Back home
I’ve written it a couple of days ago. On average we have 67 readers of our adventures every day. We think that it’s pretty much for two simple people like us. Of those 67, about 5% translates our stories using Google Translate. And I know, that Google does a very bad job at translating Englisch into Dutch. So, to my idea, it is only fair to write one story in English for those 5%. And the other 95%? Well, use Google Translate, or do it yourself.
We left for this years trip on September 10th. We flew to Denver, and just after we arrived in The Mile High City, we picked up our car. The CD’s with Yellowstone Music were still hidden somewhere in our suitcases. Result: We turned on the radio, and the first song we heard, was Radar Love. Performed by the Dutch band Golden Earring. Great song, so turned up the volume and enjoyed it.
Today…. Last day of this years trip. Another great trip I should say, with many highlights and lots of nice suprises. Moments I will never forget. People I will never forget. People like Hans. The guy we met when we were in Cody, together with Rob & Tracy, at the Dug Up Gun Museum. Marieke hold his gun there, and now she wants to fire a gun one day. I know for sure, that dream will come true one day. Places, we didn’t expect, such as the Painted Mine Area, close to Colorado Springs. The pictures we made there don’t represent the beauty of the area, but it’ll be on our minds forever.
Also weird, is the fact that we know now for sure, that people don’t look at us if we were some tourists. Tracy said it to us, back when we were touring in Yellowstone. Since that day, people had offered a job to us. People asked us how they should drive to a particular place. People asked us, what they should do in the area, because they were only there for one day. People asked us, where the closest 7 Eleven was. And last but not least, this morning, during the first flight of today, a nice woman, asked at which part of the West-coast I live, and if I was originally from The Netherlands. Well, in the last part she is absolutely right, but I’m sure, my accent sounds very different then the people at the West-coast speak.
To make a long story a bit shorter. Since the day we arrived this year in the USA, since the moment I hear the song Radar Love, I can’t stop thinking about another song of the Golden Earring. The song they became famous (at least in The Netherlands.) with. I think nobody of our foreign readers know this song, and I also think a lot of Dutch people don’t know the song either. ‘Back home’ it is.
Back home….. As much as I love to travel around the globe. As much as I love to see new places. As much as I love to learn new things. It always feels good to be back home.
But if somebody asked me, I would leave next Monday for another 4 week trip. Hawaii sounds good to me…..

Monsters
Gisteren bleek dat het kleine pad van de Grote Beer. toch iets te lang was om gisterenavond nog te lopen. Deze morgen dus terug en we hebben de resterende 8 kilometertjes eventjes gewandeld voordat we in gingen checken voor de vlucht van morgen. De powertrail zoals het allemaal met zo’n mooi woord heet, hebben we nu voltooid, al moet ik er wel bij zeggen, dat we één cache niet hebben kunnen vinden. De kans dat we er ooit voor teruggaan is nihil.

Na het inchecken, nog één maal richting Downtown Denver. Eerst eventjes bij een muziekwinkel binnengelopen om voor wat CD’s te kijken. Toen we weer naar buiten gingen, zullen de verkopers wel gedacht hebben, dat we hele grote fans van Big Head Todd & The Monsters zijn, aangezien we een tasje hadden met daarin een zevental tweedehandse CD’s van deze band. Nu nog wegstoppen in een hoekje in de tas, zodat ze heel thuis arriveren en alles komt goed.
Na de muziekwinkel verder naar het laatste doel van deze reis, namelijk een bezoekje aan het stadion van de Colorado Rockies. Aangezien het hierbij om sport gaat, lijkt het mij verstandiger, als mijn vingers ophouden met het beroeren van de toetsen, en het verder overlaat aan Marieke.

Coors Field dus, het thuishonk van de Colorado Rockies. Dit stadion was voor ons niet nieuw, zoals de oplettende en trouwe lezer al wist. Op de eerste dag in Denver hebben we al stiekem een blik mogen werpen in het stadion, het ging toen slechts om enkele minuten aangezien er die dag geen rondleiding verzorgd werd, omdat er een wedstrijd gespeeld moest worden. Nu is het seizoen inmiddels net afgelopen en hadden we vanmiddag de kans om het stadion en al zijn ins en outs te mogen zien in zo’n anderhalf uur. De Rockies hebben een zeer beperkte geschiedenis, aangezien zij pas sinds 1993 bestaan. Ook veel prijzen hebben zij nog niet in hun prijzenkast staan.

Maar niettemin hebben zij een mooi stadion met een capaciteit van ruim 50.000 zitplaatsen. Je kunt al een kaartje bemachtigen voor het luttele bedrag van één hele dollar. Er is tevens plaats voor 1000 rolstoelen en er kunnen zelfs ziekenhuisbedden neergezet worden met een goed zicht op het veld, zodat ook deze fans een wedstrijd kunnen zien.

Ook hier is, net als bij de Broncos, het eigen domein heilig en mogen gasten zich niet begeven in de kleedkamer en het clubhuis van de Rockies zelf. We hebben wel in de dugout van de Rockies plaats mogen nemen!

In het clubhuis van de tegenstander wordt goed voor hen gezorgd. Zij krijgen naast een maaltijd ook een ‘uitgebreide’ spelletjeskast om zich voor de wedstrijd te kunnen vermaken.

Uiteraard hebben we ook hier de eregalerij en de persruimtes mogen bewonderen. De persruimte staat in open verbinding met het veld, de ramen worden namelijk ingeklapt. Zo kan het gebeuren dat er wel eens een honkbal naar binnen vliegt. De doorsnee supporter zo met man en macht en met gevaar voor eigen leven deze bal proberen te vangen, maar dit geldt zeker niet voor het persgilde. Zij rennen met hun kostbare laptop onder de arm zo snel als mogelijk weg om er zeker van te zien dat hun spullen niet beschadigd raken. Het afgelopen jaar zijn er 22 ballen naar binnen gevlogen en deze laten zichtbaar sporen achter.

Leuk om deze keer het stadion van binnen te hebben gezien, nadat we in 2006 al een wedstrijd van de Yankees hebben mogen bezoeken. Voor nu zit het er weer bijna op. Nog even alles opnieuw inpakken en reorganiseren in de koffer en we kunnen morgen beginnen aan de lange reis naar huis.

Het kleine pad van Grote Beer.
Geen spannende indianenverhalen vandaag, al doet de titel misschien wel iets anders vermoeden. De meesten zullen de titel niet begrijpen, echter ik weet zeker dat er twee mensen zijn, die, als ze de titel vertaald hebben met Google Translate, zullen beginnen te lachen. Mogelijkerwijs gevolgd door een klap met de eigen hand op het voorhoofd, vergezeld met de kreet ‘ O, nee!’ Helaas moeten wij dan antwoorden met ” O, ja! En we vonden het nog leuk ook.’

Gemiddeld worden de zin en onzin van onze belevenissen in de VS door 67 personen per dag gelezen. Wellicht dat het verstandig is, om het een en ander uit te leggen voor de 65 personen die niets van de titel snappen. Voordat ik dit ga doen, eerst even een korte samenvatting van de rest van onze belevenissen vandaag, aangezien Het kleine pad van Grote Beer. (let op de punt achter Beer, die is van groot belang.), maar een korte tijd van onze dag in beslag heeft genomen.
Ieder jaar, dus ook dit jaar, wordt er een dag ingepland om te gaan shoppen. Het is gewoon een feit dat kleren goedkoper zijn hier in de VS dan in Nederland, dus ook al is het van geen van ons beiden een hobby, dit hoort er gewoon bij. Zo gezegd, zo gedaan. Een winkelcentrum uitgezocht, en op pad. Deze was relatief dicht bij, slechts 75 kilometer van ons hotel vandaan. Alle winkels die we wilden bezoeken, waren er Levi’s, Tommy Hilfiger, Lids, Columbia, Adidas en noem ze allemaal maar op. Winkel in, winkel uit. Helaas niet geslaagd, en met lege handen weer verder op pad. Terug naar Colorado Springs, want daar waren we toch in de buurt, om onze verlengsnoer op te halen die we in het vorige hotel vergeten waren (Ja, ik weet het, maar ik kan er echt niets aan doen. Vroeger ben ik blond geweest.).

Op internet vond ik op een of ander forum ook nog een spelletjeswinkel in Colorado Springs die, volgens het forum, een gigantisch grote collectie bordspellen had. Altijd leuk om het nuttige met het aangename te combineren, dus op pad naar de winkel. Daar aangekomen konden we onze ogen niet geloven. De enorme collectie, bestond uit maar liefst drie hele stellingen. En dan waren de spellen ook nog in de breedte uitgestald, deze spellen heeft bij ons een gemiddelde speelgoedzaak. Tja, waarschijnlijk zijn wij wel heel erg verwend, met winkels, waarin complete winkels gevuld zijn met bordspellen die gewoon gestapeld in de schappen staan, omdat het anders niet past. Als je daar een spel wilt bekijken, moet je eerst verschillende andere spellen van de stapel afhalen voordat je het uitgekozen spel kunt bekijken.

Echter, er was één spel dat, mede door de prijs van iets meer dan EUR7,50, onze aandacht wist te trekken: Classic Statis Pro Baseball van de uitgever Avalon Hill. Een uitgever die bekend staat om, over het algemeen, goede, zij het strategische, spellen. Op de doos konden we echter niets terugvinden over het aantal spelers voor dit spel. Dus dan maar naar de baliemedewerker om dat te vragen. Nu verwacht ik van een medewerker van een dergelijke speciaalzaak nu niet meteen dat hij een Board Game Geek is, maar ik vind wel, dat hij dient te weten wat hij in de winkel heeft, en dat hij er vol enthousiasme over kan vertellen, enkel en alleen door maar een blik op de doos te werpen. Helaas voor ons, niets van dit alles. Hij pakte de doos aan, bekeek de aan alle kanten en zei dat hij het ook niet wist. Dus toch maar teruggezet in het schap.

Maar nu de verklaring van de titel. Grote Beer., oftewel Big Bear. in het Engels, is een zeer aardige geocacher die we vorig jaar hebben leren kennen. Bij deze ontmoeting, heb ik een speldje van hem gekregen, dat ik sindsdien vol trots op mijn pet draag, maar dit terzijde. Zoals de meesten wel weten, houden wij vooral van de speurtochten, oftewel 10 kilometer lopen en onderweg puzzels oplossen, om dan een plastic bakje te vinden vol met rommel en een stukje papier waar je je naam op mag krabbelen als bewijs dat je er geweest bent. Big Bear. in tegenstelling, vindt het vooral leuk om zoveel mogelijk caches te vinden. Het aantal geocaches dat hij heeft gevonden, is op het moment van typen, 12766. Hij is verzot op wegen, waar iedere 161 meter een cache verstopt ligt. Deze, lange rechte, wegen, waarop vaak dan meer dan 500 geocaches verstopt liggen worden ook wel Power Trail genoemd. Hij heeft op zo’n Power Trail al een keer meer dan 1000 geocaches op een dag gevonden. Niet echt ons ding, maar toch… Het gegeven blijft me op de een of andere manier toch wel interesseren. Bij toeval stuitte ik vanmorgen op een kleine powertrail. 35 geocaches, langs een weg van 7 kilometer. Toegang voor gemotoriseerde voertuigen was er verboden, dus met een kleine 14 kilometer wandelen, zouden we plotseling 35 puntjes rijker zijn.

Het leek ons wel leuk, om na een dag winkelen, een stukje te wandelen, dus na het bezoek aan de spellenwinkel gingen we op weg naar het begin van het pad. Helaas is het hier om 7:00 uur al aardedonker, en we waren vrij laat, dus het stuk dat we konden lopen, was beperkt. Na een wandeling van iets meer dan anderhalf uur, waarbij we genoten hebben van verschillende hertjes, prairiehondjes en een fraaie zonsondergang, konden we 11 puntjes op ons conto bijschrijven. Het is en blijft een feit dat we meer genieten van één puntje na een lange wandeling vol leuke puzzels, maar ook dit heeft zijn charme. Morgen gaan we op weg om de rest van het kleine pad van Grote Beer. te lopen.

Oranje-blauw
Ruim een week kijken we in iedere souvenirshop naar een kaart van een Football stadion om te kunnen versturen naar een voor ons onbekende vrouw, welke graag kaarten heeft van Football stadions. Let wel, het gaat hier niet om soccer stadions, want dan wordt het hier nog een graadje moeilijker om aan een kaart te komen, maar om een NFL-Stadion. Hoe we ook zochten, we konden niets vinden. Dat vonden we eigenlijk wel vreemd, want ieder zichzelf respecterend dorpje heeft een eigen footballclub. Niet altijd een professionele op hoog niveau, maar toch op zijn minst een high-schoolteam. (Deze zijn vaak net zo populair als de professionele teams en hebben een grote schare aan supporters).

Maar zoals gezegd, konden we geen kaart vinden. Dan maar wachten tot we in Denver zijn, zodat we daar konden kijken naar een kaart van de plaatselijke footballtrots: Denver Broncos. Het leek ons beter om naar het stadion te gaan en via de officiële merchandisingweg een briefkaart te kopen. En ach nu we er toch waren, hebben we maar direct gekeken of het niet mogelijk was om een rondleiding te krijgen. En dit maal geen korte privé-rondleiding, maar een heuse stadiontour. Zo gezegd, zo gedaan en om klokslag 11.00 uur konden we aansluiten in een groepje.

De eerste vraag welke door de dame van de rondleiding gesteld werd, was de vraag van welke NFL-team je een fan was. O, o, dachten wij toen, we hebben in Nederland helemaal geen Amerikaans Football team. Maar toen zij hoorde dat we uit Nederland kwamen, klonk er slechts een ‘WOW’, en was de aandacht al afgeleid van het football-team. We hebben netjes verteld dat we geen echte fans zijn van het spelletje. (Hoewel ik hier wel op de TV het een en ander probeer te volgen).

De rondleiding was erg interessant en zat vol met leuke feitjes. De mascotte van de Broncos is een wit paard. Zijn beeltenis staat boven op het stadion. Een beeld van 9 meter hoog, dat per helikopter vanuit het oude stadion overgebracht is naar het huidige stadion. Bij iedere thuiswedstrijd loopt er een paard langs de lijn alvorens het spel begint. Wanneer de Broncos gescoord hebben, komt dit paard uit de gang van het stadion en loopt lichtelijk provocerend langs de lijn nadat hij de dug-out van het bezoekende team heeft gepasseerd (Er staat een paard in de gang… zeg maar. Maar dan niet bij buurvrouw Jansen, maar bij de Broncos.).

Het nieuwe stadion staat er nu zo’n 10 jaar en heeft een slordige 400 miljoen dollar gekost. Een miljoen is bekostigd door de naamgever van het stadion, 120 miljoen is ‘bij elkaar geraapt’ (lees: heeft een cheque uitgeschreven) door de eigenaar van de club en het overige is bekostigd middels belastinggeld van de inwoners van Denver. (In Eindhoven mopperen ze al als het slechts om een lening gaat!!).

Een plekje bemachtigen in het stadion valt niet mee, zo leerde de rondleiding. Het is voor 95% uitverkocht aan seizoenkaarthouders. Er is een tevens een wachtlijst van 30.000 mensen, die ook in aanmerking willen komen voor een seizoenskaart. Het lijkt dus verstandig om je pasgeboren baby alvast op te geven!!

Er zat trouwens nog wel een Nederlands tintje aan het stadion. Het fiberturfgras is afkomstig uit Haelen! (Een Limburgs-tintje wel te verstaan). Zij beschikken als enige stadion uit de NFL over deze perfecte grasmat.

Het was wel jammer dat we niet in de spelerstunnel en de kleedkamers van de thuisploeg mochten komen. Deze waren niet voor gasten.
Minder indrukwekkend dan Nou Camp, maar zeker de moeite van het bezoeken waard (Misschien het meest verbazingwekkende was nog wel, dat deze woorden uit de mond van Paul kwamen.).
En de kaart…. die was er wel, maar met de oude naamgever van het stadion er nog op. Maar ja, beter iets dan niets, dachten we.
Daarna nog even naar de stad gegaan. En daar struikelden we over blauw-oranje kaarten. De clubkleuren van…… De Denver Broncos! Met stadion en wel.



