Wereldreizigers?
Vandaag zijn Marieke en ik vijf jaar samen. Als ik bekijk welke landen we in die vijf jaar allemaal bezocht hebben, dan is het stiekem toch wel een behoorlijk lang lijstje. Ik noem: Luxemburg, Botswana, België, Verenigde Staten van Amerika, Namibië, Duitsland, Zambia, Nederland, Noorwegen, Frankrijk, Spanje, Zweden, Zuid-Afrika, Denemarken & Oostenrijk. Dat zijn toch maar liefst 15 landen. En dat in vijf jaar! Is toch een mooi gemiddelde van 3 landen per jaar. Het zou mooi zijn, als we dat gemiddelde zouden kunnen handhaven. Zal waarschijnlijk wel een klein beetje plannen worden, maar ook dat is weer een mooie bezigheid. De eerste stap is kijken hoeveel landen er nu precies zijn op deze wereld. Gelukkig hebben we internet en is dat antwoord al snel gevonden. Maar liefst 218 landen zijn er gevestigde op deze aardkloot. We hebben er al 15 van gehad, dus we hoeven er nog maar 203 te bezoeken. Mmmm….. een gemiddelde van 3 per jaar. Dan doen we er ”maar” 67 jaar en 243 dagen over om het laatste land van ons lijstje te kunnen afstrepen. 67 jaar. Even zien, dan ben ik 100. Het is maar te hopen dat tegen die tijd de bejaardentehuizen groepsreizen organiseren die verder gaan dan de molens van Kinderdijk. Wellicht is het dan ook noodzakelijk om de naam van de site te veranderen in iets als “ZaNaBoZa | De rollatorbende durft het aan”. Tja, wie weet. Zoveel landen bezocht in zo’n korte tijd, ben je dan een wereldreiziger? Geen idee eigenlijk. Want wat is eigenlijk een wereldreiziger? Gelukkig weet internet raad. Als je in de Dikke van Dale zoekt naar de betekenis van het woord wereldreiziger, dan kom je uit op de volgende omschrijving: “iem. die een wereldreis maakt.” Wat is een woordenboek toch fijn. Zoek je het ene woord op, kom je uit op een omschrijving die bijna gelijk is aan het woord dat je zoekt. Een tweede poging dan maar. Wat is een wereldreis? Wederom in de Dikke van Dale opgezocht, en dan komt er het volgende tevoorschijn: “reis om de wereld of door verscheidene continenten.” Dit is in ieder geval al een iets duidelijker. Alleen, toen ik nog iets of wat jonger was, had ik bij het horen van het woord wereldreis altijd het idee dat je onafgebroken aan het reizen was over Moeder Aarde. Kris, kras. Van hot naar her. Het overal en nergens zijn. Maar Mijnheer van Dale rept in zijn dikke boek met geen enkel woord over een tijdsbestek. Als ik het daar goed lees, dan is iemand een wereldreiziger, als degene vandaag voor een week op vakantie gaat naar, laten we zeggen Noorwegen. Vervolgens weer een jaar of tien, misschien wel vijftien weer hard moet werken om centjes bij elkaar te sparen. En vervolgens drie weken vakantie gaat vieren in, laten we even iets geks noemen, Tadzjikistan. Deze persoon reist immers door verschillende continenten (Europa & Azië).
Hee, dan zijn wij ook wereldreizigers! Wij hebben tenslotte al drie werelddelen met een bezoekje verrijkt (Europa, Afrika & Noord-Amerika). Toch gek, op de een of andere manier voel ik me helemaal geen wereldreiziger. Om samen deze werelddelen te bezoeken hebben we tenslotte vijf jaar gedaan. En tussendoor zijn we gewoon in ons koude kikkerlandje geweest om centjes te verdienen.
Gek op gras
De titel van het stukje had ook kunnen zijn: Een goede voorbereiding is het halve werk of een goede reisgids is zijn geld waard. Met deze loze kreten willen we alleen maar aangeven dat wij vandaag onze uitgezochte bestemming niet konden vinden. We hadden ons vandaag onder andere het doel gesteld om de enige earth-cache in Luxemburg met een bezoekje te vereren. Deze cache ligt in een natuurgebied waar vele wandelwegen uitgezet zijn.

Dit gebied wordt zowel in de reisgidsen, als op internet aangeprezen. Helaas voor ons wordt er nergens goed aangegeven waar we ons vehicle kwijt kunnen, zodat we niet het hele pad met een Corsa op onze rug hoeven te bewandelen. Het is tenslotte geen tocht met zware bepakking. Na rondgedwaald te hebben en gezien de donkere wolken hebben we de earth-cache maar gelaten voor wat hij was. We moeten eerst maar eens opzoeken waar we de auto moeten parkeren. Morgen wagen we een nieuwe poging.

In de week dat we nu in het Groot Hertogdom vertoeven zijn we ook bezig met de Grote Queeste van Luxemburg. Dit houdt in dat we vijf punten opgegeven hebben gekregen die we alle vijf moeten bezoeken. In een straal van 700 meter rond ieder van deze punten, moeten we een foto maken van onszelf met een bepaald object op de achtergrond. Drie van deze punten hebben we de afgelopen week al gevonden, en vlakbij de locatie van de earthcache ligt punt vier. Aangezien ik een hele grote talenknobbel heb, wist ik al meteen wat de naam van deze plaats betekent. Namelijk: Gek op Gras. Een beetje een vreemde naam voor een plaatsje vond ik het wel, maar goed. Met de bekende kreet van Obelix, “Rare jongens, die Luxemburgers.”, in mijn achterhoofd er verder geen aandacht aan geschonken en verder op pad gegaan om deel vier van de grote zoektocht te voltooien. Nadat we deze hadden gevonden, zijn we meteen op pad gegaan naar punt vijf. Nadat we ook dit laatste punt van de speurtocht op de gevoelige plaat hadden vastgelegd, zijn we weer terug gegaan naar ons appartement.

Op de een of andere manier bleef de plaatsnaam toch in mijn hoofd ronddwarrelen en heb ik maar de betekenis van het plaatsje Fond de Gras opgezocht. Het betekent “Vette grond”. Ik denk dat dat te maken heeft met het feit dat er overal in de omgeving vroeger steenkool werd gevonden.
Ach ja, de lerares Frans is nooit mijn vriendin geweest.
Stadswandeling
Iedereen die wel eens een reisgids in zijn hand heeft gehouden, heeft er naar alle waarschijnlijkheid ook wel eens in gekeken en in diezelfde reisgids een stadswandeling ontdekt.

De meeste van die stadswandelingen zijn een paar kilometer van lengte. Maar aangezien wij voor een paar kilometer wandeling niet meer terugdeinzen, hebben wij besloten om vandaag niet één, maar twee stadswandelingen door Luxemburg-Stad te gaan lopen.

Beide wandelingen waren een kilometer of vijf van lengte. Zoals gewoonlijk hebben we de wandelingen niet uit een reisgids geplukt, maar vanaf het internet. Want om heel eerlijk te zijn, vinden wij het toch wel leuk om aan het einde van een wandeling beloond te worden in de vorm van een schat. Zo gezegd, zo gedaan. Voordat we vanuit Nederland vertrokken hadden we alle wandelingen die we wilden gaan lopen al afgedrukt, zodat we deze hier bij de hand zouden hebben. En voor de zekerheid hebben we alle afgedrukte wandelingen (samen met nog een kleine 300 andere wandelingen in Luxemburg) ook nog eens in een PDA geladen, (voor degenen die nu misschien zouden moeten afhaken, een PDA is een computer die je in je handen kunt houden. Iets groter dan een telefoon, en met nagenoeg dezelfde mogelijkheden als een gewone PC of laptop.), zodat we zeker niet voor verrassingen zouden komen te staan.
De stadswandelingen bevatten alleen een beginpunt, en vandaaruit ga je op zoek naar letters, getallen of andere aanwijzingen, waarmee je het volgende punt kunt berekenen. Eigenlijk dus gewoon een speurtocht door de stad. We hadden van te voren al bedacht dat de twee voor vandaag geplande wandelingen niet genoeg voor onze voetjes zouden zijn, dus hebben we ook nog een paar zogenaamde oprapers opgezocht in Luxemburg-Stad. (oprapers zijn schatten, waarvan de locatie al bekend is. Meestal is het niet eenvoudig om deze locatie te bereiken.)

Zo hadden we vandaag een opraper, die op een bepaald moment nog geen 10 meter van ons was verwijderd. We konden met onze ogen zien, waar dat de schat verstopt zou liggen, maar helaas was het op dat moment niet mogelijk om het bewuste punt te bereiken, omdat het punt ook nog eens een 25 meter beneden ons was. Op dat moment is het dus zoeken naar een manier om het punt 25 meter lager op een verantwoorde en veilige manier te bereiken. Meestal heeft dat tot gevolg dat de omweg die je maken voor zo’n klein stukje, toch al gauw bijna een kilometer lopen tot gevolg heeft. Na vandaag alle tochten tot een goed einde te hebben gebracht, hadden we in een kleine 5 uur tijd zo’n 15 kilometer gelopen en, ik zou welhaast willen zeggen, zoals gewoonlijk weer veel dingen gezien.

Een bliksembezoek aan Paaseiland
Ik denk dat iedereen wel ooit van Rapa Nui heeft gehoord. Mocht dat niet zo zijn, dan weet ik zeker dat er geen belletje, maar een heel carillion gaat rammelen als ik de Nederlandse naam zeg. Die is namelijk Paaseiland. O ja, zullen de meeste dan zeggen. Dat is dat eiland waar al die hoofden staan. Inderdaad, dat eiland. En de beelden die daar te zien zijn, staan hoog op ons verlanglijstje. Of misschien kunnen we nu wel beter zeggen, stond hoog op ons verlanglijstje, want vandaag hebben we deze beelden met onze eigen ogen mogen aanschouwen.
Huh! Zul je nu misschien wel denken. Die beelden staan op Paaseiland, en jullie gingen voor een weekje naar Luxemburg! Klopt ook helemaal, maar zoals de meesten misschien wel weten heeft Luxemburg ook een internationaal vliegveld. En dan is het een fluitje van een cent om het vliegtuig richting Paaseiland te nemen. Nee, alle gekheid op een stokje. Ook hier in Luxemburg staan twee van deze beelden. Replica”s welteverstaan, maar daarom niet minder indrukwekkend.

Terug naar school
Alle heuvels waren wit van de rijp de morgen, toen we de gordijnen opzij schoven. Mooi hoor. Voordat ik op pad zou gaan om wat broodjes te halen, ging ik eerst even onder de douche. Toen ik daarna richting de auto ging, had men daarboven ook besloten om de douche open te draaien, want het regende. Nu ja, regenen was wel een heel groot woord. Er viel water uit de lucht. Goed, op weg dus naar Vianden om broodjes te halen. ‘s Jammer, de bakker is failliet. Waar zou er nu een bakker in de buurt zijn? Na even nagedacht te hebben, besloot ik om in plaats van al die kleine dorpjes met een twintigtal inwoners af te rijden op zoek naar een bakker, maar linea recta naar Diekirch te rijden. Immers, ergens ver wij in mijn grijze massa zit nog de locatie van een bakker in deze stad verborgen. En ja hoor. Soms blijkt er toch nog niet al te veel mis te zijn met die hersencellen van mij. Het is alleen zo’n zonde dat de meest vreemde dingen blijven hangen in dat brein en niet de meest gemakkelijke. Maar ja, het is zoals het is zullen we dan maar denken.
Na het ontbijt besloten om te gaan schatzoeken in Luxemburg-Stad. Inderdaad, ook hier hebben ze gehoord van geocachen. Om eerlijk te zijn, waren ze hier al een paar jaar eerder bezig met het verstoppen van de meest waardeloze spulletjes die je kan vinden dan in Nederland. De eerste schat was verstopt bij een gebouw. Dit was geen echte schat, maar een zogenaamde webcamschat. De bedoeling is dan, dat je naar een bepaalde locatie loopt. Op die locatie aangekomen, iemand opbelt, zodat diegene via internet een foto van jou kan maken met behulp van die webcam. In de omschrijving van de schat, staat omschreven op welke url je die webcam kan vinden. Bij deze webcam was het de bedoeling dat we midden op een plein voor een gebouw zouden gaan staan, terwijl we een rode paraplu omhoog hielden. Nu is dat niet zo vreemd op het moment als het zou regenen, maar op het moment dat wij daar stonden was het kurkdroog. Vele mensen keken maar raar naar die twee vreemde vogels met een paraplu op het midden van het plein. De belangstelling voor ons twee werd nóg groter toen er plotseling een luidde zoemer klonk en er uit alle deuren honderden tieners kwamen stormen. Het bleek dat we in het midden van een schoolplein stonden!!! Gelukkig voor ons was al die belangstelling weer net zo snel voorbij als die was gekomen, en kon de telefonische hulp in Nederland (dankjewel Moeder!) de foto van ons op het schoolplein doorsturen. Hierna hebben we nog vier schatten gevonden in de hoofdstad van Luxemburg. Één ervan was een fotospeurtocht die ons kris-kras door de hoofdstad leidde. Op het eind van de dag hadden we ruim 15 kilometer gelopen en weer ontzettend veel gezien.

