Rotsschildpad
Opschieten, opschieten, flits het door mijn hoofd. Moet het verhaal van de dag op tijd klaar hebben vandaag. Het moet toch één keer lukken?
Hedenochtend is mij ter oren gekomen, dat het eerste wat er iedere morgen gedaan wordt, is ons verhaal van de vorige dag lezen. Helaas, soms diende er gewacht te worden, tot het moment daar was, dat er een verlossende e-mail op de digitale deurmat plofte. En als het eenmaal zo ver was, en eindelijk het verhaal gelezen kon worden, dan wordt het net een kinderverhaaltje. Want na het verhaaltje dan…. Inderdaad naar bed.
Goed, dus snel typen, want de seconden tikken weg, en de deadline nadert steeds dichter naarmate de letters onder mijn vingers, abacadabra voor de meesten vormen. En dan ben ik nog eens niet aan het verhaal van de dag begonnen. Een dag waaruit ik honderduit over zou kunnen verhalen, maar helaas is dat niet mogelijk, want die tikkende klok.
Honderduit verhalen over vandaag. Waar moet ik beginnen? Het meest logische zou zijn, om de eerste twee lettergrepen van deze alinea te nemen. Honderd….
Vandaag is het de honderdste dag dat wij in de Verenigde Staten rondreizen. Honderd dagen waarin we honderden dingen hebben gezien en beleefd. Groot en klein. Honderd dagen waarin we honderden mensen hebben leren kennen. De meesten snel vergeten, enkele die weer naar boven komen, bij het teruglezen van de verhalen, en een paar die dagelijks in ons hoofd zijn. Honderd dagen. Ze zijn voorbijgevlogen.
Ik zou ook zomaar twee lettergrepen voor de eerder genoemde twee lettergrepen kunnen zetten. Vijftien…
Vijftienhonderd zou het dan worden, en dat is dan weer het nummer van de mijlpaalcache die we vandaag hebben gevonden. Een nummer dat niets zegt, en toch zoveel betekent voor ons. Vijftienhonderd van die tupperwarebakjes, fotorolletjes, munitiekisten, enz. die we tevoorschijn hebben weten te toveren. Soms 1 cache na een wandeling van 16 kilometer, terwijl we op een andere dag, zoals bijvoorbeeld vandaag, 16 kilometer wandelen en dan onderweg 16 keer een naam op een stukje papier hebben mogen krabbelen.
Nog steeds niet aan het verhaal van vandaag begonnen, en die verdraaide klok. Snel iets nuttigs bedenken dan maar. Eergisteren, of was het gisteren? Ik weet het niet meer (op het moment dat ik deze 5 woorden tik, flitst er een sketch van Bert Visscher door mijn hoofd.), maakt eigenlijk ook niet uit welke dag het was. We houden het voor het gemak maar op de dag voor gisteren. Eergisteren dus, passeerden we een bord, met daarop de tekst Red Rock Canyon Open Area. Interessant klonk dit in onze oren, en in het hotel gearriveerd, zochten we dit op. Leek ons wel aardig om te gaan bekijken, dus deze morgen in alle vroegte op pad naar de Red Rock Canyon Open Area. Heerlijk gewandeld en genoten van de fraaie natuur. Niet zo fraai als die in de Garden of Gods gisteren, maar toch zeer fraai. Ander voordeel van dit park was het feit dat er geocaches lagen. Bij de ingang gekeken naar de wandelingen die er waren, en héé, zie daar, er is zelfs een rotsschildpad. Dat zullen veel mensen leuk vinden, en één in het bijzonder denk ik.

Er zijn veel wandelroutes in het park. Teveel om uit te kiezen, we besluiten dan ook om van geocache naar geocache te lopen. Het eerste pad is alles behalve geschikt als rotsschildpad. Veel te steil en te veel rotsen. We vinden onze eerste cache en we gaan verder naar nummer twee. Deze is te vinden op de kam van een rots, en biedt een schitterend uitzicht. We vervolgen onze weg, en de weg wordt geleidelijk aan vlakker. Helaas zal het nog een zware klus worden om dit te beschouwen als een rotsschildpad. Het pad bestaat immers uit een soortement van gravel. We komen bij een grasveldje aan, en hier zijn mensen het spel Cornhole aan het spelen (ik wilde een filmpje uploaden, maar het zou circa 52 uur duren voordat deze online stond. En tja, die tikkende klok, maar gelukkig is er YouTube, dus zie het filmpje hieronder), we blijven even staan kijken en vervolgen onze weg.
Meer caches, aangezien het vandaag onze honderdste dag in Amerika is, lijkt het ons wel leuk om ook onze 1500e geocache vandaag te loggen. Moeten er dan nog wel 11 vinden in totaal vandaag, en dat is voor onze doen behoorlijk veel. Snel verder dus. We arriveren bij Newspaper Rock, en inderdaad, er is hier zoveel in de zandstenen rots gekrast door Jan en Alleman, dat het wel een krant lijkt. Helaas, hoe we hier ook zoeken en turen, we vinden geen cache en als rotsschildpad is het hier al helemaal niet geschikt. Op weg naar de volgende dan maar. Een behoorlijk pittige aldus de beschrijving. En inderdaad, als we vlakbij de cache zijn, dan blijkt dat de plek waar we moeten zijn, een oude steengroeve, onder water te staan. Aangezien mijn schoenen zijn beste tijd hebben gehad en allesbehalve waterdicht zijn, besluiten we om de cache vanaf de andere kant te benaderen. Welke kant dat is? Tja, als iets niet van onderaf te benaderen is, dan moet het maar van bovenaf. Zo gezegd, zo gedaan, en enkele minuten later, schuifel ik voetje voor voetje over een richel langs de wand van de steengroeve.

Het klinkt allemaal spannender dan het is, want zo hoog is het niet, en het richeltje is niet zo heel smal, maar je kunt het ook geen rotsschildpad noemen. Ik pak de cache, Marieke verzorgt de fotografie en we loggen deze.

Nog maar 7 geocaches te gaan. Ik ga niet alle caches in dit park beschrijven, maar in totaal hebben we hier ruim 6 kilometer gelopen. Het meeste over behoorlijk pittig en alles behalve geplaveid terrein. Dus een rotsschildpad? Nee, niet echt.

Gisteren (en dit weet ik zeker) moest Marieke naar het toilet. Op zich is dit niet zo heel spectaculair, want iedereen heeft wel eens de behoefte om een sanitaire stop te maken. Terwijl ik sta te wachten, blader ik een tijdschrift door, en zie daarin een kleine foto staan, met daarbij de tekst: Painted Mine. Niets meer, niets minder. Opgezocht, en het gebied ligt op een uurtje rijden vanaf Colorado Springs.

We komen daar aan, bekijken het routebord, en zijn verbaasd, als blijkt dat er ook hier een rotsschildpad zou moeten zijn. We kiezen een route uit, en beginnen aan de wandeling. Wat we hier te zien krijgen, is niet iets wat we hadden verwacht. Kleirotsen vermengd met ijzeroxide. Het resultaat is een schitterend, maar fragiel, kleurenspektakel. Het meest verbaasd zijn we nog wel over het feit, dat je gewoon over en tussen deze tere rotsen mag wandelen. Maar ook hier telt eigenlijk hetzelfde als deze morgen. Geen rotsschildpad. We genieten ten volle, en alle woorden die ik zou kunnen verzinnen, schieten te kort om afdoende te beschrijven wat we hier te zien krijgen. Dit is weer een typisch voorbeeld van zo’n onverwacht pareltje dat je te zien krijgt. Tijdens de wandeling van 10 kilometer die we hier maken, lukt het ook nog eens om voor de vijftienhonderdste keer een geocache te loggen.

We hebben vandaag een bijzondere, schitterende dag beleefd. Als we nu ook nog een rotsschildpad te zien hadden gekregen, dan zou dit een perfecte dag zijn geweest.
Op de TV is nu een bokswedstrijd aan de gang, en ik word zenuwachtiger telkens als de gong op de TV klinkt. De klok die tikt, ik heb nu niet heel veel tijd meer, maar ik ben ervan overtuigd dat er niet heel veel mensen zijn die iets begrijpen van het bovenstaand. Om het voor eenieder duidelijk te maken, vervang overal in het bovenstaande verhaal het woord rotsschildpad door het woord rolstoelpad, en het wordt plotseling helemaal een duidelijk, en alles behalve nonsens-verhaal.
Het mooiste is als iets rond is, inmiddels ben ik ervan overtuigd dat ik op tijd klaar ben met typen. Ook ik ben klaar, heb niets meer te vertellen. Hoef eigenlijk alleen nog maar een eind te breien aan dit relaas. Gelukkig hebben ze daar een mooie oplossing voor gevonden in een kinderverhaaltje. Wat is er dan gemakkelijker om die ook maar gewoon te gebruiken? Niets eigenlijk, dus bij deze dan maar:
En toen kwam er een olifant met een hele lange snuit, en die blies dit verhaaltje uit.
Slaap lekker!

Onverwacht
Normaal gesproken word ik wakker omdat ik gewoon klaar ben met slapen, deze morgen werd ik iets eerder wakker door iets wat ik niet thuis kon brengen. Telkens klonk er een door merg en been scherend… piiiiieeeeep… door de kamer. Maar opgestaan, het was immers al bijna kwart voor zes, om te gaan onderzoeken wat dit geluid zou kunnen zijn. Al snel trok ik de conclusie dat de harde wind (zeg maar gerust storm), de lamellen van de airconditioning langzaam op en neer bewoog. Aangezien we op de vijfde verdieping zitten, kon ik niet zomaar even naar buiten om dit probleem op te lossen door de lamellen te blokkeren. Maar wat mail gaan lezen, en wat recensies van bordspellen (inderdaad: Alien Frontiers, het blijft toch kriebelen) gelezen.
Daarna op zijn elf en dertigst van het ontbijt genoten, en overlegd wat we vandaag zouden gaan doen. Het originele plan leek immers niet meer zo’n strak plan om te gaan doen met de harde wind buiten. De keuze viel uiteindelijk om als eerste een grot te gaan bezoeken. Deze stond eigenlijk voor deze middag op de lijst, maar ondanks dat de grot, Cave of the Winds heet, hadden we het idee dat het daarbinnen niet zo hard zou waaien. Daarna zouden we wel weer verder zien.
Zo gezegd, zo gedaan en we gingen op weg naar de grot. Iets meer dan een kwartier parkeerden we de auto, en daar kwam ik tot de ontdekking dat ik mijn fototoestel was vergeten mee te nemen. Terug naar het hotel, camera opgepikt en weer terug. Doordat we nu wat later waren, misten we de eerste tour van 10 uur. Gelukkig, want op het moment dat wij naar binnen mochten voor onze rondleiding, kwam de groep van 10 uur net terug. Een hele meute gillende kinderen kwam voorbij. Ik zou nu dus met een gerust hart kunnen zeggen dat ik mijn camera met voorbedachte rade was vergeten.
Maar goed, de rondleiding door de grotten. Ondanks dat het in een grot aardedonker is, bood deze grot weinig nieuws onder de zon. Het was allemaal wel leuk en mooi, maar als je Grotte Di Frasassi hebt bezocht, dan moet je eerlijk zijn, en bekennen dat deze grotten minder fraai zijn. Hoe dan ook, we hebben genoten van de wandeling, en zelfs nog enkele fraaie foto’s kunnen maken.

Op het moment dat we weer verse lucht inademden, merkten we dat deze niet meer met grote snelheid binnenkwam. Dus de wind was nagenoeg helemaal gaan liggen. Dit was iets wat we wel hadden gehoopt, maar niet hadden durven dromen. We besloten dat het nu tijd was om naar Garden of the Gods te gaan. We hebben wat leuke folders gelezen, en ook de Capitool Reisgids, was uitermate positief hierover (al moet ik bekennen dat ik na het Pueblo avontuur iets minder vertrouwen in deze reisgids heb.). Op pad dus maar.

Colorado Springs, is een van de meer toeristische gebieden die we ooit hebben bezocht in de VS. Dit laat zich in alles terugzien, de bewegwijzering, de vele reclameborden langs de weg, de prijzen. Waarschijnlijk komt dit omdat er hier zoveel op een hoopje te zien is, en dat veel van deze dingen privaat bezit zijn. We waren dan ook aangenaam verrast, toen bleek dat de entree voor Garden of the Gods, gratis is. Dit is iets on-Amerikaans in onze ogen. Al na de eerste bocht wachtte een fraai fotomoment op ons. We maken de foto’s, en gaan op pad richting het bezoekerscentrum. We zoeken daar een paar kortere wandelingen uit, en we gaan op pad. Tijdens de drie uitgezochte wandelingen genieten we van het vele natuurschoon, dat dit, relatief kleine, park te bieden heeft. Het meest bijzondere is toch wel op dit gebied, als het ware uit het niets, rode rotsen zijn. Alle bergen in de omgeving zijn grijs/wit, maar dit gebied is rood. Hier en daar is de overgang tussen de verschillende soorten rots te zien, maar het rood in combinatie met het groen, is een genot voor het oog.

Al met al weer een hele leuke dag. Mooie grotten, mooi park en ‘s avonds weer lekker gegeten. Wat kan een mens zich nog meer wensen?

Veilige manieren
Vandaag stond er een toeristische attractie op het programma, namelijk Pike’s Peak Cog Railway. Normaal gesproken is een toeristische attractie niet echt ons ding, maar volgens de Capitool is een rit met deze trein zeer de moeite waard.

Pike’s Peak is 14115 feet hoog, of te wel 4.302 meter. Het is niet de hoogste berg van Colorado, maar is ook geen tuinkabouter te noemen. Ondanks het feit dat we graag onze wandelschoenen aandoen en houden van een uitdaging, hebben we besloten om de berg toch maar niet te voet te beklimmen, maar om zoals gezegd, de trein te nemen.

Ongeveer 5 minuten te laat (ach, de NS heeft meer vertraging) ging de trein beginnen aan de reis omhoog. Na een tijdje leek het of de trein niet meer recht op zijn rails stond, maar als je omkeek stond de trein een tikkeltje overeind. De waterflesjes die niet goed vastgehouden werden door de passagiers, rolden dan ook met regelmaat door de trein. Geen echte aanrader voor mensen met hoogtevrees. Dat bedacht onze overbuurvrouw te laat, waardoor ze de gehele weg (ruim een uur enkele reis) met angst in haar ogen heeft zitten kijken. En hele stukken zelfs niet heeft durven kijken.

Nou zo spannend vonden wij het nu ook weer niet, maar het uitzicht was vaak erg fraai. Boven aangekomen hadden we drie kwartier de tijd om van het uitzicht te genieten en ondertussen nog een cache te vinden, alvorens de trein weer naar beneden ging. We hadden zelfs de mogelijkheid gehad om sneeuwballen te gooien!! Na ruim een uur waren we weer terug bij het station. We hebben ons goed vermaakt en genoten van het uitzicht. Ik denk dat we bovendien nog nooit een cache gevonden hebben op zo’n hoogte. Weer een nieuwe uitdaging erbij; zoek een nog hoger gelegen cache!!

Alvorens we naar Pike’s Peak gingen, zijn we nog even bij de supermarkt gestopt. De trein zou namelijk om 14.00 uur weer aankomen en dan zou het wel eens tijd kunnen zijn om onze inwendige mens te verzorgen. Elke keer als we bij de Safeways komen, vraagt men aan de kassa naar onze voordeelpas. Die hebben we niet en dus helaas voor ons geen aanbiedingen. Dit doet mij telkens zeer, als ik die paar centen korting niet kan krijgen. Tot vandaag. Want we hebben een voordeelpas gekregen!! Nu kunnen ook wij profiteren van de voordelen en op de kleintjes letten zeg maar. Eerder lukte het ons niet om zo’n kaart te krijgen, omdat onze postcode van 4 cijfers, niet past in de vakjes van de 5-cijferige postcode van de USA. Vandaag was het dus geen probleem en over 8 weken is ons telefoonnummer aan de pas gekoppeld, zodat we ook kunnen profiteren van de korting als we onze pas vergeten zijn!

Voor het avondeten hebben we nog even rondgelopen in downtown Colorado Springs. Niet heel bijzonder te noemen, maar wel aardig, met een paar mooie beelden, winkeltjes en galeries.

BGG’s
Het oorspronkelijke plan was om van Cortez, CO, richting Great Sanddunes NP te rijden. Echter gisterenavond besloten wij, onder invloed van de belachelijke hoge prijs van de hotels in de omgeving en van het feit dat de foto’s van het park ons niet echt hebben kunnen overtuigen, om iets verder door te rijden naar het noorden, zodat we in Colorado Springs zouden eindigen. Klein nadeel van dit, was wel dat het een behoorlijke rit zou zijn, van ongeveer 600 kilometer. Voordeel ervan is, dat we nu een dag hier kunnen blijven. In deze omgeving is behoorlijk veel te zien, en we zijn er dan ook van overtuigd dat we ons hier zullen vermaken de komende dagen.

Zo rond de klok van 3 uur arriveerden wij in Colorado Springs. Dit was de tijd waarop wij hoopten om hier te zijn, zodat we nog een bezoekje aan een museum zouden kunnen brengen. De keuze viel op Ghost Town Museum. Gisteren de site al bekeken, en toen waren we al overtuigd, dat de naam van het museum, beter Wild West Museum zou kunnen zijn. Hetgeen zij lieten zien, was een overdekt openluchtmuseum (sorry, het is krom, maar beter kan ik het niet uitleggen in een paar woorden.), waarin getoond werd, hoe er ongeveer 150 jaar geleden (ten tijden van de goudkoorts.) in deze regio werd geleefd. Het museum was heel leuk van opzet, en we genoten dan ook volop. Helaas was het niet zo heel erg groot, zodat we na een uur al weer buiten stonden. Op naar het hotel dan maar, en een stukje gaan wandelen.

Daarna de stad in om een hapje te gaan eten. Via een site die recensies van restaurants bevat, kwamen we bij Rasta Pasta uit. De navigatie ingesteld, en downtown gereden. Aldaar gearriveerd, de auto geparkeerd, en terwijl we de straat oversteken, valt mijn oog op een winkeltje. Nu zijn wij niet zo van het winkelen, maar er is een bepaald soort winkels, dat op ons een grote aantrekkingskracht uitoefent. Afgelopen week, in Santa Fe, was het ook al gelukt, om ergens achteraf een winkel te ontdekken (zonder er veel moeite voor te hoeven doen) waar ze deze items verkochten. Natuurlijk naar binnen, en doos na doos in onze handen gehad. Had de winkel in Santa Fe nog een indrukwekkende collectie. Vanavond kregen we, zelfs voor Amerikaanse begrippen, een vrij standaard assortiment voorgeschoteld. Catan, 7 Wonders, Dominion, enzovoorts. Al moet ik zeggen, dat, de bij ons zeldzame, doos van Alien Frontiers wel heel erg aanlokkelijk was. Zelfs de prijs van deze viel niet tegen. Maar helaas moet ik Rob teleurstellen. Geen plek in de koffer.

En Rasta Pasta? Snel vergeten maar, niets bijzonders.
Slapers
Gisteren leerde de Ranger ons tijdens de wandeling door Balcony House dat de indianen geen tijdlijn kennen. Vandaag werd ons hetzelfde verteld, tijdens de wandeling door Cliff Palace. De indianen kunnen niet zeggen, hoelang geleden iets gebeurd is, maar alleen maar dat het is gebeurd. En dat is hetgeen dat telt, de gebeurtenis, niet wanneer en/of hoelang. Ik weet natuurlijk niet hoelang men daar over heeft gedaan, om dit feit te ontdekken, maar volgens mij kan het niet zo heel veel moeite hebben gekost. Wij hebben er namelijk maar twee dagen over gedaan om te ontdekken, dat de Indianen geen tijd kennen. Afgelopen week tijdens de zoektocht naar de Pueblo’s hebben wij dat voor het eerst ontdekt. Volgens de site van de indianen, en volgens het bordje op de deur, zou deze om 8 uur ‘s morgens opengaan. Toen wij echter om iets over 10 passeerden, was alles nog gesloten. Toen we iets later, zo rond de klok van elf, opnieuw passeerden, kwam er een beetje leven in de brouwerij. Een dag eerder, in Santa Fe. Tientallen indianen, hadden een kleedje uitgestald om hun spullen te verkopen. We hadden het idee, dat ze behoorlijk vroeg met uitstallen van hun spulletjes waren begonnen. Enkele kleedjes verder werd al snel duidelijk hoe de indianen hun truc deden. Ze blijven ‘s nachts gewoon slapen. Dekentje over het lijf, rug tegen de muur en maffen maar. En de winkel? Die gaat gewoon open als ze wakker zijn. Enkele dagen later, op weg richting Cortez, Colorado, afslag Mesa Verde NP, langs de weg, waren een paar kraampjes van indianen. Hier hetzelfde beeld, indianen die in stoeltjes zitten te slapen. Autokraampjes die opengaan als ze wakker zijn. Wanneer dat gaat gebeuren? Geen idee, toe we ‘s avonds weer voorbijreden, zaten ze nog steeds in hun stoeltje. Inderdaad, te slapen. Tijdens de wandeling met de Ranger gisteren, hebben we geleerd dat de indianen ruim 20 jaar deden om een huis te bouwen, haast kenden ze niet. Zouden ze eigenlijk wel gehad moeten hebben destijds, want de gemiddelde levensverwachting was 30 jaar. Ook leerden we dat de namen die de blanken aan de indianen hebben gegeven, door hen als een belediging worden beschouwd. Wel, ze zouden gelukkig moeten zijn met die namen, want de naam die wij aan de indianen hebben gegeven, zullen ze wel helemaal beschouwen als een belediging. Ach, wat maakt het hen nu eigenlijk uit. Ze weten toch niet hoelang ze onze naam al hebben, alleen dat ze hem hebben. Slapers….

Maar zoals gezegd, vandaag weer op pad naar Mesa Verde NP. Dit maal om enkele wandelingen te doen, die we gisteren niet hebben gedaan, en om een wandeling onder begeleiding van een Ranger te doen. Ditmaal door een ander gedeelte van het park. Helaas geldt ook hier dat het niet mogelijk is om de wandeling in je uppie te doen. We vinden het wel begrijpelijk, want anders zou het een grote puinhoop worden, en zou deze plek binnen afzienbare tijd verdwenen c.q. vernield zijn. Het verhaal dat tijdens deze tocht werd verteld, had grotendeels dezelfde strekking als het verhaal van gisteren. Interessant, dat wel, maar eigenlijk niets nieuws onder de zon. Schitterende uitzichten over de oude dorpen die hier zijn gebouwd in de canyonwanden. Nog steeds verbaasd over het ongelooflijke aantal kamers dat de indianen op een klein oppervalk wisten te bouwen, en vooral respect voor de kennis van architectuur die ze klaarblijkelijk toch wel hadden. Echter toen we aan deze wandeling begonnen, hadden we het idee dat we de bekende foto’s zouden zien in real-life. De foto’s van de in loodrechte canyon-wanden gebouwde dorpjes. Niets was echter minder waar, want ook nu liepen we er weer midden doorheen.

Na de wandeling begonnen aan een rondrit, waarbij we allemaal zeer korte wandeling voor onze kiezen kregen, maar toch wandelingen van een behoorlijk inspannend niveau. Bij elke stop, kwamen we een bus tegen met toeristen daarin. Telkens als wij arriveerden, gingen zij weer weg. Bij een van de laatste wandelingen, passeerden wij hen en gingen ze achter ons aan. Bij het allerlaatste punt van de rondrit aangekomen, kregen we de plaatjes voorgeschoteld die in alle reisgidsen staan. De dorpjes op de loodrechte wanden. In de verte zag ik de bus aankomen. We versnelden onze pas om de meute voor te zijn, maar al snel bleek dat niet nodig te zijn. De bus stopte, gaf iedereen welgeteld 10 seconden de tijd om te kijken, en reed weer verder. Nou ja zeg! Zoals gezegd, hier waren de plaatjes te zien uit de reisgidsen, en dan zomaar doorrijden. In mijn ogen is dit net zoiets als bij ieder archeologische vondst in de omgeving van Pisa te stoppen en uitleg te geven, en dan bij de beroemde toren, plankgas doorrijden.

Daarna door naar de laatste wandeling van vandaag. Spruce House. Toen ik aan het begin deze maand een foto tegenkwam, van Mesa Verde tijdens het inscannen van een reisgids, was ik toch wel erg gecharmeerd van deze foto, en wilde ik deze situatie graag zelf zien. In de tussentijd gevonden waar de foto gemaakt was, en vandaag was het dan zover. Een behoorlijke afdaling bracht ons naar Spruce House, en al snel zagen we het punt waar de foto gemaakt was. Helaas afgesloten voor publiek, dus onmogelijk om het met eigen ogen te zien, maar er was wel een soortgelijk punt. Een paar kleine details verschilden, maar een kniesoor die daar op let. Ik wachtte totdat iedereen de ruimte had verlaten en gaf mijn eigen huispitbull, Marieke, de opdracht om de toegang even te bewaken, zodat ik de tijd had om eventueel zelf een foto te maken. Eenieder die Marieke een klein beetje kent, weet dat deze taak haar wel is toevertrouwd, en zodoende daalde ik met een gerust hart af in de kleine ruimte. Snel een paar foto’s gemaakt, en geroepen dat Marieke ook kon komen kijken. Ook zij kon nog enkele foto’s maken voordat er meerdere mensen naar beneden kwamen en het daardoor onmogelijk werd om een foto van de ruimte te maken. Of het mij is gelukt? Ik vind dat ik een voldoende heb gehaald, maar smaken verschillen.

Twee dagen Mesa Verde NP dus. Een onvergetelijk park, en eigenlijk een must om te bezoeken als je in de buurt bent (voor ons is dat binnen een straal van 500 km.). Werkelijk een schitterend, indrukwekkend en leerzaam park. We weten nu veel meer over Slapers….

