Nu de trein nog…..
Pas maar op voor de trein, zo dadelijk loop je er van geluk nog onder.”, dit is een veelgehoord ”spreekwoord”. Nou ja, veelgehoord…..
Probeer het maar eens een keer te Googlen. Graag zou ik van iemand die dit ”spreekwoord” met grote regelmaat gebruikt met een link naar een pagina waarop dit spreekwoord wordt uitgelegd willen hebben. Want volgens mij is dit spreekwoord bijna 89 jaar geleden bedacht door een schat van een klein vrouwtje, waardoor haar dochter én kleindochter vandaag de dag dit ”spreekwoord” nog steeds als een waarheid als een koe zien.\
Om een lang verhaal kort te maken, volgens dochter én kleindochterlief, wordt dit ”spreekwoord” gebruikt als iemand zoveel geluk heeft dat diegene er zó van overloopt, dat diegene niet goed uitkijkt en onder de trein loopt. Of zoiets….
Afgelopen week heb ik dit ”spreekwoord” enkele malen mogen aanhoren (van dochter én kleindochter), nadat ik een foto van een slang heb weten te maken, en de volgende een fotootje heb weten te maken van een slang die een hagedis opeet. Waarom ik dan opeens zo veel geluk heb dat ik onder een trein zo moeten lopen? Geen idee, maar ja, ik ben nu eenmaal niet zo heel slim.
Waarom dit allemaal aanhalen op een dag dat je Sequoia NP bezoekt? Een mens moet toch iets? En van mijn hand komt wel eens vaker een verhaal wat niets met de dag van vandaag te doen heeft.

Maar ik denk dat het waarschijnlijk iets met de bovenstaande foto van een Zwarte Beer (ja, Zwarte Beer, ook al is hij bruin!) te maken heeft. Ik zal wel dusdanig veel geluk hebben, dat ik nu echt moet gaan uitkijken voor de trein.
Wel dames, ik heb nieuws. De trein is enkele weken geleden al gepasseerd.

Het moet niet gekker worden
Twee verhaaltjes op een dag. Het moet niet gekker worden. Natuurlijk was het hoogte punt van vandaag het op de gevoelige plaat vastleggen van een beer. (De tweede deze vakantie, maar de eerste welke ons niet te vlug af was om het fototoestel voor de dag te halen). Natuurlijk hoop je hier op, maar je weet dat de kans zeer gering is. Sequoia NP blijft voor ons voor altijd verbonden met het beeld van die beer.

Maar we zouden Sequoia NP te kort doen om het succes van het park op te hangen aan de confrontatie met dit beest. Toen we in eerste instantie door dit park reden, dachten we allebei: ”Is dit nu alles?”. Maar toen we door het bos zelf wandelden waren de mamoetbomen toch wel erg indrukwekkend. En niet zo zeer door de grote van de bomen, als wel door de enorme omvang en de hoeveelheid hout dat er aan deze bomen zit. Een voorbeeld hiervan is de beroemde General Sherman Tree. Deze woudreus heeft een stamdoorsnede van 9 meter (op borsthoogte) en is 84 meter hoog. Hij bevat ongeveer 1487 kubieke meter hout, voldoende om 85 Amerikaanse eengezinswoningen te bouwen. Een van de bovenste takken is 2 meter dik en 24 meter lang. Als je je dan ook nog eens bedenkt dat 1.487.000 liter water, genoeg is om één persoon 27 jaar lang een bad te laten nemen, dan krijg je misschien een beeld over de omvang van deze boom.

Tot zover een stukje Aardrijkskunde les, maar het geeft wel een goed beeld hoe groot en breed deze bomen zijn. Vorig jaren hebben we de bomen in Redwood NP al mogen zien, en deze zijn een stuk groter, dit zijn ECHT Hoge Bomen. Maar deze dikke jongens mogen er ook zijn.
Als je dan een wandeling door het mamoetbomenbos maakt, dan voel je je pas echt klein. Door een persoon bij een boom te plaatsen, is pas enigzins zichtbaar over welke doorsnede we het hebben.
We hebben in de loop der jaren al wat verschillende bomen gezien, Redwood-bomen, Sequoia”s en Joshua-trees. Maar we zijn het er wel over eens dat niets kan tippen aan de Baobap welke we in Afrika hebben gezien. Het feit dat je bovenop een boomwortel zit en je voeten in het niets bungelen, is toch wel erg speciaal.
Mijltrappen
Vandaag was een saaie dag, met maar één doel, het wegtikken van vele mijlen. Ruim 500 mijlen om precies te zijn. Ruim 8 uur rijden en bijna 10 uur onderweg. Natuurlijk wel op tijd gestopt om te drinken, eten en wat foto’s te maken.

104
Terwijl ik mijn eerste stappen zet op het pad van vandaag, borrelen de eerste woorden al in me op. Het is nog geen 10 uur in de morgen en de zon is al genadeloos aan het schijnen. Zeg maar gerust verzengend heet. Gisteren was het warm, volgens de voorspellingen wordt het vandaag nog warmer. Toch staan er vier wandelingen voor vandaag op het programma. De zwaarste doen we het eerste hebben we besloten. Iets meer dan zes kilometer lang en we hebben een hoogteverschil van iets meer dan 100 meter te overwinnen. Niet zo heel zwaar dus.
Terwijl deze simpele woorden, tezamen met de reacties op het verhaal van gisteren, door mijn hoofd dansen, houdt na slechts enkele honderden meters het pad op met pad te zijn. Het enige dat rest is een spoor over en langs de zandstenen rotsen. “Volg het pad”, zeggen de vertaalde reisgidsen die de routes beschrijven. Ja oké, maar welk pad?

Wat dat betreft is het een slechte vertaling. Het Amerikaanse woord dat gebruikt wordt, “Trail”, is wat mij betreft stukken beter. Trail betekent vertaald namelijk spoor. Volg het spoor zouden de reisgidsen moeten zeggen. Wat dat betreft hebben we vorige week veel geleerd in Cottonwood van Rob & Tracy. “Just follow the trail that is over there!” Het zijn woorden die ik nooit zal vergeten. Pad? Welk pad? Het enigste dat ik zie zijn wat omgebogen grashalmen waar iemand (of iets) doorheen heeft gelopen enige tijd geleden. Dat is geen pad! Een tijdje later wordt het mij allemaal duidelijk als Rob zegt: “Glad, that we are on the road now.” Weg? Dit is geen weg, dit is een pad! Niets meer en niets minder. Voorzichtig vraag ik me af of ze een weg, snelweg noemen of iets dergelijks. Maar hetgeen duidelijk is, is dat de begrippen voor het wandelen in de natuur hier iets ruimer zijn dan in ons koude kikkerlandje.

Maar goed, terug naar de dag van vandaag. Terug naar het door ons zo geliefde Zion NP. Het spoor dat we dienen te volgen is toch iets zwaarder dan we hadden verwacht. Niet alleen leidt het spoor ons (op één maal na) net zo vaak omhoog als omlaag. Ook de stappen die we dienen te zetten op de rotsblokken die ons naar boven leiden, zijn telkens eigenlijk net iets te hoog voor onze korte beentjes. Terwijl de reacties van gisteren nog door mijn hoofd dansen, weet ik al wat de reactie van vandaag zou kunnen zijn. Op voorhand kan ik hier al het volgende antwoord op geven: “Én bedankt!”

Na iets meer dan een uur bereiken we dan toch het hoogste punt van de deze korte wandeling en kunnen we genieten van het uitzicht. Het geluk was met ons dat we het grootste gedeelte van de klim aan de schaduwzijde van de monoliet omhoog hebben mogen wandelen, maar hierboven op het plateau is het toch alles behalve aangenaam. De liters water vinden gestaag een weg naar het innerlijke van ons wezen en na een, voor ons relatief, korte tijd beginnen we aan de afdaling naar beneden.

Na een tijdje schrik ik weer van dezelfde reden waarom sommige mensen niet naar Australië gaan. Deze is een heel stuk kleiner (een centimeter of 50) en is aan het genieten van zijn lunch. Nadere studie leert ons dat het om hetzelfde soort slang gaat als die van gisteren. Nadat we dat bepaald hebben, beseffen we meteen dat we ook hebben gelezen, dat des te kleiner de slang is van deze soort, des te gevaarlijker deze is. Gefascineerd gaan we op een (veilige) afstand zitten kijken hoe de zojuist gevangen hagedis binnen enkele minuten verorberd wordt.

Na in totaal iets meer dan twee uur gewandeld te hebben, zijn we weer terug aan het begin van het pad. Snel gaan we vragen bij het bezoekerscentrum waar het begin van de Archeologische Wandeling is te vinden, omdat we deze nergens kunnen vinden. Gelukkig hebben we ons dusdanig goed ingelezen, dat we dit al wisten. Men wil dit pad namelijk niet promoten om zo niet te veel bezoekers te trekken. De Ranger geeft ons de gevraagde informatie en we gaan op pad om de rotstekeningen te bekijken die er zouden moeten zijn. Inderdaad, er zouden moeten zijn. Met de beste wil van de wereld kunnen wij deze niet ontdekken. We besluiten om onze lunch te gaan halen en pakken de bus naar de picknickplaats. Ondertussen is het zo warm geworden dat we besluiten om één wandeling te laten voor wat die is, en die op het lijstje te zetten voor een volgende bezoek aan Zion NP. Na de lunch gaan we op weg naar de laatste wandeling voor vandaag. Een makkelijke wandeling over een vlak, voor rolstoelen geschikt, pad. Wel wordt er als opmerking bijgezet, dat sommige stukken wel behoorlijk steil kunnen zijn voor een rolstoel. We zijn wel wat gewend, dus dat zal allemaal wel meevallen. Dat de wandeling als gemakkelijk gekenmerkt staat is meteen te merken aan de drukte op het pad (ditmaal is het een echt pad.). Vele mensen lopen er overheen, en op het einde is het een dusdanige drukte van belang, dat we eigenlijk meteen besluiten om de massa achter ons te laten en weer terug te keren naar het begin van het pad, om daar de bus weer te pakken die ons naar het bezoekerscentrum terug brengt. Aldaar aangekomen geeft de thermometer 104° in de schaduw aan. Aangezien ze hier in Fahrenheit denken, dienen we het zelf ook nog even om te rekenen naar Celsius, maar voordat we dat hebben gedaan, weten we al één ding zeker. Het is verschrikkelijk warm vandaag.

O ja, 104° Fahrenheit = 40° Celsius
De slang van de stier
Gisteren vertelden we al dat we helemaal lyrisch kunnen zijn over die canyon waar we eergisteren al zo”n schitterend uitzicht over hadden. Ook melden we dat we die canyon vandaag met een bezoek gingen vereren. Wat we gisteren nog niet wisten, was dat het kwik zou stijgen tot 37 graden celsius in de schaduw. Niet het meest ideale weer om een paar stevige wandelingen in te gaan doen. De plannen dienen daarop aangepast te worden, en het aantal liters water dat wordt meegenomen dient natuurlijk behoorlijk verhoogd te worden. Het gevolg van de stijging van het aantal liters water, is dat ik besluit om een lens van mijn fototoestel achter te laten in de auto om zodoende toch wat minder gewicht mee te hoeven zeulen tijdens de korte wandeling van 5 kilometer. Een klein hoogteverschil van in totaal 95 meter dienen we te overwinnen over paden die amper die naam mogen dragen. Met recht weer een heerlijke wandeltocht dus, die de naam canyoning eer aandoet.

Maar we hebben het dus over die andere canyon in deze regio. Beter bekend onder de naam Zion. Wat aan deze canyon zo anders is als al die andere canyons, is dat deze canyon groen is. Groen van alle planten, bomen en struiken die hier groeien.

Dit is een canyon die nog (relatief) jong is. Eentje die nog volop in ontwikkeling is. Ook is deze canyon vrij nat, wat inhoudt dat er overal kleine riviertjes de bergtoppen af komen donderen. Hierdoor ontstaan er weer kleine meertjes, wat weer als gevolg heeft dat er allemaal leven rondom heen groeit.

Na enkele uren van lopen, klimmen en klauteren, staan we moe, bezweet en voldaan bij de bushalte te wachten op de bus die ons weer richting de auto moet gaan brengen. We verlaten het park al vrij vroeg in de middag, om op het heetste moment van de dag te kunnen genieten van de airconditioning in de auto. Het doel is dan het noordwestelijke deel van Zion NP, Kolob Canyon. Hier staat een korte, maar vrij stevige wandeling op het programma. Het eindpunt van deze wandeling moet ons uitzicht geven over Zion NP helemaal tot aan het noordelijke deel van de Grand Canyon. Eenmaal daar aangekomen, worden ook hier weer alle verwachtingen waargemaakt en kunnen we niets anders doen dan genieten van deze rood-groene natuurpracht.

Als we, rond etenstijd, weer afdalen richting de auto, sta ik plotseling stil. Geschrokken kijk ik naar een reden waarom sommige mensen niet naar Australië op vakantie gaan (diezelfde mensen zijn wel op vakantie geweest naar de VS, dus wat dat betreft: “Ra, ra, politiepet.”). Wat nu te doen? Voordat ik het goed en wel besef kruipt het slangetje van een metertje of anderhalf snel de struiken in. Snel wat foto”s maken zodat we kunnen kijken wat voor slang het nu precies is. Onderzoek in het hotel leert ons dat het een Pitiophis Catenifer Affinis betreft. Oftewel de Slang van de Stier. Dit giftige beestje, waarvan de beet net zo pijnlijk is als de beet van een ratelslang, kan 216 centimeter lang worden. Die van ons was dus nog niet helemaal volgroeid.

Morgen gaan we weer terug naar Zion NP. Het wordt dan nog een graadje warmer dan vandaag en daarom hebben we dan ook besloten om bijtijds te vertrekken, zodat we toch nog enkele wandelingen kunnen doen, voordat het weer te warm wordt.

