Allemansvriend
Waar we een half jaar geleden nog enigszins vermoeid waren na een wandeling van een kilometer of vijf, beginnen we nu pas na een kilometer of zeven op gang te komen. Het is overdreven om te zeggen dat we nu echte langeafstandswandelaars zijn, maar voor een wandeling van 10 kilometer schrikken we niet meer terug. Jammer genoeg voor ons zijn een paar maanden geleden de donkere dagen aangebroken en is de tijd die we kunnen besteden aan langere boswandeling ernstig verminderd. ‘s Avonds na het eten een stuk gaan lopen door de bossen zit er echt niet in. Een ander klein nadeel van de donkere dagen is de hoeveelheid regen die uit de lucht neer komt vallen. Hierdoor wordt het allemaal een stuk natter in de bossen, wat het comfort van het lopen niet bevorderd.

Stevensweert
Je moet je voorstellen dat we een wandeling uitzoeken op internet. Als het om een boswandeling gaat, dan kun je in de omschrijving van deze wandeling vaak de volgende zin lezen: “Het kán een beetje drassig zijn.” Op het moment dat je ogen deze regel tekst hebben doorgestuurd naar het grijze gedeelte in je hoofd dat beter bekend staat als hersenen, doe je er verstandig aan om meteen de telefoon te pakken, naar Schiphol te bellen en een vliegticket te kopen naar Salt Lake City om daar vervolgens in een Drug Store alle zakken te kopen die je daar kunt vinden tesamen met een grote schep. Met die schep én die zakken ga je vervolgens naar het Salt Lake om diezelfde zakken te vullen met al het zout dat je kunt zien in de, overigens schitterende, omgeving. Want nadat je die regel hebt gelezen, wéét je dat je aan een korreltje van deze witte materie niet genoeg hebt. Je wéét uit ervaring gewoon dat je er verstandig aan zou doen om lieslaarzen te gaan kopen omdat de ontzettend fijne wandelschoenen simpelweg niet geschikt zijn op te lopen door een gebied dat een beetje drassig is. Je wéét gewoon dat op het moment als het in Nederland een paar dagen behoorlijk heeft geregend (en het neerdalen van hemelwater voor een langere periode komt toch regelmatig in dit land voor.), het gewoon een feit is dat de paden omgetoverd zijn tot een grote brassige brei. Vroeger hadden de mensen daar een ander woord voor, tegenwoordig ook nog wel bekend als moeras. Wel, dat laatste is misschien ook wel overdreven, maar het zou niet de eerste keer zijn dat je iedere stap die je denkt te gaan nemen, eerst drie keer moet overwegen alvorens je hem neemt, en op het moment dat je deze stap voorwaarts neemt tot de ontdekking komt dat deze keuze toch niet helemaal de juiste was met als gevolg dat je zo ongeveer tot aan je oksels wegzakt in de slijk. Ik denk dat men zich wel kan inbeelden tot hoever Marieke op zo’n moment weg zou kunnen zakken.

Ravenstein
Nee, daar hebben we allemaal niet zo heel erg veel zin in. Gelukkig biedt datzelfde internet ook veel speurtochten door steden aan en de kans dat je daar opgeslokt wordt in een moeras is gelukkig iets kleiner. Maar ja, zoals Johan het altijd placht te zeggen. Ieder voordeel heb zijn nadeel. En daar komt die allemansvriend om de hoek kijken. Die, o zo lieve, trouwe vriend van de mens. Iedereen zal nu waarschijnlijk wel meteen weten over welke viervoeters ik het nu heb. Juist, de hond. Want de leuke stadswandeling gaan uiteraard door die leuke oude stadjes. En aangezien men in de middeleeuwen geen rekening heeft gehouden met het hedendaagse verkeer, heeft men toentertijd daar met de bouw van de huizen logischerwijs geen rekening mee gehouden, bijgevolg dat de straten hedentendage toch wel erg smal zijn. Dus op het moment dat je een gebouw staat te bewonderen of druk bezig bent om een gekregen opdracht uit te voeren (bijvoorbeeld: als je onder de harlekijn gaat staan hoeveel muurankers zie je dan aan het huis tegenover je?) denk je er simpelweg niet aan om je blik van al het moois dat er te zien is te halen en deze even af te laten dwalen naar de grond om te kijken of er toevalligerwijs geen excrementen zijn gedeponeerd door een hond. Niet dat die hond er iets aan kan doen. Meestal ligt het gewoon aan de tweevoeter die de andere kant van de lijn, die de twee vrienden met elkaar verbind, met grote zorgvuldigheid in zijn hand vasthoudt. En naar alle waarschijnlijkheid is de toewijding die tweevoeter heeft bij het uitzoeken van een plek waar zijn dierbare vriend zijn fecaliën eventueel neer zou kunnenleggen zonder anderen tot last te zijn, om het maar eens zachtjes uit te drukken, niet zo heel erg groot.. Balen is het natuurlijk wel als je voor de zoveelste keer met je voeten in de uitwerpselen der hond treedt. Op zo’n moment komen alle mogelijke synoniemen voor deze smurrie (derrie, kak, shit, uitwerpselen, feces, schijt, poep, kaka of gewoon simpelweg stront)bij je naar boven borrelen. Niet dat het allemaal iets helpt. Het is gewoon zaak om op zoek te gaan naar een klein stukje gras waar je, nadat je het eenmaal gevonden hebt, alleen maar kunt hopen dat de stront onder je schoen de aantrekkingskracht van de grasmat verkiest boven de geur van rubber van je schoenzool. En daarna is het simpelweg weer een kwestie van verder wandelen om te gaan genieten van de mooie dingen in het leven. Tot het moment weer daar is dat je….
Juist….. shit……
Het kerstdiner
Pats….. Boem…… En ineens ben je dan een half jaar verder en zit je een dag voor het kerstdiner dat je hoopte met mes en vork te gaan eten. De weg naar dat diner was lang, maar is voorbij voordat ik er goed en wel erg in heb.
Eerder al eens een stukje geschreven met de veelzeggende titel Soms zit het mee en soms…. Deze titel zou ik nu weer kunnen gebruiken, alleen de eerste zin van de tekst zou dan moeten zijn: “… zit het tegen.” ‘s Jammer.
In Ligamentaire reconstructie van de elleboog schreef ik nog dat de weg naar het herstel een half jaar in beslag zou nemen en dat ik met een compleet pijnloze elleboog van het kerstdiner zou kunnen genieten, nu het bijna zover is dat het kerstdiner geserveerd gaat worden, blijkt dat de werkelijkheid iets anders is. Nu we zes maanden en ongeveer 40 fysiotherapiesessies verder zijn, ben ik er wel achter dat de weg die er afgelegd dient te worden nog iets langer is.
Valt het allemaal tegen? Wel om heel eerlijk te zijn, nee. Natuurlijk, ik heb me erop verheugd dat het met kerst allemaal goed zou moeten zijn. Maar de afgelopen maanden is me met het steeds dichterbij komen van de feestdagen, wel stukje bij beetje duidelijker geworden dat het niet haalbaar zou zijn. Ik ben meer dan tevreden, en als iemand me in februari zou hebben verteld dat ik in december twee operaties achter de rug zou hebben, die allebei een groot succes zou zijn geweest én dat ik bijna volledig hersteld zou zijn, dan had ik diegene niet geloofd.
Inderdaad, het herstel is bijna volledig. En daar mag ik wel om in mijn handjes klappen. Het geluk dat ik daarbij heb, is dat ik dat ook nog eens pijnloos kan doen. Wat zit ik dan te zeuren zul je misschien wel zeggen. Eigenlijk helemaal niets. Het duurt gewoon allemaal een paar maanden (??) langer dan ik had gehoopt. Dat ik niet voor de volle 100% zou herstellen heb ik altijd wel geweten. Ik weet nu welk deel ik ongeveer onder die 100% zal blijven zitten en zal het alleen nog maar hoeven te accepteren. Ik weet dat dat gemakkelijker is gezegd dan gedaan. Maar zo staat het er nu eenmaal voor en een echte keuze daarin krijg ik niet. Het voornaamste is dat ik zo goed als volledig van de pijn af ben. Soms ‘zeurt’ mijn elleboog nog wel en dan heb ik gewoon een slechte dag.
Ik hoef niet meer terug naar het ziekenhuis. De operaties zijn gelukt. Het herstel gaat voorspoedig. We zijn het afgelopen jaar twee keer op vakantie geweest. Luxemburg & Wenen. We zijn druk bezig met de voorbereidingen van de vakantie naar Italië. Ik heb mijn fototoestel weer opgepakt. Dus zolang er nog vooruitgang in het herstel van mijn elleboog zit (of is het achteruitgang omdat het steeds minder slechte dagen worden?), heb ik niets te klagen.
Hoe het zal gaan in de toekomst? Ik heb geen idee, maar voor nu:
Iedereen fijne kerstdagen en een voorspoedig 2008.
Het fototoestel heb ik al weer opgepakt.
Als je op de foto’s klikt, wordt er een nieuw venster geopend waarin meer foto’s te zien zijn.

Tiger Woods here I come!!!
Totdat ik het afgelopen weekend plotsklaps last kreeg van mijn linkerelleboog, zag ik het allemaal zonnig in. Het zal toch niet waar zijn dacht ik. In gedachten zag ik mezelf al weer de gang naar het ziekenhuis maken om ook aan mijn andere elleboog geopereerd te worden. Toch maar besloten om het even af te wachten en eerst te overleggen met de fysiotherapeut wat nu de meest verstandige stap zou zijn. Zo gezegd zo gedaan.
De therapeut had eigenlijk alleen maar goed nieuws voor me. Ik zou niet terug hoeven te gaan naar het ziekenhuis en ik ben een golfelleboog aan het ontwikkelen. Tiger Woods, here I come!!! Ik heb een paar keer gegolfd op een knollenveld en ik moet toegeven dat ik er helemaal niets van bakte. Dus gezien het feit dat ik eigenlijk nul komma nul ervaring op golfgebied heb, zag ik mezelf al in een verhitte strijd verwikkeld met Tiger en het ene na het andere beroemde golftoernooi winnen.
Het mag helaas niet zo zijn. Het is gewoon een kwestie van een stapje terugdoen met therapie. Het goede nieuws daarin is dan natuurlijk wel dat mijn rechterelleboog dus dusdanig aan het herstellen is dat het voor mijn linkerarm allemaal teveel aan het worden is.
Conclusie? Het herstel gaat voorspoedig, maar geen glorieuze carriere voor mij op de golfbaan. ‘s Jammer.
Soms zit het mee en soms….
…. valt het helemaal niet tegen.
Niks een tegenvaller, niks een domper, niks jammer. Niets van dat alles, maar gewoon heel simpel: Goed nieuws. Misschien nog wel beter nieuws als waarvan ik had durven te dromen. Of in ieder geval op had durven te hopen.
Na een kort gesprek met Dr. Eygendaal over hoe het de afgelopen drie maanden allemaal is gegaan, begon het voor mij inmiddels bekende ritueel van draaien en trekken aan mijn elleboog. Maar in tegenstelling tot de eerste keer draaien en trekken van een half jaar geleden, deed het ditmaal geen pijn. Na een opmerking over de langzame genezing van de wond, (Maar dat is ook iets waarvan ik absoluut niet verwacht had dat ze daar tevreden over zou zijn. Ik genees nu eenmaal langzaam.) zei ze dat de flexibiliteit van mijn elleboog uitzonderlijk snel hersteld was. Is het me houden aan de waslijst van beperkingen toch niet voor niets geweest. Maar ze was nog niet uitgesproken. Het ging zelfs zo goed, dat ze verder niets meer voor me kon betekenen en me heeft ontslaan van controle. Dat is dus meteen de laatste keer dat ik in het ziekenhuis in Breda ben geweest. De fysiotherapeut neemt het nu helemaal van haar over en onder zijn begeleiding ga ik het komende halfjaar (?) werken aan de kracht en aan de coördinatie van mijn elleboog. Want het peil van die twee dingen is natuurlijk nog nulkommanul. Langzaamaan en geduld zijn de twee toverwoorden op weg naar een zo goed als volledig herstel. Mocht ik nog ooit last krijgen van mijn elleboog, dan moet ik opnieuw een afspraak maken bij Dr. Eygendaal. Na nog een paar vragen, gaf ik haar een hand, bedankte haar en om heel eerlijk te zijn: Ik hoop haar nooit meer te hoeven zien.
Zenuwachtig
Overmorgen is de dag van de waarheid. Dan moet ik terug naar het ziekenhuis voor de eerste controle na mijn operatie. Die heeft dus ondertussen al weer 14 weken geleden plaatsgevonden. Ondanks dat ik ervan overtuigd ben dat Dr. Eygendaal mij alleen maar goed nieuws kan vertellen, moet ik toch eerlijk toegeven dat ik best wel zenuwachtig ben voor hetgeen ze me gaat vertellen. Wat nu als mijn gevoel me iets anders zegt dan hetgeen zij mij gaat vertellen? Hoe dan ook, de pijn die ik aan mijn elleboog had voordat ik werd geopereerd is helemaal verdwenen. Maar misschien ligt dat wel gewoon aan het feit dat ik al ruim drie maanden helemaal niets doe met mijn elleboog. De fysiotherapeut vindt in ieder geval dat ik al verder ben dan hij had verwacht. Ik vind dat ik nog niet ver genoeg ben. Misschien ben ik wel gewoon té ongeduldig. Ik hoop in ieder geval dat ik na vrijdag weer mag beginnen met het belasten van mijn elleboog. Dat ik langzaamaan weer gewoon kan gaan werken. Pas dan kan ik geloven dat de weg naar herstel goed is ingeslagen. En als ze me dat allemaal niet gaat vertellen? Het zou een ongelofelijke domper zijn, maar zelfs dan zou ik alleen maar kunnen zeggen: “‘s-Jammer.”
Het kerstdiner zal in dat geval wat verder weg zijn, maar ik heb er het volste vertrouwen in, dat dat gewoon eind december plaatsvind. Zoals in eerste instantie gepland was.



