Dzji-pi-es-ar -> dzjio-kesjing

Dat is waarschijnlijk het eerste wat je zal denken bij het lezen van deze titel. Gelukkig, of voor degenen die misschien nog een klein beetje hoop voor me hadden wel helaas, is dat niet het geval. Want wat willen die vreemde woorden nu allemaal zeggen? Om een kort verhaal voor de verandering maar eens lang te maken zal ik het een en ander uitleggen.
Volgend jaar staat Italië op de rol om te gaan bezoeken. Eigenlijk was dat dit jaar de bedoeling, maar door alle ellende met mijn elleboog is dat er niet van gekomen. Volgend jaar is dat dus ons reisdoel. De afgelopen maanden heb ik tijd genoeg gehad om het een en ander uit te zoeken en al zoekende kwamen we op de bestemming voor ná Italië. Over twee jaar dus in 2009 hebben we alweer een bestemming bedacht. Hoewel die niet heel orgineel is, omdat we er al eens geweest zijn, hebben we er nu al zin in. Het zullen weer de Verenigde Staten van Amerika worden. Het Wilde Westen om precies te zijn. Tijdens het zoeken naar mooie plekjes in Amerika, kwamen we plaatsen tegen die volgens ons toch wel zéér de moeite van het bekijken met eigen ogen waard zijn. Één daarvan is Coyotte Buttes. Klein nadeel van deze plaats is wel dat je er een vergunning voor nodig hebt. Die vergunning is via internet te krijgen. Je dient je dan in te schrijven op een site om 12:00 uur ‘s middags lokale tijd aldaar. De vergunningen voor 4 maanden daarop worden dan verkocht. Per dag zijn er 5 vergunningen te vergeven. Totaal dus 150 vergunningen voor een maand. Aangezien het een zeer gewilde plek is om te bezoeken, zul je begrijpen dat je heel erg veel geluk nodig hebt, om een vergunning te bemachtigen. De vergunningen worden op volgorde van aanvraag verstrekt. Ben je te laat, dan heb je pech gehad, en kun je het een maand later weer opnieuw proberen. Maar stel nu dat we het geluk hebben om een vergunning te bemachtigen, wat dan? Wel, dan is het een kwestie van afreizen naar het kantoortje op de parkeerplaats om de vergunning op te halen. Tesamen met de vergunning krijg je een getekende kaart van het gebied, waar ook de coördinaten van de bestemming te vinden is. In het gebied zijn (bijna) geen paden te bekennen en je bent dan ook afhankelijk van je eigen kennis om te navigeren met kaart en kompas. Óf het moet zijn dat je in het gelukkige bezit bent van een dzji-pi-es-ar oftwel in gewoon Nederlands: een GPSr. Dat is een draagbaar navigatieapparaat dat je gebruikt in plaats van kaart en kompas. Aangezien ik niet overweg kan met een kompas, leek het ons een erg handige gadget. Toen maar meer informatie over zo’n apparaat gaan zoeken op het internet.

Al snel kom je dan uit bij een paar bekende merken. Namelijk Magellan & Garmin. Magellan is voornamelijk bedoeld voor de waterratten onder ons en we hebben dus vrijwel meteen besloten om verder te gaan kijken bij Garmin. Ook omdat ons deze naam bekend in de oren klonk. En dan kom je automatisch terecht in het volgende woud. Zo ontzettend veel keus is er in deze voor ons onbekende wereld. Samen met het aantal mogelijkheden, groeit ook de prijs van zo’n apparaat. Gelukkig hebben alle bijzondere gebieden in Amerika waar je vergunningen voor nodig hebt dezelfde manier, dus een GPSr is niet nodig voor één bestemming. De volgende vraag voor ons was misschien wel heel erg logisch. Wat kun je er nu precies mee? Wel, in het apparaat voer je de locatie in waar je naar toe wilt, en het apparaat toont de route van de locatie van waar je jezelf bevindt naar de locatie waar je naar toe wilt gaan. In een rechte lijn welteverstaan. Een soort TomTom voor vogels dus. Aangezien wij niet het vermogen hebben om zelfstandig het luchtruim te kiezen om ons zo van A naar B te begeven, zou het ook wel gemakkelijk zijn als je op een kaartje op het beeldscherm kunt zien waar alle paden, rivieren etcetera zich bevinden. Dat helpt de keus tussen de apparaten al een stuk te beperken. Helaas is de prijs dan ook niet meer zo heel erg leuk om voor een paar natuurwonderen te besteden. En dan kom je bij de volgende vraag. Hebben we er hier in Nederland ook iets aan? En dan ga je weer zoeken op het internet. Per toeval stuitte ik op een site die geheel gaat over het fenomeen dzjio-kesjing. In goed Nederlands: geo-caching. Eigenlijk is dat ook weer geen goed Nederlands, dus maar iets simpeler vertaald, en dan kom je uit op het woord schatzoeken.
Op de site krijg je de coördinaten te zien van een locatie waar iemand iets heeft verstopt. Deze getallen voer je in de GPSr in, en dan kun je naar die locatie toe gaan. Dat zijn de meest eenvoudige. Ook zijn er complete speurtochten op de site te vinden. Je krijgt dan een startlocatie doorgegeven, tesamen met allemaal opdrachten. Deze opdrachten bestaan meestal uit het zoeken van getallen. Met behulp van de gevonden getallen, kun je dan de volgende locatie uitrekenen, waar je weer getallen moet zoeken om weer een andere locatie uit te rekenen. Totdat je de laatste locatie hebt uitgerekend en je naar de schat kunt lopen. Meestal zijn het routes van een kilometer of 7. De schat bevindt zich dan meestal op een steenworp afstand van het punt van waar je bent vertrokken. Je hebt dan een mooie wandeling gehad door meestal onbekende gebieden. Ook zijn er schatten verstopt, waar je eerst thuis een puzzel voor moet oplossen alvorens je op pad kunt gaan. Eigenlijk dus een ideale combinatie voor ons van drie verschillende hobbies: fotograferen, puzzelen en wandelen. Na lang nagedacht te hebben, hebben we besloten om een GPSr aan te schaffen. Nu twee maanden geleden. Onze eerste schatzoektocht was meteen een succes. En ik moet eerlijk toegeven, het werkt verslavend. Op het moment van schrijven hebben we 106 van deze schatten gevonden. Eerlijkheidshalve moet ik ook toegeven dat het ook wel eens voorkomt dat we een schat niet kunnen vinden.
Nu zul je wel zeggen 106 van die dingen, dan zullen die twee wel snel uitgezocht zijn. Niets is minder waar. Bij het bezoeken van de site van geocaching.nl ging er een wereld voor ons open. In Nederland liggen op dit moment bijna 4500 schatten verstopt. In België (waar we ook niet zo heel ver vandaan wonen) ruim 2500, en in Luxemburg 282. Als we naar ons andere buurland, Duitsland kijken, dan kom je tot de ontdekking dat daar bijna 40000 schatten zijn verstopt. En wereldwijd zijn het er ruim 495000 (!!!). En dagelijks komen er overal bij. Voorlopig kunnen we dus nog wel even vooruit. En hetgeen wat je zoekt? Dat varieert van een fotorolletje tot een emmer. Veel schatten zijn zogenaamde munitiekistjes, zoals hieronder te zien is.

Misschien het meest vreemde is nog wel het feit, dat die gekke dingen overal zijn verstopt. Toen wij in Namibië op bezoek waren in Swakopmund, zijn we op een bepaald moment een kopje koffie gaan drinken. Bij het hek van dat terras, nog geen drie meter bij ons vandaan, ligt een schat verstopt. In Zambia, bij de Victoria Watervallen, ligt precies op het punt waar wij met behulp van een statief een foto van onszelf hebben gemaakt, een schat. In Amerika zijn we op een bepaald moment vorig jaar gestopt langs de kant van de weg om een boterhammetje te eten. Achter het bankje waar we op hebben zitten eten, ligt een schat. En we hebben geen enkele keer iets gezien. Hoe kan dat? Eigenlijk heel simpel. Je hebt geen weet van het bestaan van die dingen. Je weet niet wat je zoekt, dus zelfs als je het ziet, dan denk je waarschijnlijk alleen maar: “Hadden ze dat niet even gewoon in de vuilnisbak kunnen gooien?” En je kunt ze gewoon niet zien. Leg bijvoorbeeld maar een schoenendoos op de bank. Op het moment dat je de kamer binnenloopt en naar de bank kijkt, dan zie je die doos meteen liggen. Leg nu eens een kussen over die doos, en je zult al een stuk meer je best moeten doen om die doos te kunnen zien. Zo is het ook in een bos. Leg een paar takken over een kistje (dat van zichzelf al groen is). Drappeer daar nog eens wat bladeren overheen en je zult jezelf wel kunnen voorstellen dat het geheel bijna niet te zien is. Zeker niet als deze camouflage zich ook nog eens een meter of twee van het pad af bevindt.
Links in het menu, hebben we nu de kop djzio-kesjus aangemaakt. Daarin staat een banner met onze naam (zanaboza) en het aantal caches dat we hebben gevonden. Eronder staat een kaart. Als je daar op klikt, wordt er een grotere versie van deze kaart geopend. Al met al hebben we er een nieuwe leuke hobby bij. Die ook nog eens gezond is.
Hieronder een paar Nederlandstalige filmpjes over geocaching.
De eerste is uit 2005 en afkomstig uit België. De kwaliteit is niet geweldig, maar het legt wel het een en ander goed uit.
De tweede is een kort verslag van een evenement van afgelopen weekend en laat een multi-cache zien. De kwaliteit is een stuk beter.
[youtube jQybyi8MomA]
[youtube X-ZfyGYxyBc]
Nicht zum verkauf
Kukukelekuu……. Kukukelekuu….. Ik draai me om en doe mijn ogen weer dicht. Maar net vijf minuten later is het weer prijs. Kukukelekuu…… Kukukelekuuuu…. De aanhouder wint zeggen ze wel eens, dus druk ik maar op de uitknop van de wekker op de telefoon. Het is tenslotte al vijf over zeven, dus is het weer tijd om op te staan. Nu moet ik zeggen dat vandaag de eerste keer is dat we de wekker hebben gezet, zodat we zeker op tijd uit bed zouden zijn. Tenslotte hebben we een rustvakantie, dus daar hoort uitslapen ook bij. Maar vandaag stond de training van de Spaanse rijschool op het programma, en daarom moesten we een beetje bijtijds opstaan, zodat we gewoon op ons gemakje konden ontbijten en dat we niet hoefden te rennen om op tijd te zijn bij de rijschool.

Wel één ding is zeker we hoefden niet te rennen om op tijd te zijn voor de training van 10 uur. We hadden zelfs tijd om koffie te drinken vóórdat de deuren open gingen. De training was precies wat ik er van had van verwacht. Niet meer, en niet minder. Marieke had er meer van verwacht, dus die was wel een beetje teleurgesteld. Met de nadruk op een beetje dan, want het was wel de moeite van het bezoeken waard. Het is zeker iets om gezien te hebben, zeker omdat in geen enkele andere stad op de wereld iets dergelijks is te zien. Wel jammer is dat je tijdens de training geen foto’s mocht maken. Heb ik me dus ook maar braaf aan gehouden. Ook omdat er continue twee heel boos kijkende mannen patrouilleerden om te kijken of dat iemand het lef had om maar naar zijn fototoestel te wijzen.

Hierna weer op pad, want Wenen is een grote stad waar ontzettend veel te zien is. Je komt ogen en vooral geheugenkaartjes te kort. Hier zou ik Polle Eduard weer kunnen citeren, maar ik denk dat iedereen nu wel weet wat ik zou gaan typen. Ik kan mijn tijd beter voor andere dingen gebruiken, er is tenslotte nog zoveel te doen.
Na de training eerst maar weer eens een kopje koffie gehaald om daarna middels een wandeling via het Hofburg-complex, het Altes Rathaus, de Votivkirche en de schitterende Freyunggallerij bij de Karlskirche te eindigen. Ik typ het hier in één regel, maar ik denk dat iedereen wel begrijpt dat we hier toch een enkele uren over hebben gedaan. Maar goed, de Karlskirche dus.

Toen we eenmaal binnen waren, dachten we dat we wéér eens pech hadden en dat ze alles in de steigers hadden gezet. Niets was minder waar bleek achteraf. Deze steigers behoorden toe aan een lift die je in een mum van tijd bracht tot 45 meter hoogte,vanwaar je op een groot platform de koepel kon bekijken. Bovenop dit platform stonden nog meer steigers. Via de trappen op deze steigers kon je helemaal tot boven in de koepel komen. De hoogte van het bovenste platform was maar liefst 62,5 meter.

Niet nadenken, kijken en foto’s maken was hier het devies. Dit omdat de steiger niet het idee gaf dat deze heel stevig in elkaar gezet was. Bij iedere stap die iemand zette, schudde het geheel heen en weer. Nadat we weer voet op vaste bodem hadden gezet zijn we richting het stadtpark gegaan. Na een korte wandeling van ongeveer een uur gaan we weer richting het hotel om daarna wat te gaan eten bij de oude ploeg.

O ja. Zoals al onze stukjes een titel hebben zo ook deze. Zoals alle titels een betekenis hebben die in het verhaal uitgelegd wordt, zo ook hier. Zoals gezegd, waren we vanmorgen ruimschoots op tijd bij de Spaanse rijschool om nog een kopje koffie te drinken. Zoals meestal het geval is, is het geen koffie, maar cappuccino, maar dat terzijde. Vorig jaar hebben we in Amerika kennis mogen maken met het fenomeen Starbucks. Een formule waar ze allerlei verschillende soorten koffie in een kartonnen beker á la McDonalds uitserveren. In Nederland is deze keten niet bekend, maar ook hier in Wenen zitten er verschillende. Zo was ook onze eerste koffiestop hedenochtend bij Starbucks. Gisteren hadden we al mokken van Starbucks gezien, en het leek ons wel leuk om deze een paar te kopen voor thuis. Helaas vertelde de verkoper ons dat ze de mokken niet meer hadden. ‘s Jammer. In de etalage van de Starbucks van vanochtend, stonden deze mokken ook opgesteld. In de winkel konden we deze mokken echter niet ontdekken, dus ook hier maar weer gevraagd. De verkoopster vertelde me dat deze mokken niet verkocht mochten worden van de chef. Na een uitleg dat ik dat jammer vond en dat ik al vele Starbuckswinkels over de hele wereld had bezocht én dat ik toch wel héél erg graag zou willen weten hoe ik dan aan zo’n mok kon komen, vroeg ze me om een moment geduld te hebben. Ze liep naar achter en nog geen minuut later, kwam ze terug met in een tas een mok ingepakt. Na mijn vraag wat deze mok zou moeten kosten zei ze: “Niets, van mijn chef mag ik geen mokken verkopen.” En ze lachte vriendelijk………..

Via Mieke Telkamp naar de Groothertog
Vandaag stond Luxemburg-stad op het programma. Maar Tommie stuurde ons nog even langs Schiessentümpel. Maar even kijken of we op dit redelijk vroege tijdstip de waterval op de gevoelige plaat vast kunnen leggen zonder toeristen erop. En ja hoor dat ging uiteindelijk lukken.
Bij de watervallen treffen we alleen een Belgisch gezin en een groepje van 4 toeristen die precies in het beeld van de lens willen beslissen welke kant ze op zullen gaan. Wanneer je Mieke Telkamp’s ‘waarheen, waarvoor’ uit zou moeten beelden dan ziet het er zeker zo uit. Maar ach we hebben de tijd en na enkele minuten hebben ze het besloten. Hun wegen scheiden zich, twee naar links en twee naar rechts. Maar de waterval staat er goed op.
[youtube h47EpzdmvKo]
Door naar Luxemburg-stad. De hoofdstad van het land. Nou ja, HOOFDstad. De stad heeft 80.000 inwoners en is daarmee de kleinste metropool van Europa. Maar in 2007 is Luxemburg-stad voor de tweede maal uitgeroepen tot culturele hoofdstad van Europa. En inderdaad, na een dagje in ‘de stad’ is gebleken dat een bezoekje zeker de moeite waard is. Zoals heel Luxemburg met zijn ‘stelen’ doet ook de hoofdstad sprookjesachtig aan. Uiteraard hebben we even gekeken of de groothertog thuis was. En inderdaad de vlag hing uit, dus hij was thuis. Het raam op de eerste verdieping stond open, maar helaas hebben we geen blik van de koninklijke familie op kunnen vangen.
Daarna hebben we de Wenceslauswandeling gelopen. Voor deze route gold volgens het boekje het motto,1000 jaar in 100 minuten.
Dat we 1000 jaar overbrugd hebben, dat geloof ik direct, alleen die 100 minuten, tja dat ging ons weer eens niet lukken. Waarschijnlijk hebben we weer eens veel tijd verloren met het maken van foto’s. Maar ach dat zijn we gewend en we hebben de route keurig voor het donker volbracht. Door de route te lopen, moet er een flink stuk gedaald worden, om het dal te kunnen bereiken. Omdat dit geleidelijk gaat, merk je er weinig van. Tegen het einde van de wandeling, ga je met een lift weer naar boven om terug te keren naar het centrum van de stad. Pas dan merk je hoe veel lager het dal ligt.
Uit de lift gekomen kom je op het Place du Saint-Esprit. In eerste instantie kon ik het niet zo één, twee drie vinden, omdat er aan de weg gewerkt werd. Na even gezocht te hebben stond ik op een plein met daaraan de winkel van het kledingmerk Esprit. Ik heb maar aangenomen dat dit het Place du Saint-Esprit is.
Omdat onze keeltjes na deze wandeling wel gesmeerd mochten worden hebben we een ‘Mac’ opgezocht. (Dit is overigens wel bijzonder in Luxemburg want deze fastfoodketen is niet in grote aantallen vertegenwoordigd). Het was hier dan ook best wel druk. Zo druk zelfs, dat het maken van een milkshake te veel tijd kostte. Een ijsje kon wel (ijsje heeft immers minder letters, en dat gaat sneller dan milkshake). Maar nee geen ijsje voor ons, dan maar naar de Quick-buurman.
Inmiddels was het wel weer tijd geworden om weer op huis aan te gaan. Zo’n 45 minuten en we zijn weer bij het huisje. De afstanden vallen hier reuze mee, daar kan Amerika nog iets van leren!
Een kwartje is meer dan genoeg
Gaudi & 50 Cent. Wie kent ze niet? Om ze in één zin samen te noemen, is op zich vrij bijzonder. Zeker als het over een vakantie in Luxemburg gaat. Gaudi is vooral bekent om zijn bouwwerken in Barcelona. De Amerikaanse rapper 50 Cent is vooral bekend om zijn zogenaamde Gangsta rap. En wat hebben zij dan gemeen zul je je misschien afvragen. Wel, om heel eerlijk te zijn helemaal niets. Behalve dat tijdens het nuttigen van de lunch deze namen plotseling boven kwamen drijven. En beide namen hadden een reden om boven te komen drijven. In het Luxemburgse plaatsje Wiltz hebben ze behalve een kasteel (zoals denk ik ieder zichzelf respecterende plaats in Luxemburg een kasteel heeft) een tuin. Deze tuin luistert naar de, voor ons Nederlanders, poëtisch klinkende naam Jardin de Wiltz. Als we het vertalen is er plosteling bar weinig poëtisch meer aan de naam, want het is gewoon Tuin van Wiltz. Deze tuinen zijn ontworpen door kunstenaars en aangelegd door werklozen. Misschien had één of andere ambtenaar zelf wel kunnen verzinnen dat ze er ook werkloze kunstenaars voor hadden kunnen gebruiken. In het kader van tewerkstelling door de Sociale Dienst of iets dergelijks. Had gelijk weer een hoop belastingcenten gescheeld. Gelukkig dat we hier in Luxemburg zijn en niet in Nederland. Dan gebeurt het tenminste niet allemaal met mijn belastingcentjes. Ik ben weer aan het afdwalen. Ik had het over de Tuin van Wiltz. Deze stenen tuin (een andere omschrijving kan werkelijk niemand er voor verzinnen) is bijna niets anders dan een hoop op elkaar gegooide stenen, waartussendoor wat water hoort te lopen. Inderdaad, hóórt te lopen. Want zelfs de waterpartijen zijn in deze tuin werkloos en werken dus niet. Ik moet eerlijk zijn en zeggen dat er tussendoor zeer knap gesnoeide heggen groeien, maar de stroken zand met hier en daar een plantje met een piepklein bloemetje erin die deze hagen met de steenpartijen moeten verbinden geven het geheel toch een aanblik van: “Leuk, maar toch nét niet.” Om het geheel toch weer interessant te maken heeft een kunstenaar bedacht dat de draak van Gaudi in Park Güell toch wel een toeristische trekpleister van jewelste is en dat ze van dat gegeven zeer zeker gebruik dienden te maken. Zo gezegd, zo gedaan. Alleen jammer dat het resultaat in de verste verte op niets lijkt waar Gaudi ook maar even, tijdens een verloren minuutje tijdens een toiletbezoek of iets dergelijks, bedacht zou kunnen hebben. Goed, het is mozaïek. En het begin van dit geheel lijkt zelfs op de rug van een draak. Maar verder? Nee, werkelijk zonde van de tijd die een kunstenaar er aan gespendeerd heeft. De poging was goed, het resultaat, jammer genoeg bedroevend.
De reden dat deze naam bij me boven kwam borrelen tijdens de lunch is denk ik nu wel duidelijk. Maar dan de andere naam: 50 Cent. Daar was heel wat minder diepgang voor nodig. In dit park van maar liefst 2,5 hectare grootte, bevond zich welgeteld één bank. En het zal vast wel weer één of andere diepzinnige, kunstminnende reden hebben gehad, maar het uitzicht wat deze bank ons bood was gewoon onthutsend te noemen. Maar goed, er was maar één bank in dit park, en het wás tijd om wat te gaan eten, dus besloten we dat we toch maar op dat bankje zouden gaan zitten. Diep teleurgesteld over dit, volgens de reisgids méér dan de moeite van het bezoeken waard, park hebben we ons op het schitterend groene bankje genesteld, om vervolgens onder het genot van een broodje en een watertje te genieten van het fenomenale uitzicht op een hoop stenen. Gelukkig was de hoop stenen nét hoog genoeg om niet overheen te kunnen kijken, dus konden we met volle teugen genieten. Tot overmaat van ramp stond er op één van de stenen die we tijdens onze lunch hebben zitten te bestuderen de naam van de wereldberoemde rapper 50 Cent. Bij het lezen van die naam moest ik onmiddelijk aan een kinderfeestje denken alwaar wij een poging hebben gewaagd om het feestvarken van die dag met een CD van deze wereldrapper te verblijden. Iemand maakte daar de opmerking: “50 Cent? Ik zal er de helft voor geven.” Nu hadden we natuurlijk het grote geluk dat het gemeentebestuur zelf ook het resultaat van de kunstenaars en werkelozen hebben gezien en dat in ogenschouw genomen de toegang tot het park maar gratis hebben gemaakt (zal waarschijnlijk ook wel vanaf het eerste uur de planning zijn geweest, want ieder normaal park is vrij voor het publiek toegankelijk), maar anders zou ik na het bewonderen van dit park zeker beamen met de andere feestganger en denken: “Een kwartje is meer dan genoeg.”

Maar goed, daar zit je dan tegen een hoop stenen aan te staren en je domper een beetje geestelijk te verwerken terwijl je een broodje aan het eten bent. Zie je plotseling die naam op een steen staan. Als fervent hobbyfotograaf is dat natuurlijk hét moment om je camera te pakken, een uitsnede te maken en af te drukken. Later nog even bewerken in Photoshop en dan kan de foto de site op als ondersteuning van het verhaal. Soms krijg ik wel eens te horen ik mooie foto’s maak, en dat ik er meer mee zou moeten doen. Nog nooit heeft iemand me verteld dat ik leuk kon schrijven en dat juist dát hetgeen is waar ik meer mee zou moeten doen. Tot vorige week. Toen kreeg ik te horen dat ik leuk kon schrijven en dat ik er meer mee zou moeten doen. Hoewel ik dan toch enige trots voel, moet ik zeggen dat voor het schrijven precies hetzelfde geldt als voor foto’s maken. Ik vind het leuk om te doen, het is een hobby en dat is vooral wat het moet blijven. En als ik nu zelf nog zou vinden dat ik leuk kan schrijven, dan zou het nog tot daar aan toe zijn, maar dat is niet het geval. Voor mij is het opschrijven van alle gebeurtenissen gewoon bittere noodzaak, omdat alles wat ik doe en zie, om de een of andere onbegrijpelijke reden niet wordt geplaatst in het lange termijngeheugen. Er is maar een heel klein gedeelte wat de race naar de harde schijf overleeft. De rest vliegt al eerder uit de bocht of krijgt een crash. Dus moet ik het allemaal opschrijven. En het leuke wat dan genoemd wordt, is dan gewoon het veelvuldig gebruik van bijvoeglijke naamwoorden en synoniemen. Heel het bovenstaande verhaal had ik ook als volgt kunnen neerzetten.
In Wiltz hebben we in een park zitten eten. Het park bestond uit stenen en waterpartijen. Ook was er een soort van een draak gemaakt met behulp van mozaïektechniek. Op een steen stond de naam van 50 Cent geschreven. Het was geen mooi park.
Tja, om heel eerlijk te zijn, vind ik dat zelf ook niet zo heel leuk om terug te lezen. Dus het gebruik van vlagen die door mijn gedachten zijn gevlogen en het gebruik van synoniemen en bijvoeglijke naamwoorden maakt het verhaal gewoon een stuk leuker. En daar komt het grote voordeel van gebruik van een laptop met internettoegang om de hoek kijken. Als je het even allemaal niet meer weet, kun je op internet gewoon even dát woord opzoeken dat op het puntje van je tong ligt, maar waarvoor je vingers nét te kort zijn om het er met behulp van je vingers van af te pakken. Maar goed, ik ben weer heel erg aan het afdwalen, en voor dwaallichtjes is het nog te vroeg, dus maar weer terug tot de orde van de dag.
Vandaag wel meer gedaan, dan alleen de Tuin van Wiltz bezocht. Het bovenstaande verhaal heeft ons hooguit 20 minuten van de dag gekost. Uiteraard hebben we nog meer gedaan vandaag. Doordat je soms complimenten krijgt, dat het allemaal wel héél leuk is wat je doet, ga je je wat meer verdiepen in de stof. Dus ook in de stof van het (reis)verhalen schrijven. Één van de dingen die je dan ontdekt, is dat een goed reisverhaal een rode draad bevat. Nu ben ik toevallig gisteren op het idee gekomen om in het vervolg een kluwe rode wol mee te nemen als we op vakantie zijn, zodat we die rode draad duidelijk in onze foto’s kunnen laten zien, maar voor nu heb ik dan nog een probleem. Alhoewel….
Luxemburg is toch wel een land van stelen (voor een uitleg van het woord stelen, klik hier)en burchten. Nu wil het toeval (hoewel toeval, we hebben het gewoon uitgezocht) dat we vanmorgen als eerste in Esch-sur-Sûre verzeild zijn geraakt. En nu is het een nog groter toeval dat in datzelfde plaatsje, Esch-sur-Sûre, zich een steel bevindt. Et voila, daar is de rode draad voor deze reis. Stelen en burchten. Toen we hier het steel hebben bekeken, moesten we nog even kijken waar die rode draad ons heen zou voeren. Juist, naar Wiltz waar die mooie tuin zich bevindt. Maar er is nog meer in Wiltz dan alleen deze tuin. Je raadt het al, een steel. Moet niet zo’n heel groot probleem zijn om hier nog twee dagen te vullen met stelen. (Het is niet te hopen dat iemand van de politie deze laatste regel leest, want anders zouden we wel eens een probleem kunnen krijgen.)
Na het bezoek aan Wiltz zijn we terug gegaan naar ons appartement, waar we heerlijk van onze welverdiende rust hebben genoten in de brandende zon (al heel snel kwamen de herinneringen aan de verzengende hitte in Death Valley weer boven drijven, of was het gewoon zweet?)onder het genot van een heerlijke kop cappuccino. Daarna wat gegeten om vervolgens weer te gaan zitten ploeteren en zweten om toch maar weer tijdig het dagelijkse portie reisverhaal aan jullie voor te kunnen schotelen.
Family of man
Vandaag is onze reis naar Luxemburg begonnen. Hij gaat wat korter duren als gepland, zoals hieronder al te lezen is. Maar dat is geen reden voor ons dat we er minder zin in hebben. Integendeel. Hoewel we vandaag pas om vier uur terecht zouden kunnen in ons huisje, hadden we besloten om vanochtend toch al een beetje bijtijds aan te tuffen. Half tien vertrokken we. Onze eerste tussenstop (lees tijd om koffie te drinken) was bij Maastricht. Daarna via de snelweg verder richting de zon gereden. Bij Spa de snelweg afgegaan om vervolgens een rondrit door deze overbekende plaats te maken. Vervolgens via Spa-Franchorchamps weer terug richting de snelweg. Even verder bij St. Vith was het alweer tijd om de snelweg te verlaten en koers te zetten richting de Luxemburgse grens. Een kleine drie kwartier later zijn we aangekomen in Weiswampach, Luxemburg. Weiswampach is vooral bekend vanwege het tanktoerisme en iets minder bekend vanwege het Rock am See festival. Hier hebben we wat zitten eten aan een groot meer. Hierna binnendoor verder gereden richting Clervaux. Deze plaats is bij velen bekend vanwege het kasteel dat hier staat. Hier hebben we eerst op ons gemak zitten genieten van een heerlijke kop cappuccino. Daarna wat rond gelopen. Onderweg zagen we allemaal foto’s langs de rand van de weg van bekende fotografen zoals Henri Cartier-Bresson. Van deze foto’s bleek in het kasteel een vaste tentoonsteling te zijn genaamd Family of man. Wij zijn gaan kijken en het was een zeer indrukwekkende tentoonstelling die meer dan de moeite waard was. Er hing ook werk van o.a. Ansel Adams (1) en Paul Himmel. Op het einde moesten we nog opschieten ook, omdat onze parkeertijd verlopen was. En wij dachten nog wel, dat twee uur genoeg zou zijn om wat te drinken en wat rond te lopen. Niet dus. Nu verder binnendoor richting Vianden. Aldaar aangekomen besloten om meteen door te rijden naar Ammeldingen an der Our. Deze wereldstad heeft maar liefst 9 inwoners. Maar dat geeft natuurlijk wel extra veel ruimte om een huisje neer te zetten. En inderdaad, het bleek een vrij groot huisje te zijn. Een oud tolhuis om precies te zijn, tenminste volgens de naam dan.

De linkerzijde van het gebouw, tot aan de regenpijp, herbergt ons appartement. (op twee verdiepingen. Hieronder een kort stukje over de tentoonstelling in Clervaux.

Family of man was een tentoonstelling van fotografie, samengesteld in 1955 door Edward J. Steichen voor het Museum of Modern Art in New York, die wel “De grootste fotografische tentoonstelling ooit gerealiseerd” wordt genoemd. In de jaren ’50 en ’60 van de 20e eeuw trok ze meer dan negen miljoen bezoekers.
In 1964, aan het eind van haar wereldreis, werd de collectie van de Amerikaanse regering aan het groothertogdom Luxemburg gegeven, waar op wens van Edward J. Steichen “het meest belangrijk werk van zijn leven” zijn definitieve plaats zou moeten kijgen in het Château de Clervaux[1].
De expositie bestaat uit 503 foto’s die door Steichen zelf zijn uitkozen uit een totaal van 2 miljoen. Er is werk van 273 fotografen te zien, uit 68 landen. Er zijn geen Belgische fotografen bij, maar wel Nederlanders: Emmy Andriesse, Eva Besnyö, Ed van der Elsken, Cas Oorthuys en Nico Jesse. De locatie waarin de foto’s tentoongesteld zijn is onder toezicht van Steichen ontworpen, en was op elke locatie van de wereldreis hetzelfde. De foto’s maken deel uit van de ruimte: ze hebben verschillende formaten, verwijzen naar elkaar, liggen op grond, hangen aan het plafond… In 37 thema’s wil Steichen aspecten van het menselijk leven tonen, zoals het zich tussen de uitersten van de geboorte en de dood afspeelt op aarde.
Hij wil aan de mens de mens uitleggen. Zoals hij zelf zegt: “I am no longer concerned with photography as an art form. I believe it is potentially the best medium for explaining man to himself and his fellow man”. We maken allemaal deel uit van de grote familie der mensen.

