Normaal gesproken, wordt bij het verhaaltje van de dag, ergens wel de titel duidelijk. Gisteren niet, maar de oplettende lezer, had vast wel de link bij de allerlaatste punt van het verhaal opgemerkt. Door daar op te klikken, kwam de oplettende lezer uit op de site van Wikipedia, en kreeg hij de uitleg van de titel van het verhaal voorgeschoteld. Voor iedereen die dat gemist heeft, hieronder het betreffende stukje tekst.

Het motto van Sevilla is ‘NO8DO’, waarbij de 8 een knot wol (in het Spaans: madeja) voorstelt. De rebus moet dus gelezen worden als “NO MADEJA DO”, een informele uitspraak van “No me ha dejado”, wat in het Spaans ‘Zij heeft me niet verlaten’ betekent. Volgens de legende is deze spreuk in de 13e eeuw gebezigd door Alfons X die daarmee vaststelde dat Sevilla (“Zij”) hem niet in de steek heeft gelaten bij zijn strijd tegen zijn zoon Sancho IV. De spreuk wordt echter ook toegeschreven aan Ferdinand III, die dit zei in 1248 bij de bevrijding van Sevilla van de Moren. Dit motto is niet alleen terug te vinden in de vlag van Sevilla maar ook op veel putdeksels en wordt altijd verwerkt in de poort (“La Portada”) van de Feria de Abril.

Na gisteren de kathedraal te hebben bezocht, stond deze ochtend als eerste het Plaza de España op het programma. Aldus diverse reisgidsen één van de hoogtepunten van Sevilla. Als ik eerlijk ben, moet ik bekennen, dat ik het in het geheel niet mooi vind. Indrukwekkend, en een knap staaltje werk. Dat wel. Maar mooi? Nou, nee. Het is wel iets dat men met eigen ogen gezien moet hebben, mocht je toevallig ooit in Sevilla zijn.

Gelukkig waren wij er bijtijds, en was het nog niet zo heel erg druk, hierdoor konden we alles in een redelijk tempo, goed bekijken, en hebben we van nagenoeg alle 52 tegeltableaus een foto kunnen maken.

Na dit stukje erfgoed van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929 te hebben bezocht, was het tijd om door te gaan naar een ander hoogtepunt van Sevilla, namelijk het koninklijk paleis van Sevilla. Beter bekend als Alcàzar Real. Ook dit was indrukwekkend, en ook haast een verplichting te noemen, om het met eigen ogen te gaan bekijken. Maar in tegenstelling tot het Plaza de España, vond ik dit wel mooi. Ook al dien ik wel te zeggen, dat je het na een tijdje ook wel gezien hebt, en dat alles dan op elkaar gaat lijken.

Alhoewel dit gebouw een mengelmoes van verschillende bouwstijlen is, valt dat op het moment dat je daar rondwandelt niet echt op. Pas als je achteraf de foto’s bekijkt, wordt duidelijk dat er toch veel verschil zit tussen de zalen.

Zoals eigenlijk in heel de stad van toepassing is, is dat ook hier van toepassing. Achter iedere hoek, schuilt een fraaie verrassing, die met grote regelmaat het hart toch iets sneller doet kloppen.

Na het Alcàzar Real, was het tijd om een rondwandeling af te maken, waaraan we gisteren begonnen waren. Struinen door smalle straatjes en steegjes, ondertussen verrast wordend, door fraaie pleintjes, beelden en doorkijkjes. Dit is eigenlijk voor ons de manier om een stad pas écht te zien. En dat laatste is iets dat we de afgelopen twee dagen hebben gedaan.

Na wederom een wandeling van een kilometer of twaalf, was het na twee dagen Sevilla, tijd om de rit van ruim 250 kilometer naar ons appartement nabij Marbella te aanvaarden. In de auto, zakken alle indrukken van de afgelopen dagen rustig naar beneden, en komen we tot de conclusie dat Sevilla één groot, schitterend openluchtmuseum is.

 

4 Reacties

  1. Vergeleken bij jullie zijn Albert en ik echt cultuurbarbaren… Hihi. Ik vond Plaza de Espagne wel kei mooi en heb die tegeltableaus niet eens gezien, hahaha.

    Blij met jullie foto’s en verhalen. Pik ik toch nog een stukje algemene ontwikkeling mee 😉

  2. Nee vast niet, wij worden al moe bij de gedachte om iedere dag zover te lopen, ook al hebt je drie “benen”.
    Rust morgen eerst maar eens echt uit en dan op naar het volgende!

De mogelijkheid om te reageren is gesloten.