Zweden

Stockholm, staden som aldrig sover.’ Natuurlijk is het zo, dat dat een stuk minder lekker bekt dan: ‘New York, the city that never sleeps.’, maar in mijn ogen is het veel logischer. Het maakt niet uit op welk moment van de dag je hier je ogen open doet. Of het nu ‘s middag of ‘s nachts drie uur is, het is gewoon licht. Veel verder dan wat schemer komen ze hier niet in deze tijd van het jaar. Natuurlijk heb ik er wel van gehoord, maar toch wel vreemd om het mee te maken. Het gevoel van tijd raak je, met name in de avond wel kwijt. Het is nu half tien, terwijl ik dit zit te typen, maar ik heb het idee, dat het net zo goed een uurtje of half acht zou kunnen zijn. Over een uurtje is het nog net zo licht als het nu is. Maar goed, niemand die op dit oeverloos getik zit te wachten. Over tot de orde van de dag dan maar.

Skansen, oftewel op zijn goed Nederlands, redoute. Er gaat bij niemand die deze woorden leest, ook maar enigszins een belletje rinkelen? Echt niet? Vooruit dan. Volgens nagenoeg alle reisgidsen en alle websites die over Stockholm gaan, is Skansen hét ultieme wat je moet bezoeken als je in Stockholm bent. Skansen is het oudste openluchtmuseum ter wereld. Aangezien wij altijd van ons eigen Openluchtmuseum kunnen genieten, leek het ons wel de moeite waard, om dit ook in Stockholm te doen. Zo gezegd, zo gedaan, en deze ochtend toogden wij in alle vroegte terug naar Gamla Stan. Huh, zullen velen nu denken. Maar het Openluchtmuseum heet toch Skansen? Klopt helemaal, maar goed voorbereid als we zijn, weten we dat Skansen pas om 10 uur zijn poorten opent. Tijd genoeg dus om eerst wat te dreutelen in het oude Stockholm, waar we gisteren ook al genoten hebben.

Nadat we bij Skansen gearriveerd zijn, is het tijd om te gaan genieten van alle oude ambachten die we ongetwijfeld te zien gaan krijgen. En inderdaad, zoals het een goed openluchtmuseum betaamt krijgen we oude ambachten te zien. Als eerste komen we bij een glasblazer terecht. Op het moment dat ik een foto maak, krijg ik te horen dat dit niet mag. Sorry, wat? Mijn bril valt bijna van mijn hoofd, omdat de pootjes niet meer door mijn oren wordt ondersteund aangezien die aan het klapperen zijn geslagen. Een openluchtmuseum waar oude ambachten worden getoond, en waar je géén foto’s mag maken? Dat is compleet nieuw voor mij, en om heel eerlijk te zijn, een domper van jewelste.

Onthuts vervolgen we onze weg, en gaandeweg wordt onze teleurstelling in het park groter en groter. We passeren een oude apotheek. ‘Öppet’, is er op een bordje te lezen. Onze kennis van de Zweedse taal is ondertussen dus dusdanig groot dat we weten dat de apotheek geopend is. Altijd leuk een oude apotheek van binnen te zien, met alle potjes en kruiden die daarbij horen. Nimmer hadden we verwacht dat mensen in Zweden met koffie en gebak de apotheek weer verlaten. En zo is het grofweg met alle gebouwen die we te zien krijgen. Wat haal je bij een boekbinderij? Paraplu’s en andere benodigdheden voor de gemiddelde toerist natuurlijk. Mopperend lopen we door dit park. Dit is toch alles behalve een aanrader? En overal bordjes. ‘Verboden foto’s te maken’. Bordjes, waar ik me niet al te veel van aantrek.

Op het centrale plein in het park aangelopen, kijken we een vrouw in klederdracht op haar rug. Dit doet ons denken aan Vogtsbauernhof in het zuiden van Duitsland. Een openluchtmuseum waar ze wel begrepen hebben hoe het dient te werken. Achteraf gezien, lijkt het wel, of met het weglopen van de vrouw in klederdracht de ommekeer in het park voor ons betekende, want na dit moment werd het steeds beter en beter. De winkeltjes in de oude gebouwen verdwenen. De verboden te fotograferen bordjes maakten plaats voor verboden te flitsen bordjes. Iets wat begrijpelijk is.De gebouwen liggen niet meer op een kluitje, maar soms welhaast idyllisch verscholen in het park.

Oude ambachten werden vaker getoond. Verhalen werden, al dan niet op verzoek, verteld. In het Zweeds of in het Engels. Hoogtepunt hierin is dan toch wel de boerderij waar door een vrouw werd verteld hoe hier vroeger werd geleefd en gewerkt door twee vrouwen, of beter gezegd meisjes, aangezien ze ongeveer 11 jaar waren. De ene zorgde voor een 40-tal koeien, de andere maakte van de melk, boter en kaas. De wei die overbleef, werd drie of vier dagen gekookt, tot er een of ander bruin, zoet goedje overbleef. Mensen vonden het lekker of niet, volgens de vertelster. Een tussenweg was er niet. Toen we aan het einde van het verhaal het goedje mochten proeven, bleek die uitspraak te kloppen. Althans bij ons tweeën. Ik vond het lekker. Van touwslager tot lerares, van strovlechter tot mandenmaker. Alles kregen we voorgeschoteld, en dat allemaal in de juiste omgeving. En foto’s maken, geen enkel probleem. Zolang er maar niet werd geflitst.

Met een voldaan gevoel verlaten we het park, en met een gerust hart kunnen we beamen dat Skansen een aanrader is als men in Stockholm is. We nemen de bus naar Strandvägen en wandelen langs deze fraaie promenade op weg naar een restaurant, zodat we onze magen weer een beetje kunnen vullen.

Na het avondeten besluiten we om talmend onze weg naar het hotel te gaan vinden. Zoals wel vaker als we dit doen, worden we aangenaam verrast door vele kleine dingen die we te zien krijgen. Dit is genieten ten volle. Zo zou elke dag in het leven eigenlijk moeten zijn.