Dzji-pi-es-ar -> dzjio-kesjing

Dat is waarschijnlijk het eerste wat je zal denken bij het lezen van deze titel. Gelukkig, of voor degenen die misschien nog een klein beetje hoop voor me hadden wel helaas, is dat niet het geval. Want wat willen die vreemde woorden nu allemaal zeggen? Om een kort verhaal voor de verandering maar eens lang te maken zal ik het een en ander uitleggen.
Volgend jaar staat Italië op de rol om te gaan bezoeken. Eigenlijk was dat dit jaar de bedoeling, maar door alle ellende met mijn elleboog is dat er niet van gekomen. Volgend jaar is dat dus ons reisdoel. De afgelopen maanden heb ik tijd genoeg gehad om het een en ander uit te zoeken en al zoekende kwamen we op de bestemming voor ná Italië. Over twee jaar dus in 2009 hebben we alweer een bestemming bedacht. Hoewel die niet heel orgineel is, omdat we er al eens geweest zijn, hebben we er nu al zin in. Het zullen weer de Verenigde Staten van Amerika worden. Het Wilde Westen om precies te zijn. Tijdens het zoeken naar mooie plekjes in Amerika, kwamen we plaatsen tegen die volgens ons toch wel zéér de moeite van het bekijken met eigen ogen waard zijn. Één daarvan is Coyotte Buttes. Klein nadeel van deze plaats is wel dat je er een vergunning voor nodig hebt. Die vergunning is via internet te krijgen. Je dient je dan in te schrijven op een site om 12:00 uur ‘s middags lokale tijd aldaar. De vergunningen voor 4 maanden daarop worden dan verkocht. Per dag zijn er 5 vergunningen te vergeven. Totaal dus 150 vergunningen voor een maand. Aangezien het een zeer gewilde plek is om te bezoeken, zul je begrijpen dat je heel erg veel geluk nodig hebt, om een vergunning te bemachtigen. De vergunningen worden op volgorde van aanvraag verstrekt. Ben je te laat, dan heb je pech gehad, en kun je het een maand later weer opnieuw proberen. Maar stel nu dat we het geluk hebben om een vergunning te bemachtigen, wat dan? Wel, dan is het een kwestie van afreizen naar het kantoortje op de parkeerplaats om de vergunning op te halen. Tesamen met de vergunning krijg je een getekende kaart van het gebied, waar ook de coördinaten van de bestemming te vinden is. In het gebied zijn (bijna) geen paden te bekennen en je bent dan ook afhankelijk van je eigen kennis om te navigeren met kaart en kompas. Óf het moet zijn dat je in het gelukkige bezit bent van een dzji-pi-es-ar oftwel in gewoon Nederlands: een GPSr. Dat is een draagbaar navigatieapparaat dat je gebruikt in plaats van kaart en kompas. Aangezien ik niet overweg kan met een kompas, leek het ons een erg handige gadget. Toen maar meer informatie over zo’n apparaat gaan zoeken op het internet.

Al snel kom je dan uit bij een paar bekende merken. Namelijk Magellan & Garmin. Magellan is voornamelijk bedoeld voor de waterratten onder ons en we hebben dus vrijwel meteen besloten om verder te gaan kijken bij Garmin. Ook omdat ons deze naam bekend in de oren klonk. En dan kom je automatisch terecht in het volgende woud. Zo ontzettend veel keus is er in deze voor ons onbekende wereld. Samen met het aantal mogelijkheden, groeit ook de prijs van zo’n apparaat. Gelukkig hebben alle bijzondere gebieden in Amerika waar je vergunningen voor nodig hebt dezelfde manier, dus een GPSr is niet nodig voor één bestemming. De volgende vraag voor ons was misschien wel heel erg logisch. Wat kun je er nu precies mee? Wel, in het apparaat voer je de locatie in waar je naar toe wilt, en het apparaat toont de route van de locatie van waar je jezelf bevindt naar de locatie waar je naar toe wilt gaan. In een rechte lijn welteverstaan. Een soort TomTom voor vogels dus. Aangezien wij niet het vermogen hebben om zelfstandig het luchtruim te kiezen om ons zo van A naar B te begeven, zou het ook wel gemakkelijk zijn als je op een kaartje op het beeldscherm kunt zien waar alle paden, rivieren etcetera zich bevinden. Dat helpt de keus tussen de apparaten al een stuk te beperken. Helaas is de prijs dan ook niet meer zo heel erg leuk om voor een paar natuurwonderen te besteden. En dan kom je bij de volgende vraag. Hebben we er hier in Nederland ook iets aan? En dan ga je weer zoeken op het internet. Per toeval stuitte ik op een site die geheel gaat over het fenomeen dzjio-kesjing. In goed Nederlands: geo-caching. Eigenlijk is dat ook weer geen goed Nederlands, dus maar iets simpeler vertaald, en dan kom je uit op het woord schatzoeken.
Op de site krijg je de coördinaten te zien van een locatie waar iemand iets heeft verstopt. Deze getallen voer je in de GPSr in, en dan kun je naar die locatie toe gaan. Dat zijn de meest eenvoudige. Ook zijn er complete speurtochten op de site te vinden. Je krijgt dan een startlocatie doorgegeven, tesamen met allemaal opdrachten. Deze opdrachten bestaan meestal uit het zoeken van getallen. Met behulp van de gevonden getallen, kun je dan de volgende locatie uitrekenen, waar je weer getallen moet zoeken om weer een andere locatie uit te rekenen. Totdat je de laatste locatie hebt uitgerekend en je naar de schat kunt lopen. Meestal zijn het routes van een kilometer of 7. De schat bevindt zich dan meestal op een steenworp afstand van het punt van waar je bent vertrokken. Je hebt dan een mooie wandeling gehad door meestal onbekende gebieden. Ook zijn er schatten verstopt, waar je eerst thuis een puzzel voor moet oplossen alvorens je op pad kunt gaan. Eigenlijk dus een ideale combinatie voor ons van drie verschillende hobbies: fotograferen, puzzelen en wandelen. Na lang nagedacht te hebben, hebben we besloten om een GPSr aan te schaffen. Nu twee maanden geleden. Onze eerste schatzoektocht was meteen een succes. En ik moet eerlijk toegeven, het werkt verslavend. Op het moment van schrijven hebben we 106 van deze schatten gevonden. Eerlijkheidshalve moet ik ook toegeven dat het ook wel eens voorkomt dat we een schat niet kunnen vinden.
Nu zul je wel zeggen 106 van die dingen, dan zullen die twee wel snel uitgezocht zijn. Niets is minder waar. Bij het bezoeken van de site van geocaching.nl ging er een wereld voor ons open. In Nederland liggen op dit moment bijna 4500 schatten verstopt. In België (waar we ook niet zo heel ver vandaan wonen) ruim 2500, en in Luxemburg 282. Als we naar ons andere buurland, Duitsland kijken, dan kom je tot de ontdekking dat daar bijna 40000 schatten zijn verstopt. En wereldwijd zijn het er ruim 495000 (!!!). En dagelijks komen er overal bij. Voorlopig kunnen we dus nog wel even vooruit. En hetgeen wat je zoekt? Dat varieert van een fotorolletje tot een emmer. Veel schatten zijn zogenaamde munitiekistjes, zoals hieronder te zien is.

Misschien het meest vreemde is nog wel het feit, dat die gekke dingen overal zijn verstopt. Toen wij in Namibië op bezoek waren in Swakopmund, zijn we op een bepaald moment een kopje koffie gaan drinken. Bij het hek van dat terras, nog geen drie meter bij ons vandaan, ligt een schat verstopt. In Zambia, bij de Victoria Watervallen, ligt precies op het punt waar wij met behulp van een statief een foto van onszelf hebben gemaakt, een schat. In Amerika zijn we op een bepaald moment vorig jaar gestopt langs de kant van de weg om een boterhammetje te eten. Achter het bankje waar we op hebben zitten eten, ligt een schat. En we hebben geen enkele keer iets gezien. Hoe kan dat? Eigenlijk heel simpel. Je hebt geen weet van het bestaan van die dingen. Je weet niet wat je zoekt, dus zelfs als je het ziet, dan denk je waarschijnlijk alleen maar: “Hadden ze dat niet even gewoon in de vuilnisbak kunnen gooien?” En je kunt ze gewoon niet zien. Leg bijvoorbeeld maar een schoenendoos op de bank. Op het moment dat je de kamer binnenloopt en naar de bank kijkt, dan zie je die doos meteen liggen. Leg nu eens een kussen over die doos, en je zult al een stuk meer je best moeten doen om die doos te kunnen zien. Zo is het ook in een bos. Leg een paar takken over een kistje (dat van zichzelf al groen is). Drappeer daar nog eens wat bladeren overheen en je zult jezelf wel kunnen voorstellen dat het geheel bijna niet te zien is. Zeker niet als deze camouflage zich ook nog eens een meter of twee van het pad af bevindt.
Links in het menu, hebben we nu de kop djzio-kesjus aangemaakt. Daarin staat een banner met onze naam (zanaboza) en het aantal caches dat we hebben gevonden. Eronder staat een kaart. Als je daar op klikt, wordt er een grotere versie van deze kaart geopend. Al met al hebben we er een nieuwe leuke hobby bij. Die ook nog eens gezond is.
Hieronder een paar Nederlandstalige filmpjes over geocaching.
De eerste is uit 2005 en afkomstig uit België. De kwaliteit is niet geweldig, maar het legt wel het een en ander goed uit.
De tweede is een kort verslag van een evenement van afgelopen weekend en laat een multi-cache zien. De kwaliteit is een stuk beter.
[youtube jQybyi8MomA]
[youtube X-ZfyGYxyBc]
Nicht zum verkauf
Kukukelekuu……. Kukukelekuu….. Ik draai me om en doe mijn ogen weer dicht. Maar net vijf minuten later is het weer prijs. Kukukelekuu…… Kukukelekuuuu…. De aanhouder wint zeggen ze wel eens, dus druk ik maar op de uitknop van de wekker op de telefoon. Het is tenslotte al vijf over zeven, dus is het weer tijd om op te staan. Nu moet ik zeggen dat vandaag de eerste keer is dat we de wekker hebben gezet, zodat we zeker op tijd uit bed zouden zijn. Tenslotte hebben we een rustvakantie, dus daar hoort uitslapen ook bij. Maar vandaag stond de training van de Spaanse rijschool op het programma, en daarom moesten we een beetje bijtijds opstaan, zodat we gewoon op ons gemakje konden ontbijten en dat we niet hoefden te rennen om op tijd te zijn bij de rijschool.

Wel één ding is zeker we hoefden niet te rennen om op tijd te zijn voor de training van 10 uur. We hadden zelfs tijd om koffie te drinken vóórdat de deuren open gingen. De training was precies wat ik er van had van verwacht. Niet meer, en niet minder. Marieke had er meer van verwacht, dus die was wel een beetje teleurgesteld. Met de nadruk op een beetje dan, want het was wel de moeite van het bezoeken waard. Het is zeker iets om gezien te hebben, zeker omdat in geen enkele andere stad op de wereld iets dergelijks is te zien. Wel jammer is dat je tijdens de training geen foto’s mocht maken. Heb ik me dus ook maar braaf aan gehouden. Ook omdat er continue twee heel boos kijkende mannen patrouilleerden om te kijken of dat iemand het lef had om maar naar zijn fototoestel te wijzen.

Hierna weer op pad, want Wenen is een grote stad waar ontzettend veel te zien is. Je komt ogen en vooral geheugenkaartjes te kort. Hier zou ik Polle Eduard weer kunnen citeren, maar ik denk dat iedereen nu wel weet wat ik zou gaan typen. Ik kan mijn tijd beter voor andere dingen gebruiken, er is tenslotte nog zoveel te doen.
Na de training eerst maar weer eens een kopje koffie gehaald om daarna middels een wandeling via het Hofburg-complex, het Altes Rathaus, de Votivkirche en de schitterende Freyunggallerij bij de Karlskirche te eindigen. Ik typ het hier in één regel, maar ik denk dat iedereen wel begrijpt dat we hier toch een enkele uren over hebben gedaan. Maar goed, de Karlskirche dus.

Toen we eenmaal binnen waren, dachten we dat we wéér eens pech hadden en dat ze alles in de steigers hadden gezet. Niets was minder waar bleek achteraf. Deze steigers behoorden toe aan een lift die je in een mum van tijd bracht tot 45 meter hoogte,vanwaar je op een groot platform de koepel kon bekijken. Bovenop dit platform stonden nog meer steigers. Via de trappen op deze steigers kon je helemaal tot boven in de koepel komen. De hoogte van het bovenste platform was maar liefst 62,5 meter.

Niet nadenken, kijken en foto’s maken was hier het devies. Dit omdat de steiger niet het idee gaf dat deze heel stevig in elkaar gezet was. Bij iedere stap die iemand zette, schudde het geheel heen en weer. Nadat we weer voet op vaste bodem hadden gezet zijn we richting het stadtpark gegaan. Na een korte wandeling van ongeveer een uur gaan we weer richting het hotel om daarna wat te gaan eten bij de oude ploeg.

O ja. Zoals al onze stukjes een titel hebben zo ook deze. Zoals alle titels een betekenis hebben die in het verhaal uitgelegd wordt, zo ook hier. Zoals gezegd, waren we vanmorgen ruimschoots op tijd bij de Spaanse rijschool om nog een kopje koffie te drinken. Zoals meestal het geval is, is het geen koffie, maar cappuccino, maar dat terzijde. Vorig jaar hebben we in Amerika kennis mogen maken met het fenomeen Starbucks. Een formule waar ze allerlei verschillende soorten koffie in een kartonnen beker á la McDonalds uitserveren. In Nederland is deze keten niet bekend, maar ook hier in Wenen zitten er verschillende. Zo was ook onze eerste koffiestop hedenochtend bij Starbucks. Gisteren hadden we al mokken van Starbucks gezien, en het leek ons wel leuk om deze een paar te kopen voor thuis. Helaas vertelde de verkoper ons dat ze de mokken niet meer hadden. ‘s Jammer. In de etalage van de Starbucks van vanochtend, stonden deze mokken ook opgesteld. In de winkel konden we deze mokken echter niet ontdekken, dus ook hier maar weer gevraagd. De verkoopster vertelde me dat deze mokken niet verkocht mochten worden van de chef. Na een uitleg dat ik dat jammer vond en dat ik al vele Starbuckswinkels over de hele wereld had bezocht én dat ik toch wel héél erg graag zou willen weten hoe ik dan aan zo’n mok kon komen, vroeg ze me om een moment geduld te hebben. Ze liep naar achter en nog geen minuut later, kwam ze terug met in een tas een mok ingepakt. Na mijn vraag wat deze mok zou moeten kosten zei ze: “Niets, van mijn chef mag ik geen mokken verkopen.” En ze lachte vriendelijk………..

The sound of music
Rare titel zullen jullie wel denken. Die twee vergissen zich, want de sound of music hoort toch echt in Salzburg thuis. Maar niets is minder waar. Vanavond hebben wij een weel heel speciale versie van “Do-re-mi” gehoord. Een groep van zo’n 30 Schotse voetbalsupporters, in volornaat, zongen als een perfect gemengd koor (ja wel, ook de vrouwelijke supporters hebben de oversteek gemaakt) dit nummer uit de overbekende musical. De mensen in het centrum van Wenen konden het wel waarderen, ze kenden hun klassiekers. En net nu ik dit stukje aan het typen ben met op de achtergrond de wedstrijd Oostenrijk-Schotland op de TV, zingen de Schotten het nummer weer uit volle borst, ze staan dan ook met 1-0 voor. Maar goed dit was dus vanavond toen we in het centrum op zoek gingen om iets te kunnen eten en te genieten van onze eerste Starbuck’s koffie in Wenen.

Maar de dag is begonnen met een bezoek aan het Hundertwasserhaus. Dit huis is in 1985 gebouwd en heeft iets weg van Casa Mila in Barcelona. Alleen dus niet van de hand van Gaudi, maar van die van Hundertwasser.

11 Jaar geleden toen ik al eens in Wenen ben geweest, hebben we hier koffie gedronken voor een bedrag van 9 gulden per kopje. (het kopje mocht je weliswaar houden). We hielden dan ook ons hart vast, voor de koffieprijs in het Eurotijdperk. Maar het viel reuze mee, Eur 2,70 voor een kopje cappuccino. (het kopje mocht je helaas niet meer meenemen voor dit geld.).

Op naar het Prater. Nu zijn wij geen van tweeën liefhebbers van de kermis, maar deze mochten we toch niet overslaan. We gingen uiteraard voor het Wiener-Riesenrad. En we hebben ook maar een rondje meegedraaid. Hij stopte deze reis maar twee keer. En het waaide nogal hard, waardoor de gondel wel wat op en neer ging. Maar ach dat mocht de pret niet drukken. Nog een paar foto’s gemaakt van het uitzicht, met onder andere het Ernst-Happelstadion.

Ik heb maar besloten om er niet helemaal heen te wandelen en genoegen te nemen met een uitzicht van bovenaf. We hebben immers nog zo veel te doen (Daar heb je Polle weer!). Na een dure en erg sterke kop chocolademelk en een sprong over het toegangspoortje van de wc (na Eur 7.00 te hebben betaald voor twee drankjes, wenste ik geen 50 Eurocent meer te betalen voor de wc) weer verder op pad.

We wilden vandaag ook het Central Friedhof met een bezoekje vereren. En niet om alle 2,5 miljoen graven te bekijken, maar wel om een indruk te krijgen en een paar dode componisten te zien. Daar aangekomen bleken ze ook nog een schitterende kerk en een mooie galerij te hebben. We hebben alleen het graf van Schonberg gevonden en dat van de vader van Strauss. Maar het was de moeite waard.

Zeg maar steel, want dat is korter en dat scheelt tijd
Die tekst hoorden wij gisteravond op de radio toe wij van het kasteel van Bourscheid naar het kasteel van Vianden reden. Beide kastelen zijn ‘s avonds verlicht en wij wilden dat even controleren. En ja hoor, ze waren beide verlicht. Het werd nog wel even benauwd voor ons, want het is natuurlijk niet de eerste keer dat ze ergens het licht uitdeden toen we gingen staan om een paar foto’s te maken. (Voor degenen die het niet meer weten, de verlichting van skischans bij Lillehammer ging twee jaar geleden uit net toen wij de hoek om kwamen gelopen.) Maar het licht bleef branden.

Maar goed, dus waarom steel, en waarom zou het tijd moeten schelen? Het eerste is vrij logisch. Steel is een afkorting van het woord kasteel en steel is korter dan kasteel, dus dat is snel verklaard. Maar waarom het tijd zou moeten schelen? Ik heb werkelijk geen idee, want als er iets is wat we hebben op het moment, dan is het wel tijd. Maar als ik dan terugkijk op wat we vandaag allemaal met onze ogen hebben mogen aanschouwen, dan moet het haast wel zo zijn dat we door het doorkruisen van drie tijdzones, drie uur tijd hebben gewonnen. Maar ja, Luxemburg is een klein land, dus de kans is waarschijnlijk bijna 0% dat we überhaupt één tijdzone hebben doorkruist (of het moet zo zijn dat de kaboutertjes een geintje hebben uitgehaald vandaag.), dus ergens moeten we tijd mee hebben verdiend. Misschien hebben we die tijd dan wel echt verdiend door het woordje kasteel af te korten tot het woord steel.
Nu is de vraag natuurlijk wat we dan allemaal hebben gezien in zo weinig tijd. Om het in het kort samen te vatten:
- Een paar watervallen
- Verschillende steile rotswanden (inclusief klimmers)
- Een stadscentrum
- Een basiliek (hoewel dat wel een heel groot compliment voor dit bouwwerk in Echternach is)
- Een abdij
- 9 stelen (Voor degenen die de bovenstaande tekst hebben gelezen weten dat we kastelen bedoelen).
9 stelen zul je nu misschien wel denken? Inderdaad 9. Nadat we vanochtend in alle vroegte op weg zijn gegaan naar Klein Zwitserland om het eerste punt van ons wensenlijstje af te kunnen strepen (de waterval Schiessentümpel), zijn we doorgegaan naar Echternach, alwaar we na het genot van een heerlijk kopje koffie hebben genoten van een wandeling door het centrum. We hadden hier ook nog het geluk dat we de basiliek en de abdij met onze eigen ogen hebben mogen aanschouwen. O ja, onderweg naar Klein Zwitserland hebben we even een tussenstop gemaakt in Beaufort om daar de ruines van het (ka)steel te gaan bewonderen. Maar goed, Echternach dus voorbij en wat dan te doen? We kwamen uit op de zeven kastelen route. (Die benaming is dus eigenlijk verkeerd, de titel van dit verhaal in ogenschouw genomen. Het zou dus eigenlijk de zeven stelen route moeten heten. Misschien is het verstandig om consequent de eerste twee letters van het bewuste woord te laten vallen, anders wordt het wel heel erg verwarrend voor iedereen.) De zeven stelen route dus. Onderweg naar het beginpunt, kwamen we al een heel leuk steeltje tegen. Werd het dus gelijk de acht stelen route. En met dat ene steel van Beaufort erbij kom je dus op negen. Luxemburg zou zich met recht het land van stelen mogen noemen. We zijn nu amper twee dagen hier en we hebben in totaal al twaalf stelen gezien. Namelijk:
- Clervaux
- Bourscheid
- Vianden
- Beaufort
- Bourglinster
- Koerich
- Septfontaines
- Ansembourg
- Hollenfels
- Mersch
- Schoenfels
- Marienthal
Als ik zo allemaal terugkijk naar wat we vandaag hebben gezien, dan moet het afkorten van het bewuste woord welhaast de oorzaak zijn van zoveel tijdswinst dat dit allemaal mogelijk is geweest.
Hieronder de dag in beeld.








Deze hond dacht misschien dat we de steel van Septfontaines wilden hebben, dus kwam hij even snuffelen.




Family of man
Vandaag is onze reis naar Luxemburg begonnen. Hij gaat wat korter duren als gepland, zoals hieronder al te lezen is. Maar dat is geen reden voor ons dat we er minder zin in hebben. Integendeel. Hoewel we vandaag pas om vier uur terecht zouden kunnen in ons huisje, hadden we besloten om vanochtend toch al een beetje bijtijds aan te tuffen. Half tien vertrokken we. Onze eerste tussenstop (lees tijd om koffie te drinken) was bij Maastricht. Daarna via de snelweg verder richting de zon gereden. Bij Spa de snelweg afgegaan om vervolgens een rondrit door deze overbekende plaats te maken. Vervolgens via Spa-Franchorchamps weer terug richting de snelweg. Even verder bij St. Vith was het alweer tijd om de snelweg te verlaten en koers te zetten richting de Luxemburgse grens. Een kleine drie kwartier later zijn we aangekomen in Weiswampach, Luxemburg. Weiswampach is vooral bekend vanwege het tanktoerisme en iets minder bekend vanwege het Rock am See festival. Hier hebben we wat zitten eten aan een groot meer. Hierna binnendoor verder gereden richting Clervaux. Deze plaats is bij velen bekend vanwege het kasteel dat hier staat. Hier hebben we eerst op ons gemak zitten genieten van een heerlijke kop cappuccino. Daarna wat rond gelopen. Onderweg zagen we allemaal foto’s langs de rand van de weg van bekende fotografen zoals Henri Cartier-Bresson. Van deze foto’s bleek in het kasteel een vaste tentoonsteling te zijn genaamd Family of man. Wij zijn gaan kijken en het was een zeer indrukwekkende tentoonstelling die meer dan de moeite waard was. Er hing ook werk van o.a. Ansel Adams (1) en Paul Himmel. Op het einde moesten we nog opschieten ook, omdat onze parkeertijd verlopen was. En wij dachten nog wel, dat twee uur genoeg zou zijn om wat te drinken en wat rond te lopen. Niet dus. Nu verder binnendoor richting Vianden. Aldaar aangekomen besloten om meteen door te rijden naar Ammeldingen an der Our. Deze wereldstad heeft maar liefst 9 inwoners. Maar dat geeft natuurlijk wel extra veel ruimte om een huisje neer te zetten. En inderdaad, het bleek een vrij groot huisje te zijn. Een oud tolhuis om precies te zijn, tenminste volgens de naam dan.

De linkerzijde van het gebouw, tot aan de regenpijp, herbergt ons appartement. (op twee verdiepingen. Hieronder een kort stukje over de tentoonstelling in Clervaux.

Family of man was een tentoonstelling van fotografie, samengesteld in 1955 door Edward J. Steichen voor het Museum of Modern Art in New York, die wel “De grootste fotografische tentoonstelling ooit gerealiseerd” wordt genoemd. In de jaren ’50 en ’60 van de 20e eeuw trok ze meer dan negen miljoen bezoekers.
In 1964, aan het eind van haar wereldreis, werd de collectie van de Amerikaanse regering aan het groothertogdom Luxemburg gegeven, waar op wens van Edward J. Steichen “het meest belangrijk werk van zijn leven” zijn definitieve plaats zou moeten kijgen in het Château de Clervaux[1].
De expositie bestaat uit 503 foto’s die door Steichen zelf zijn uitkozen uit een totaal van 2 miljoen. Er is werk van 273 fotografen te zien, uit 68 landen. Er zijn geen Belgische fotografen bij, maar wel Nederlanders: Emmy Andriesse, Eva Besnyö, Ed van der Elsken, Cas Oorthuys en Nico Jesse. De locatie waarin de foto’s tentoongesteld zijn is onder toezicht van Steichen ontworpen, en was op elke locatie van de wereldreis hetzelfde. De foto’s maken deel uit van de ruimte: ze hebben verschillende formaten, verwijzen naar elkaar, liggen op grond, hangen aan het plafond… In 37 thema’s wil Steichen aspecten van het menselijk leven tonen, zoals het zich tussen de uitersten van de geboorte en de dood afspeelt op aarde.
Hij wil aan de mens de mens uitleggen. Zoals hij zelf zegt: “I am no longer concerned with photography as an art form. I believe it is potentially the best medium for explaining man to himself and his fellow man”. We maken allemaal deel uit van de grote familie der mensen.

