Instabiele ellebogen zijn te genezen
Vandaag naar het ziekenhuis geweest voor de uitslag van de MRI-scan en de CT-scan. Beide scans zijn goed gelukt, dus alles stond er goed scherp op. De CT-scan moest gemaakt worden omdat de radioloog zekerheid wilde over wat hij dacht te zien op de MRI-scan. Wat zag hij dan op de MRI-scan zul je misschien wel zeggen. Wel hetgene waarover de radioloog meer zekerheid wilde hebben, was vocht in de elleboog.
Op de foto’s van de CT-scan was dit vocht duidelijk te zien. Ook was duidelijk te zien dat er een stukje bot is afgebroken. Bovendien ‘zweven’ er nog wat botfragmenten omheen. En als besluit zijn ook nog mijn banden van de elleboog opgerekt. Tel dit allemaal bij elkaar op en het is misschien wel begrijpelijk dat ik behoorlijk wat pijn heb.
En voor de dokter was deze optelsom reden genoeg om mij niet te opereren. Omdat hij kon zeggen wat nu precies de oorzaak was, durfde hij de stap naar een operatie niet aan. In plaats daarvan heeft hij me doorverwezen naar dokter Eygendaal in Breda. Zij is dé specialist in Nederland op het gebied van ellebogen. Nu is het nog even afwachten wanneer ik daar terechtkan.
(ondertussen heb ik bericht gekregen uit Breda en ik kan er al 13 maart a.s. terecht.)
Nu wilde ik natuurlijk wel het een en ander weten als ik doorverwezen word naar dé specialist op ellebogen. Dus ik ben even aan het Googlen gegaan en heb het een en ander gevonden. Het meest verheugd ben ik nog wel over het feit dat zij is afgestudeerd precies op datgene wat ik heb. Dus er is hoop.
Het artikel over de instabiele ellebogen is hieronder te lezen.
http://www.lumc.nl/1080/archief/2000/20001117.html#Kort Nieuws: Instabiele ellebogen zijn te genezen
Instabiele ellebogen zijn te genezen
Op 8 november promoveerde Denise Eygendaal op een studie naar de instabiliteit van het ellebooggewricht. Deze instabiliteit kan ontstaan door het scheuren van een bandje aan de binnenkant van het gewricht. Dit bandje, het mediale collaterale ligament (MCL) geheten, kan scheuren doordat het (te) grote krachten krijgt te verduren. Dit kan het geval zijn bij werpsporters of mensen van wie de elleboog uit de kom is geraakt.
Eygendaal deed in het totaal vier studies. De eerste deed zij aan de Universiteit van Århus waar de experts op het gebied van instabiliteit rond het elleboogsgewricht van Europa zitten. Daar keek zij bij overleden mensen welke gevolgen het doorsnijden van het MCL en de bijbehorende bandjes op de beweeglijkheid van het gewricht heeft. Haar andere studies deed zij op het LUMC tijdens haar opleiding tot orthopedisch chirurg.
In haar tweede studie onderzocht zij, eveneens op overleden mensen, of het mogelijk is met röntgentechnieken de instabiliteit van het ellebooggewricht na het doorsnijden van het MCL vast te leggen. Dit blijkt mogelijk door het maken van meerdere foto’s van beide armen met en zonder een extra gewicht van vijftien kilo. Aan de hand van deze vier foto’s is te meten of sprake is van een toegenomen beweeglijkheid bij het ellebooggewricht met het gescheurde bandje.
De positieve bevindingen met deze techniek om te bepalen of er sprake is van het in- of afscheuren van de bandjes, paste Eygendaal (1969) toe op haar laatste twee studies, nu bij levende mensen. Bij studie nummer drie riep zij 48 patiënten terug bij wie tien jaar geleden de elleboog uit de kom (luxatie) was geschoten. Zij constateert dat er bij scheuring van het MCL tijdens de luxatie na tien jaar sprake is van meer pijnklachten, dat er meer slijtage op de röntgenfoto’s te zien is, en dat er meer problemen met alledaagse handelingen worden ondervonden dan wanneer het MCL niet scheurde tijdens luxatie.
In haar vierde studie vergeleek Denise Eygendaal het voorschrijven van oefentherapie met die van chirurgisch ingrijpen bij werpsporters, die als gevolg van excessief werpen het MCL hadden gescheurd. Haar bevindingen in deze belangrijke slotstudie zijn dat oefentherapie een goede oplossing is voor mensen die geen zwaar werk doen of die niet actief zijn in sporten waarbij de elleboog zwaar belast wordt. Voor hen die deze lichamelijke activiteiten wel doen, is operatief ingrijpen de aangewezen weg. In beide gevallen is de genezing volledig

