Waar zouden we zijn zonder Schengen
Even een kort berichtje, want zometeen moeten we al onze spulletjes in de auto gaan zetten om richting Eindhoven te gaan. Morgen is namelijk de ‘grote’ dag. Maar goed allereerst was er nog vandaag. Vanmorgen weer tijdig vertrokken om een route door het moezeldal te gaan rijden. Rond het middaguur zijn we bij een klein kappeltje wat gaan eten. Hiervoor moesten we eerst nog wel eventjes 205 traptredes gaan beklimmen. De trappen van de Sacre Couer zijn er niets bij.
Na het nuttingen van de lunch moesten we deze 205 tredes vanzelfsprekend ook weer afdalen. Gelukkig is dat een stuk minder vermoeiend dan het beklimmen ervan. Daarna via de Duitse zijde van de Moezel richting Schengen gereden. Schengen ligt helemaal in het Zuid-Oosten van Luxemburg en is het drielandenpunt tussen Luxemburg, Duitsland & Frankrijk. Maar waar Schengen vooral om bekend is geworden is het feit dat hier in 1985 het Schengenverdrag is getekend. Dit verdrag maakt het mogelijk om binnen de Europese Unie te reizen zonder een paspoort of visum te hoeven laten zien aan de grens.
En eerlijk is eerlijk, dat is wel gemakkelijk en het scheelt per grensovergang toch al snel een kwartier tot een half uur. Na het bezoek aan Schengen zijn we verder gaan zoeken naar onze rode draad deze vakantie.
Nadat we deze hadden gevonden hebben we hem gevolgd. De rode draad bracht ons via Dudelange, Hesperange en Bettembourg naar LaRochette. Al deze vier plaatsen hebben een steel binnen de dorpsgrenzen staan, al moeten we eerlijk zeggen dat we de stelen van Dudelange & Hesperange niet hebben kunnen ontdekken.

De afgelopen dagen zijn weer voorbijgevlogen en we hebben zoals gewoonlijk weer ontzettend veel indrukken opgedaan. Mits we vanavond op tijd thuis zijn, zet ik nog foto’s bij deze tekst. Nu is het tijd om de tassen in de auto te gaan zetten en wat op ons gemakje te gaan eten voordat de lange, lange reis naar huis weer begint.
On the road again……
Via Mieke Telkamp naar de Groothertog
Vandaag stond Luxemburg-stad op het programma. Maar Tommie stuurde ons nog even langs Schiessentümpel. Maar even kijken of we op dit redelijk vroege tijdstip de waterval op de gevoelige plaat vast kunnen leggen zonder toeristen erop. En ja hoor dat ging uiteindelijk lukken.
Bij de watervallen treffen we alleen een Belgisch gezin en een groepje van 4 toeristen die precies in het beeld van de lens willen beslissen welke kant ze op zullen gaan. Wanneer je Mieke Telkamp’s ‘waarheen, waarvoor’ uit zou moeten beelden dan ziet het er zeker zo uit. Maar ach we hebben de tijd en na enkele minuten hebben ze het besloten. Hun wegen scheiden zich, twee naar links en twee naar rechts. Maar de waterval staat er goed op.
[youtube h47EpzdmvKo]
Door naar Luxemburg-stad. De hoofdstad van het land. Nou ja, HOOFDstad. De stad heeft 80.000 inwoners en is daarmee de kleinste metropool van Europa. Maar in 2007 is Luxemburg-stad voor de tweede maal uitgeroepen tot culturele hoofdstad van Europa. En inderdaad, na een dagje in ‘de stad’ is gebleken dat een bezoekje zeker de moeite waard is. Zoals heel Luxemburg met zijn ‘stelen’ doet ook de hoofdstad sprookjesachtig aan. Uiteraard hebben we even gekeken of de groothertog thuis was. En inderdaad de vlag hing uit, dus hij was thuis. Het raam op de eerste verdieping stond open, maar helaas hebben we geen blik van de koninklijke familie op kunnen vangen.
Daarna hebben we de Wenceslauswandeling gelopen. Voor deze route gold volgens het boekje het motto,1000 jaar in 100 minuten.
Dat we 1000 jaar overbrugd hebben, dat geloof ik direct, alleen die 100 minuten, tja dat ging ons weer eens niet lukken. Waarschijnlijk hebben we weer eens veel tijd verloren met het maken van foto’s. Maar ach dat zijn we gewend en we hebben de route keurig voor het donker volbracht. Door de route te lopen, moet er een flink stuk gedaald worden, om het dal te kunnen bereiken. Omdat dit geleidelijk gaat, merk je er weinig van. Tegen het einde van de wandeling, ga je met een lift weer naar boven om terug te keren naar het centrum van de stad. Pas dan merk je hoe veel lager het dal ligt.
Uit de lift gekomen kom je op het Place du Saint-Esprit. In eerste instantie kon ik het niet zo één, twee drie vinden, omdat er aan de weg gewerkt werd. Na even gezocht te hebben stond ik op een plein met daaraan de winkel van het kledingmerk Esprit. Ik heb maar aangenomen dat dit het Place du Saint-Esprit is.
Omdat onze keeltjes na deze wandeling wel gesmeerd mochten worden hebben we een ‘Mac’ opgezocht. (Dit is overigens wel bijzonder in Luxemburg want deze fastfoodketen is niet in grote aantallen vertegenwoordigd). Het was hier dan ook best wel druk. Zo druk zelfs, dat het maken van een milkshake te veel tijd kostte. Een ijsje kon wel (ijsje heeft immers minder letters, en dat gaat sneller dan milkshake). Maar nee geen ijsje voor ons, dan maar naar de Quick-buurman.
Inmiddels was het wel weer tijd geworden om weer op huis aan te gaan. Zo’n 45 minuten en we zijn weer bij het huisje. De afstanden vallen hier reuze mee, daar kan Amerika nog iets van leren!
Een kwartje is meer dan genoeg
Gaudi & 50 Cent. Wie kent ze niet? Om ze in één zin samen te noemen, is op zich vrij bijzonder. Zeker als het over een vakantie in Luxemburg gaat. Gaudi is vooral bekent om zijn bouwwerken in Barcelona. De Amerikaanse rapper 50 Cent is vooral bekend om zijn zogenaamde Gangsta rap. En wat hebben zij dan gemeen zul je je misschien afvragen. Wel, om heel eerlijk te zijn helemaal niets. Behalve dat tijdens het nuttigen van de lunch deze namen plotseling boven kwamen drijven. En beide namen hadden een reden om boven te komen drijven. In het Luxemburgse plaatsje Wiltz hebben ze behalve een kasteel (zoals denk ik ieder zichzelf respecterende plaats in Luxemburg een kasteel heeft) een tuin. Deze tuin luistert naar de, voor ons Nederlanders, poëtisch klinkende naam Jardin de Wiltz. Als we het vertalen is er plosteling bar weinig poëtisch meer aan de naam, want het is gewoon Tuin van Wiltz. Deze tuinen zijn ontworpen door kunstenaars en aangelegd door werklozen. Misschien had één of andere ambtenaar zelf wel kunnen verzinnen dat ze er ook werkloze kunstenaars voor hadden kunnen gebruiken. In het kader van tewerkstelling door de Sociale Dienst of iets dergelijks. Had gelijk weer een hoop belastingcenten gescheeld. Gelukkig dat we hier in Luxemburg zijn en niet in Nederland. Dan gebeurt het tenminste niet allemaal met mijn belastingcentjes. Ik ben weer aan het afdwalen. Ik had het over de Tuin van Wiltz. Deze stenen tuin (een andere omschrijving kan werkelijk niemand er voor verzinnen) is bijna niets anders dan een hoop op elkaar gegooide stenen, waartussendoor wat water hoort te lopen. Inderdaad, hóórt te lopen. Want zelfs de waterpartijen zijn in deze tuin werkloos en werken dus niet. Ik moet eerlijk zijn en zeggen dat er tussendoor zeer knap gesnoeide heggen groeien, maar de stroken zand met hier en daar een plantje met een piepklein bloemetje erin die deze hagen met de steenpartijen moeten verbinden geven het geheel toch een aanblik van: “Leuk, maar toch nét niet.” Om het geheel toch weer interessant te maken heeft een kunstenaar bedacht dat de draak van Gaudi in Park Güell toch wel een toeristische trekpleister van jewelste is en dat ze van dat gegeven zeer zeker gebruik dienden te maken. Zo gezegd, zo gedaan. Alleen jammer dat het resultaat in de verste verte op niets lijkt waar Gaudi ook maar even, tijdens een verloren minuutje tijdens een toiletbezoek of iets dergelijks, bedacht zou kunnen hebben. Goed, het is mozaïek. En het begin van dit geheel lijkt zelfs op de rug van een draak. Maar verder? Nee, werkelijk zonde van de tijd die een kunstenaar er aan gespendeerd heeft. De poging was goed, het resultaat, jammer genoeg bedroevend.
De reden dat deze naam bij me boven kwam borrelen tijdens de lunch is denk ik nu wel duidelijk. Maar dan de andere naam: 50 Cent. Daar was heel wat minder diepgang voor nodig. In dit park van maar liefst 2,5 hectare grootte, bevond zich welgeteld één bank. En het zal vast wel weer één of andere diepzinnige, kunstminnende reden hebben gehad, maar het uitzicht wat deze bank ons bood was gewoon onthutsend te noemen. Maar goed, er was maar één bank in dit park, en het wás tijd om wat te gaan eten, dus besloten we dat we toch maar op dat bankje zouden gaan zitten. Diep teleurgesteld over dit, volgens de reisgids méér dan de moeite van het bezoeken waard, park hebben we ons op het schitterend groene bankje genesteld, om vervolgens onder het genot van een broodje en een watertje te genieten van het fenomenale uitzicht op een hoop stenen. Gelukkig was de hoop stenen nét hoog genoeg om niet overheen te kunnen kijken, dus konden we met volle teugen genieten. Tot overmaat van ramp stond er op één van de stenen die we tijdens onze lunch hebben zitten te bestuderen de naam van de wereldberoemde rapper 50 Cent. Bij het lezen van die naam moest ik onmiddelijk aan een kinderfeestje denken alwaar wij een poging hebben gewaagd om het feestvarken van die dag met een CD van deze wereldrapper te verblijden. Iemand maakte daar de opmerking: “50 Cent? Ik zal er de helft voor geven.” Nu hadden we natuurlijk het grote geluk dat het gemeentebestuur zelf ook het resultaat van de kunstenaars en werkelozen hebben gezien en dat in ogenschouw genomen de toegang tot het park maar gratis hebben gemaakt (zal waarschijnlijk ook wel vanaf het eerste uur de planning zijn geweest, want ieder normaal park is vrij voor het publiek toegankelijk), maar anders zou ik na het bewonderen van dit park zeker beamen met de andere feestganger en denken: “Een kwartje is meer dan genoeg.”

Maar goed, daar zit je dan tegen een hoop stenen aan te staren en je domper een beetje geestelijk te verwerken terwijl je een broodje aan het eten bent. Zie je plotseling die naam op een steen staan. Als fervent hobbyfotograaf is dat natuurlijk hét moment om je camera te pakken, een uitsnede te maken en af te drukken. Later nog even bewerken in Photoshop en dan kan de foto de site op als ondersteuning van het verhaal. Soms krijg ik wel eens te horen ik mooie foto’s maak, en dat ik er meer mee zou moeten doen. Nog nooit heeft iemand me verteld dat ik leuk kon schrijven en dat juist dát hetgeen is waar ik meer mee zou moeten doen. Tot vorige week. Toen kreeg ik te horen dat ik leuk kon schrijven en dat ik er meer mee zou moeten doen. Hoewel ik dan toch enige trots voel, moet ik zeggen dat voor het schrijven precies hetzelfde geldt als voor foto’s maken. Ik vind het leuk om te doen, het is een hobby en dat is vooral wat het moet blijven. En als ik nu zelf nog zou vinden dat ik leuk kan schrijven, dan zou het nog tot daar aan toe zijn, maar dat is niet het geval. Voor mij is het opschrijven van alle gebeurtenissen gewoon bittere noodzaak, omdat alles wat ik doe en zie, om de een of andere onbegrijpelijke reden niet wordt geplaatst in het lange termijngeheugen. Er is maar een heel klein gedeelte wat de race naar de harde schijf overleeft. De rest vliegt al eerder uit de bocht of krijgt een crash. Dus moet ik het allemaal opschrijven. En het leuke wat dan genoemd wordt, is dan gewoon het veelvuldig gebruik van bijvoeglijke naamwoorden en synoniemen. Heel het bovenstaande verhaal had ik ook als volgt kunnen neerzetten.
In Wiltz hebben we in een park zitten eten. Het park bestond uit stenen en waterpartijen. Ook was er een soort van een draak gemaakt met behulp van mozaïektechniek. Op een steen stond de naam van 50 Cent geschreven. Het was geen mooi park.
Tja, om heel eerlijk te zijn, vind ik dat zelf ook niet zo heel leuk om terug te lezen. Dus het gebruik van vlagen die door mijn gedachten zijn gevlogen en het gebruik van synoniemen en bijvoeglijke naamwoorden maakt het verhaal gewoon een stuk leuker. En daar komt het grote voordeel van gebruik van een laptop met internettoegang om de hoek kijken. Als je het even allemaal niet meer weet, kun je op internet gewoon even dát woord opzoeken dat op het puntje van je tong ligt, maar waarvoor je vingers nét te kort zijn om het er met behulp van je vingers van af te pakken. Maar goed, ik ben weer heel erg aan het afdwalen, en voor dwaallichtjes is het nog te vroeg, dus maar weer terug tot de orde van de dag.
Vandaag wel meer gedaan, dan alleen de Tuin van Wiltz bezocht. Het bovenstaande verhaal heeft ons hooguit 20 minuten van de dag gekost. Uiteraard hebben we nog meer gedaan vandaag. Doordat je soms complimenten krijgt, dat het allemaal wel héél leuk is wat je doet, ga je je wat meer verdiepen in de stof. Dus ook in de stof van het (reis)verhalen schrijven. Één van de dingen die je dan ontdekt, is dat een goed reisverhaal een rode draad bevat. Nu ben ik toevallig gisteren op het idee gekomen om in het vervolg een kluwe rode wol mee te nemen als we op vakantie zijn, zodat we die rode draad duidelijk in onze foto’s kunnen laten zien, maar voor nu heb ik dan nog een probleem. Alhoewel….
Luxemburg is toch wel een land van stelen (voor een uitleg van het woord stelen, klik hier)en burchten. Nu wil het toeval (hoewel toeval, we hebben het gewoon uitgezocht) dat we vanmorgen als eerste in Esch-sur-Sûre verzeild zijn geraakt. En nu is het een nog groter toeval dat in datzelfde plaatsje, Esch-sur-Sûre, zich een steel bevindt. Et voila, daar is de rode draad voor deze reis. Stelen en burchten. Toen we hier het steel hebben bekeken, moesten we nog even kijken waar die rode draad ons heen zou voeren. Juist, naar Wiltz waar die mooie tuin zich bevindt. Maar er is nog meer in Wiltz dan alleen deze tuin. Je raadt het al, een steel. Moet niet zo’n heel groot probleem zijn om hier nog twee dagen te vullen met stelen. (Het is niet te hopen dat iemand van de politie deze laatste regel leest, want anders zouden we wel eens een probleem kunnen krijgen.)
Na het bezoek aan Wiltz zijn we terug gegaan naar ons appartement, waar we heerlijk van onze welverdiende rust hebben genoten in de brandende zon (al heel snel kwamen de herinneringen aan de verzengende hitte in Death Valley weer boven drijven, of was het gewoon zweet?)onder het genot van een heerlijke kop cappuccino. Daarna wat gegeten om vervolgens weer te gaan zitten ploeteren en zweten om toch maar weer tijdig het dagelijkse portie reisverhaal aan jullie voor te kunnen schotelen.
Zeg maar steel, want dat is korter en dat scheelt tijd
Die tekst hoorden wij gisteravond op de radio toe wij van het kasteel van Bourscheid naar het kasteel van Vianden reden. Beide kastelen zijn ‘s avonds verlicht en wij wilden dat even controleren. En ja hoor, ze waren beide verlicht. Het werd nog wel even benauwd voor ons, want het is natuurlijk niet de eerste keer dat ze ergens het licht uitdeden toen we gingen staan om een paar foto’s te maken. (Voor degenen die het niet meer weten, de verlichting van skischans bij Lillehammer ging twee jaar geleden uit net toen wij de hoek om kwamen gelopen.) Maar het licht bleef branden.

Maar goed, dus waarom steel, en waarom zou het tijd moeten schelen? Het eerste is vrij logisch. Steel is een afkorting van het woord kasteel en steel is korter dan kasteel, dus dat is snel verklaard. Maar waarom het tijd zou moeten schelen? Ik heb werkelijk geen idee, want als er iets is wat we hebben op het moment, dan is het wel tijd. Maar als ik dan terugkijk op wat we vandaag allemaal met onze ogen hebben mogen aanschouwen, dan moet het haast wel zo zijn dat we door het doorkruisen van drie tijdzones, drie uur tijd hebben gewonnen. Maar ja, Luxemburg is een klein land, dus de kans is waarschijnlijk bijna 0% dat we überhaupt één tijdzone hebben doorkruist (of het moet zo zijn dat de kaboutertjes een geintje hebben uitgehaald vandaag.), dus ergens moeten we tijd mee hebben verdiend. Misschien hebben we die tijd dan wel echt verdiend door het woordje kasteel af te korten tot het woord steel.
Nu is de vraag natuurlijk wat we dan allemaal hebben gezien in zo weinig tijd. Om het in het kort samen te vatten:
- Een paar watervallen
- Verschillende steile rotswanden (inclusief klimmers)
- Een stadscentrum
- Een basiliek (hoewel dat wel een heel groot compliment voor dit bouwwerk in Echternach is)
- Een abdij
- 9 stelen (Voor degenen die de bovenstaande tekst hebben gelezen weten dat we kastelen bedoelen).
9 stelen zul je nu misschien wel denken? Inderdaad 9. Nadat we vanochtend in alle vroegte op weg zijn gegaan naar Klein Zwitserland om het eerste punt van ons wensenlijstje af te kunnen strepen (de waterval Schiessentümpel), zijn we doorgegaan naar Echternach, alwaar we na het genot van een heerlijk kopje koffie hebben genoten van een wandeling door het centrum. We hadden hier ook nog het geluk dat we de basiliek en de abdij met onze eigen ogen hebben mogen aanschouwen. O ja, onderweg naar Klein Zwitserland hebben we even een tussenstop gemaakt in Beaufort om daar de ruines van het (ka)steel te gaan bewonderen. Maar goed, Echternach dus voorbij en wat dan te doen? We kwamen uit op de zeven kastelen route. (Die benaming is dus eigenlijk verkeerd, de titel van dit verhaal in ogenschouw genomen. Het zou dus eigenlijk de zeven stelen route moeten heten. Misschien is het verstandig om consequent de eerste twee letters van het bewuste woord te laten vallen, anders wordt het wel heel erg verwarrend voor iedereen.) De zeven stelen route dus. Onderweg naar het beginpunt, kwamen we al een heel leuk steeltje tegen. Werd het dus gelijk de acht stelen route. En met dat ene steel van Beaufort erbij kom je dus op negen. Luxemburg zou zich met recht het land van stelen mogen noemen. We zijn nu amper twee dagen hier en we hebben in totaal al twaalf stelen gezien. Namelijk:
- Clervaux
- Bourscheid
- Vianden
- Beaufort
- Bourglinster
- Koerich
- Septfontaines
- Ansembourg
- Hollenfels
- Mersch
- Schoenfels
- Marienthal
Als ik zo allemaal terugkijk naar wat we vandaag hebben gezien, dan moet het afkorten van het bewuste woord welhaast de oorzaak zijn van zoveel tijdswinst dat dit allemaal mogelijk is geweest.
Hieronder de dag in beeld.








Deze hond dacht misschien dat we de steel van Septfontaines wilden hebben, dus kwam hij even snuffelen.




Family of man
Vandaag is onze reis naar Luxemburg begonnen. Hij gaat wat korter duren als gepland, zoals hieronder al te lezen is. Maar dat is geen reden voor ons dat we er minder zin in hebben. Integendeel. Hoewel we vandaag pas om vier uur terecht zouden kunnen in ons huisje, hadden we besloten om vanochtend toch al een beetje bijtijds aan te tuffen. Half tien vertrokken we. Onze eerste tussenstop (lees tijd om koffie te drinken) was bij Maastricht. Daarna via de snelweg verder richting de zon gereden. Bij Spa de snelweg afgegaan om vervolgens een rondrit door deze overbekende plaats te maken. Vervolgens via Spa-Franchorchamps weer terug richting de snelweg. Even verder bij St. Vith was het alweer tijd om de snelweg te verlaten en koers te zetten richting de Luxemburgse grens. Een kleine drie kwartier later zijn we aangekomen in Weiswampach, Luxemburg. Weiswampach is vooral bekend vanwege het tanktoerisme en iets minder bekend vanwege het Rock am See festival. Hier hebben we wat zitten eten aan een groot meer. Hierna binnendoor verder gereden richting Clervaux. Deze plaats is bij velen bekend vanwege het kasteel dat hier staat. Hier hebben we eerst op ons gemak zitten genieten van een heerlijke kop cappuccino. Daarna wat rond gelopen. Onderweg zagen we allemaal foto’s langs de rand van de weg van bekende fotografen zoals Henri Cartier-Bresson. Van deze foto’s bleek in het kasteel een vaste tentoonsteling te zijn genaamd Family of man. Wij zijn gaan kijken en het was een zeer indrukwekkende tentoonstelling die meer dan de moeite waard was. Er hing ook werk van o.a. Ansel Adams (1) en Paul Himmel. Op het einde moesten we nog opschieten ook, omdat onze parkeertijd verlopen was. En wij dachten nog wel, dat twee uur genoeg zou zijn om wat te drinken en wat rond te lopen. Niet dus. Nu verder binnendoor richting Vianden. Aldaar aangekomen besloten om meteen door te rijden naar Ammeldingen an der Our. Deze wereldstad heeft maar liefst 9 inwoners. Maar dat geeft natuurlijk wel extra veel ruimte om een huisje neer te zetten. En inderdaad, het bleek een vrij groot huisje te zijn. Een oud tolhuis om precies te zijn, tenminste volgens de naam dan.

De linkerzijde van het gebouw, tot aan de regenpijp, herbergt ons appartement. (op twee verdiepingen. Hieronder een kort stukje over de tentoonstelling in Clervaux.

Family of man was een tentoonstelling van fotografie, samengesteld in 1955 door Edward J. Steichen voor het Museum of Modern Art in New York, die wel “De grootste fotografische tentoonstelling ooit gerealiseerd” wordt genoemd. In de jaren ’50 en ’60 van de 20e eeuw trok ze meer dan negen miljoen bezoekers.
In 1964, aan het eind van haar wereldreis, werd de collectie van de Amerikaanse regering aan het groothertogdom Luxemburg gegeven, waar op wens van Edward J. Steichen “het meest belangrijk werk van zijn leven” zijn definitieve plaats zou moeten kijgen in het Château de Clervaux[1].
De expositie bestaat uit 503 foto’s die door Steichen zelf zijn uitkozen uit een totaal van 2 miljoen. Er is werk van 273 fotografen te zien, uit 68 landen. Er zijn geen Belgische fotografen bij, maar wel Nederlanders: Emmy Andriesse, Eva Besnyö, Ed van der Elsken, Cas Oorthuys en Nico Jesse. De locatie waarin de foto’s tentoongesteld zijn is onder toezicht van Steichen ontworpen, en was op elke locatie van de wereldreis hetzelfde. De foto’s maken deel uit van de ruimte: ze hebben verschillende formaten, verwijzen naar elkaar, liggen op grond, hangen aan het plafond… In 37 thema’s wil Steichen aspecten van het menselijk leven tonen, zoals het zich tussen de uitersten van de geboorte en de dood afspeelt op aarde.
Hij wil aan de mens de mens uitleggen. Zoals hij zelf zegt: “I am no longer concerned with photography as an art form. I believe it is potentially the best medium for explaining man to himself and his fellow man”. We maken allemaal deel uit van de grote familie der mensen.
Het lange wachten wordt ‘beloond’.
Wachten, wachten en nog eens wachten. Op het moment dat ik werd doorgestuurd naar de orthopedisch chirurg, begin december van het vorige jaar, is dat eigenlijk begonnen. Voordat ik er voor de eerste keer terecht kon, waren we al weer ruim 5 weken verder. Toen twee weken wachten voor de MRI-scan om vervolgens weer twee weken te wachten op de uitslag daarvan. En de uitslag daarvan was dat ik weer moest wachten om naar de volgende chirurg te gaan. Aangezien het hier om dé specialiste op ellebogengebied van Nederland gaat, vielen de viereneenhalve week wachten totdat ik aan de beurt was best nog wel mee.
Maar vandaag was het dan eindelijk zover. Niet dat ik er zo heel erg veel van verwachtte. Eigenlijk had ik het idee dat er alleen maar een kenningsmakingsgesprek zou zijn en dat er een afspraak gemaakt zou worden om de volgende stap te zetten in de serie van onderzoeken die zou moeten leiden naar het herstel van mijn elleboog.
Was me dat even een teleurstelling vandaag zeg. Niets wachten op het volgende onderzoek. Het kenningsmakingsgesprek was er gelukkig wel. Het ging even iets anders dan dat ik verwacht had. Natuurlijk ik moest uitleggen wat er was gebeurd. Natuurlijk moest ze even voelen aan mijn elleboog. Natuurlijk moesten de foto’s en de scans bekeken worden die in Veldhoven al waren gemaakt. Maar wat ze toen zei verbaasde me toch wel enigszins. Hoewel ‘enigszins’ is misschien wel een understatement. Ik had met veel dingen rekening gehouden, maar waar ik absoluut geen rekening mee gehouden had, was toch wel het feit dat ze zou zeggen dat de volgende stap een operatie zou zijn.
Na van de eerste verbazing te zijn bekomen vroeg Marieke wat de verwachte wachttijd zou zijn. Het antwoord was ongeveer vier maanden. Maar omdat ze ook wel inzag dat de situatie langzamerhand onhoudbaar voor me begint te worden, zou ze haar uiterste best doen om alles binnen 8 weken te kunnen realiseren.
Maar goed, wat was nu precies de conclusie van Dr. Eygendaal. De botfragmenten en het vocht waren op de foto’s en de scans ook voor haar duidelijk te zien. Na het voelen en buigen van mijn elleboog kwam ze ook tot de conclusie, dat niet één, maar allebei mijn banden opgerekt zijn. En net als in Veldhoven wist ze niet zeker waar nu precies de meeste klachten vandaan komen. Of van de botfragmenten en het vocht, óf van de opgerekte banden. Om dat nu uit te gaan zoeken, heeft ze besloten om een arthroscopie te gaan verrichten. Arthroscopie is een moeilijk woord voor kijkoperatie. Bij deze operatie gaat ze meteen de losse stukjes bot verwijderen en gaat ze bekijken in hoeverre de banden zijn beschadigd. Aan de hand van die bevindingen, gaat ze bekijken of dat het de moeite waard is om te beginnen met opnieuw therapie, of dat een tweede operatie noodzakelijk zal blijken te zijn.
Vervolgens zijn we gestuurd naar de voorbereidingsruimte. Hier worden wat vragen gesteld, de bloeddruk gemeten, een gespek gedaan met de anesthesioloog (vroeger heette dit nog gewoon anesthesist, dat ik ook gewoon zal blijven gebruiken. Mede omdat dat al moeilijk genoeg is om te typen.) en vervolgens gekeken wanneer de operatie plaats zal kunnen vinden.
Zo gezegd zo gedaan. Maar wat de anesthesist me vertelde deed me toch wel even slikken. Omdat ik in een goede gezondheid verkeer had ik de keuze tussen twee methodes om te verdoven. De gewone algehele narcose met alle toeters en bellen die daarbij horen of een nieuwe manier van verdoven. De nieuwe manier van verdoven hield in dat ze twee naalden in mijn handen zouden plaatsen. Vervolgens mijn arm ter hoogte van mijn schouder zouden afbinden, waarna ze al het bloed dat dan nog in mijn arm zit zouden aftappen. De ruimte in de bloedvaten die dan zou onstaan, zouden ze opvullen met verdovingsvloeistof. Dit klonk me toch wel een klein beetje luguber in mijn oren, en het zou me ook niets verbazen als ter plekke het bloed in mijn gezicht zich al spontaan richting mijn arm aan het verplaatsen was om een aan de horizon luikend bloedtekort aldaar op te vangen. Met andere woorden, ik denk dat ik wat witjes wegtrok bij het horen van deze woorden. Na een kort maar bondig overleg met Marieke toch maar gekozen voor het ouderwetse, maar toch meer vertrouwd in mijn oren klinkende, algehele narcose. Waarop de geruststellende woorden van de anesthesist waren: “Ik zou daar ook voor kiezen.”
Wanneer gaat al dat spannends dan gebeuren is waarschijnlijk de volgende vraag. Om heel eerlijk te zijn, weten we dat nog niet. De planner zou zijn uiterste best doen om alles binnen acht weken ingepland te krijgen bij Dr. Eygendaal. Een week van te voren krijg ik dan te horen waar en op welk tijdstip ik me moet melden.
Instabiele ellebogen zijn te genezen
Vandaag naar het ziekenhuis geweest voor de uitslag van de MRI-scan en de CT-scan. Beide scans zijn goed gelukt, dus alles stond er goed scherp op. De CT-scan moest gemaakt worden omdat de radioloog zekerheid wilde over wat hij dacht te zien op de MRI-scan. Wat zag hij dan op de MRI-scan zul je misschien wel zeggen. Wel hetgene waarover de radioloog meer zekerheid wilde hebben, was vocht in de elleboog.
Op de foto’s van de CT-scan was dit vocht duidelijk te zien. Ook was duidelijk te zien dat er een stukje bot is afgebroken. Bovendien ‘zweven’ er nog wat botfragmenten omheen. En als besluit zijn ook nog mijn banden van de elleboog opgerekt. Tel dit allemaal bij elkaar op en het is misschien wel begrijpelijk dat ik behoorlijk wat pijn heb.
En voor de dokter was deze optelsom reden genoeg om mij niet te opereren. Omdat hij kon zeggen wat nu precies de oorzaak was, durfde hij de stap naar een operatie niet aan. In plaats daarvan heeft hij me doorverwezen naar dokter Eygendaal in Breda. Zij is dé specialist in Nederland op het gebied van ellebogen. Nu is het nog even afwachten wanneer ik daar terechtkan.
(ondertussen heb ik bericht gekregen uit Breda en ik kan er al 13 maart a.s. terecht.)
Nu wilde ik natuurlijk wel het een en ander weten als ik doorverwezen word naar dé specialist op ellebogen. Dus ik ben even aan het Googlen gegaan en heb het een en ander gevonden. Het meest verheugd ben ik nog wel over het feit dat zij is afgestudeerd precies op datgene wat ik heb. Dus er is hoop.
Het artikel over de instabiele ellebogen is hieronder te lezen.
http://www.lumc.nl/1080/archief/2000/20001117.html#Kort Nieuws: Instabiele ellebogen zijn te genezen
Instabiele ellebogen zijn te genezen
Op 8 november promoveerde Denise Eygendaal op een studie naar de instabiliteit van het ellebooggewricht. Deze instabiliteit kan ontstaan door het scheuren van een bandje aan de binnenkant van het gewricht. Dit bandje, het mediale collaterale ligament (MCL) geheten, kan scheuren doordat het (te) grote krachten krijgt te verduren. Dit kan het geval zijn bij werpsporters of mensen van wie de elleboog uit de kom is geraakt.
Eygendaal deed in het totaal vier studies. De eerste deed zij aan de Universiteit van Århus waar de experts op het gebied van instabiliteit rond het elleboogsgewricht van Europa zitten. Daar keek zij bij overleden mensen welke gevolgen het doorsnijden van het MCL en de bijbehorende bandjes op de beweeglijkheid van het gewricht heeft. Haar andere studies deed zij op het LUMC tijdens haar opleiding tot orthopedisch chirurg.
In haar tweede studie onderzocht zij, eveneens op overleden mensen, of het mogelijk is met röntgentechnieken de instabiliteit van het ellebooggewricht na het doorsnijden van het MCL vast te leggen. Dit blijkt mogelijk door het maken van meerdere foto’s van beide armen met en zonder een extra gewicht van vijftien kilo. Aan de hand van deze vier foto’s is te meten of sprake is van een toegenomen beweeglijkheid bij het ellebooggewricht met het gescheurde bandje.
De positieve bevindingen met deze techniek om te bepalen of er sprake is van het in- of afscheuren van de bandjes, paste Eygendaal (1969) toe op haar laatste twee studies, nu bij levende mensen. Bij studie nummer drie riep zij 48 patiënten terug bij wie tien jaar geleden de elleboog uit de kom (luxatie) was geschoten. Zij constateert dat er bij scheuring van het MCL tijdens de luxatie na tien jaar sprake is van meer pijnklachten, dat er meer slijtage op de röntgenfoto’s te zien is, en dat er meer problemen met alledaagse handelingen worden ondervonden dan wanneer het MCL niet scheurde tijdens luxatie.
In haar vierde studie vergeleek Denise Eygendaal het voorschrijven van oefentherapie met die van chirurgisch ingrijpen bij werpsporters, die als gevolg van excessief werpen het MCL hadden gescheurd. Haar bevindingen in deze belangrijke slotstudie zijn dat oefentherapie een goede oplossing is voor mensen die geen zwaar werk doen of die niet actief zijn in sporten waarbij de elleboog zwaar belast wordt. Voor hen die deze lichamelijke activiteiten wel doen, is operatief ingrijpen de aangewezen weg. In beide gevallen is de genezing volledig
Foto’s online
Vaak is het ons al gevraagd. Wanneer komen de foto’s van de rondreis door Amerika eindelijk eens op internet te staan? Wel, vandaag dus. Na de keuze voor de foto’s van die in het fotoalbum moesten komen te hebben gemaakt, hebben we nu 634 foto’s uitgezocht. Dus uiteindelijk hebben we gekozen voor minder dan 10% van de foto’s die we hebben gemaakt. Maar voordat deze online gezet werden vonden we dat we eerst alle foto’s in het album ingeplakt moesten hebben. Dat is nu dus het geval. En vanaf vandaag zijn de foto’s dus online te bewonderen. We hebben ervoor gekozen om het onder te verdelen in 6 albums, om het ovrzicht een klein beetje te kunnen bewaren. Hieronder staan afbeeldingen met daarop welke foto’s er in het desbetreffende album staan. Door op de foto’s te klikken wordt (meer…)
once upon a time
Een serie van 61 foto’s die het leven in New York proberen weer te geven. Allemaal in zwart-wit en in een vierkante uitsnede.
Klik op de foto hierboven om het album te openen.
Klik op deze regel om een diashow van deze foto’s te bekijken.
Overige foto’s van onze rondreis door Amerika binnenkort on-line.
Bewogen
Als je het afgelopen jaar in één woord zou moeten samenvatten, dan is dat voor ons denk ik wel bewogen. Of misschien wel het gebrek daaraan.
Veel is er in elk geval wel gebeurd. Op 4 mei dus gevallen. Één elleboog gebroken en de andere uit de kom was het gevolg. De gebroken uitvoering was zeer snel genezen. De andere uitvoering vergde wat meer tijd en geduld. Maar in ieder geval voor het vertrek naar de USA genezen. Op zich niet slecht, want tussen de val en het vertrek zaten maar drie maanden.
We hebben allebei genoten van een geweldige vakantie. 29 dagen rondtrekken door de USA. Ik denk dat ik voor ons beiden spreek als ik zou zeggen, dat ik het iedereen aan zou kunnen raden.
De meeste geweldige plekjes hebben we daar gezien. Ondertussen hebben we besloten, tegen onze gewoontes in, om nog een keer terug te gaan naar de USA. Wanneer? We hebben geen idee. Maar door het contact met Nanouk, en de werkelijk schitterende foto’s die we van haar hebben gezien, hebben we besloten dat we nog een keer terug willen.

Zoals je op de bovenstaande foto van Nanouk kunt zien, is dit een werkelijk schitterende plek op deze aardbol. Het heet Coyotte Buttes. Grofweg gezegd ligt het in de driehoek Las Vegas, Monument Valley en Salt Lake City. (hier kun je nog meer foto’s van Coyote Buttes zien. Allemaal gemaakt door Nanouk)
Klein nadeeltje van Coyote Buttes is wel dat je er een vergunning voor nodig hebt om er naar toe te mogen gaan. Dan schaf je die toch gewoon aan zou je zeggen. Helaas is dat eenvoudiger gezegd dan gedaan. Per dag worden er maximaal 20 personen toegelaten. En zoals iedereen wel kan begrijpen, wil iedereen die een fototoestel in bezit heeft én weet dat deze plek bestaat, heeft er ontzettend veel zin in om deze plek te gaan bezoeken.
Om er toch te kunnen komen, kun je je inschrijven via internet. Als klein nadeel heeft dit wel, dat slechts de helft van de vergunningen via internet verdeeld worden. Op de 1e van de maand, komen de vergunningen voor drie maanden verder online. En dan gaat het voor het principe, wie het eerst komt wie het eerst maalt. Je moet er dan dus, als je eenmaal het tijdstip weet dat de vergunningen on-line komen, als de kippen bij zijn.
Maar, om eerlijk te zijn. Voorlopig zijn wij nog lang niet zo ver. Want om verder te gaan op de titel van het verhaal. Met de beweging in mijn rechterelleboog (die uit de kom is geweest) gaat het niet de goede kant op. Iedereen kent wel het geluid dat een plank maakt als je die langzaam door de midden breekt. Precies zo klinkt mijn elleboog op dit moment. En daarbij denk ik dat ik ook nog weet wat de plank zou voelen als die gevoel zou hebben. Over een maandje heb ik een afspraak met de orthopeet. Eerst maar even afwachten wat die zegt, voordat we überhaupt weer aan vakantie gaan denken. Marieke denkt dat het een gevalletje voor de operatiekamer wordt.
En om heel eerlijk te zijn: dat denk ik zelf ook.


