De man met het lamme armpje
Snok…….. Met een korte ruk wordt de groene band rond mijn linkerbovenarm aangetrokken. Het spreekwoordelijke zweet breekt bij me uit, en benauwd kijk ik naar mijn linkerhand. Die linkerhand, waar continue tikken op worden gegeven die net niet meer in de categorie vriendelijk te plaatsen zijn, vertoont allemaal opgezwollen aders. Langzaam gaat mijn hart iets langzamer kloppen. Nu kan het toch niet meer zo moeilijk zijn? Zelfs een blinde kan nu de aders van een kilometer afstand zien. Wie van ons twee er nu het meest zenuwachtig is weet ik niet. Ik hoop dat ik dat ben, maar zeker weten doe ik dat natuurlijk ook niet, aangezien zij het nog allemaal moet leren. Met een kordate, enigszins geruststellende, ruk aan de folie, die lijkt alsof ze al jaren niets anders doet voor de broodwinning, haalt ze de naald tevoorschijn. Kordaat beweegt ze haar hand naar de mijne. Na een korte weifeling besluit ze waar ze de naald in mijn hand gaat steken. Over haar rug, kijken een paar bedenkelijk kijkende ogen nauwgezet mee. De mond die zich eronder bevind, mompelen een paar geruststellende woorden. Nog een paar millimeter en dan…… Voltreffer. In één keer in de roos. Ik, het paar bedenkelijk kijkende ogen en de verpleegster die nog moet leren om een infuus te plaatsen slaken een zucht van verlichting. Het paar bedenkelijk kijkende ogen zegt tegen de verpleegster dat ze het goed heeft gedaan, en neemt, met de woorden:”Sluit hem maar aan.”, afscheid en gaat op weg naar de volgende patient. De verpleegster, ondertussen weer rustig aan het worden, pakt de slang en sluit deze aan op de infuuszak. Vol zelfvertrouwen draait ze het dopje van de zojuist gemaakte aansluiting op mijn hand af. In een klap stralen haar ogen paniek uit. De lakens worden in hoog tempo Ferrarirood omdat het mijn bloed, uit de nieuwe aansluiting spuit. Haar ogen speuren in een moordend tempo de omgeving af, op zoek naar het paar bedenkelijk kijkende ogen. Niets. Ze zal het zelf moeten oplossen. Wat nu? De lakens worden roder en roder. Om nu te zeggen dat het bloed er zo hard uitspuit, dat ik bang zou moeten worden dat ik helemaal leegbloed, zou schromelijk overdreven zijn. Plots denk ik aan de groene, rond mijn linkerbovenarm aangetrokken band. Die zit er namelijk nog gewoon. Gelukkig heeft de verpleegster aan een half woord genoeg en snel verwijderd ze de groene band. Een fractie van een seconde later is de golfstroom bloed gestopt met gutsen, en sluit ze het slangetje op mijn lichaam aan. Onmiddelijk begint de zoutoplossing te stromen. Een ervaring én een leermoment rijker vervolgt ze haar weg door de inleidingsruimte. Op weg naar de volgende patient.
De volgende hindernis die genomen diende te worden tijdens mijn verblijf in de inleidingsruimte was het laten plaatsen van een blok. Een blok is een verdoving die ze in een bepaalde zenuw spuiten, zodat daardoor de functie van een lichaamsdeel uitvalt. Bij mij was het doel natuurlijk mijn rechterarm. Na van de ‘schrik’ van het plaatsen van het infuus te zijn bekomen, hoopte ik stiekempjes toch wel dat het blok geplaatst zou worden door iemand met een klein beetje ervaring. Wel, een paar minuten later kwam een grijsharige, zeg maar gerust spierwitharige, man aangelopen. De rimpels in zijn gezicht stralen een ervaring uit die teruggaat tot ver in de vorige eeuw. Steeds meer geruster neem ik zijn uitgestoken hand aan. Frenk, is de naam. Op het moment dat hij zichzelf voorstelt, moet ik meteen aan Barry Stevens denken. Deze man heeft precies hetzelfde accent als de overbekende in Nederland werkende Engelse choreograaf die vooral bekend is geworden door de serie Tita Tovenaar én natuurlijk als jurylid van de soundmixshow. Vooral doorgaan zal waarschijnlijk wel hét stigma zijn waar deze man, ongewild, regelmatig mee te maken zal hebben. Deze zin flitste namelijk meteen door mijn hoofd bij het horen van deze zeer vriendelijk ogende en klinkende man. Op rustige wijze legt hij mij uit wat zijn te volgen werkwijze is. Als eerste zal hij mij laten slapen door middel van een roesje. Daarna gaat hij onder mijn oksel een naald in een zenuwbaan prikken. Op deze naald zet hij vervolgens stroom. Dit gaat door totdat hij de juiste zenuwbaan heeft gevonden. Op het moment dat het zover is, spuit hij de verdovingsvloeistof door die naald de zenuwbaan in. Een paar minuten later wordt ik weer wakker uit het roesje en is het blok geplaatst, zo luidt het plan. Het is nu tien uur en ik ben nu nog geen kwartier in de inleidingsruimte en ik ben ervan overtuigd dat mijn verblijf minder lang zal duren dan de vorige keer. Een half uur tot drie kwartier is normaal. De vorige keer was de wachttijd ruim een uur, dit omdat de operatie die op dat moment werd uitgevoerd tegenzat. Maar goed, eerst het blok plaatsen. De slaapvloeistof wordt via het infuus naar binnen gespoten. Bijna twintig minuten later open ik mijn ogen weer. Ik bedenk me dat dit meer onder de noemer algehele narcose valt, dan onder de noemer roesje, maar goed, het is zoals het is, en het gaat zoals het gaat.
Velen stellen zichzelf misschien wel eens de vraag wat iemand voelt die een verlamd lichaamsdeel heeft. Het antwoord is in eerste instantie vrij eenvoudig, zou je denken: Niets, nakkes, nada. Nu moet ik zeggen dat ik er nu iets anders over ben gaan denken. Het antwoord zou moeten zijn: Niets….. lichamelijk dan tenminste. Want, zonder dat ik het wist, was nu, iets voor half elf, het lange wachten begonnen, en had ik alle tijd van de wereld om te ontdekken wat iemand voelt die een verlamde arm heeft.
Een vreemde gewaarwording. Dat is precies wat het is, als je tot de ontdekking komt dat je in je hoofd je arm aan de kant hebt gelegd en je, visueel, tot de ontdekking komt dat diezelfde arm in de praktijk nog geen millimeter heeft bewogen. Je gelooft niet dat je arm compleet lamgelegd is, dus ga je je íets beter concentreren om die arm op te tillen. Vijf minuten later, bedenk je je, dat het misschien wel eens wat simpeler zou kunnen zijn om eenvoudigweg je vingers te bewegen. Al met al ben ik bijna een half uur geconcentreerd bezig geweest om ook maar één spiertje in mijn rechterarm te bewegen. Het rendement was 0,0. Een blik op de klok leert me dat het een paar minuten over elf is. Al ruim vijf kwartier lig ik nu al te wachten. Enigszins teleurgesteld dat ik hier al zolang lig, pak ik met mijn linkerhand mijn rechterarm op om deze een klein stukje aan de kant te leggen. Overrompeld door het ‘dode’ gewicht van mijn rechterarm, verlies ik de greep op deze en voordat ik het weet, belandt mijn arm met een zwieper op het hek, dat eerder door de verpleegsters omhoog gezet is. Daar ligt ie dan. Buiten bereik van mijn linkerarm, want de bewegingsvrijheid daarvan wordt ernstig beperkt door het feit dat het slangetje van het infuus op de een of andere, voor mij raadselachtige manier, om het linkerhekwerk verstrengeld is geraakt. Opnieuw concenteren dan maar. Een kwartier lang lig ik me af te vragen of dat de positie waarin mijn arm zich bevindt een gezonde manier van liggen is. Gemakkelijk ziet het er in ieder geval zeker niet uit. Aangesterkt door het feit dat ik absoluut niet voel dat het metaal koud is, besluit ik toch maar om even de zuster de roepen. Meteen komt ze me helpen en legt mijn arm weer langs mijn lichaam. Door eventjes het linkerhekwerk omlaag en meteen weer omhoog te doen komt de slang van het infuus ook weer vrij en heb ik iets meer bewegingsvrijheid. Ook vertelt ze me dat de operatie waar de arts mee bezig is, iets uitloopt. Op de een of andere manier, vermaak ik me wel met het feit dat ik een lam armpje heb, want voordat ik het weet is het kwart voor twaalf en gaat de eerste groep verpeegsters eten. Ik bedenk me dat het ondertussen al bijna 18 uur geleden is dat ik überhaupt iets heb gegeten en een licht hongergevoel besluipt me. Een half uur later, ik lig ondertussen al tweeëneenhalf uur te wachten in de inleidingsruimte, komt de eerste groep terug van hun pauze en gaat de tweede groep daarvan genieten. Een verpleegster pakt een stoel en komt naast me zitten om me wat gezelschap te houden. Het is toch heel erg rustig zegt ze. Hoe dan ook, een gesprek is een welkome afwisseling. Op dat moment komt Frenk ook weer naar mijn bed gelopen en tilt mijn rechterarm op, om er vervolgens meteen in te knijpen en de arm los te laten, zodat deze met een smak op bed belandt. Met een vriendelijke stem vraagt hij of dat ik iets van zijn handelingen heb gemerkt. Op mijn ontkennende antwoord reageert hij met: “Mooi, dan heb ik mijn werk tenminste goed gedaan.” om vervolgens zijn weg weer te vervolgen. De verpleegster vertelt dat Frenk al ruim veertig jaar in Nederland werkzaam is. Het is even over half een als ze weer wat anders moet gaan doen. Kwart voor een verschijnt de arts aan mijn bed. Ruim drie uur lig ik hier nu te wachten. Ze vertelde me dat het haar heel erg speet dat de vorige operatie was uitgelopen en dat ik al zo lang lag te wachten. Ze ging eerst samen met haar team eten, zodat ze na de pauze weer fris en fruitig waren voor mijn operatie. En inderdaad, om kwart over een werd ik opgehaald en richting de operatiezaal gereden. En vanaf dat moment ging het allemaal heel snel. Frenk verscheen weer voor mijn neus en voor ik het goed en wel besefte was ik vertrokken. In een diepe slaap. Anderhalf uur later opende ik mijn ogen weer, en was ik in de uitslaapruimte. Nadat ik, tenminste voor mijn gevoel, mijn ogen een paar minuten open had, verscheen de arts aan mijn bed om te vertellen dat de operatie goed was verlopen. Na een half uurtje te hebben gezweefd tussen wakker zijn en slapen werd ik teruggebracht naar de zaal.
Met nog steeds een arm aan mijn lijf die ik onder geen beding mijn wil op kon leggen, besefte ik dat ik ondertussen toch wel een ontzettende honger had. Gelukkig kwam meteen de verpleegster de hoek om gelopen om te vragen wat ik wilde eten. Ik was nu ondertussen goed wakker en kwam tot de ontdekking dat behalve het slangetje van het infuus in mijn linkerarm er ook een slangetje via beide zijdes van mijn hoofd ook een slangetje zich een weg naar mijn neus wist te vinden. Zuurstof. Later hoorde ik dat de anesthesioloog vond dat ik te weinig zuurstof in mijn bloed had en dat ik daarom nog enkele uren extra zuurstof diende te krijgen.
De tijd is aangebroken om de operatieschort uit en mijn eigen pyjama aan te trekken. Geholpen door een verpleegster ga ik op de rand van het bed zitten. Als ik moet gaan staan word ik al vrij snel behoorlijk misselijk. De verpleegster bedenkt zich geen moment, raapt mijn operatieschort op van de grond onderwijl zeggend: “Als je het niet meer houdt, doe het dan maar hierin.” Vervolgens draait ze zich om, om in gestrekte draf op pad te gaan om kartonnen schaaltjes te halen. In een oogwenk is ze terug en nóg sneller dan dat zij de kotsbakjes heeft gehaald, lukt het mij om in een flits van de tijd alledrie de bakjes vol te vomeren. Het derde bakje is helaas niet diep genoeg, en een vierde heeft de verpleegster niet paraat. Het gevolg laat zich raden en hoef ik ongetwijfeld niet tot in detail te beschrijven. Na wat opgeknapt te zijn ga ik me opfrissen op het toilet. Onderwijl arriveren mijn bestelde boterhammen. Helaas gingen diezelfde boterhammen linea recta terug naar de keuken toen verteld werd dat ik onpasselijk was geworden. ‘s Avonds, tijdens het bezoekuur, kreeg ik eindelijk, nadat ik meer dan 24 uur niets wat op eten lijkt tot me heb genomen eindelijk mijn felbegeerde boterhammen.
Nu, ruim drie dagen later heb ik weer volledige controle over mijn rechterarm. Het is een vreemde, maar zeer zeker ook ergens toch wel een leerzame ervaring om mee te maken hoe het is om voor 24 uur een verlamd lichaamsdeel te hebben. De pijn is volop aanwezig, maar ben ervan overtuigd dat het slechts operatiepijn is. Heb ondertussen wel een kleine tegenvaller mogen incasseren. Ik was ervan overtuigd dat het gips maar een week om mijn arm zou zitten. Het blijken twee weken te zijn.
‘s Jammer….
On the road again
Gisteren was onze laatste dag in Wenen, vandaag stond er weer een dagje reizen op het programma. Nee, niet naar Eindhoven, maar we hebben besloten om terug te reizen via Vianden. Waarom Vianden zullen jullie je misschien wel afvragen. Eigenlijk heel simpel. We hebben besloten dat we maximaal 1000 kilometer op een dag willen rijden. Aangezien Wenen verder van Eindhoven is verwijderd dan die 1000 kilometer, doen we meer dan één dag over de reis. We hebben tenslotte vakantie. Logischerwijs zou onze tussenstop dan ergens in Duitsland zijn, maar aangezien de hotels daar komende nacht om de één of andere, ons onbekende, reden zo ontzettend duur zijn, zijn we uitgeweken naar een locatie waar de hotels nog enigszins betaalbaar zijn voor de nacht die komen gaat. Onze eerste gedachte ging bij het zoeken naar een slaapplaats naar Ammelding an der Our waar we afgelopen april al enige dagen in das Altes Zollhaus hebben overnacht. Dit was ons zo goed bevallen, dat we nog wel terugwilden. Dus het telefoonnummer opgezocht om een overnachting te boeken. We hadden niet zo heel veel geluk, want alles was al volgeboekt. ‘s Jammer. Dus maar verder gaan zoeken op internet of dat we iets konden vinden in Luxemburg. Al gauw kwamen we uit bij hotel Victor Hugo in Vianden. Overnachting én ontbijt voor een redelijke prijs.
Vanmorgen om half negen de sleutel van onze zwarte trots omgedraaid en koers gezet richting Luxemburg. Na de benodigde tussenstops om even wat uit te rusten van het zitten, zijn we elf uur later gearriveerd bij het hotel. Snel ingecheckt en onze tassen op de kamer gezet, om vervolgens te gaan eten in Ammeldingen an der Our. Een simpele Schnitzel doet hier in het hotel al €17,- terwijl die bij das Altes Zollhaus nog eens niet de helft is, en bovendien weten we al dat het eten daar gewoon heerlijk is.
Nu zijn we dus daar aangekomen, en helaas moet ik eerlijkheidshalve bekennen dat dit hotel géén aanrader is. Het is een hotel wat het nét niet is. En wij zijn echt geen veeleisende reizigers, maar wat ze hier bieden voor deze prijs is gewoon te weinig. Ze hebben geeneens gordijnen voor de ramen die helemaal dicht kunnen. Hoe ze het soort gordijnen precies noemen, weet ik niet, maar feit is, dat de gordijnen maximaal een centimeter of 30 dicht kunnen aan beide zijden. Helaas is het raam een meter of twee breed. Het bed is speciaal voor mij gemaakt. Maar voor zover ik weet, ben ik de enige persoon die de voorkeur geeft aan een dun matras op een plank (en dan bedoel ik dus ook letterlijk een plank). Volgende keer dat er een overnachting in Luxemburg zou moeten zijn, laten we dit hotel dus maar links liggen.

De afgelopen week, is het welgeteld één maal gelukt om in het hotel in Wenen verbinding met het internet te krijgen. Hoewel het daar gewoon om een legale verbinding via een kabel ging, lukte het telkens toch niet om verbinding te maken. Waar het aan lag weet ik niet. Ook via de illegale weg (surfen via een draadloos onbeveiligd netwerk van iemand anders) lukte niet, simpelweg omdat er zich geen enkel onbeveiligd netwerk binnen het bereik van de laptop bevond. Beveiligde netwerken waren er voldoende voorhanden, maar daar wist ik de sleutel niet van. Waarschijnlijk hebben de bewoners in de omgeving van het hotel al ruime ervaring met het wegsnoepen van kostbare bandbreedte door de hotelgasten. Aangekomen in het hotel in Vianden vroegen we of er internet voorhanden was. Nee, was het korte maar zeer duidelijke antwoord. Dus ook hier maar getracht om op de niet helemaal eerlijke manier verbinding te krijgen via het internet. En wat nu? Er gebeurd gewoon iets wat ik in de tijd dat we een laptop hebben, op alle plekken van deze wereldbol die we bezocht hebben nog niet heb meegemaakt. Er zijn geen draadloze netwerken beschikbaar! De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
____________________________________________________________________________
Nu staan al onze avonturen die we in Wenen hebben beleefd op de site. Ze zijn hieronder en op de volgende pagina’s te lezen.
Literaire afsluiting
Geen haan die ons wekt met zijn gekraai hedenochtend. Gewoon lekker uitslapen tot dat je wakker wordt (in mijn geval 06:30 uur, de wederhelft een uurtje later). Gewoon lekker op je gemakje ontbijten en daarna gaan kijken wat we vandaag nog willen zien. Want zeg nu zelf, als je vier dagen van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat door Wenen hebt gerend, dan kan er toch niet zo heel veel meer te doen zijn? Misschien wordt het wel tijd dat er een ander nummer van Polle Eduard door mijn hoofd gaat spoken, alleen komt er nu zo 1-2-3 niet één bij mij op. Maar goed, eerder dus al gezegd dat een goede, uitgebreide reisgids zijn waarde toont, dus ik ben er van overtuigd dat dit prijzige, maar wonderschone boekwerk ons vandaag ook weer naar allerlei schitterende dingen leidt. Hoezo spreek ik trouwens over prijzige? Wel, dat zit zo. Vandaag heeft de reisgids ons langs verschillende boekwinkels geleid. Bij bijna al deze boekwinkels stond de reisgids die wij vorig jaar voor €32,90 hebben aangeschaft (en die overigens iedere cent meer dan waard was) in de etalage voor €15,50. Een blik bij een willekeurige boekhandel binnen, leerde ons dat een gemiddeld boek in Oostenrijk €7,- tot €9,- goedkoper is dan bij de gemiddelde boekwinkel in Nederland. Nadeel is natuurlijk wel dat ze hier geen Nederlandstalige boeken verkopen, en mijn kennis van de Duitse taal is dermate slecht dat een Duitstalig boek voor mij nul tot generlei waarde heeft.
Maar genoeg daarover. Feit was dat we deze ochtend nog niet wisten wat we zouden gaan doen en we erop hoopten dat onze reisgids daar uitsluitsel over kon geven. Zoals de oplettende lezer hierboven heeft gelezen was dat uiteraard het geval.

In onze reisgids staan allerlei verschillende korte wandelingen beschreven. Nu hadden wij bijna al deze wandelingen de afgelopen vier dagen al gelopen, op een drietal na. Nu zeggen ze in de reisgids dat een wandeling ongeveer een uur duurt, maar omdat we ondertussen al wat ervaring hebben met de wandelingen die in de reisgids vermeld staan, vermenigvuldigen wij deze tijd meestal met 2½ tot 3. Als eerste stond een wandeling op de planning in het gebied rond de Stephansdom. Gisteren hebben we deze kerk al van binnen bezocht, vandaag was het dus de beurt aan de omgeving van de domkerk. In de wijk rondom dit bijzondere gebouw bevinden zich zoals gezegd veel boekwinkels. Naast deze boekwinkels zijn er ook veel kunsthuizen te vinden.

Tussen al dit fraais, zitten dan ook nog eens de benodigde kerken. Af en toe heb ik het idee dat in Wenen op bijna iedere straathoek een kerk is. De een nog bombastischer van inrichting dan de ander. Na deze wandeling tot een goed eind te hebben gebracht zijn we gaan genieten van een heerlijke kop cappuccino.
Vervolgens was het tijd om weer ondergronds te gaan om na een korte reis met de metro een paar haltes verderop weer boven de grond uit te komen. Johanstadt was de volgende wijk die we wilden gaan vereren met een bezoekje.

Ook hier weer de nodige schitterende gebouwen gezien. Weer veel geleerd van de reisgids over de geschiedenis van Wenen.

En dan…. Dan rest ons nog slechts één wandeling die in de reisgids staat vermeld. Als we deze tot een goed einde brengen, hebben we alle wandelingen gelopen die in de gids staan vermeld. Het is slechts een kwestie van hopen dat onze voetzolen het nog volhouden na bijna vijf dagen van lopen. Maar, het is ook een feit, dat als we eenmaal weer op pad zijn en genieten van al hetgeen voor onze ogen verschijnt, dat we simpelweg vergeten dat onze voeten tot onze enkels aan het afslijten zijn. Het is gewoon een kwestie van doorlopen en op tijd wat drinken. Bij voorkeur niet gaan zitten, want dan gaan die voetzolen weer roepen dat het eigenlijk toch wel genoeg geweest is voor vandaag. Af en toe zou er een slotje op het mondje van je lichaamsdelen moeten zitten dat je kunt afsluiten. Aan de andere kant is het toch ook wel raadzaam om te luisteren naar je lichaam. Maar, het zijn tenslotte alleen maar de voeten die roepen, en die zijn na een nachtje rust wel weer tevreden.
De laatste wandeling leidde ons door een wirwar van straatjes in een kunstenaarswijk. Het ene gebouw is nog fraaier dan het andere.

Maar hoe dan ook, we zijn blij als we weer even in een fauteuil kunnen gaan zitten om te genieten van een kopje cappuccino. En onder het genot van deze goddelijke drank, bedenk ik me dat alles wat we vandaag gezien hebben, nooit zouden hebben gezien als we met een georganiseerde groepsreis waren gegaan. Of als we geen goede reisgids in ons bezit zouden hebben gehad. Hoe duur die dan ook wel niet mag zijn…..

Polle Eduard dag
Oftewel:”Er is nog zoveel te doen.” En de tijd begint te dringen. Vandaag en morgen nog een dag. En er is zo veel te zien in Wenen.

Vanmorgen stonden eerst het Unteres én het Oberes Belvedere op het programma. En eenmaal daar aangekomen stond daar de eerste teleurstelling van onze tournee door Wenen in zijn volle glorie op ons te wachten. Renovatie. En niet een klein beetje, nee, meteen de hele mikmak. De gebouwen en de tuinen worden allemaal tegelijkertijd op de schop genomen. ‘s Jammer. Voordeel is dan natuurlijk wel dat alles veel sneller klaar is, maar daar kopen wij nu niets voor. Toch maar even rondgelopen voor zover het allemaal mogelijk was en toen maar verder op pad. Het dichtstbijzijnde metrostation is toch nog een stevige tippel, dus onderweg kunnen we nog van alles bekijken. En dan blijkt toch maar weer de waarde van een goede, uitgebreide reisgids. Over bijna iedere straat staat wel iets genoemd. Misschien is dat ook wel een reden dat het ons meestal lukt om in een korte tijd relatief veel te zien. Hoewel we beiden het idee hebben dat dat deze reis iets minder het geval is. Waarschijnlijk ook omdat de voorbereidingstijd op deze trip maar amper drie weken lang was. Normaliter trekken we een minimaal half jaar uit voor een vakantie, kort of lang. Hoe dan ook. Anders weten we precies van te voren wat er te zien is, en wat we persé willen zien. Nu is dat niet het geval. Alhoewel er natuurlijk wel een paar dingen standaard op ieders Wenenprogramma staat, dus ook bij ons.
Maar goed, dus verder op pad naar het metrostation om vervolgens één halte verder weer boven de grond uit te komen bij de Stephansdom. Afgelopen week dachten we dat deze niet meer voor het publiek toegankelijk was, maar toen we er vanochtend binnen kwamen gewandeld stonden de hekken wagenwijd open. Wij dus naar binnen toe en daarna de toren op om het bijzondere dak van dichtbij te gaan bekijken. Weer beneden aangekomen verder gegaan met het bewonderen van deze toch wel zeer fraaie kerk. Na een korte tijd werden we zeer vriendelijk doch zeer dringend verzocht om weer als aapjes plaats te nemen achter het hek, omdat de mis ging beginnen. Weer verder op pad.

Gisteren waren we al bij de opera om kaartjes te kopen voor de rondleiding. Zoals het ieder zichzelf respecterende opera betaamt, valt dat niet helemaal mee. Gisteren waren we een paar minuten te laten om ons toegang te mogen verschaffen tot dit gebouw. Vandaag om één uur zou de eerste mogelijkheid weer zijn om een poging te wagen om deze heilige grond te kunnen betreden. Ruim op tijd dus op pad naar de opera om twee kaartjes te kopen voor de rondleiding. Helaas voor ons, is dit pas mogelijk vanaf twintig minuten vóór aanvang van de rondleiding. En vijf minuten voordat deze rondleiding begint, sluiten de deuren bij de kassa’s. En wat ook jammer maar helaas is, de gids heeft zich klaarblijkelijk vergist. Want de eerste rondleiding was niet om één uur, maar om twee uur. We besluiten dus om er nog maar een rondwandeling in deze wijk tegenaan te gooien, want ook hier is ontzettend veel te zien wat we nog niet met onze eigen ogen hebben mogen aanschouwen.

Het toeval wil dat we de entreedeuren naar de kassa’s van de rondleiding voor de opera passeren op het moment dat deze nét geopend zijn. Dus snel naar binnen. En welhaast op onze knieën gegaan om aan kaartjes te kunnen komen voor deze toch wel felbegeerde rondleiding. Hoewel op onze knieën is lichtelijk overdreven. We zijn gewoon achteraangesloten in de rij. Na een kleine twintig minuten wachten begint de rondleiding.

Ruim een half uur later staan we weer buiten. Zeer veel informatie en indrukken rijker. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat dit het minst mooie operagebouw is dat ik aan de binnenzijde heb gezien. Misschien moet ik er dan ook voor het gemak bij vertellen dat dit pas het tweede operagebouw is dat ik van binnen heb bekeken. Het operagebouw in Barcelona vond ik persoonlijk vele malen mooier van binnen. Van buiten, vind ik het operagebouw alhier vele malen fraaier, dus de strijd gaat wat dat betreft gewoon gelijk op. Na dit bezoek hebben we onze wandeling door de wijk afgemaakt alwaar we weer vele schitterende dingen hebben gezien.

Na een korte rustpauze in het hotel zijn we even in het centrum gaan eten om daarna met de auto op zoek te gaan naar de Wagner-villa en de Wotrubakerk. De Wagner-villa hadden we vrij vlot gevonden dankzij Tom. Een heel klein nadeel van Wenen op vrijdagavond is dat op werkelijk iedere plek waar een auto mag staan, ook daadwerkelijk een auto staat. De Wagner-villa is gesitueerd aan een straat van een paar kilometer lengte, zonder zijstraten waar men een auto mag parkeren. Na twee keer de straat op en neer te zijn gereden zonder dat we er in slaagden om een plekje te vinden voor ons zwart monster besloten we maar door te rijden naar de Wotrubakerk. Ook hier waren we vrij vlot aanbeland en na even zoeken, vonden we zelfs een parkeerplek. Het moet gezegd worden, de kerk is een bijzonder gebouw. Vandaag is het de nacht van de kerk in Wenen, en als gevolg daarvan is, voor zover wij hebben kunnen zien, iedere kerk helemaal vol met mensen. De (be)nodig(d)e foto’s gemaakt en weer teruggereden naar het hotel.

De voeten doen nu pijn en er is morgen nog een dag. Rusten zal ons waarschijnlijk goed doen, en dat is maar goed ook. Want er is nog zoveel te doen….

