niet voel dat het metaal koud is, besluit ik toch maar om even de zuster de roepen. Meteen komt ze me helpen en legt mijn arm weer langs mijn lichaam. Door eventjes het linkerhekwerk omlaag en meteen weer omhoog te doen komt de slang van het infuus ook weer vrij en heb ik iets meer bewegingsvrijheid. Ook vertelt ze me dat de operatie waar de arts mee bezig is, iets uitloopt. Op de een of andere manier, vermaak ik me wel met het feit dat ik een lam armpje heb, want voordat ik het weet is het kwart voor twaalf en gaat de eerste groep verpeegsters eten. Ik bedenk me dat het ondertussen al bijna 18 uur geleden is dat ik überhaupt iets heb gegeten en een licht hongergevoel besluipt me. Een half uur later, ik lig ondertussen al tweeëneenhalf uur te wachten in de inleidingsruimte, komt de eerste groep terug van hun pauze en gaat de tweede groep daarvan genieten. Een verpleegster pakt een stoel en komt naast me zitten om me wat gezelschap te houden. Het is toch heel erg rustig zegt ze. Hoe dan ook, een gesprek is een welkome afwisseling. Op dat moment komt Frenk ook weer naar mijn bed gelopen en tilt mijn rechterarm op, om er vervolgens meteen in te knijpen en de arm los te laten, zodat deze met een smak op bed belandt. Met een vriendelijke stem vraagt hij of dat ik iets van zijn handelingen heb gemerkt. Op mijn ontkennende antwoord reageert hij met: “Mooi, dan heb ik mijn werk tenminste goed gedaan.” om vervolgens zijn weg weer te vervolgen. De verpleegster vertelt dat Frenk al ruim veertig jaar in Nederland werkzaam is. Het is even over half een als ze weer wat anders moet gaan doen. Kwart voor een verschijnt de arts aan mijn bed. Ruim drie uur lig ik hier nu te wachten. Ze vertelde me dat het haar heel erg speet dat de vorige operatie was uitgelopen en dat ik al zo lang lag te wachten. Ze ging eerst samen met haar team eten, zodat ze na de pauze weer fris en fruitig waren voor mijn operatie. En inderdaad, om kwart over een werd ik opgehaald en richting de operatiezaal gereden. En vanaf dat moment ging het allemaal heel snel. Frenk verscheen weer voor mijn neus en voor ik het goed en wel besefte was ik vertrokken. In een diepe slaap. Anderhalf uur later opende ik mijn ogen weer, en was ik in de uitslaapruimte. Nadat ik, tenminste voor mijn gevoel, mijn ogen een paar minuten open had, verscheen de arts aan mijn bed om te vertellen dat de operatie goed was verlopen. Na een half uurtje te hebben gezweefd tussen wakker zijn en slapen werd ik teruggebracht naar de zaal.
Met nog steeds een arm aan mijn lijf die ik onder geen beding mijn wil op kon leggen, besefte ik dat ik ondertussen toch wel een ontzettende honger had. Gelukkig kwam meteen de verpleegster de hoek om gelopen om te vragen wat ik wilde eten. Ik was nu ondertussen goed wakker en kwam tot de ontdekking dat behalve het slangetje van het infuus in mijn linkerarm er ook een slangetje via beide zijdes van mijn hoofd ook een slangetje zich een weg naar mijn neus wist te vinden. Zuurstof. Later hoorde ik dat de anesthesioloog vond dat ik te weinig zuurstof in mijn bloed had en dat ik daarom nog enkele uren extra zuurstof diende te krijgen.
De tijd is aangebroken om de operatieschort uit en mijn eigen pyjama aan te trekken. Geholpen door een verpleegster ga ik op de rand van het bed zitten. Als ik moet gaan staan word ik al vrij snel behoorlijk misselijk. De verpleegster bedenkt zich geen moment, raapt mijn operatieschort op van de grond onderwijl zeggend: “Als je het niet meer houdt, doe het dan maar hierin.” Vervolgens draait ze zich om, om in gestrekte draf op pad te gaan om kartonnen schaaltjes te halen. In een oogwenk is ze terug en nóg sneller dan dat zij de kotsbakjes heeft gehaald, lukt het mij om in een flits van de tijd alledrie de bakjes vol te vomeren. Het derde bakje is helaas niet diep genoeg, en een vierde heeft de verpleegster niet paraat. Het gevolg laat zich raden en hoef ik ongetwijfeld niet tot in detail te beschrijven. Na wat opgeknapt te zijn ga ik me opfrissen op het toilet. Onderwijl arriveren mijn bestelde boterhammen. Helaas gingen diezelfde boterhammen linea recta terug naar de keuken toen verteld werd dat ik onpasselijk was geworden. ‘s Avonds, tijdens het bezoekuur, kreeg ik eindelijk, nadat ik meer dan 24 uur niets wat op eten lijkt tot me heb genomen eindelijk mijn felbegeerde boterhammen.
Nu, ruim drie dagen later heb ik weer volledige controle over mijn rechterarm. Het is een vreemde, maar zeer zeker ook ergens toch wel een leerzame ervaring om mee te maken hoe het is om voor 24 uur een verlamd lichaamsdeel te hebben. De pijn is volop aanwezig, maar ben ervan overtuigd dat het slechts operatiepijn is. Heb ondertussen wel een kleine tegenvaller mogen incasseren. Ik was ervan overtuigd dat het gips maar een week om mijn arm zou zitten. Het blijken twee weken te zijn.
‘s Jammer….
Literaire afsluiting
Geen haan die ons wekt met zijn gekraai hedenochtend. Gewoon lekker uitslapen tot dat je wakker wordt (in mijn geval 06:30 uur, de wederhelft een uurtje later). Gewoon lekker op je gemakje ontbijten en daarna gaan kijken wat we vandaag nog willen zien. Want zeg nu zelf, als je vier dagen van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat door Wenen hebt gerend, dan kan er toch niet zo heel veel meer te doen zijn? Misschien wordt het wel tijd dat er een ander nummer van Polle Eduard door mijn hoofd gaat spoken, alleen komt er nu zo 1-2-3 niet één bij mij op. Maar goed, eerder dus al gezegd dat een goede, uitgebreide reisgids zijn waarde toont, dus ik ben er van overtuigd dat dit prijzige, maar wonderschone boekwerk ons vandaag ook weer naar allerlei schitterende dingen leidt. Hoezo spreek ik trouwens over prijzige? Wel, dat zit zo. Vandaag heeft de reisgids ons langs verschillende boekwinkels geleid. Bij bijna al deze boekwinkels stond de reisgids die wij vorig jaar voor €32,90 hebben aangeschaft (en die overigens iedere cent meer dan waard was) in de etalage voor €15,50. Een blik bij een willekeurige boekhandel binnen, leerde ons dat een gemiddeld boek in Oostenrijk €7,- tot €9,- goedkoper is dan bij de gemiddelde boekwinkel in Nederland. Nadeel is natuurlijk wel dat ze hier geen Nederlandstalige boeken verkopen, en mijn kennis van de Duitse taal is dermate slecht dat een Duitstalig boek voor mij nul tot generlei waarde heeft.
Maar genoeg daarover. Feit was dat we deze ochtend nog niet wisten wat we zouden gaan doen en we erop hoopten dat onze reisgids daar uitsluitsel over kon geven. Zoals de oplettende lezer hierboven heeft gelezen was dat uiteraard het geval.

In onze reisgids staan allerlei verschillende korte wandelingen beschreven. Nu hadden wij bijna al deze wandelingen de afgelopen vier dagen al gelopen, op een drietal na. Nu zeggen ze in de reisgids dat een wandeling ongeveer een uur duurt, maar omdat we ondertussen al wat ervaring hebben met de wandelingen die in de reisgids vermeld staan, vermenigvuldigen wij deze tijd meestal met 2½ tot 3. Als eerste stond een wandeling op de planning in het gebied rond de Stephansdom. Gisteren hebben we deze kerk al van binnen bezocht, vandaag was het dus de beurt aan de omgeving van de domkerk. In de wijk rondom dit bijzondere gebouw bevinden zich zoals gezegd veel boekwinkels. Naast deze boekwinkels zijn er ook veel kunsthuizen te vinden.

Tussen al dit fraais, zitten dan ook nog eens de benodigde kerken. Af en toe heb ik het idee dat in Wenen op bijna iedere straathoek een kerk is. De een nog bombastischer van inrichting dan de ander. Na deze wandeling tot een goed eind te hebben gebracht zijn we gaan genieten van een heerlijke kop cappuccino.
Vervolgens was het tijd om weer ondergronds te gaan om na een korte reis met de metro een paar haltes verderop weer boven de grond uit te komen. Johanstadt was de volgende wijk die we wilden gaan vereren met een bezoekje.

Ook hier weer de nodige schitterende gebouwen gezien. Weer veel geleerd van de reisgids over de geschiedenis van Wenen.

En dan…. Dan rest ons nog slechts één wandeling die in de reisgids staat vermeld. Als we deze tot een goed einde brengen, hebben we alle wandelingen gelopen die in de gids staan vermeld. Het is slechts een kwestie van hopen dat onze voetzolen het nog volhouden na bijna vijf dagen van lopen. Maar, het is ook een feit, dat als we eenmaal weer op pad zijn en genieten van al hetgeen voor onze ogen verschijnt, dat we simpelweg vergeten dat onze voeten tot onze enkels aan het afslijten zijn. Het is gewoon een kwestie van doorlopen en op tijd wat drinken. Bij voorkeur niet gaan zitten, want dan gaan die voetzolen weer roepen dat het eigenlijk toch wel genoeg geweest is voor vandaag. Af en toe zou er een slotje op het mondje van je lichaamsdelen moeten zitten dat je kunt afsluiten. Aan de andere kant is het toch ook wel raadzaam om te luisteren naar je lichaam. Maar, het zijn tenslotte alleen maar de voeten die roepen, en die zijn na een nachtje rust wel weer tevreden.
De laatste wandeling leidde ons door een wirwar van straatjes in een kunstenaarswijk. Het ene gebouw is nog fraaier dan het andere.

Maar hoe dan ook, we zijn blij als we weer even in een fauteuil kunnen gaan zitten om te genieten van een kopje cappuccino. En onder het genot van deze goddelijke drank, bedenk ik me dat alles wat we vandaag gezien hebben, nooit zouden hebben gezien als we met een georganiseerde groepsreis waren gegaan. Of als we geen goede reisgids in ons bezit zouden hebben gehad. Hoe duur die dan ook wel niet mag zijn…..


