Het lange wachten wordt ‘beloond’.
Wachten, wachten en nog eens wachten. Op het moment dat ik werd doorgestuurd naar de orthopedisch chirurg, begin december van het vorige jaar, is dat eigenlijk begonnen. Voordat ik er voor de eerste keer terecht kon, waren we al weer ruim 5 weken verder. Toen twee weken wachten voor de MRI-scan om vervolgens weer twee weken te wachten op de uitslag daarvan. En de uitslag daarvan was dat ik weer moest wachten om naar de volgende chirurg te gaan. Aangezien het hier om dé specialiste op ellebogengebied van Nederland gaat, vielen de viereneenhalve week wachten totdat ik aan de beurt was best nog wel mee.
Maar vandaag was het dan eindelijk zover. Niet dat ik er zo heel erg veel van verwachtte. Eigenlijk had ik het idee dat er alleen maar een kenningsmakingsgesprek zou zijn en dat er een afspraak gemaakt zou worden om de volgende stap te zetten in de serie van onderzoeken die zou moeten leiden naar het herstel van mijn elleboog.
Was me dat even een teleurstelling vandaag zeg. Niets wachten op het volgende onderzoek. Het kenningsmakingsgesprek was er gelukkig wel. Het ging even iets anders dan dat ik verwacht had. Natuurlijk ik moest uitleggen wat er was gebeurd. Natuurlijk moest ze even voelen aan mijn elleboog. Natuurlijk moesten de foto’s en de scans bekeken worden die in Veldhoven al waren gemaakt. Maar wat ze toen zei verbaasde me toch wel enigszins. Hoewel ‘enigszins’ is misschien wel een understatement. Ik had met veel dingen rekening gehouden, maar waar ik absoluut geen rekening mee gehouden had, was toch wel het feit dat ze zou zeggen dat de volgende stap een operatie zou zijn.
Na van de eerste verbazing te zijn bekomen vroeg Marieke wat de verwachte wachttijd zou zijn. Het antwoord was ongeveer vier maanden. Maar omdat ze ook wel inzag dat de situatie langzamerhand onhoudbaar voor me begint te worden, zou ze haar uiterste best doen om alles binnen 8 weken te kunnen realiseren.
Maar goed, wat was nu precies de conclusie van Dr. Eygendaal. De botfragmenten en het vocht waren op de foto’s en de scans ook voor haar duidelijk te zien. Na het voelen en buigen van mijn elleboog kwam ze ook tot de conclusie, dat niet één, maar allebei mijn banden opgerekt zijn. En net als in Veldhoven wist ze niet zeker waar nu precies de meeste klachten vandaan komen. Of van de botfragmenten en het vocht, óf van de opgerekte banden. Om dat nu uit te gaan zoeken, heeft ze besloten om een arthroscopie te gaan verrichten. Arthroscopie is een moeilijk woord voor kijkoperatie. Bij deze operatie gaat ze meteen de losse stukjes bot verwijderen en gaat ze bekijken in hoeverre de banden zijn beschadigd. Aan de hand van die bevindingen, gaat ze bekijken of dat het de moeite waard is om te beginnen met opnieuw therapie, of dat een tweede operatie noodzakelijk zal blijken te zijn.
Vervolgens zijn we gestuurd naar de voorbereidingsruimte. Hier worden wat vragen gesteld, de bloeddruk gemeten, een gespek gedaan met de anesthesioloog (vroeger heette dit nog gewoon anesthesist, dat ik ook gewoon zal blijven gebruiken. Mede omdat dat al moeilijk genoeg is om te typen.) en vervolgens gekeken wanneer de operatie plaats zal kunnen vinden.
Zo gezegd zo gedaan. Maar wat de anesthesist me vertelde deed me toch wel even slikken. Omdat ik in een goede gezondheid verkeer had ik de keuze tussen twee methodes om te verdoven. De gewone algehele narcose met alle toeters en bellen die daarbij horen of een nieuwe manier van verdoven. De nieuwe manier van verdoven hield in dat ze twee naalden in mijn handen zouden plaatsen. Vervolgens mijn arm ter hoogte van mijn schouder zouden afbinden, waarna ze al het bloed dat dan nog in mijn arm zit zouden aftappen. De ruimte in de bloedvaten die dan zou onstaan, zouden ze opvullen met verdovingsvloeistof. Dit klonk me toch wel een klein beetje luguber in mijn oren, en het zou me ook niets verbazen als ter plekke het bloed in mijn gezicht zich al spontaan richting mijn arm aan het verplaatsen was om een aan de horizon luikend bloedtekort aldaar op te vangen. Met andere woorden, ik denk dat ik wat witjes wegtrok bij het horen van deze woorden. Na een kort maar bondig overleg met Marieke toch maar gekozen voor het ouderwetse, maar toch meer vertrouwd in mijn oren klinkende, algehele narcose. Waarop de geruststellende woorden van de anesthesist waren: “Ik zou daar ook voor kiezen.”
Wanneer gaat al dat spannends dan gebeuren is waarschijnlijk de volgende vraag. Om heel eerlijk te zijn, weten we dat nog niet. De planner zou zijn uiterste best doen om alles binnen acht weken ingepland te krijgen bij Dr. Eygendaal. Een week van te voren krijg ik dan te horen waar en op welk tijdstip ik me moet melden.
Het oude tolhuis
Hieronder zie je ons nederig stulpje waar we onze volgende avonturen gaan beleven. Kortom we gaan er even een weekje tussenuit. Gewoon om even op rust te komen. We hadden nog een moment gedacht om naar Rome te gaan, maar dat rond Pasen leek ons toch niet zo’n geslaagd idee. Waarschijnlijk zullen er dan meer mensen zijn dan wij tweetjes, dan maar geen: ‘Bedankt voor die bloemen’. Dublin, Londen of Madrid behoorden ook nog even tot de mogelijkheden. Maar het één was te duur, het ander te koud en het volgende had een te ongunstige vlucht. Bovendien zijn dat actieve vakanties en we waren eigenlijk toe aan RUST. (Voor Paul zijn elleboog ook beter).
Het wordt een weekje Luxemburg, of Duitsland. Dat ligt aan het huisnummer dat we krijgen. Het ligt namelijk precies op de grens.

Een plekje dat we zeker willen bezoeken is Klein Zwitserland. Dit gebied wordt gerekend tot het mooiste stukje Luxemburg. Een van de hoogtepunten is de Schiessentümpel.


