Amerika

Voor vandaag stond een grote rit op het programma. Maar liefst 1/5 van het totaal aantal te rijden kilometers zou verslonden zijn aan het einde van de dag. Dat houdt dus in, dat we vandaag voornamelijk in onze grijze bolide hebben vertoefd, en dat er maar weinig tijd overbleef om andere dingen te doen. Alhoewel, een cache vinden in New Hampshire, om zodus gelijk een staat af te vinken, in een leuk plaatsje, waarna genoten kan worden van een kop koffie is natuurlijk geen straf.

Na deze korte stop, was het doel Acadia National Park in de staat Maine. Komt meteen het overzicht van de National Park Service dat ik vorige maand heb gedownload voor gebruik op de TomTom van pas. Het bezoekerscentrum van het park opgezocht bij Nuttige Plaatsen, en op weg erheen. Voorspoedig liep de reis, en we waren toch wel heel erg blij dat we dit bestandje hadden gedownload, aangezien ook hier de bewegwijzering van de Nationale Parken niet, om het zachtjes uit te drukken, optimaal te noemen was. Tot het moment dat Tommie voor de laatste keer meldde ‘Sla links af’, en we over een zandpad uitkeken, naar een oude vervallen stal. We keken elkaar aan, en spontaan kwam de titel van dit relaas bij ons beiden naar boven. Al hadden we toen de woordspeling nog niet bedacht.

Ook wij weten dat het overal wat minder gaat, en dat overheidsinstellingen minder geld te besteden hebben aan onderhoud, maar dit was toch wel erg overdreven te noemen. We weten niet wat hier gevestigd was, maar als we één ding wel wisten, was het wel het feit dat hier zeker geen bezoekerscentrum te vinden zou zijn. Ons plan om na 600 kilometer gereden te hebben nog een uurtje of anderhalf te gaan wandelen valt in duigen. We besluiten om richting het hotel te gaan, en aldaar uit te zoeken waar het bezoekerscentrum daadwerkelijk gevestigd is. Gelukkig is het hotel dat we hebben geboekt vlak bij de ingang van het Nationale Park te vinden, dus we zouden er op korte termijn moeten kunnen zijn.

Niet helemaal dus. Als we het adres in de GPS hebben ingevoerd, blijkt dat we op een ander schiereiland zitten, en dat we nog meer dan een uur naar het hotel moeten rijden. Weer klinkt er een: “Dat Maine je niet!” door de auto. We besluiten om op het gemak richting het hotel te rijden en onderweg hier en daar te stoppen, want hoe groot de domper ook is, het landschap dat we hebben doorkruist is wel heel erg de moeite waard.

Vlak bij het hotel vinden we inderdaad de ingang van het Nationale Park én het bezoekerscentrum. Het gedownloade bestand blijkt eigenlijk dus gewoon waardeloos te zijn. Als we bij het bezoekerscentrum arriveren, blijkt dat het al geruime tijd is gesloten. Zachtjes wordt er nog een keer vandaag gepreveld: “Dat Maine je niet…..”