Soms duurt het even. Dat heeft meestal verschillende redenen. De belangrijkste is vaak een gebrek aan enige inspiratie. Maar dat is iets wat gebruikelijk is op te lossen door gewoon beginnen met typen, en zien wat er op het scherm verschijnt. Een andere reden zou kunnen zijn, tijd. Gewoon, geen zin meer hebben om iets te typen. Simpelweg omdat het al veel te laat is als je terugkomt bij je appartement na je dagtrip. Iets anders wat we nog zouden kunnen bedenken is, moe. Moe, van het 15 kilometer wandelen en slenteren. Moe, van het 4 uur autorijden. Of wat dacht je van teleurstelling? Je gaat iets bekijken, waarvan je hoge verwachtingen hebt, en in de praktijk blijkt het toch iets of wat tegen te vallen? Vandaag was het een combinatie van.

Om toch iets te geven aan de trouwe lezers, doe je als uiterste wanhoopsdaad dan toch maar iets, ergens op het internet plaatsen. Blijken er drie van die trouwe lezers op dat minuscule stukje tekst en die foto van postzegelformaat te reageren. Die drie reacties tesamen leveren dan weer een titel op, waardoor, bijna als vanzelf een verhaal ontstaat in mijn hoofd. Compleet met afbeeldingen en al. Alleen dat verhaal, ga ik, misschien wel helaas voor jullie, hier niet neertikken. In plaats daarvan ga ik gewoon voor hetgeen ik altijd doe bij een gebrek aan inspiratie, en ik zie wel waar de titel me heenleidt.

Om een bezoek aan het Alhambra in Granada te brengen, lijkt het welhaast of je een uitverkorene moet zijn. Het Alhambra, volgens ieder zichzelf respecterende reisgids, is niet een topattractie van Andalusië, neen trouwe lezer, het is dé TOPATTRACTIE van gans Spanje. Als simpele toerist zijnde ga je niet gewoon daarheen om te kijken, neen, je gaat vragen wanneer het hun uitkomt, dat jij jouw zuurverdiende centen aan hun wilt toevertrouwen. Er wordt je een lijst met dagen voorgeschoteld, waarop je welkom bent. Uit dat beperkte aanbod, mag je een keuze maken. Komt het jou niet uit? Jammer dan. Ga je toch niet. Wil je toevallig ook nog het Nasride Paleis bekijken, dan wordt de ‘vrije’ keus nog verder beperkt, en mag je, op de zorgvuldig door jou uitgezochte dag, kiezen uit een paar tijdstippen waarop zij hun cultureel erfgoed aan jou, simpele ziel, willen tonen. En mocht je het in je stomme hoofd halen, om op het aangegeven tijdstip, niet getrouw als een hond, in de rij te staan, dan heb je gewoon pech. Nee, hier gaat het verhaal van ‘ik betaal, dus ik bepaal’ duidelijk niet op. En waarom? Heel simpel, want zij zijn groot, en jij bent klein.

En zo hebben wij, Calimero’s als we zijn, deze heugelijke, regenachtige dag, vorige maand uitgekozen om af te reizen naar Granada, alwaar wij vanaf klokslag 2 uur worden verwacht. Aangezien we ervoor hebben gekozen om vroeg aan het ontbijt te zitten, zodat we zeker op tijd zijn om het oude huis van de Sultan te gaan bekijken, hadden we bij aankomst op de parkeerplaats nabij zijn stulpje, nog meer dan voldoende tijd om onszelf in de regen in de binnenstad van Granada te gaan vermaken. Zo gezegd, zo gedaan en al wandelend en tikkend, dalen we af naar de binnenstad. Terwijl het hemelwater langzaam onze kleren nat maakt, genieten we van het fraais dat deze stad te bieden heeft.

Het moge duidelijk zijn, trouwe lezer, dat het wolkendek dat hoog in de hemel hangt, ervoor zorgt, dat deze stad niet zo schittert, als deze zou doen wanneer de zon haar stralen tot in het donkerste hoekje van ieder plein doet doordringen. Want, ook voor deze Calimero’s geldt, dat indien het water neerdaalt op onze kruin, wij het hoofd nederig buigen, en meer van het trottoir zien, dan van de rest. Maar ook dat heeft zo weer zijn voordelen. Op zulke momenten worden onze schoenen beter bekeken, dan op andere momenten, zoals wanneer ze onder het stof zitten. Glimmend van het hemelwater bedenken we ons dan wat voor een geweldige vervoersmiddelen we aan onze voeten mogen dragen. Beschermend tegen allerlei ongemak, waarvan je voeten niet vrolijk worden, zoals glas. Het hemelwater buitenhoudend, zodat je voetjes lekker comfortabel droog blijven. En dat alles doen ze, zonder ook maar één keer te mopperen. En wat doen wij ervoor als dank? Niets, maar dan ook helemaal niets. Als ze geluk hebben, dan worden ze een keer voorzien van een verse kleurlaag, maar daar houdt het ook bij op. Als we denken, dat ze iets beginnen te mankeren, dan danken wij ze af, en worden ze als oud vuil gelanceerd tussen de rest van het afval.

Al spoedig kruipt de klok richting twee, en wij gehaasten ons riching het Alhambra. Een warm onthaal is hetgeen wij verwachten, maar daarin worden we behoorlijk teleurgesteld. Achteloos, alsof het ons niets doet, gaan wij naar binnen, en bezoeken we als eerste De Tuin van de Architect, beter bekent als Generalife of Jannat al-’Arif. We genieten van de opbouw van de tuin, en de vele fraaie doorkijkjes, maar beseffen ons, dat de nazaten van de Sultan, toch wel hoog van de toren aan het blazen zijn. We hebben mooiere tuinen in ons, nog vrij korte, leven mogen bewonderen.

We vervolgen, al ergerend, onze weg. Inderdaad, trouwe lezer, je leest het goed. Al ergerend. Want de arrogantie van de nazaten van de Sultan vieren hier hoogtij. Denk je dat ze zin hebben om jou te vertellen waar je heen moet gaan? Fout, hele grote fout. Zelfs het laten zien van hoe je het beste je route zou kunnen indelen is eigenlijk al te veel gevraagd. Maar om toch maar aan het geroep van het voetvolk tegemoet te komen, hebben ze, zo nu en dan, een wegwijzer verborgen. Bij voorkeur op een plek die je pas ziet, als je deze bent gepasseerd en weer bezoekt, als je al twijfelend weer terugkeert om je weg te zoeken. Opgelucht ben je dan, dat het je toch weer gelukt is om eruit te komen.

We bezoeken, het paleis van Karel V, en voegen deze toe aan het lijstje met teleurstellingen. Ook voor dit paleis geldt, we hebben mooiere gezien tijdens onze carriëre. We bezoeken het Alcazaba, wat in onze ogen geeneens in de schaduw kan, neen màg, staan van het Alcazaba van Almeria. Allemaal zeer fraai, maar, om heel eerlijk te zijn, trouwe lezer, het is het allemaal nét niet.

Neen, neem dan de tijd om een bezoekje te brengen aan, het welhaast grondig verborgen, Barrios y Bajos. Dit, trouwe lezer, is een juweeltje van jewelste binnen de muren van het Alhambra. Nergens staat dit beschreven, maar in dit gebouw, dat waarschijnlijk een oppervlak van minder dan 50m² heeft, is het genieten geblazen. Lichtgaten in de vorm van bakvormen voor koekjes laten heel subtiel het licht binnendringen, en verlichten juist die plekken die de moeite van het extra goed bekijken meer dan waard zijn.

En dan, trouwe lezer, klinkt er eindelijk het tromgeroffel als het uur U, aanbreekt. Half zes, en gedwee als slaven staan we in de rij te wachten op wat komen gaat. Zouden we dan nú eindelijk mogen aanschouwen, wat ons dat ‘wow’-gevoel geeft? Zouden we nu dan zien wat de reis van ruim vier uur (heen en terug), rechtvaardigt? Het enigste dat we kunnen doen, is, behalve schuifelend ons een weg in de rij naar voren banen, afwachten of datgene wat komen gaat.

Zo ongeveer trillend van de zenuwen wordt ons bij de ingang verteld, dat we de definitie van het, alom bekende begrip, rugzak toch niet helemaal juist hebben begrepen, en dat deze niet op de rug, maar juist op de buik gedragen dient te worden. Calimero’s als we zijn, buigen we gedwee ons hoofd, en terwijl we onze schoenen nogmaals aandachtig bekijken, gehoorzamen wij, en vervolgen we de route met een buikzak. We bekijken het paleis aandachtig. Maken een tig-tal foto’s, maar nergens overvalt het ‘wow’-gevoel ons. Nee, trouwe lezer, de nazaten van de Sultan, hebben ook hier, nog meer hun best gedaan om ons te tergen en te irriteren. En het moet gezegd worden, ze verstaan dat kunstje in overtreffende trap. Neem nu het Patio de Los Leones, het plein is afgezet met een touw, waardoor het zo goed als onmogelijk is om dit te betreden. Heel begrijpelijk, want de door twaalf leeuwen gedragen, marmeren fontein, zal van een onschatbare waarde zijn. Maar dit vonden zij niet plezant. Om er zeker van te zijn, dat wij, calimero’s, nog meer van ons verworven geld aan hun hebberige handjes toevertrouwen, en ansichtkaarten, posters en andere snuisterijtjes in de talrijke souvenirshops, die het Alhambra rijk is meenemen, hebben ze om deze fontein heen, compleet nutteloos, ook nog eens een touw gespannen, zodat het voor de gewone man onmogelijk is om een fraaie foto van dit knap staaltje architectuurschap te kunnen maken. Na iets meer dan een uur, verlaten wij, toch enigszins teleurgesteld het Nasride Paleis.

Op de terugreis, komen we tot de conclusie dat het geheel wel de moeite waard is, en dat we, in tegenstelling tot wat u, trouwe lezer, na het lezen van al het bovenstaande mag denken, genoten hebben van dit fraai stukje Spanje. Maar om het nu te bombarderen tot dé topattractie van Spanje? Nee, daar kunnen we het nog steeds niet mee eens zijn. Het Alhambra bezoeken is een must als je in de buurt (binnen drie uur rijden) bent. Maar bezoek ook eens de Alcazaba van Almeria, en vergeet zeker niet het Real Alcazar in Sevilla, of de Mezquita in Cordoba te gaan bewonderen als u dan toch in de buurt bent.

Bij thuiskomst, in het appartement, wachtte ons de grootste verrassing van de dag. Terwijl we de foto’s zaten te bekijken, viel plotseling het oog op het feit dat de Sultan één bepaalde persoon toch wel heel erg adoreerde. Overal zag je diezelfde naam terugkeren. Gelukkig, trouwe lezer, is het voor ondergetekende Calimero, onmogelijk om naast zijn schoenen te gaan lopen. Omdat die zo geweldig zijn.

1 Reactie

De mogelijkheid om te reageren is gesloten.