24/7
Vandaag staat Mesa Verde NP park op het programma. Hét park dat dit jaar bij ons allebei hoog op het verlanglijstje stond. Deze ochtend eerst een rit van 2½ uur richting het park. Om de één of andere reden, schiet het vandaag niet zo op hebben we allebei het idee. We waren al wat later weg dan gewoonlijk, zo rond de klok van half negen, moesten nog wat boodschappen doen onderweg, maar toch stonden we voor 12 uur in het park. Even het een en ander bekijken en vragen in het bezoekerscentrum, en daar krijgen we te horen dat er een gedeelte van het park sinds vandaag is afgesloten. Dit in verband met te weinig bezoekers. Daar valt ons plan toch wel een beetje in duigen, want het gedeelte dat is afgesloten, hadden we voor vandaag in de pijplijn zitten. Change of plans dan maar.

We besluiten het programma van morgen op te splitsen in twee dagen, en vandaag slechts één wandeling te doen. Deze wandeling is uitsluitend in groepsverband te doen. Wel jammer en niet echt ons ding, maar ja, we hebben geen keus. En als je iets wilt zien, dan zul je zo af en toe toch een compromis moeten sluiten. Netjes in de rij dus, om de wandeling naar Balcony House te doen. Volgens de, alleraardigste, ranger, valt de grootte van de groep erg mee. Volgens ons valt hij tegen, want Marieke telt maar liefst 32 personen. Normaal gesproken, drentelen we een beetje achter de groep aan, maar helaas is dat niet mogelijk. De ranger wacht totdat iedereen het hek is gepasseerd, en sluit het dan af, nadat de laatste persoon er doorheen gelopen is. We krijgen een geweldig goede uitleg over hetgeen we zullen gaan zien, en vervolgens gaan we op pad naar het tweede afgesloten hek.

Nu weer hetzelfde verhaal. Alhoewel bijna het zelfde verhaal, want hetgeen de ranger op dit punt vertelt, is toch wel iets anders. Maar ik denk dat iedereen de strekking begrijpt van hetgeen ik bedoel. Als we de volgende poort passeren, moeten we een houten trap op van 10 meter hoog. Indrukwekkend, om op zo’n manier een loodrechte canyonwand te bestijgen. Als we boven zijn aangekomen, krijgen we precies dat te zien waarvoor we zijn gekomen.

Het meest verbazingwekkend vind ik nog wel, dat zowat alles wat we zien nog in originele staat is. Hier staan huisjes met nog strakke muren al meer dan 800 jaar. Zoals ik al eerder heb gezegd, indrukwekkend. De huisjes zijn klein. Zeer klein. Op een inham in de canyonwand van 60×6 meter, hebben circa 60 mensen gewoond en gewerkt.

Er was maar één manier om er te komen, en dat was ook nog eens niet de meest gemakkelijke. Wij verlaten dit dorpje via de weg die de indianen die hier vroeger hebben gewoond, gebruikt hebben om binnen te komen.

O ja, terwijl we in het dorpje waren, stopte mijn camera er weer mee. Een noodgreep maakte dat hij het weer deed. Maar liefsts 2 foto’s kon ik maken voordat 350 weer dienst weigerde. Weer de noodgreep. 10 foto’s. Noodgreep. Niets. Noodgreep. Niets. Nu ben ik niet zo van de verbale verwensingen, maar op dat moment heb ik zo ongeveer alles en iedereen inwendig verwenst die maar enigszins een beetje heilig is.

We besluiten dat er eigenlijk maar een oplossing is die afdoende zal werken. Een nieuwe body. Zo gezegd, zo gedaan, dus we gaan op pad naar Wal-Mart om naar een nieuwe body te kijken. Ik heb nog even zitten twijfelen over een compactcamera, maar wist eigenlijk diep van binnen wel, dat ik daar uiteindelijk spijt van zou gaan krijgen. En hier juichen we voor het eerst de 24/7 economie toe van de VS. Want waar lukt het in Nederland om op een willekeurige zondag, om kwart over zes ‘s avonds een nieuwe spiegelreflexcamera te kopen? Bij mijn weten nergens. Hier is het geen enkel probleem. Enige minpunt is dat ze geen losse body verkopen. Alleen een set in combinatie met een lens die ik al heb. Niet echt interessant dus en we kijken nog even verder.
Lang leve 24/7 dus. Alhoewel het mij toch nog steeds blijft verbazen, hoe het kan dat er mensen zijn die ‘s nachts om 1 uur in bed liggen te slapen, wakker worden en besluiten om op dat moment een GPS te gaan kopen.
Enkele dagen geleden, toen we nog in Santa Fe verbleven, zagen we overal souvenirs met daarop luchtballonnen. Een vriendelijke mevrouw vertelde ons dat volgende week het grootste luchtballonnen festival ter wereld plaatsvind in Albuquerque. We namen het allemaal voor waar aan, maar toen we dat via Skype vertelden, kregen we toch wel de vraag of we daar niet even langs gingen om te gaan kijken. Het antwoord, was dat het ruim 1000 kilometer rijden is, omdat we dan in Denver zitten, en dat alle hotels in Albuquerque al een jaar volgeboekt zijn. Maar wie zouden we zijn, als we niet alles doen om iedereen tevreden te houden, en proberen om een oplossing te bedenken?

Deze avond dus, op speciaal verzoek, een luchtballonnenfestival bezocht. Hieronder een kort filmpje. Ik hoop dat iedereen nu gelukkig is.
350, 127, 013 of toch maar een ander getal?
Afgelopen zomer zagen we de film 127 hours, een film over een jongen die over en door kleine canyons klimt en springt en uiteindelijk vast komt te zitten onder een rotsblok. Niemand die hem hoort of ziet, en uiteindelijk lukt het het hem om zichzelf uit zijn benarde situatie te bevrijden door met behulp van een zakmes zijn arm te amputeren. Indrukwekkende, waargebeurde, film, die we iedereen kunnen aanraden om een keer te kijken. Op 26 augustus, werden bekenden van ons toch wel iets of wat benauwd over onze trip van dit jaar, toen ze het nieuws lazen, dat een Tilburger en zijn vriendin waren omgekomen in Joshua Tree NP. Beide verhalen, hoe dramatisch ook, zijn toch een gevalletje van eigen schuld, dikke bult. In het eerste geval, is het een kwestie van overmoed, onvoorzichtigheid en het afwijken van de gebaande paden. In het tweede geval een kwestie van dommigheid. Je dient immers altijd meer dan voldoende water mee te nemen, en op het moment als je met de auto vast komt te zitten, in de auto blijven wachten.
Ik zal niet zeggen, dat ons niets zal gebeuren. Natuurlijk is er altijd iets mogelijk, maar afwijken van de gebaande paden doen we niet, en we zorgen er altijd voor dat we geen weg inrijden, waarbij staat aangegeven dat deze uitsluitend geschikt is voor een 4WD aangedreven wagen. Ook zorgen we er altijd voor, dat als we gaan wandelen, dat we ruim voldoende water bij ons hebben.
In het geval van de Nederlanders, hadden we toch wel een beetje moeite om het te begrijpen. Tot we vandaag aan een wandeling begonnen, en voor ons twee mensen zagen lopen met teenslippertjes aan, een een half flesje water (circa 250 ml) in de hand. Om nu te zeggen, dat ze erom vragen dat er iets gebeurt, gaat wel een beetje ver, maar het is verre van slim. Nee, dan wij. We liepen ieder met een rugzak: EHBO-spullen, ruim 3 liter water, een GPSr voor het geval dat we verkeerd mochten lopen, extra batterijen, stevige wandelschoenen, bescherming voor het hoofd (pet) zodat deze niet oververhit raakt. En dat allemaal voor een wandeling van een uurtje of twee. Waarschijnlijk verklaart men ons wel voor gek, maar goed, dat is hun keus. Wij willen morgen ook graag nog mooie dingen zien. Het gehalte gek zijn, werd waarschijnlijk nog hoger, op het moment dat wij de benodigde vergunning invulden (naam, adres en welke route we gingen lopen), en deze netjes voor het raam van onze auto plaatsen, zoals vereist was. Wie doet nu zoiets? Aan de auto’s op de parkeerplaats te zien, niet veel mensen, want ik zag bij slechts één auto een permit voor het raam liggen. Tja, hoe dom kun je zijn?

Maar goed, uiteindelijk op pad. Op aanraden van een Park Ranger van het Chaco Culture NHS, kozen we voor een pad van gemiddelde zwaarte. Op het moment dat we een kleine kilometer hadden gelopen keken we elkaar aan, en zagen we voor de eerste keer deze trip, een pad zoals wij ze graag hebben. Niet geplaveid, maar ook niet onverantwoord op op te klimmen en af te dalen.
Het pad zou ons uiteindelijk leiden naar een uitzichtpunt over een oude stad van de indianen. Gebouwd tussen 800 & 1200AD. Het uitzicht over deze stad was inderdaad adembenemend. Ik maak een paar foto’s. Klik, klik, niets…

Niets, inderdaad. Mijn camera houdt er mee op. Err99 zegt het beeldscherm. Batterijen verwisseld. Geen resultaat. Lens verwisseld. Geen resultaat. CF kaart verwisseld. Geen resultaat. Wat ik ook deed, mijn Canon 350 bleef in alle talen zwijgen.
We vervolgen het pad, en we doen nog een paar wandelingen. Ondertussen samen brainstormend over wat er nu mis zou kunnen zijn met het toestel. Ondertussen gewoon genieten van dit juweel van een park, want dat zouden we bijna vergeten in alle commotie.
Als we in het hotel zijn aangekomen, probeer ik op internet op te zoeken wat de remedie is voor mijn camera. De meeste berichten die ik lees, is dat het eigenlijk gewoon het beste afgeschreven kan worden, en laat dat nu net niet het bericht zijn, dat ik wil lezen. Dan ziet Marieke een post staan, dat er mogelijk een contact van de lens vuil is. Niet geschoten is altijd mis, en ik probeer deze zuiver te maken. Herplaats de lens, en wonder boven wonder. De camera werkt weer. Voor hoelang. Geen idee, maar het zal wel tijd worden, om eens te gaan nadenken wat ik wil als mijn camera echt gehemeld is.
En over het getal. De 350 doet het nog wel een tijd hoop ik, en we hebben geen behoefte aan 127 of 013. We doen het wel op onze eigen manier. Een beetje uitdagend, verantwoord en volgens de regeltjes. En als dat een getal moet hebben. Ach, doe dan maar 040.
Madrid en de Indianen

Het bovenstaande was zo ongeveer het motto van vandaag.
(Voor de Engelstalige lezers die Google translate gebruiken: Zie de Engelse tekst onder de foto.)
Ieder jaar hebben we wel een dag die op het moment van de dag zelf een beetje als verloren voelt. Dit jaar was dat vandaag. Vandaag was het niet zo’n dag, maar een zo-zo dag.
Enkele reisgidsen hebben we ingescand om zodoende gewicht te kunnen besparen. Daarbij hebben we ook nog onze vertrouwde reisgids van de gehele USA meegenomen én nog een Engelstalig reisgids van de Nationale Parken van Amerika. Tel daarbij ook nog eens miljoenen internetpaginas op. Aan inspiratie geen gebrek dus, zou men zeggen, en dat klopt ook. Maar twee dagen de tijd in Santa Fe, en een lijstje gemaakt voor minsten drie dagen. Keuzes maken dus. Geen enkel probleem. De Indiaanse Pueblos leken ons wel leuk om te bezoeken. Pueblos zijn oude Indiaanse nederzettingen die door de Indianen in stand worden gehouden, door middel van de inkomsten die gegenereerd worden door het toerisme. Het behouden van geschiedenis is belangrijk, en graag willen we dit zelf aanschouwen, dus dit is iets wat we willen gaan doen. Eerste stap is natuurlijk om uit te zoeken waar je heen moet. Het navigatiesysteem was niet op de hoogte van deze pueblos, dus dan maar even opzoeken op het internet. Oeps, volgens de site van de pueblos, is het adres 100 kilometer ten zuiden van waar wij zitten, terwijl op de kaart het ongeveer 35 kilometer ten noorden zou moeten liggen van de plaats waar wij zitten. Na een uurtje surfen toch iets gevonden waar we mee verder konden (lang leve de geocaches), en deze ochtend dus vol goede moed op pad. Spoedig werd de juiste afrit gevonden, en gingen we op weg naar de Indianen. Althans, dat dachten we. Het enige dat we vonden, was een rots in de vorm van een kameel.

Tien kilometer verderop maar weer omgedraaid, en weer teruggereden. Nu weten wij ook wel, dat de Indianen vroeger meesters in het camoufleren waren, maar dit slaat werkelijk alles, we zien helemaal niets. Geen pueblo te bekennen. We passeren nogmaals, de kameel en bedenken dan dat er 8 pueblos hier zijn. Geen nood dus, we gaan gewoon naar de volgende. Wel zijn we benieuwd hoe we nu de toegangsprijs voor deze tour moeten betalen, aangezien we volgens het internet deze dienden te betalen in de eerste Pueblo. Ach, we zullen wel zien en de volgende pueblo laat zich wel gemakkelijk vinden, en al spoedig rijden we stapvoets door het dorpje. Een reisgids leerde ons, dat deze pueblo gelegen is in een vruchtbaar dal aan een meer, met uitzicht op watervallen en een bizonranch. Yeah, right.
De omschrijving klopt niet helemaal met hetgeen we in werkelijk op onze netvliezen zien. Men zo in een reisgids over Nederland over Spoordonk kunnen schrijven: “Deze metropool, met een grote internationale luchthaven en enkele van de hoogste gebouwen van het land, is wellicht de belangrijkste stad van het land.” Jammer, maar helaas, nét niet dus. Hetgeen we wel te zien krijgen, is niets meer dan een dorp met huisjes die we gisteren ook al gezien hebben in Santa Fe. Met dezelfde slapende mensen erbij.
Als we deze lichte teleurstelling aan het verwerken zijn, passeren we een bord met de duidelijke (foutieve) Engelse tekst “No taking pictures”. Op dat moment heb ik het helemaal gehad met die Indianen. Als ik ergens een grondige hekel heb, dan is het aan mensen die niets anders doen dan hun handje ophouden om aan geld te komen. En hier zijn ze zelfs dáár te beroerd voor. Hebben wel goed het spreekwoord in hun oren geknoopt “Slapende rijk worden”. Maar dan toch niet van onze centen. Thuis doet Marieke er alles aan om te voorkomen dat mensen dat doen, en dan zouden we ze hier geld gaan geven? Dacht het niet.
Goed, op weg naar het volgende item van de lijst. Op internet was Marieke gestuit op een spookstadje niet ver van Santa Fe. Aangezien we al verschillende spookstadjes hebben bezocht, en dat altijd wel leuk vonden, besloten we om deze te gaan bezoeken. Madrid heet dit stadje, en er zouden nog een paar mensen wonen die het stadje nog enigszins bestaansrecht geeft. Slechts iets meer dan 100 kilometer van de plek waar we ons op dat moment bevinden. Geen enkel probleem en we gaan op weg naar Madrid. Onderweg doen we nog een paar korte wandelingen (geen hikes, maar letterlijk korte wandelingen). We draaien de laatste bocht om naar Madrid.

Op het moment dat we dat doen, valt onze mond open van verbazing. De site waar Marieke het stadje op heeft gevonden, heeft waarschijnlijk ergens een minuscuul foutje gemaakt met het vertalen van de bronpagina. Wat we te zien krijgen voldoet niet helemaal aan de omschrijving die we gelezen hebben. Het komt meer overeen met: “Als u door Volendam loopt, zult u genieten van de stilte in dit altijd rustige plaatsje.” Jammer, maar helaas. Het is niets anders dan een rij aaneengeschakelde toeristenwinkeltjes. Af en toe een verlaten gebouw ertussen.


We besluiten om terug te gaan naar Santa Fe om een stukje te gaan wandelen. Onderweg komen we een plaatsje tegen waar een oude spoorbrug ligt.

De rest van het plaatsje lijkt welhaast uitgestorven. Hier en daar staat een auto, en we zien een perfect onderhouden kerk in adobe stijl. Dit lijkt wel een combinatie van de twee plekken die we eerder deze dag hadden gehoopt om te zien.

Ach, nu we de avondmaaltijd weer achter de kiezen hebben, valt het eigenlijk allemaal ook wel mee. Kunnen we gewoon terugkijken op een dag, waarvan we toch wel genoten hebben. Ook al was het van andere dingen dan we hadden verwacht.

Prairie-blindheid
Vandaag al vroeg uit de veren. Nog voordat de zon opkwam en alvorens de (Angry) Birds gingen fluiten, waren wij al op weg. Om 6.40 uur wel te verstaan hebben we de auto gestart. Dit was nog zo’n 10 minuten later dan gepland, aangezien de receptie nog niet geopend was, alhoewel deze om 6.00 uur al geopend zou moeten zijn. Ze nemen het hier niet zo nauw en kijken blijkbaar niet op een kwartiertje. (Zeg maar gerust een Oakley’s halfuurtje).

Het werd vandaag een lange reisdag, zo’n 9 uur reistijd. Aangezien het zitten nog altijd niet een van de favoriete bezigheden is voor mijn rug, nemen we de tijd voor deze reis. Ieder uur er even uit en dan is het goed vol te houden. Gelukkig ligt er dan bij iedere stop wel een cache, zodat ons cache gemiddelde ook op peil blijft. Eén ervan was niet zo bijzonder als Mingo van gisteren, maar had toch wel iets speciaals. Deze cache lag namelijk bij een grenspaal van drie staten: Texas, New Mexico en Oklahoma. Zo kunnen we in ieder geval zeggen dat we ook in Texas zijn geweest.

Het uitzicht is enerzijds fraai te noemen. Thuis in ons kikkerlandje hebben we geen uitzicht op de prairies, met hier en daar een hert of en vos. Maar na negen uur over rechte wegen en aan weerszijden prairies, heb je deze ook wel gezien. Als ik de prairies groen denk, en de zwarte koeien vervang door de bonte versie, dan verschilt het landschap niet meer zo veel van het onze. En waar wij polderblindheid kennen, heeft men hier gegarandeerd last van prairie-blindheid!

Al met al schoot het toch wel goed op, waardoor we zelfs nog tijd over hadden om een nationaal monument te bezoeken. (Eerlijkheid gebied wel te zeggen dat we een uur teruggegaan zijn in tijd, toen we New Mexico binnenkwamen, dus dat hadden we mooi verdiend). Tijd over dus om naar Fort Union te gaan. We kwamen dit bord tegen langs de weg en besloten om er even kort een kijkje te nemen. In dit fort zijn ruïnes van de gebouwen te vinden welke vanaf 1863 in gebruik zijn genomen door het leger als uitvalsbasis.


Angry Bird City
Vandaag op weg om De Grote Vier in de wereld van het geocachen compleet te maken. De eerste drie hebben we in 2009 al gedaan, en vandaag staat het tupperwarebakje op het programma dat het langste geleden is verstopt. Op 11 mei 2000, verstopte iemand in Kansas als 7e op de wereld een geocache. De 6 caches die eerder zijn verstopt, zijn verdwenen kort nadat ze verstopt waren, en dat maakt deze cache toch wel bijzonder. Althans voor ons dan.
Sinds 18 augustus 2007 zijn we bezig met dit spelletje, en we zijn behoorlijk verslaafd al zeggen we het zelf. Enkele maanden nadat we voor de eerste keer een emmer in de grond van de Oirschotse heide hadden gevonden, zagen we een lijstje met de 100 oudste caches die actief zijn. Deze stond bovenaan de lijst en daarmee kwam het voor ons allebei op een lijst om op een dag onze naam op een stukje papier te mogen krabbelen in dit tupperwarebakje. Maar ja, het lag in Kansas, en Kansas is nu eenmaal niet het meest bereisde gebied in de Verenigde Staten van Amerika. We zouden er een keertje voor om dienen te rijden. In 2009 wilden we de westkust doen, en destijds hebben we drie caches gedaan, die in de Wereld der Geocachers, noemenswaardig te noemen zijn. Namelijk de Ape-cache, Original Stash Tribute Cache & een bezoekje aan het hoofdkantoor van Geocaching.com. Vorig jaar kwam het er ook niet van, destijds hadden we het te druk met het vieren van een ander hoogtepunt, het vinden van onze 1000e cache, in Anderson, Califonië.
Bij het plannen van de trip van dit jaar, bleek al snel dat het dit jaar in de mogelijkheden lag. We hoefden er maar een omweg van iets meer dan 1000 kilometer voor te maken. De beslissing was snel gemaakt, en een bezoekje aan deze cache werd ingepland. Vandaag was het dan eindelijk zover. Een ritje van ruim 500 kilometer zou ons bij het plaatsje Mingo brengen, waar we dan de cache Mingo zouden kunnen gaan vinden.
Onderweg raakte onze TomTom enkele keren zodanig van de wijs, dat het vertrouwen in hem dusdanig is gedaald, dat we na deze trip afscheid van hem gaan nemen. We waren lekker aan het rijden, en dienden over 159 kilometer linksaf te slaan. Op het moment dat we hiervan 158 kilometertjes hadden afgelegd, bedacht Tom dat hij er niet zo’n zin meer in had, en stuurde ons letterlijk het veld in. Gelukkig is het een hulpmiddel, en werken de ogen en de hersens gewoon door, maar voordat we het juiste pad weer gevonden hadden, duurde een tijdje. Later tijdens het rijden van Nebraska naar Kansas, had Tom werkelijk geen idee hoe hij ons over de staatsgrens zou kunnen brengen. Hij wilde ons over wegen sturen die niet bestonden. Zoals gezegd werken de ogen en de hersens wel gewoon door en kon de weg toch gevonden worden, en al snel reden we richting Kansas. Bird City om precies te zijn.

Op dat moment hadden we het dusdanig met Tom gehad, dat deze plaats door ons werd omgedoopt tot Angry Bird City. Een half uurtje verder arriveerden we bij deze wereldplaats, en was alles al weer vergeten, behalve de door ons aan deze stad gegeven naam. We parkeerde de auto, en gaan een paar kilometer lopen. Als Marieke in een winkel vraagt om gebruik te mogen maken, krijgt ze een simpel antwoord (het is altijd simpel, aangezien er maar twee mogelijke antwoorden op zo’n vraag mogelijk zijn.) te horen. Nee. De gekozen naam, komt hoger op haar lijstje te staan, en we wandelen verder. Onderweg vinden we op zo’n vijf plekken in de stad tupperwarebakjes. Bij de school aangekomen, stelt Marieke nogmaals haar vraag en als die hier positief beantwoord wordt, ebt de naam weer een beetje weg. Na een toiletgebruik ter waarde van minimaal $10,- vervolgen we onze weg, en vinden we het laatste doosje in deze stad.

We gaan verder op weg. Op weg naar Mingo. Als we daar aankomen, parkeren we de auto en zien onmiddellijk hetgeen we zoeken. We halen de tupperware tevoorschijn, en krabbelen onze naam in het boekje. 2015 mensen (groepen/teams) zijn ons voorgegaan. We staan daar en denken: “Nou, dat is het dan”. We leggen alles weer terug, en vervolgen de route naar het hotel.

Onderweg bedenk ik dat dat het ook wel leuk zou zijn, om de eerste geocache te bezoeken die in Europa is geplaatst. Misschien moeten we De Grote Vier veranderen in De Grote Vijf. Zo blijft er tenminste wat te doen in de wereld die geocachen heet.

Wie helpt zoeken?
Scottsbluff, Nebraska…..
Wie heeft er nog nooit van gehoord? Om heel eerlijk te zijn. Wij. En toch kiezen wij ervoor om hier twee dagen te blijven. Omdat het zo’n mooie stad is? Inderdaad, staat Scottsbluff vermeld in de lijst met Historische Plaatsen (wij vragen ons af waarom, maar dat terzijde.), maar nee, niet daarom. Omdat er in de omgeving van deze stad zo gigantisch veel te zien is? Nou, nee, niet daarom. Natuurlijk is er wel wat te zien, maar dat is niet de reden. Eigenlijk is het gewoon heel simpel allemaal. Het ondergoed moet weer een keer gewassen worden. Nu kunnen we natuurlijk wel heel het zooitje omdraaien, maar dat is nu niet echt ons idee van fris, dus kleren wassen.
Natuurlijk is het zo, dat er overal iets moois te zien is, zolang je het maar wilt zien. Alles is tot het meest simpele te reduceren, zo is de Grand Canyon gewoon een gat in de grond, maar als je zo gaat denken, dan kun je net zo goed thuisblijven. Het midden van Amerika staat niet bekend om zijn gigantisch schitterende nationale parken, maar gisteren hebben we het tegendeel gezien. Gisteren hebben we een gebied bezocht, waar we ons zomaar een paar weken zouden kunnen vermaken.
Voor vandaag hadden we dan ook verschillende opties. Uiteindelijk kozen we ervoor om Chimney Rock te bezoeken, en vervolgens cultuur te gaan snuiven in hartje Scottsbluff.

We rijden een half uur naar het bezoekerscentrum van deze rots. We betalen de toegang, en worden uitgenodigd, door een man die alle kenmerken van een Mormoon had, om een 16 minuten durende film te gaan zien. Hij start precies 30 seconden nadat wij het willen. Tja, zoiets kun je simpelweg niet weigeren, en volmondig stemmen wij dan ook in met het gaan bekijken van deze film. Zestien minuten later kunnen we terugkijken op een zeer interessante film, over de periode 1850-1900, toen ruim 350.000 Amerikanen richting het Westen trokken met hun huifkarren. We bekijken en passant ook nog de tentoonstelling over de geschiedenis van deze, zoals Marieke het noemde: Elanden Piemel, en leren hoe deze rots is ontstaan. Wat nog het meest verbazingwekkende is, is dat ik nu het vermoeden heb dat Marieke Indiaanse voorouders heeft, want de indianen noemen deze rots vroeger? Inderdaad, Elanden Piemel. Maar de migranten vonden dat niet zo gepast, en besloten om de naam te veranderen in Schoorsteen Rots.

Als we weer naar buiten gaan om richting deze rots te lopen, worden we hevig teleurgesteld. Een hek. Geen pad dat richting de rots leidt. Niets van dat. Gewoon een foto maken vanaf het terras, en dat is het dan.

We besluiten om nog een paar geocaches te doen in de omgeving, en ons oog valt op twee dingen. Namelijk 1, een leuke wandeling van een paar kilometer, en 2 een bordje dat waarschuwt voor ratelslangen.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus met zijn vieren beginnen we aan de speurtocht. De 18 vragen worden in een oogwenk opgelost en al snel weten we waar de schat zou moeten liggen. Geen enkel probleem, dus we gaan op pad. Thuis zouden we zeggen, we gaan op de hei wandelen, hier gaan we een stukje kuieren op de prairie. Een 20cm breed pad geeft ongeveer aan waar we heen moeten. Voorzichtig plaatsen we telkens onze voeten, en na drie canyons doorkruist en evenveel heuvels beklommen te hebben staan we met het kistje in onze handen. We leggen alles weer terug, genieten van het uitzicht en gaan dezelfde weg weer terug. Iets minder dan in totaal twee uur hebben we gedaan over deze tocht. Toch wel behoorlijk vermoeiend bij een temperatuur van bijna 30 graden.

30? Maar een paar dagen geleden regende het nog, zullen verschillende van jullie nu wel denken. Dat klopt inderdaad, maar men moet niet vergeten, dat we ondertussen al meer dan 2000 mijl (3200 kilometer) hebben gereden. In dat stukje kan best wat verschil in het weer zitten.
Daarna terug naar Scottsbluff. We rijden naar het centrum en kijken elkaar aan. Mmmm, dit is niet ons idee van Historisch verantwoorde locatie. We parkeren de auto op een gigantisch parkeerterrein en besluiten een stukje langs de rivier te gaan wandelen. Mmmm, je kunt net zo goed in Dierenrijk Europa gaan wandelen, maar dan 30 jaar terug in de tijd. Oftewel een vuilnisbelt. Nee, dit is niet onze stad. Er staan wel leuke gebouwen tussen, zoals het theater en diverse andere, maar we hebben weinig goesting om ons hier nog veel langer te vermaken. We besluiten om door te gaan naar Scotts Bluff National Monument (De oplettende lezer heeft nu vast wel door hoe deze stad aan zijn naam komt.)

We rijden richting Scots Bluff NM, en gaan, daar eenmaal bij het bezoekerscentrum aangekomen een film bekijken. De film leert ons dat tussen 1850 & 1900 250.000 Amerikanen van de Oostkust naar de Westkust trokken in huifkarren. Interessant. Gelukkig voor ons kunnen we hier wel een stukje wandelen. En met een stukje bedoelen we nu ook een stukje. Alles bij elkaar hebben we hier ongeveer een halve kilometer gekuierd en onderwijl genoten van een prachtig uitzicht. In de verte zagen we Chimney Rock staan, waar we eerder deze dag zijn geweest.

Nat van het zweet, gaan we terug naar het hotel om ons op te frissen. We bekijken wat we gaan eten, en op aanraden van diverse mensen op het Internet, kiezen we voor een Mexicaans restaurant genaamd, El Molcajete (in goed Nederlands, De Vijzel.). De mensen die dit restaurant aanraden, waarschuwen meteen dat je niet op de buitenkant af moet gaan, en gewoon naar binnen dient te stappen. We zien dit wel een beetje als een klein avontuur, en gaan op weg. Voor de zekerheid nog maar wat andere restaurants bekeken. Na een korte rit, arriveren we bij het restaurant. Eerlijk is eerlijk, wij zouden hier niet voor kiezen als we dit zouden passeren op een willekeurige maandag. We parkeren de auto, overleggen nog even kort of we nu wel of niet naar binnen gaan, stappen uit, doen de deur open, en we stappen binnen in een andere wereld. De wereld van een net Texaans-Mexicaans restaurant. We kiezen allebei een gerecht uit, en terwijl we zitten te wachten, zijn we benieuwd naar wat komen gaat. Een klein half uurtje later wordt ons eten geserveerd, en we genieten van werkelijk een van de beste, zo niet de beste, Mexicaanse maaltijd die we ooit hebben gehad. Een volle buik rijker en 17 euro armer, rijden we terug naar het hotel.

Eenmaal daar aangekomen begin ik met het typen van dit verhaal van de dag. Het komt allemaal niet zo goed op gang vandaag, want er is maar één ding waar ik me zorgen om blijf maken. Van Chimney Rock naar Scotts Bluff National Monument is maar iets meer dan 35 kilometer. Waar zijn in hemelsnaam die 100.000 Amerikanen gebleven!
Halve maan boven Mount Rushmore
Gisteren besloten we om het vandaag rustig aan te doen. De volgende stop zou slechts 300 kilometer verderop zijn, volgens de navigatie iets meer dan 3 uur rijden. Tijd genoeg dus om nog andere dingen te doen vandaag dus. Een leuk State Park, genaamd Custer hadden we uitgezocht, en op de route naar het hotel lag ook nog een ander park, waarin we een grot zouden kunnen bezoeken.
Maar zoals gebruikelijk lopen planningen bij ons wel eens anders dan de bedoeling was. In ons bestand met daarin 210.912 geocaches in de VS, zagen we een cache met een leuke naam: “Wrinkled Rock:What really is behind Mt. Rushmore?”. Op internet hadden we al wel foto’s gezien, maar we hadden zo het idee dat dit niet helemaal klopte met de werkelijkheid.

Tja, en toen zagen we de naam van eerder genoemde geocache. In de stille hoop dat bovenstaande foto waar was, togen we op naar Mount Rushmore, het gigantisch grote monument, dat we in 2006 al hebben bezocht. Bij de eerste blik op de vier presidenten besluiten we te stoppen. Ik parkeer de auto, en als ik uitstap, komt er een glimlach op mijn gezicht. Terwijl ik kijk naar het beeldhouwwerk, zie ik een halve maan op klaarlichte dag. Met weemoed denk ik terug aan de afgelopen week.

Maar goed, verder dus naar de eerder genoemde cache. Wat is er nu werkelijk achter Mount Rushmore? Onderweg stoppen we nog een paar keer om het beeld vanuit weer een andere hoek te fotograferen, maar uiteindelijk kunnen we dan toch aan de wandeling, c.q. klauterpartij beginnen. Wat we te zien krijgen is niet echt verrassend. Bomen en stenen, maar al met al, was het toch de moeite van de wandeling waard, want dit bos is werkelijk schitterend. De bergen hier zijn van graniet, met daarin kwarts. Overal liggen kleine stukjes afkomstig van deze berg, en alles glinstert je dan ook letterlijk tegemoet. Als je van Bling-Bling houdt, dan is dit de place-to-be.

We vervolgen onze route naar Custer State Park. De weg kronkelt de bergen in, en is werkelijk schitterend. Bruggetjes waar je ternauwernood met één auto overheen kan. Tunnels die maar net breed genoeg zijn voor een auto. Op het moment dat we één van deze tunnels hebben doorkruist, krijgen we een blik op Mount Rushmore voorgeschoteld, dat we nimmer meer zullen vergeten. De zon maakt het welhaast onmogelijk om een goede foto te maken, maar we wagen toch een poging.

We rijden het State Park binnen. Volgens de reisgids, het grootste ongerepte natuurgebied van South Dakota. Of het waar is weet ik niet, maar wat ik wel weet, is dat het zeer fraai is. Het ene uitzicht is nog meer de moeite waard dan het andere. Langzaamaan wordt het later en later en voordat we het weten, kruipt de klok al richting vier uur. Vanaf het park is het nog ruim 3½ uur rijden naar het hotel, en we wilden nog wel op tijd in het hotel zijn. We breken ons bezoek aan het park af, maar juist voordat we het park verlaten, krijgen we eerst nog een uitzicht op een kudde buffels voorgeschoteld. Onze dag is meer dan geslaagd.

Close Encouters of Annie
Vandaag kregen we een behoorlijke rit voor de kiezen van bijna 800 kilometer. We hebben meer dan tijd genoeg om onderweg nog het een en ander te doen, aangezien we al om 5:30 uur opstaan. Zo vroeg? Ja, zelfs voor ons is dat bijtijds, maar het was noodzakelijk omdat we Rob & Tracy dienden weg te brengen naar het vliegveld, en ik diende nog een SMS te sturen naar Annie, die vandaag jarig is. Goed en wel aangekomen op het vliegveld, kreeg ik een SMS van haar terug, waarin ze bedankte dat ik aan haar verjaardag dacht. Na een, moeilijk, afscheid, waren we rond de klok van 7 weer terug bij de Bed & Breakfast. Er stond een zakje klaar met ons ontbijt. Wel zo handig, aangezien het ontbijt pas om 8 uur was, en we dan op zijn vroegst pas om half negen weg zouden zijn. Op deze manier konden we al bijna anderhalf uur hebben gereden, tegen de tijd dat we anders de spullen pas zouden hebben gaan pakken. Voordat we vertrokken met de auto, ontvingen we een berichtje. Annie… Ze stuurde een SMS, waarin ze bedankte dat ik aan haar verjaardag dacht.
In het donker, stuurden we de auto langzaamaan Cody uit. We passeerden het vliegveld, zouden we even stoppen om nog een keer gedag te zeggen tegen Rob & Tracy? We besloten om het toch maar niet te doen, hoe graag we het ook wilden. Op dat moment kregen we een berichtje. Annie… Ze stuurde een SMS, waarin ze bedankte dat ik aan haar verjaardag dacht.

Vijf jaar geleden zijn we door het Bighorn National Forrest gereden. Destijds hebben we erg genoten van de Shell Falls. Toen we een mogelijkheid zagen, om vandaag deze route in omgekeerde volgorde af te leggen, grepen we die kans ook met beide handen aan. Het zou wel langer rijden zijn, maar de schitterende route, zou dat meer dan goed maken. En natuurlijk weer even stoppen om te genieten van de fraaie Shell Falls. Op het moment dat ik onze Chevrolet de parkeerplaats op draaide, ontvangen we een berichtje. Annie… Ze stuurt een SMS, waarin ze bedankt dat ik aan haar verjaardag denk.

We vervolgen onze weg in de regen, die al de hele ochtend neerdaalt. Telkens lijkt het weer op te klaren, maar dan komt er weer een bocht, en wordt het weer net zo donker als voorheen. We besluiten om de auto te parkeren en een korte wandeling te gaan maken. We parkeren de auto en beginnen aan de wandeling. Juist op dat moment ontvangen we een berichtje. Annie… Ze stuurt een SMS, waarin ze bedankt dat ik aan haar verjaardag denk.

We rijden het Bighorn National Forrest uit en de snelweg op. We gaan verder richting het volgende doel van deze trip. Devils Tower National Monument. Vijf jaar geleden hebben we dit park rechts laten liggen, maar eigenlijk hadden we daar toch wel een beetje spijt van. We hebben dan ook besloten om deze monoliet, die vooral bekendheid kreeg door de film van Steven Spielberg, Close Encouters of the Third Kind, vandaag met een bezoek te vereren. Het is wel ruim 100 kilometer om, maar we hopen dat het de moeite waar zal zijn. We draaien de snelweg af, en als we na een tijdje plotseling Devils Tower zien, maakt dat toch wel een indruk op ons. Ondanks de regen, besluiten we om de auto te parkeren en wat foto’s te maken van dit natuurschoon. We rijden weer verder, en onderweg ontvangen we een berichtje. Annie… Ze stuurt een SMS, waarin ze bedankt dat ik aan haar verjaardag denk.

Als we bij de voet van Devils Tower zijn aangekomen, beginnen we aan een korte rondwandeling van een paar mijl rondom de voet van deze berg. Onderweg ontvangen we nog een berichtje. Annie… Ze stuurt een SMS, waarin ze bedankt dat ik aan haar verjaardag denk.

Ik geloof niet dat ik al ooit zoveel SMS berichten heb ontvangen op één dag, en al helemaal niet hetzelfde bericht om mij te bedanken. Ik denk dat Annie wel heel erg blij is, dat ik haar vandaag een SMS heb gestuurd.
Half moon in broad daylight
Vandaag was het tijd voor de tweede dag in Yellowstone. Gisteren was een mooie dag qua weer, maar een mindere dag wat betreft het wild spotten. Slechts één eenzame bizon hadden we gespot. We waren werkelijk in de veronderstelling dat het overige wild op vakantie was. De dag begon met een stralende zon, maar naarmate we dichter bij het park kwamen stapelden de donkere wolken zich op. We hebben nog wel nagenoeg droog twee caches op kunnen rapen in Montana, zodat er weer een staat van het lijstje af kan waar we een cache hebben gevonden. We hebben nu al in meer staten in de VS geocaches gevonden als onze Amerikaanse vrienden!

Uit de stapelwolken kwamen druppels uit de hemel naar beneden vallen. Eenmaal in het park bleek dat de bizons zich niets aantrekken van regendruppels. Blijkbaar is de familie vandaag teruggekeerd van vakantie, want we hebben door de dag heen een aantal kuddes met bizons gezien, rennend en wel.Verder hebben we nog wat herten gezien, (voor Rob en Tracy is dit niet heel bijzonder want die lopen bij hen gewoon in de tuin en eten de nectarines op), een eekhoorn en een wezel. Helaas voor ons geen rendier mogen spotten. Misschien een volgende keer.

Na de watervallen en de stinkende modderpoelen bezocht te hebben, zijn we weer begonnen aan de twee- en- half uur durende autorit terug naar Cody. Al met al weer een geslaagde dag. Helaas was het geen echt wandelweer vandaag.

Morgen brengen we Rob & Tracy in alle vroegte naar het vliegveld. Afscheid nemen is nooit leuk. Maar ik weet nu al wat ik het meest zag gaan missen, na drie fantastische dagen. Het uitzicht op een halve maan op klaarlichte dag!
Doris D en andere stukken
Vijf jaar geleden hebben we Yellowstone al met een bezoekje mogen vereren. Als je dat aan mensen vertelt, dan is meestal de eerste reactie, hoe was Old Faithful. Ehhhh…., die hebben we niet gezien moeten we dan zeggen. Tja, en als je die Oude Trouwe niet hebt gezien, dan heb je Yellowstone niet gezien, want dit is toch wel dé nummer één attractie in het park. Om het maar kort te zeggen, zonder deze geiser geen Yellowstone. Maar goed, dus eigenlijk hebben we Yellowstone nimmer bezocht voor vandaag. En dat alleen maar omdat vijf jaar geleden de regen met bakken tegelijk uit de lucht kwam vallen, zodat je in 30 seconden doorweekt zouden zijn. Destijds vonden wij die situatie een aardig goede reden om Old Faithful links te laten liggen.
Gisteren dus ook regen, en we werden bang dat Yellowstone niet aan ons gegund was. Je zou haast zeggen dat we bijna radeloos werden. maar toen we deze ochtend het ontbijt verorbert hadden (heb hier mijn reputatie ook al opgebouwd, toen ze met de glazen met fruit kwamen aandragen dacht ik nog “Vergeet me, géén fruit voor Paultje”, maar gelukkig hebben ze dat onthouden van gisteren.), was het schitterend weer, en gingen we met zijn vieren op pad. Ongeveer twee uur zou de rit naar het gebied van de geisers in beslag nemen. Een behoorlijke rit, maar ja, dat krijg je ook als je gaat rondtoeren in een gebied ter grootte van Brabant, en een maximumsnelheid van 55. Het is in elk geval iets wat we van te voren wisten. De 1e alinea in ogenschouw genomen, was het voor ons vandaag De eerste X Yellowstone.
Na een korte film, is het tijd om naar Old Faithful te gaan kijken, want ze weten op ongeveer 10 minuten, wanneer deze geiser gaat erupteren. Na een tijdje kijken begint het spektakel, en na 2½ minuut is het voorbij. ‘Is dit alles?’, is eigenlijk het enigste dat ik op dat moment kan bedenken. Begrijp me niet verkeerd, het was een fraai en indrukwekkend schouwspel, maar stiekem had ik toch iets meer verwacht. Wat? Geen idee.

We vervolgen onze route, en we gaan kijken bij de volgende geiser. Deze hebben ze op circa een half uur nauwkeurig voorspeld, en ook hier waren we keurig op tijd. Helaas, drie kwartier nadat dit wonder der natuur zijn water in de lucht zou hebben moeten gooien, hebben we niets gezien. Tja, de natuur blijft de natuur. En tijd genoeg? Ik zou willen dat we het hadden, maar helaas, we weten allemaal wel beter.
Laatste stop in dit stuk park is de Ochtend Glorie Poel, niets van verwacht, werd dit stuk natuurgeweld met openvallende ogen aanschouwd. Als je dit vijvertje in één woord samengevat zou moeten worden, dan is dat eigenlijk heel eenvoudig: “Prachtig”.

We zijn nu uren verder, en we besluiten dat we de rondrit afmaken. Een rit van bijna 3 uur terug richting B&B. We hopen onderweg nog wat dieren te zien. Okee, we hebben wel iets gezien vandaag buiten een eekhoorn om, maar die ene verdwaalde buffel van vanochtend telt niet echt mee. Stilletjes hoop ik dat ik buiten een gigantisch grote kudden buffels ook een als Winnetoe verklede acteur te zien krijg, die ons het een en ander haarfijn uit kan leggen over deze gigantische dieren, maar eigenlijk wist ik al meteen dat dat wel een stille hoop zou blijven.
We kwamen dichter en dichter bij de uitgang van het park, en hoe we ook keken, geen buffels. Qua dieren, is vandaag een echte nachtmerrie geworden. Morgen misschien meer geluk.


