Amerika

Vandaag stond een bezoekje aan het noordelijk deel van het Everglades NP op het programma. Hier zou meer nat grasland te zien zijn, en bovendien is er ook nog een uitkijktoren waar je op hoogte over de Everglades uit zou kunnen kijken. Zoals eerder gezegd, is het beeld dat wij, en ik denk ook de meesten, van de Everglades hebben, de ondergelopen weides, waar je met een propellerboot over heen kunt scheren. Dat laatste kunnen we vergeten in het Nationaal Park zelf, maar we hebben we bedrijven gevonden, waar je met een propellerboot kunt worden rondgevaren net buiten het park. Naar het bezoekerscentrum in het noorden is het bijna 85 kilometer rijden. Aangezien we vanmiddag ook nog met zo’n propellerboot mee willen, dienen we, zoals gewoonlijk, tijdig bij het hotel te vertrekken.

Het nadeel van de regio rondom Miami is dat het druk is. Een deel van de 85 kilometer wordt stapvoets afgelegd, en daardoor neemt de rit 2 uur in beslag. Als we de laatste afslag nemen, is het gedaan met de drukte, en kunnen we vlotjes doorrijden naar het bezoekerscentrum. Eenmaal gearriveerd, parkeren we de auto en wandelen we naar het bezoekerscentrum. We vragen naar de uitkijktoren, en het antwoord dat we te horen krijgen, doet ons vermoeden dat men heel graag wil dat dit park met superstip op nummer 1 van minst leuke Nationale Parken van de VS komt. Natuurlijk konden we de toren bezoeken. Als we dat wilden, dienden we wel even $40 te betalen. Per persoon welteverstaan. We zouden dan anderhalf uur later met een busje naar de toren worden gebracht. Voor een kwart van dat geld, kan ik naar de top van de Eiffeltoren, en laten we eerlijk zijn, dat staat toch iets meer tot de verbeelding dan de 15 meter hoge uitzichttoren van het Everglades NP. Als we vriendelijk bedanken, wordt ons verteld dat we ook met de fiets kunnen gaan. Om een oude, roestige, nog net niet uit elkaar vallende fiets met slappe banden te mogen huren dienen we $9 per persoon per uur te betalen. We dienen rekening te houden dat we de fiets minimaal drie uur nodig zullen hebben. Als we vertellen dat we ook dit een klein beetje ‘over-the-top’ vinden, wordt ons verteld dat we ook kunnen lopen. Een wandeling van 27 kilometer enkele reis welteverstaan. Gratis, dat dan weer wel.

Als we besluiten dat dit niet iets is wat voor ons is weggelegd, vragen we wat we nog meer kunnen doen vanaf dit bezoekerscentrum. We horen dat er twee korte wandelingen zijn. Één daarvan begint recht achter het bezoekerscentrum en als we dat volgen komen we op een ander pad uit. Als we dat pad anderhalve kilometer volgen, komen we aan het begin uit van een andere korte wandeling. Eindelijk iets dat ons als muziek in de oren klinkt. Als we goed en wel op pad zijn, zien we een kleine alligator de weg oversteken. We maken foto’s en vervolgen onze weg.

Als we bij het startpunt van de tweede wandeling zijn aangekomen, zakt mijn onderkaak richting het aardoppervlak. Inderdaad van verbazing. Het pad van de leuke korte wandeling is namelijk een beetje vochtig. En dan in die mate vochtig, dat als je aan de wandeling zou beginnen dat je knieën nat worden. Eigenlijk gewoon een ‘no-go’ dus. Nu ben ik van mening dat men dit ons bij het bezoekerscentrum best wel had kunnen vertellen.

We besluiten om terug te wandelen richting de auto en dan verder te gaan. Onderweg ontmoeten we een ouder stel. Ze zijn afkomstig uit Schotland en hebben al vele malen door de VS gereisd. Ze regelen altijd alles zelf en houden van vroeg opstaan. Plotseling zie ik onszelf over 30 jaar en glimlach. De man verteld ons dat hij een hele grote alligator heeft gezien en ons die graag wil laten zien. We gaan op zijn aanbod in, en korte tijd later zien we, verscholen, een reusachtige alligator liggen. Terwijl we nog wat staan te babbelen roept zijn vrouw. Ze wil met de bus mee die op het punt van vertrekken staat, en hij dient nog twee kaartjes te kopen. Zouden wij dat over dertig jaar wel doen, of zouden we dan nog te geldbesparend zijn?

We laten het Everglades NP voor wat het is en we besluiten om naar Big Cypress National Preserve te gaan. Veel weet ik niet over dit park dat tegen het Everglades NP aan ligt, maar ik heb gezien dat er een zogenaamde loop road is. Wellicht dat deze weg de moeite waard is om enkele uren te overbruggen voordat we op pad kunnen met de propellerboot. We rijden de weg op, en komen nagenoeg geen auto’s meer tegen. Wat ons opvalt is dat de mensen die langs deze weg wonen allemaal een laag hek rondom hun huis hebben. Zou dat tegen de alligators zijn? Het lijkt ons de meest logische verklaring. De weg is niet veel aan. Links bomen, rechts bomen en af en toe komen we een auto tegen. Na bijna een half uur over deze weg gereden te hebben, zet ik de auto stil. Voor me ligt een plas water over de gehele weg. Ik denk ongeveer een centimeter of 25, 30 diep. Aangezien ik totaal geen ervaring heb met het rijden door een plas van deze afmetingen vraag ik me af of het mogelijk is met een auto als wij hebben. Ik denk na, en bedenk me dat we soortgelijke auto’s tegemoet zijn gereden. Ik hoop dat ze niet ergens uit een of ander zijstraatje zijn gekomen, en geef gas. Voorzichtig, dat wel. Als ik te veel gas geef, denk ik dat de 367 PK’s van onze Dodge de achterwielen een golfslagbad laten creëren. Als ik te weinig gas geef, ben ik bang dat de auto af zal slaan. Wat dan? In gedachten sla ik een kruisteken en prevel ik een schietgebedje. Ik doe nog net mijn ogen niet dicht als de voorwielen het water raken.

Plotseling bevinden we ons in een muur van water. Overal waar we kijken zien we niets anders dan opspattend water. Vol spanning gaan we verder en raken heelhuids aan de andere kant van de plas water. Enkele minuten later herhaalt het hele circus zich weer als we wederom bij een enorme waterzee op de weg staan. Korte tijd later wederom één, en weer, en weer. Mijn vertrouwen in onze auto groeit met het trotseren van elke plas, en op het laatst kunnen we zelfs genieten als we alweer omringd worden door een muur van water.

De asfaltweg gaat over in een zandpad, en plotseling zijn de plassen op de weg verdwenen. Hier en daar zien we een opening tussen de bomen, en zien we wonderschone plaatjes. We stoppen met grote regelmaat en telkens als we stoppen, lijkt het alsof het stukje schitterende natuur dat we te zien krijgen een zoek en vind plaatje is. Waar we ook kijken, overal zien we plotseling iets. Dan een prachtig vogeltje. Dan weer een alligator. Dan weer alligatorgars van meer dan een halve meter. Hier begint het grote genieten.

We rijden verder en plotseling meen ik vanuit mijn linkerooghoek door een klein gaatje tussen de bomen iets te zien zitten.

Ik zet de auto in zijn achteruit, en stop om te kijken of ik inderdaad zag wat ik meende te zien. We kijken even, en zien dan inderdaad een Amerikaanse moerasschildpad wanhopig een paar straaltjes zon proberen op te vangen.

We genieten en de tijd vliegt voorbij. De tijd die we wel in de gaten dienen te houden, anders zijn we nog te laat voor de laatste rondvaart met een propellerboot van die dag. En dat is iets wat we toch niet willen missen. Ook al kost dat bijna $40 per persoon. We hebben het idee dat de boten wel iets groter zullen zijn dan de boten die we in alle series zien. Na een kort onderzoek hebben we immers al ontdekt dat een rondvaart met zijn tweeën door de wetlands op minimaal $350 komt. Wel, zó leuk lijkt het ons ook weer niet. We parkeren de auto, kopen kaartjes en gaan staan te wachten in de rij. Als ik de boten, waar ongeveer 20 personen tegelijkertijd in kunnen, sta te bewonderen begint het plotseling te stortregenen.

De ervaring van de afgelopen dagen heeft ons geleerd dat de regenbuien hier over het algemeen niet al te lang duren. Toch besluiten we om nog even snel de jassen uit de auto te halen. Voor het geval dat. De rondvaart begint, en als we de eerste bocht om zijn, begint de enorme motor achter me te brullen. We vliegen over het gras, dat gewillig ombuigt. Wild zien we niet, maar dit is het idee dat we hebben als men het over de Everglades heeft. Dit zijn de beelden die men wil zien. Dit is hetgeen men hier wil ervaren. Ik weet wel, dat die beelden door de Amerikaanse TV-series opgedrongen zijn, maar toch. Dit is precies dat wat we hier willen beleven. We genieten.

Voor we er goed en wel erg in hebben is de pret alweer voorbij, en moeten we afscheid nemen van onze stuurman. We kijken nog even naar de alligatorshow en wandelen door de kleine dierentuin alvorens we naar het laatste hotel van deze trip gaan.

Nog nagenietend van al het moois dat deze dag ons gegeven heeft, rijden we Miami binnen. We parkeren de auto bij het laatste hotel van deze trip. Ruim een half jaar geleden geboekt. Als we willen inchecken, blijkt dat de boeking niet bekend is bij het hotel. We laten de dame achter de balie de bevestiging zien. Ze kan ons een kamer voor een nacht aanbieden voor dezelfde prijs, maar hebben wij twee nachten geboekt. We hebben, ondanks dat de dag vandaag niet zo geweldig is begonnen, geluk vandaag. Want de dame achter de balie blijkt de eerste vriendelijke inwoner van Florida te zijn. Ze geeft ons het wachtwoord van de WiFi, en verteld ons dat we op het gemak een ander hotel kunnen gaan zoeken. Tot zolang houdt ze de laatste kamer van het hotel voor ons vast. Over het algemeen zijn hotels niet zo’n groot probleem in de VS, maar het is altijd wel fijn, als het eerste en het laatste hotel van de reis geregeld zijn. Bij alletwee ging het deze reis fout. Al snel vinden we een hotel dat nog wel kamers voor twee nachten vrij heeft. We bedanken de vriendelijke dame achter de balie en glimlachend zwaait ze ons uit terwijl wij dan op weg gaan naar het einde van onze rondreis.

Bewaren

Bewaren

Bewaren