Veilige manieren
Vandaag stond er een toeristische attractie op het programma, namelijk Pike’s Peak Cog Railway. Normaal gesproken is een toeristische attractie niet echt ons ding, maar volgens de Capitool is een rit met deze trein zeer de moeite waard.

Pike’s Peak is 14115 feet hoog, of te wel 4.302 meter. Het is niet de hoogste berg van Colorado, maar is ook geen tuinkabouter te noemen. Ondanks het feit dat we graag onze wandelschoenen aandoen en houden van een uitdaging, hebben we besloten om de berg toch maar niet te voet te beklimmen, maar om zoals gezegd, de trein te nemen.

Ongeveer 5 minuten te laat (ach, de NS heeft meer vertraging) ging de trein beginnen aan de reis omhoog. Na een tijdje leek het of de trein niet meer recht op zijn rails stond, maar als je omkeek stond de trein een tikkeltje overeind. De waterflesjes die niet goed vastgehouden werden door de passagiers, rolden dan ook met regelmaat door de trein. Geen echte aanrader voor mensen met hoogtevrees. Dat bedacht onze overbuurvrouw te laat, waardoor ze de gehele weg (ruim een uur enkele reis) met angst in haar ogen heeft zitten kijken. En hele stukken zelfs niet heeft durven kijken.

Nou zo spannend vonden wij het nu ook weer niet, maar het uitzicht was vaak erg fraai. Boven aangekomen hadden we drie kwartier de tijd om van het uitzicht te genieten en ondertussen nog een cache te vinden, alvorens de trein weer naar beneden ging. We hadden zelfs de mogelijkheid gehad om sneeuwballen te gooien!! Na ruim een uur waren we weer terug bij het station. We hebben ons goed vermaakt en genoten van het uitzicht. Ik denk dat we bovendien nog nooit een cache gevonden hebben op zo’n hoogte. Weer een nieuwe uitdaging erbij; zoek een nog hoger gelegen cache!!

Alvorens we naar Pike’s Peak gingen, zijn we nog even bij de supermarkt gestopt. De trein zou namelijk om 14.00 uur weer aankomen en dan zou het wel eens tijd kunnen zijn om onze inwendige mens te verzorgen. Elke keer als we bij de Safeways komen, vraagt men aan de kassa naar onze voordeelpas. Die hebben we niet en dus helaas voor ons geen aanbiedingen. Dit doet mij telkens zeer, als ik die paar centen korting niet kan krijgen. Tot vandaag. Want we hebben een voordeelpas gekregen!! Nu kunnen ook wij profiteren van de voordelen en op de kleintjes letten zeg maar. Eerder lukte het ons niet om zo’n kaart te krijgen, omdat onze postcode van 4 cijfers, niet past in de vakjes van de 5-cijferige postcode van de USA. Vandaag was het dus geen probleem en over 8 weken is ons telefoonnummer aan de pas gekoppeld, zodat we ook kunnen profiteren van de korting als we onze pas vergeten zijn!

Voor het avondeten hebben we nog even rondgelopen in downtown Colorado Springs. Niet heel bijzonder te noemen, maar wel aardig, met een paar mooie beelden, winkeltjes en galeries.

BGG’s
Het oorspronkelijke plan was om van Cortez, CO, richting Great Sanddunes NP te rijden. Echter gisterenavond besloten wij, onder invloed van de belachelijke hoge prijs van de hotels in de omgeving en van het feit dat de foto’s van het park ons niet echt hebben kunnen overtuigen, om iets verder door te rijden naar het noorden, zodat we in Colorado Springs zouden eindigen. Klein nadeel van dit, was wel dat het een behoorlijke rit zou zijn, van ongeveer 600 kilometer. Voordeel ervan is, dat we nu een dag hier kunnen blijven. In deze omgeving is behoorlijk veel te zien, en we zijn er dan ook van overtuigd dat we ons hier zullen vermaken de komende dagen.

Zo rond de klok van 3 uur arriveerden wij in Colorado Springs. Dit was de tijd waarop wij hoopten om hier te zijn, zodat we nog een bezoekje aan een museum zouden kunnen brengen. De keuze viel op Ghost Town Museum. Gisteren de site al bekeken, en toen waren we al overtuigd, dat de naam van het museum, beter Wild West Museum zou kunnen zijn. Hetgeen zij lieten zien, was een overdekt openluchtmuseum (sorry, het is krom, maar beter kan ik het niet uitleggen in een paar woorden.), waarin getoond werd, hoe er ongeveer 150 jaar geleden (ten tijden van de goudkoorts.) in deze regio werd geleefd. Het museum was heel leuk van opzet, en we genoten dan ook volop. Helaas was het niet zo heel erg groot, zodat we na een uur al weer buiten stonden. Op naar het hotel dan maar, en een stukje gaan wandelen.

Daarna de stad in om een hapje te gaan eten. Via een site die recensies van restaurants bevat, kwamen we bij Rasta Pasta uit. De navigatie ingesteld, en downtown gereden. Aldaar gearriveerd, de auto geparkeerd, en terwijl we de straat oversteken, valt mijn oog op een winkeltje. Nu zijn wij niet zo van het winkelen, maar er is een bepaald soort winkels, dat op ons een grote aantrekkingskracht uitoefent. Afgelopen week, in Santa Fe, was het ook al gelukt, om ergens achteraf een winkel te ontdekken (zonder er veel moeite voor te hoeven doen) waar ze deze items verkochten. Natuurlijk naar binnen, en doos na doos in onze handen gehad. Had de winkel in Santa Fe nog een indrukwekkende collectie. Vanavond kregen we, zelfs voor Amerikaanse begrippen, een vrij standaard assortiment voorgeschoteld. Catan, 7 Wonders, Dominion, enzovoorts. Al moet ik zeggen, dat, de bij ons zeldzame, doos van Alien Frontiers wel heel erg aanlokkelijk was. Zelfs de prijs van deze viel niet tegen. Maar helaas moet ik Rob teleurstellen. Geen plek in de koffer.

En Rasta Pasta? Snel vergeten maar, niets bijzonders.
Slapers
Gisteren leerde de Ranger ons tijdens de wandeling door Balcony House dat de indianen geen tijdlijn kennen. Vandaag werd ons hetzelfde verteld, tijdens de wandeling door Cliff Palace. De indianen kunnen niet zeggen, hoelang geleden iets gebeurd is, maar alleen maar dat het is gebeurd. En dat is hetgeen dat telt, de gebeurtenis, niet wanneer en/of hoelang. Ik weet natuurlijk niet hoelang men daar over heeft gedaan, om dit feit te ontdekken, maar volgens mij kan het niet zo heel veel moeite hebben gekost. Wij hebben er namelijk maar twee dagen over gedaan om te ontdekken, dat de Indianen geen tijd kennen. Afgelopen week tijdens de zoektocht naar de Pueblo’s hebben wij dat voor het eerst ontdekt. Volgens de site van de indianen, en volgens het bordje op de deur, zou deze om 8 uur ‘s morgens opengaan. Toen wij echter om iets over 10 passeerden, was alles nog gesloten. Toen we iets later, zo rond de klok van elf, opnieuw passeerden, kwam er een beetje leven in de brouwerij. Een dag eerder, in Santa Fe. Tientallen indianen, hadden een kleedje uitgestald om hun spullen te verkopen. We hadden het idee, dat ze behoorlijk vroeg met uitstallen van hun spulletjes waren begonnen. Enkele kleedjes verder werd al snel duidelijk hoe de indianen hun truc deden. Ze blijven ‘s nachts gewoon slapen. Dekentje over het lijf, rug tegen de muur en maffen maar. En de winkel? Die gaat gewoon open als ze wakker zijn. Enkele dagen later, op weg richting Cortez, Colorado, afslag Mesa Verde NP, langs de weg, waren een paar kraampjes van indianen. Hier hetzelfde beeld, indianen die in stoeltjes zitten te slapen. Autokraampjes die opengaan als ze wakker zijn. Wanneer dat gaat gebeuren? Geen idee, toe we ‘s avonds weer voorbijreden, zaten ze nog steeds in hun stoeltje. Inderdaad, te slapen. Tijdens de wandeling met de Ranger gisteren, hebben we geleerd dat de indianen ruim 20 jaar deden om een huis te bouwen, haast kenden ze niet. Zouden ze eigenlijk wel gehad moeten hebben destijds, want de gemiddelde levensverwachting was 30 jaar. Ook leerden we dat de namen die de blanken aan de indianen hebben gegeven, door hen als een belediging worden beschouwd. Wel, ze zouden gelukkig moeten zijn met die namen, want de naam die wij aan de indianen hebben gegeven, zullen ze wel helemaal beschouwen als een belediging. Ach, wat maakt het hen nu eigenlijk uit. Ze weten toch niet hoelang ze onze naam al hebben, alleen dat ze hem hebben. Slapers….

Maar zoals gezegd, vandaag weer op pad naar Mesa Verde NP. Dit maal om enkele wandelingen te doen, die we gisteren niet hebben gedaan, en om een wandeling onder begeleiding van een Ranger te doen. Ditmaal door een ander gedeelte van het park. Helaas geldt ook hier dat het niet mogelijk is om de wandeling in je uppie te doen. We vinden het wel begrijpelijk, want anders zou het een grote puinhoop worden, en zou deze plek binnen afzienbare tijd verdwenen c.q. vernield zijn. Het verhaal dat tijdens deze tocht werd verteld, had grotendeels dezelfde strekking als het verhaal van gisteren. Interessant, dat wel, maar eigenlijk niets nieuws onder de zon. Schitterende uitzichten over de oude dorpen die hier zijn gebouwd in de canyonwanden. Nog steeds verbaasd over het ongelooflijke aantal kamers dat de indianen op een klein oppervalk wisten te bouwen, en vooral respect voor de kennis van architectuur die ze klaarblijkelijk toch wel hadden. Echter toen we aan deze wandeling begonnen, hadden we het idee dat we de bekende foto’s zouden zien in real-life. De foto’s van de in loodrechte canyon-wanden gebouwde dorpjes. Niets was echter minder waar, want ook nu liepen we er weer midden doorheen.

Na de wandeling begonnen aan een rondrit, waarbij we allemaal zeer korte wandeling voor onze kiezen kregen, maar toch wandelingen van een behoorlijk inspannend niveau. Bij elke stop, kwamen we een bus tegen met toeristen daarin. Telkens als wij arriveerden, gingen zij weer weg. Bij een van de laatste wandelingen, passeerden wij hen en gingen ze achter ons aan. Bij het allerlaatste punt van de rondrit aangekomen, kregen we de plaatjes voorgeschoteld die in alle reisgidsen staan. De dorpjes op de loodrechte wanden. In de verte zag ik de bus aankomen. We versnelden onze pas om de meute voor te zijn, maar al snel bleek dat niet nodig te zijn. De bus stopte, gaf iedereen welgeteld 10 seconden de tijd om te kijken, en reed weer verder. Nou ja zeg! Zoals gezegd, hier waren de plaatjes te zien uit de reisgidsen, en dan zomaar doorrijden. In mijn ogen is dit net zoiets als bij ieder archeologische vondst in de omgeving van Pisa te stoppen en uitleg te geven, en dan bij de beroemde toren, plankgas doorrijden.

Daarna door naar de laatste wandeling van vandaag. Spruce House. Toen ik aan het begin deze maand een foto tegenkwam, van Mesa Verde tijdens het inscannen van een reisgids, was ik toch wel erg gecharmeerd van deze foto, en wilde ik deze situatie graag zelf zien. In de tussentijd gevonden waar de foto gemaakt was, en vandaag was het dan zover. Een behoorlijke afdaling bracht ons naar Spruce House, en al snel zagen we het punt waar de foto gemaakt was. Helaas afgesloten voor publiek, dus onmogelijk om het met eigen ogen te zien, maar er was wel een soortgelijk punt. Een paar kleine details verschilden, maar een kniesoor die daar op let. Ik wachtte totdat iedereen de ruimte had verlaten en gaf mijn eigen huispitbull, Marieke, de opdracht om de toegang even te bewaken, zodat ik de tijd had om eventueel zelf een foto te maken. Eenieder die Marieke een klein beetje kent, weet dat deze taak haar wel is toevertrouwd, en zodoende daalde ik met een gerust hart af in de kleine ruimte. Snel een paar foto’s gemaakt, en geroepen dat Marieke ook kon komen kijken. Ook zij kon nog enkele foto’s maken voordat er meerdere mensen naar beneden kwamen en het daardoor onmogelijk werd om een foto van de ruimte te maken. Of het mij is gelukt? Ik vind dat ik een voldoende heb gehaald, maar smaken verschillen.

Twee dagen Mesa Verde NP dus. Een onvergetelijk park, en eigenlijk een must om te bezoeken als je in de buurt bent (voor ons is dat binnen een straal van 500 km.). Werkelijk een schitterend, indrukwekkend en leerzaam park. We weten nu veel meer over Slapers….
24/7
Vandaag staat Mesa Verde NP park op het programma. Hét park dat dit jaar bij ons allebei hoog op het verlanglijstje stond. Deze ochtend eerst een rit van 2½ uur richting het park. Om de één of andere reden, schiet het vandaag niet zo op hebben we allebei het idee. We waren al wat later weg dan gewoonlijk, zo rond de klok van half negen, moesten nog wat boodschappen doen onderweg, maar toch stonden we voor 12 uur in het park. Even het een en ander bekijken en vragen in het bezoekerscentrum, en daar krijgen we te horen dat er een gedeelte van het park sinds vandaag is afgesloten. Dit in verband met te weinig bezoekers. Daar valt ons plan toch wel een beetje in duigen, want het gedeelte dat is afgesloten, hadden we voor vandaag in de pijplijn zitten. Change of plans dan maar.

We besluiten het programma van morgen op te splitsen in twee dagen, en vandaag slechts één wandeling te doen. Deze wandeling is uitsluitend in groepsverband te doen. Wel jammer en niet echt ons ding, maar ja, we hebben geen keus. En als je iets wilt zien, dan zul je zo af en toe toch een compromis moeten sluiten. Netjes in de rij dus, om de wandeling naar Balcony House te doen. Volgens de, alleraardigste, ranger, valt de grootte van de groep erg mee. Volgens ons valt hij tegen, want Marieke telt maar liefst 32 personen. Normaal gesproken, drentelen we een beetje achter de groep aan, maar helaas is dat niet mogelijk. De ranger wacht totdat iedereen het hek is gepasseerd, en sluit het dan af, nadat de laatste persoon er doorheen gelopen is. We krijgen een geweldig goede uitleg over hetgeen we zullen gaan zien, en vervolgens gaan we op pad naar het tweede afgesloten hek.

Nu weer hetzelfde verhaal. Alhoewel bijna het zelfde verhaal, want hetgeen de ranger op dit punt vertelt, is toch wel iets anders. Maar ik denk dat iedereen de strekking begrijpt van hetgeen ik bedoel. Als we de volgende poort passeren, moeten we een houten trap op van 10 meter hoog. Indrukwekkend, om op zo’n manier een loodrechte canyonwand te bestijgen. Als we boven zijn aangekomen, krijgen we precies dat te zien waarvoor we zijn gekomen.

Het meest verbazingwekkend vind ik nog wel, dat zowat alles wat we zien nog in originele staat is. Hier staan huisjes met nog strakke muren al meer dan 800 jaar. Zoals ik al eerder heb gezegd, indrukwekkend. De huisjes zijn klein. Zeer klein. Op een inham in de canyonwand van 60×6 meter, hebben circa 60 mensen gewoond en gewerkt.

Er was maar één manier om er te komen, en dat was ook nog eens niet de meest gemakkelijke. Wij verlaten dit dorpje via de weg die de indianen die hier vroeger hebben gewoond, gebruikt hebben om binnen te komen.

O ja, terwijl we in het dorpje waren, stopte mijn camera er weer mee. Een noodgreep maakte dat hij het weer deed. Maar liefsts 2 foto’s kon ik maken voordat 350 weer dienst weigerde. Weer de noodgreep. 10 foto’s. Noodgreep. Niets. Noodgreep. Niets. Nu ben ik niet zo van de verbale verwensingen, maar op dat moment heb ik zo ongeveer alles en iedereen inwendig verwenst die maar enigszins een beetje heilig is.

We besluiten dat er eigenlijk maar een oplossing is die afdoende zal werken. Een nieuwe body. Zo gezegd, zo gedaan, dus we gaan op pad naar Wal-Mart om naar een nieuwe body te kijken. Ik heb nog even zitten twijfelen over een compactcamera, maar wist eigenlijk diep van binnen wel, dat ik daar uiteindelijk spijt van zou gaan krijgen. En hier juichen we voor het eerst de 24/7 economie toe van de VS. Want waar lukt het in Nederland om op een willekeurige zondag, om kwart over zes ‘s avonds een nieuwe spiegelreflexcamera te kopen? Bij mijn weten nergens. Hier is het geen enkel probleem. Enige minpunt is dat ze geen losse body verkopen. Alleen een set in combinatie met een lens die ik al heb. Niet echt interessant dus en we kijken nog even verder.
Lang leve 24/7 dus. Alhoewel het mij toch nog steeds blijft verbazen, hoe het kan dat er mensen zijn die ‘s nachts om 1 uur in bed liggen te slapen, wakker worden en besluiten om op dat moment een GPS te gaan kopen.
Enkele dagen geleden, toen we nog in Santa Fe verbleven, zagen we overal souvenirs met daarop luchtballonnen. Een vriendelijke mevrouw vertelde ons dat volgende week het grootste luchtballonnen festival ter wereld plaatsvind in Albuquerque. We namen het allemaal voor waar aan, maar toen we dat via Skype vertelden, kregen we toch wel de vraag of we daar niet even langs gingen om te gaan kijken. Het antwoord, was dat het ruim 1000 kilometer rijden is, omdat we dan in Denver zitten, en dat alle hotels in Albuquerque al een jaar volgeboekt zijn. Maar wie zouden we zijn, als we niet alles doen om iedereen tevreden te houden, en proberen om een oplossing te bedenken?

Deze avond dus, op speciaal verzoek, een luchtballonnenfestival bezocht. Hieronder een kort filmpje. Ik hoop dat iedereen nu gelukkig is.
350, 127, 013 of toch maar een ander getal?
Afgelopen zomer zagen we de film 127 hours, een film over een jongen die over en door kleine canyons klimt en springt en uiteindelijk vast komt te zitten onder een rotsblok. Niemand die hem hoort of ziet, en uiteindelijk lukt het het hem om zichzelf uit zijn benarde situatie te bevrijden door met behulp van een zakmes zijn arm te amputeren. Indrukwekkende, waargebeurde, film, die we iedereen kunnen aanraden om een keer te kijken. Op 26 augustus, werden bekenden van ons toch wel iets of wat benauwd over onze trip van dit jaar, toen ze het nieuws lazen, dat een Tilburger en zijn vriendin waren omgekomen in Joshua Tree NP. Beide verhalen, hoe dramatisch ook, zijn toch een gevalletje van eigen schuld, dikke bult. In het eerste geval, is het een kwestie van overmoed, onvoorzichtigheid en het afwijken van de gebaande paden. In het tweede geval een kwestie van dommigheid. Je dient immers altijd meer dan voldoende water mee te nemen, en op het moment als je met de auto vast komt te zitten, in de auto blijven wachten.
Ik zal niet zeggen, dat ons niets zal gebeuren. Natuurlijk is er altijd iets mogelijk, maar afwijken van de gebaande paden doen we niet, en we zorgen er altijd voor dat we geen weg inrijden, waarbij staat aangegeven dat deze uitsluitend geschikt is voor een 4WD aangedreven wagen. Ook zorgen we er altijd voor, dat als we gaan wandelen, dat we ruim voldoende water bij ons hebben.
In het geval van de Nederlanders, hadden we toch wel een beetje moeite om het te begrijpen. Tot we vandaag aan een wandeling begonnen, en voor ons twee mensen zagen lopen met teenslippertjes aan, een een half flesje water (circa 250 ml) in de hand. Om nu te zeggen, dat ze erom vragen dat er iets gebeurt, gaat wel een beetje ver, maar het is verre van slim. Nee, dan wij. We liepen ieder met een rugzak: EHBO-spullen, ruim 3 liter water, een GPSr voor het geval dat we verkeerd mochten lopen, extra batterijen, stevige wandelschoenen, bescherming voor het hoofd (pet) zodat deze niet oververhit raakt. En dat allemaal voor een wandeling van een uurtje of twee. Waarschijnlijk verklaart men ons wel voor gek, maar goed, dat is hun keus. Wij willen morgen ook graag nog mooie dingen zien. Het gehalte gek zijn, werd waarschijnlijk nog hoger, op het moment dat wij de benodigde vergunning invulden (naam, adres en welke route we gingen lopen), en deze netjes voor het raam van onze auto plaatsen, zoals vereist was. Wie doet nu zoiets? Aan de auto’s op de parkeerplaats te zien, niet veel mensen, want ik zag bij slechts één auto een permit voor het raam liggen. Tja, hoe dom kun je zijn?

Maar goed, uiteindelijk op pad. Op aanraden van een Park Ranger van het Chaco Culture NHS, kozen we voor een pad van gemiddelde zwaarte. Op het moment dat we een kleine kilometer hadden gelopen keken we elkaar aan, en zagen we voor de eerste keer deze trip, een pad zoals wij ze graag hebben. Niet geplaveid, maar ook niet onverantwoord op op te klimmen en af te dalen.
Het pad zou ons uiteindelijk leiden naar een uitzichtpunt over een oude stad van de indianen. Gebouwd tussen 800 & 1200AD. Het uitzicht over deze stad was inderdaad adembenemend. Ik maak een paar foto’s. Klik, klik, niets…

Niets, inderdaad. Mijn camera houdt er mee op. Err99 zegt het beeldscherm. Batterijen verwisseld. Geen resultaat. Lens verwisseld. Geen resultaat. CF kaart verwisseld. Geen resultaat. Wat ik ook deed, mijn Canon 350 bleef in alle talen zwijgen.
We vervolgen het pad, en we doen nog een paar wandelingen. Ondertussen samen brainstormend over wat er nu mis zou kunnen zijn met het toestel. Ondertussen gewoon genieten van dit juweel van een park, want dat zouden we bijna vergeten in alle commotie.
Als we in het hotel zijn aangekomen, probeer ik op internet op te zoeken wat de remedie is voor mijn camera. De meeste berichten die ik lees, is dat het eigenlijk gewoon het beste afgeschreven kan worden, en laat dat nu net niet het bericht zijn, dat ik wil lezen. Dan ziet Marieke een post staan, dat er mogelijk een contact van de lens vuil is. Niet geschoten is altijd mis, en ik probeer deze zuiver te maken. Herplaats de lens, en wonder boven wonder. De camera werkt weer. Voor hoelang. Geen idee, maar het zal wel tijd worden, om eens te gaan nadenken wat ik wil als mijn camera echt gehemeld is.
En over het getal. De 350 doet het nog wel een tijd hoop ik, en we hebben geen behoefte aan 127 of 013. We doen het wel op onze eigen manier. Een beetje uitdagend, verantwoord en volgens de regeltjes. En als dat een getal moet hebben. Ach, doe dan maar 040.
Madrid en de Indianen

Het bovenstaande was zo ongeveer het motto van vandaag.
(Voor de Engelstalige lezers die Google translate gebruiken: Zie de Engelse tekst onder de foto.)
Ieder jaar hebben we wel een dag die op het moment van de dag zelf een beetje als verloren voelt. Dit jaar was dat vandaag. Vandaag was het niet zo’n dag, maar een zo-zo dag.
Enkele reisgidsen hebben we ingescand om zodoende gewicht te kunnen besparen. Daarbij hebben we ook nog onze vertrouwde reisgids van de gehele USA meegenomen én nog een Engelstalig reisgids van de Nationale Parken van Amerika. Tel daarbij ook nog eens miljoenen internetpaginas op. Aan inspiratie geen gebrek dus, zou men zeggen, en dat klopt ook. Maar twee dagen de tijd in Santa Fe, en een lijstje gemaakt voor minsten drie dagen. Keuzes maken dus. Geen enkel probleem. De Indiaanse Pueblos leken ons wel leuk om te bezoeken. Pueblos zijn oude Indiaanse nederzettingen die door de Indianen in stand worden gehouden, door middel van de inkomsten die gegenereerd worden door het toerisme. Het behouden van geschiedenis is belangrijk, en graag willen we dit zelf aanschouwen, dus dit is iets wat we willen gaan doen. Eerste stap is natuurlijk om uit te zoeken waar je heen moet. Het navigatiesysteem was niet op de hoogte van deze pueblos, dus dan maar even opzoeken op het internet. Oeps, volgens de site van de pueblos, is het adres 100 kilometer ten zuiden van waar wij zitten, terwijl op de kaart het ongeveer 35 kilometer ten noorden zou moeten liggen van de plaats waar wij zitten. Na een uurtje surfen toch iets gevonden waar we mee verder konden (lang leve de geocaches), en deze ochtend dus vol goede moed op pad. Spoedig werd de juiste afrit gevonden, en gingen we op weg naar de Indianen. Althans, dat dachten we. Het enige dat we vonden, was een rots in de vorm van een kameel.

Tien kilometer verderop maar weer omgedraaid, en weer teruggereden. Nu weten wij ook wel, dat de Indianen vroeger meesters in het camoufleren waren, maar dit slaat werkelijk alles, we zien helemaal niets. Geen pueblo te bekennen. We passeren nogmaals, de kameel en bedenken dan dat er 8 pueblos hier zijn. Geen nood dus, we gaan gewoon naar de volgende. Wel zijn we benieuwd hoe we nu de toegangsprijs voor deze tour moeten betalen, aangezien we volgens het internet deze dienden te betalen in de eerste Pueblo. Ach, we zullen wel zien en de volgende pueblo laat zich wel gemakkelijk vinden, en al spoedig rijden we stapvoets door het dorpje. Een reisgids leerde ons, dat deze pueblo gelegen is in een vruchtbaar dal aan een meer, met uitzicht op watervallen en een bizonranch. Yeah, right.
De omschrijving klopt niet helemaal met hetgeen we in werkelijk op onze netvliezen zien. Men zo in een reisgids over Nederland over Spoordonk kunnen schrijven: “Deze metropool, met een grote internationale luchthaven en enkele van de hoogste gebouwen van het land, is wellicht de belangrijkste stad van het land.” Jammer, maar helaas, nét niet dus. Hetgeen we wel te zien krijgen, is niets meer dan een dorp met huisjes die we gisteren ook al gezien hebben in Santa Fe. Met dezelfde slapende mensen erbij.
Als we deze lichte teleurstelling aan het verwerken zijn, passeren we een bord met de duidelijke (foutieve) Engelse tekst “No taking pictures”. Op dat moment heb ik het helemaal gehad met die Indianen. Als ik ergens een grondige hekel heb, dan is het aan mensen die niets anders doen dan hun handje ophouden om aan geld te komen. En hier zijn ze zelfs dáár te beroerd voor. Hebben wel goed het spreekwoord in hun oren geknoopt “Slapende rijk worden”. Maar dan toch niet van onze centen. Thuis doet Marieke er alles aan om te voorkomen dat mensen dat doen, en dan zouden we ze hier geld gaan geven? Dacht het niet.
Goed, op weg naar het volgende item van de lijst. Op internet was Marieke gestuit op een spookstadje niet ver van Santa Fe. Aangezien we al verschillende spookstadjes hebben bezocht, en dat altijd wel leuk vonden, besloten we om deze te gaan bezoeken. Madrid heet dit stadje, en er zouden nog een paar mensen wonen die het stadje nog enigszins bestaansrecht geeft. Slechts iets meer dan 100 kilometer van de plek waar we ons op dat moment bevinden. Geen enkel probleem en we gaan op weg naar Madrid. Onderweg doen we nog een paar korte wandelingen (geen hikes, maar letterlijk korte wandelingen). We draaien de laatste bocht om naar Madrid.

Op het moment dat we dat doen, valt onze mond open van verbazing. De site waar Marieke het stadje op heeft gevonden, heeft waarschijnlijk ergens een minuscuul foutje gemaakt met het vertalen van de bronpagina. Wat we te zien krijgen voldoet niet helemaal aan de omschrijving die we gelezen hebben. Het komt meer overeen met: “Als u door Volendam loopt, zult u genieten van de stilte in dit altijd rustige plaatsje.” Jammer, maar helaas. Het is niets anders dan een rij aaneengeschakelde toeristenwinkeltjes. Af en toe een verlaten gebouw ertussen.


We besluiten om terug te gaan naar Santa Fe om een stukje te gaan wandelen. Onderweg komen we een plaatsje tegen waar een oude spoorbrug ligt.

De rest van het plaatsje lijkt welhaast uitgestorven. Hier en daar staat een auto, en we zien een perfect onderhouden kerk in adobe stijl. Dit lijkt wel een combinatie van de twee plekken die we eerder deze dag hadden gehoopt om te zien.

Ach, nu we de avondmaaltijd weer achter de kiezen hebben, valt het eigenlijk allemaal ook wel mee. Kunnen we gewoon terugkijken op een dag, waarvan we toch wel genoten hebben. Ook al was het van andere dingen dan we hadden verwacht.

Sint Drogo of Sint Java?
Vandaag hebben we een bezoek gebracht aan de naamgever van een mooie auto; Santa Fe. Over auto’s gesproken, opvallend is trouwens dat we in dit deel van de VS relatief veel Europese auto’s gezien hebben. Bovendien hebben veel van de auto’s volledig geblindeerde ramen.

Maar goed, dit terzijde. Santa Fe dus. De oudste staatshoofdstad van Noord-Amerika gesticht door Don Pedro de Peralta, die hier in 1610 een kolonie vestigde. Enerzijds doet het in alles meer denken aan de beelden die je voor ogen hebt bij Mexico dan bij de VS. Anderzijds is ook het cowboy-gehalte hier aanwezig. Dit geeft het effect dat er aan de ene kant van de straat, Mexicaans aandoende mensen hun waren willen slijten achter hun kleedjes (sommige van hen zaten letterlijk te slapen achter deze kleedjes!!) en aan de andere kant van de straat wilden cowboys hun hoeden etc, kwijt.

Veel van de huizen en gebouwen zijn gemaakt van Adobe-steen. Voor degene die niet weten om wat voor steen het gaat, volgt hier de definitie: een bouwmateriaal bestaande uit zand, water, klei en organische materialen zoal stro en mest. Het heeft een rood-bruine kleur welke je ook in Spanje tegenkomt.

Het oudste huis van de VS is hier te vinden. Zo ook de oudste kerk van het land.

Santa Fe is een hele toeristische plaats. Wel hadden we het idee dat er niet veel Europeanen komen, maar wel veel Amerikanen. Dat het toeristisch is was ook te merken aan de vele souveniersshops en de hogere prijzen. We hebben een kerk en een kapel bezocht en voor beiden moest entree betaald worden. De kapel hadden we in enkele minuten gezien, maar had wel een hoogtepunt. Een wenteltrap gemaakt uit één stuk hout en deze wordt zonder spijkers of steunpilaren in de lucht gehouden. Het was een dure trap, maar wel leuk om gezien te hebben en uiterst knap gemaakt.

Af en toe moest ook het vochtgehalte op peil gehouden worden, want het kwik is de laatste dagen weer gestegen. Gelukkig hebben ze hiervoor de Starbucks uitgevonden.

Bij het Travel-bug café dat we tegen kwamen (voor de geïnteresseerden GCK21R), hebben we bovendien weer wat geleerd.

Er is een beschermheilige voor de koffiedrinker! Een beeld van deze Sint Java staat parmantig voor de deur. In het hotel aangekomen hebben we even het internet geraadpleegd en deze heilige bestaat echt. Hij wordt wel verward met Sint Drogo. Maar dit is de beschermheilige van de koffiehandelaar en de koffie. (Ook niet onbelangrijk, want zo blijft de koffie zijn juiste smaak behouden!). We hopen dat Sint Java ons, samen met de heilige Christoffel, nog lang zal vergezellen zodat we een veilige route langs vele Starbucks kunnen volgen.

Prairie-blindheid
Vandaag al vroeg uit de veren. Nog voordat de zon opkwam en alvorens de (Angry) Birds gingen fluiten, waren wij al op weg. Om 6.40 uur wel te verstaan hebben we de auto gestart. Dit was nog zo’n 10 minuten later dan gepland, aangezien de receptie nog niet geopend was, alhoewel deze om 6.00 uur al geopend zou moeten zijn. Ze nemen het hier niet zo nauw en kijken blijkbaar niet op een kwartiertje. (Zeg maar gerust een Oakley’s halfuurtje).

Het werd vandaag een lange reisdag, zo’n 9 uur reistijd. Aangezien het zitten nog altijd niet een van de favoriete bezigheden is voor mijn rug, nemen we de tijd voor deze reis. Ieder uur er even uit en dan is het goed vol te houden. Gelukkig ligt er dan bij iedere stop wel een cache, zodat ons cache gemiddelde ook op peil blijft. Eén ervan was niet zo bijzonder als Mingo van gisteren, maar had toch wel iets speciaals. Deze cache lag namelijk bij een grenspaal van drie staten: Texas, New Mexico en Oklahoma. Zo kunnen we in ieder geval zeggen dat we ook in Texas zijn geweest.

Het uitzicht is enerzijds fraai te noemen. Thuis in ons kikkerlandje hebben we geen uitzicht op de prairies, met hier en daar een hert of en vos. Maar na negen uur over rechte wegen en aan weerszijden prairies, heb je deze ook wel gezien. Als ik de prairies groen denk, en de zwarte koeien vervang door de bonte versie, dan verschilt het landschap niet meer zo veel van het onze. En waar wij polderblindheid kennen, heeft men hier gegarandeerd last van prairie-blindheid!

Al met al schoot het toch wel goed op, waardoor we zelfs nog tijd over hadden om een nationaal monument te bezoeken. (Eerlijkheid gebied wel te zeggen dat we een uur teruggegaan zijn in tijd, toen we New Mexico binnenkwamen, dus dat hadden we mooi verdiend). Tijd over dus om naar Fort Union te gaan. We kwamen dit bord tegen langs de weg en besloten om er even kort een kijkje te nemen. In dit fort zijn ruïnes van de gebouwen te vinden welke vanaf 1863 in gebruik zijn genomen door het leger als uitvalsbasis.


Angry Bird City
Vandaag op weg om De Grote Vier in de wereld van het geocachen compleet te maken. De eerste drie hebben we in 2009 al gedaan, en vandaag staat het tupperwarebakje op het programma dat het langste geleden is verstopt. Op 11 mei 2000, verstopte iemand in Kansas als 7e op de wereld een geocache. De 6 caches die eerder zijn verstopt, zijn verdwenen kort nadat ze verstopt waren, en dat maakt deze cache toch wel bijzonder. Althans voor ons dan.
Sinds 18 augustus 2007 zijn we bezig met dit spelletje, en we zijn behoorlijk verslaafd al zeggen we het zelf. Enkele maanden nadat we voor de eerste keer een emmer in de grond van de Oirschotse heide hadden gevonden, zagen we een lijstje met de 100 oudste caches die actief zijn. Deze stond bovenaan de lijst en daarmee kwam het voor ons allebei op een lijst om op een dag onze naam op een stukje papier te mogen krabbelen in dit tupperwarebakje. Maar ja, het lag in Kansas, en Kansas is nu eenmaal niet het meest bereisde gebied in de Verenigde Staten van Amerika. We zouden er een keertje voor om dienen te rijden. In 2009 wilden we de westkust doen, en destijds hebben we drie caches gedaan, die in de Wereld der Geocachers, noemenswaardig te noemen zijn. Namelijk de Ape-cache, Original Stash Tribute Cache & een bezoekje aan het hoofdkantoor van Geocaching.com. Vorig jaar kwam het er ook niet van, destijds hadden we het te druk met het vieren van een ander hoogtepunt, het vinden van onze 1000e cache, in Anderson, Califonië.
Bij het plannen van de trip van dit jaar, bleek al snel dat het dit jaar in de mogelijkheden lag. We hoefden er maar een omweg van iets meer dan 1000 kilometer voor te maken. De beslissing was snel gemaakt, en een bezoekje aan deze cache werd ingepland. Vandaag was het dan eindelijk zover. Een ritje van ruim 500 kilometer zou ons bij het plaatsje Mingo brengen, waar we dan de cache Mingo zouden kunnen gaan vinden.
Onderweg raakte onze TomTom enkele keren zodanig van de wijs, dat het vertrouwen in hem dusdanig is gedaald, dat we na deze trip afscheid van hem gaan nemen. We waren lekker aan het rijden, en dienden over 159 kilometer linksaf te slaan. Op het moment dat we hiervan 158 kilometertjes hadden afgelegd, bedacht Tom dat hij er niet zo’n zin meer in had, en stuurde ons letterlijk het veld in. Gelukkig is het een hulpmiddel, en werken de ogen en de hersens gewoon door, maar voordat we het juiste pad weer gevonden hadden, duurde een tijdje. Later tijdens het rijden van Nebraska naar Kansas, had Tom werkelijk geen idee hoe hij ons over de staatsgrens zou kunnen brengen. Hij wilde ons over wegen sturen die niet bestonden. Zoals gezegd werken de ogen en de hersens wel gewoon door en kon de weg toch gevonden worden, en al snel reden we richting Kansas. Bird City om precies te zijn.

Op dat moment hadden we het dusdanig met Tom gehad, dat deze plaats door ons werd omgedoopt tot Angry Bird City. Een half uurtje verder arriveerden we bij deze wereldplaats, en was alles al weer vergeten, behalve de door ons aan deze stad gegeven naam. We parkeerde de auto, en gaan een paar kilometer lopen. Als Marieke in een winkel vraagt om gebruik te mogen maken, krijgt ze een simpel antwoord (het is altijd simpel, aangezien er maar twee mogelijke antwoorden op zo’n vraag mogelijk zijn.) te horen. Nee. De gekozen naam, komt hoger op haar lijstje te staan, en we wandelen verder. Onderweg vinden we op zo’n vijf plekken in de stad tupperwarebakjes. Bij de school aangekomen, stelt Marieke nogmaals haar vraag en als die hier positief beantwoord wordt, ebt de naam weer een beetje weg. Na een toiletgebruik ter waarde van minimaal $10,- vervolgen we onze weg, en vinden we het laatste doosje in deze stad.

We gaan verder op weg. Op weg naar Mingo. Als we daar aankomen, parkeren we de auto en zien onmiddellijk hetgeen we zoeken. We halen de tupperware tevoorschijn, en krabbelen onze naam in het boekje. 2015 mensen (groepen/teams) zijn ons voorgegaan. We staan daar en denken: “Nou, dat is het dan”. We leggen alles weer terug, en vervolgen de route naar het hotel.

Onderweg bedenk ik dat dat het ook wel leuk zou zijn, om de eerste geocache te bezoeken die in Europa is geplaatst. Misschien moeten we De Grote Vier veranderen in De Grote Vijf. Zo blijft er tenminste wat te doen in de wereld die geocachen heet.

Wie helpt zoeken?
Scottsbluff, Nebraska…..
Wie heeft er nog nooit van gehoord? Om heel eerlijk te zijn. Wij. En toch kiezen wij ervoor om hier twee dagen te blijven. Omdat het zo’n mooie stad is? Inderdaad, staat Scottsbluff vermeld in de lijst met Historische Plaatsen (wij vragen ons af waarom, maar dat terzijde.), maar nee, niet daarom. Omdat er in de omgeving van deze stad zo gigantisch veel te zien is? Nou, nee, niet daarom. Natuurlijk is er wel wat te zien, maar dat is niet de reden. Eigenlijk is het gewoon heel simpel allemaal. Het ondergoed moet weer een keer gewassen worden. Nu kunnen we natuurlijk wel heel het zooitje omdraaien, maar dat is nu niet echt ons idee van fris, dus kleren wassen.
Natuurlijk is het zo, dat er overal iets moois te zien is, zolang je het maar wilt zien. Alles is tot het meest simpele te reduceren, zo is de Grand Canyon gewoon een gat in de grond, maar als je zo gaat denken, dan kun je net zo goed thuisblijven. Het midden van Amerika staat niet bekend om zijn gigantisch schitterende nationale parken, maar gisteren hebben we het tegendeel gezien. Gisteren hebben we een gebied bezocht, waar we ons zomaar een paar weken zouden kunnen vermaken.
Voor vandaag hadden we dan ook verschillende opties. Uiteindelijk kozen we ervoor om Chimney Rock te bezoeken, en vervolgens cultuur te gaan snuiven in hartje Scottsbluff.

We rijden een half uur naar het bezoekerscentrum van deze rots. We betalen de toegang, en worden uitgenodigd, door een man die alle kenmerken van een Mormoon had, om een 16 minuten durende film te gaan zien. Hij start precies 30 seconden nadat wij het willen. Tja, zoiets kun je simpelweg niet weigeren, en volmondig stemmen wij dan ook in met het gaan bekijken van deze film. Zestien minuten later kunnen we terugkijken op een zeer interessante film, over de periode 1850-1900, toen ruim 350.000 Amerikanen richting het Westen trokken met hun huifkarren. We bekijken en passant ook nog de tentoonstelling over de geschiedenis van deze, zoals Marieke het noemde: Elanden Piemel, en leren hoe deze rots is ontstaan. Wat nog het meest verbazingwekkende is, is dat ik nu het vermoeden heb dat Marieke Indiaanse voorouders heeft, want de indianen noemen deze rots vroeger? Inderdaad, Elanden Piemel. Maar de migranten vonden dat niet zo gepast, en besloten om de naam te veranderen in Schoorsteen Rots.

Als we weer naar buiten gaan om richting deze rots te lopen, worden we hevig teleurgesteld. Een hek. Geen pad dat richting de rots leidt. Niets van dat. Gewoon een foto maken vanaf het terras, en dat is het dan.

We besluiten om nog een paar geocaches te doen in de omgeving, en ons oog valt op twee dingen. Namelijk 1, een leuke wandeling van een paar kilometer, en 2 een bordje dat waarschuwt voor ratelslangen.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus met zijn vieren beginnen we aan de speurtocht. De 18 vragen worden in een oogwenk opgelost en al snel weten we waar de schat zou moeten liggen. Geen enkel probleem, dus we gaan op pad. Thuis zouden we zeggen, we gaan op de hei wandelen, hier gaan we een stukje kuieren op de prairie. Een 20cm breed pad geeft ongeveer aan waar we heen moeten. Voorzichtig plaatsen we telkens onze voeten, en na drie canyons doorkruist en evenveel heuvels beklommen te hebben staan we met het kistje in onze handen. We leggen alles weer terug, genieten van het uitzicht en gaan dezelfde weg weer terug. Iets minder dan in totaal twee uur hebben we gedaan over deze tocht. Toch wel behoorlijk vermoeiend bij een temperatuur van bijna 30 graden.

30? Maar een paar dagen geleden regende het nog, zullen verschillende van jullie nu wel denken. Dat klopt inderdaad, maar men moet niet vergeten, dat we ondertussen al meer dan 2000 mijl (3200 kilometer) hebben gereden. In dat stukje kan best wat verschil in het weer zitten.
Daarna terug naar Scottsbluff. We rijden naar het centrum en kijken elkaar aan. Mmmm, dit is niet ons idee van Historisch verantwoorde locatie. We parkeren de auto op een gigantisch parkeerterrein en besluiten een stukje langs de rivier te gaan wandelen. Mmmm, je kunt net zo goed in Dierenrijk Europa gaan wandelen, maar dan 30 jaar terug in de tijd. Oftewel een vuilnisbelt. Nee, dit is niet onze stad. Er staan wel leuke gebouwen tussen, zoals het theater en diverse andere, maar we hebben weinig goesting om ons hier nog veel langer te vermaken. We besluiten om door te gaan naar Scotts Bluff National Monument (De oplettende lezer heeft nu vast wel door hoe deze stad aan zijn naam komt.)

We rijden richting Scots Bluff NM, en gaan, daar eenmaal bij het bezoekerscentrum aangekomen een film bekijken. De film leert ons dat tussen 1850 & 1900 250.000 Amerikanen van de Oostkust naar de Westkust trokken in huifkarren. Interessant. Gelukkig voor ons kunnen we hier wel een stukje wandelen. En met een stukje bedoelen we nu ook een stukje. Alles bij elkaar hebben we hier ongeveer een halve kilometer gekuierd en onderwijl genoten van een prachtig uitzicht. In de verte zagen we Chimney Rock staan, waar we eerder deze dag zijn geweest.

Nat van het zweet, gaan we terug naar het hotel om ons op te frissen. We bekijken wat we gaan eten, en op aanraden van diverse mensen op het Internet, kiezen we voor een Mexicaans restaurant genaamd, El Molcajete (in goed Nederlands, De Vijzel.). De mensen die dit restaurant aanraden, waarschuwen meteen dat je niet op de buitenkant af moet gaan, en gewoon naar binnen dient te stappen. We zien dit wel een beetje als een klein avontuur, en gaan op weg. Voor de zekerheid nog maar wat andere restaurants bekeken. Na een korte rit, arriveren we bij het restaurant. Eerlijk is eerlijk, wij zouden hier niet voor kiezen als we dit zouden passeren op een willekeurige maandag. We parkeren de auto, overleggen nog even kort of we nu wel of niet naar binnen gaan, stappen uit, doen de deur open, en we stappen binnen in een andere wereld. De wereld van een net Texaans-Mexicaans restaurant. We kiezen allebei een gerecht uit, en terwijl we zitten te wachten, zijn we benieuwd naar wat komen gaat. Een klein half uurtje later wordt ons eten geserveerd, en we genieten van werkelijk een van de beste, zo niet de beste, Mexicaanse maaltijd die we ooit hebben gehad. Een volle buik rijker en 17 euro armer, rijden we terug naar het hotel.

Eenmaal daar aangekomen begin ik met het typen van dit verhaal van de dag. Het komt allemaal niet zo goed op gang vandaag, want er is maar één ding waar ik me zorgen om blijf maken. Van Chimney Rock naar Scotts Bluff National Monument is maar iets meer dan 35 kilometer. Waar zijn in hemelsnaam die 100.000 Amerikanen gebleven!

