Amerika

Kwart over vijf gaat de wekker. Zelfs voor ons is dat vroeg te noemen. Maar zoals men dat zo mooi noemt, nood breekt wet. We dienen namelijk tussen acht uur en half negen bij de rederij Starfish in Marathon te staan. De geschatte reistijd vanaf het hotel is anderhalf tot twee uur. Aangezien we zeker op tijd willen zijn, dienen we toch op tijd te vertrekken. We hebben ook nog eens de pech dat we niet heel geweldig hebben geslapen vannacht. Op het hotel was niets aan te merken. Maar het heeft bijna de hele nacht geonweerd. Ook de wind was behoorlijk heftig te noemen. We kunnen eigenlijk alleen maar hopen dat het weer in de ochtend wat opklaart. Mocht de snorkeltour die voor vandaag gepland staat afgelast worden, dan wordt er een uur voor aanvang van de tour een mail gestuurd. Beetje vreemd in onze ogen, aangezien we er om 8 uur dienen te zijn en de tour om 9 uur begint. In alle vroegte vertrekken we bij het hotel, en iets na achten komen we op de plaats van bestemming aan. We vullen alle nodige paperassen in, en rond de klok van negen varen we uit. Het onweert en regent niet meer. Langzaamaan begint de lucht iets open te trekken, maar het waait nog hard. De zee is behoorlijk ruw.Perfect weer dus om voor de eerste keer van je leven in open zee te gaan snorkelen. We springen in het water, en het duurt even voordat we de slag te pakken hebben. Maar dan is het dan toch echt tijd om te genieten. Het is net alsof we door een aquarium zwemmen. Ik ontdek dat vissen wel iets weg hebben van vogels. Ze zijn razendsnel en hebben geen goesting om te wachten tot het moment dat je een goede foto hebt gemaakt. Gelukkig zijn we over een paar foto’s wel redelijk tevreden.

De tijd vliegt voorbij, en voordat we er erg in hebben worden we teruggefloten door de kapitein en moeten we terug aan boord komen. We zien dat de zee inmiddels een stuk rustiger is geworden. Eigenlijk hadden we dat helemaal niet door toen we nog in het water lagen. Voordat we goed en wel aan de terugtocht beginnen, maken we nog snel een foto van de vuurtoren van Marathon die in volle zee staat, en eigenlijk niet meer is dan een roestig ijzeren frame met daarop een lamp. Maar toch heeft het geheel wel iets, en begrijpen we waarom dit op menig briefkaart en kalender is vereeuwigd.The Florida Keys! Een must-see volgens diverse mensen. We hebben ons laten verleiden, en inderdaad, het snorkelen is geweldig. Maar The Keys, is meer dan alleen maar snorkelen. Het is… Tja, wat is het eigenlijk? Dat vragen we ons ook af als we naar het meest westelijke puntje rijden. “De weg erheen is al grandioos!”, roemt men als men over The Keys praat. We rijden over die roemruchte weg. Ik kijk links en zie bomen. Ik kijk rechts en zie bomen. Ik kijk voor me en zie auto’s. Ik kijk in de achteruitkijkspiegel en zie auto’s. En dat kilometer na kilometer. Oceaan zie ik nergens. Men kan wel zeggen dat ik bezig ben om van eiland naar eiland te rijden. Maar daar merk ik niet veel van. De weg is ruim 180 kilometer lang en saai. Een kilometer of 20 zijn wel leuk, en dan heb ik het met name over de 7-Mile-Bridge en het laatste stukje richting Key West, als de eilandjes niet zo groot zijn, en ik de oceaan wel kan zien. We arriveren in Key West en na de auto geparkeerd te hebben, komen we na een korte wandeling terecht in iets wat ik het beste kan omschrijven als ‘De hel voor P&M’. Toeristisch op en top. Souvenirwinkel na souvenirwinkel. We gaan er een naar binnen om het broodnodige rugzakspeldje aan de collectie toe te kunnen voegen. Als we willen vragen wat deze zou moeten gaan kosten, blijkt er geen personeel in de winkel aanwezig te zijn. We gaan een deur verder. Hier is wel iemand van het personeel aanwezig. Niet al te vriendelijk worden we welkom geheten. We vinden niet wat we zoeken, en gaan de volgende deur binnen. En de volgende deur. Hier is ook iemand van het personeel aanwezig. De eigenaar schatten we in, en ook hij komt niet al te vriendelijk over, aangezien hij simpelweg een potentiele klant staat uit te schelden. Als deze weg is, foetert hij vrolijk verder over de klant tegen ons. Wat er gespeeld heeft weten we natuurlijk niet, maar feit is dat men niet zo over zijn klanten dient te spreken. Zeker niet tegen volslagen vreemden. We gaan snel de deur weer uit en bij de volgende stop vinden we precies wat we zoeken. Een speldje dat verkocht wordt door redelijk vriendelijk personeel. We wandelen verder, en besluiten om een kop koffie te gaan drinken bij die welbekende Amerikaanse keten. Het is hier zo toeristisch, dat men ervan overtuigd is dat die domme toerist de spullen toch wel koopt, dat men het niet nodig vindt om hier ook maar enige vorm van meubilair binnen te zetten. Tot nu toe hebben we nog geen hoge pet op van The Keys. De mensen die hier zijn om jou zuurverdiende centjes binnen te harken, zijn niet echt vriendelijk te noemen. Het gaat zowat richting het arrogante toe. Dit is alles behalve wat we van Amerika gewend zijn.We besluiten om naar het monument te gaan dat op ieder souvenir te zien is. Dit baken toont dat we nog 90 mijl van Cuba verwijdert zijn, en vol trots staat er op het monument dat dit het zuidelijkste puntje van het vasteland van de Verenigde Staten is. Op zich toch ook weer vreemd, aangezien we een uur eerder toch echt ruim 700 meter meer zuidwaarts hebben gestaan. Daar was overigens niets te zien. Maar goed. Het zij zo. Bij het monument is het druk. Inderdaad, met toeristen. Althans dat dacht ik, want als we netjes zijn aangesloten achteraan in de rij, blijken het fotomodellen te zijn. Uitvoerig wordt er geposeerd bij het monument. De een vindt zichzelf nog mooier dan de ander. Geflaneerd wordt er hier overal. Vele vrouwen lopen rond met een flair van ‘Kijk mij, heb ik geen mooie bikini?’ Jawel mevrouw, en die 7 zwembandjes eronder kleden ook heel fraai af.

We zien een man lopen met een kniebroek. Op zich niet bijzonder. Gewoon een man. Type sportschool en kapsalonfreak. Op allebei zijn kuiten heeft hij een tatoeage. Beide zoompjes in zijn kniebroek zijn een klein beetje opgehaald, zodat beide tatoeages helemaal te zien zijn. We lopen verder. Zowel Marieke als ik snappen niet waarom het hier zo toeristisch is. Men kan nergens met goed fatsoen gaan zitten om iets te drinken. De mensen zijn haast arrogant te noemen. De gebouwen zijn niet geweldig onderhouden en op straat is het ook nog eens een rommeltje.  Ondanks deze, min of meer toch wel verwachte, domper, kunnen we wel zeggen dat we wederom een geweldige dag hebben gehad. Én we kunnen zeggen, dat we op The Keys zijn geweest! Ik weet alleen niet of ik daar trots op dien te zijn.

Bewaren