Een canyon, maar dan anders
Ik hoef jullie natuurlijk niet meer te melden dat we vroeg opgestaan zijn en ontbeten hebben, want dat wordt wat saai om te lezen. Nou ja, ontbeten. Dat is teveel gezegd. We moesten het voor de tweede keer doen met uitsluitend donuts en muffins. Dan maar zelf even broodjes gehaald bij de supermarkt.
Vandaag stond de Antelope Canyon op het programma. Paul had via zijn ‘zoom-vrienden’ vernomen dat dit uniek stukje natuur ongelofelijk mooi was. Daarom is dit in ons reisschema opgenomen. Het is een beschermd stukje natuur, dat je alleen kunt bezoeken onder begeleiding van een gids. Je betaalt niet alleen de gids, maar daar bovenop een bedrag van 6 dollar aan de Navajo-indianen om over hun terrein te mogen rijden. We hebben geboekt voor de tour van 9.30 uur. Inmiddels waren we met 20 personen om de canyon te gaan bezoeken. We werden in twee open jeeps geladen en in een tijd van 20 minuten naar de ingang van de canyon gereden. Ik denk dat er eigenlijk een tijd van 45 minuten voor staat, maar dat dit ten koste gaat van het aantal tours welke per dag gedaan worden. Doordat het een open wagen was, had ik het idee dat we met 140 kilometer per uur over een onverharde weg reden. Ik kreeg direct een déjavu-gevoel toen we in de jeep zaten. Mijn gedachten gingen terug naar 2 jaar geleden, toen we eenzelfde tocht in Afrika hebben gemaakt, maar dan 3 uur lang.
Maar de tocht was niet voor niets. We hebben een schitterend stukje natuur mogen aanschouwen. Jammer was, dat het erg moeilijk was om foto’s te maken. Dus in het echt is het nog indrukwekkender dan de foto’s kunnen laten zien. Paul is het door gebruik te maken van zijn statief toch nog gelukt om foto’s te kunnen maken. We kregen alle gelegenheid om foto’s te kunnen maken.

De canyon kon maar op één manier in- en uitgegaan worden, zodat we de terugweg alleen mochten maken.
Ik zal proberen uit te leggen wat je ziet. Je loopt in een soort grot, met rode gladde steen. In deze steen zijn golven te zien van verschillende kleuren. Op bepaalde stukken komt het daglicht binnenvallen, waardoor de canyon weer anders van kleur wordt.
Al met al heeft de tour anderhalf uur geduurd en was het zijn geld waard.
Daarna zijn we verder gereden richting ons hotel in Kanab (niet te verwarren met Kebap). Onderweg zijn we een route tegengekomen van zo’n 6 mijl welke ons bij een oud stadje terecht zouden komen, wat als filmdecor voor Westerns gediend heeft. Ach, dachten we, 6 mijl daar rij je niet veel aan om. De weg ging echter over onverharde wegen met hotsen en knotsen. En aangezien we geen 4-wheeldrive hebben, was het soms wat lastig. Gelukkig hebben we onszelf niet hoeven uitgraven.
In het dorpje woonden vroeger twee families. In de middle of nowhere lag er een kerkhof van deze families. Zij hebben wel grafstenen, maar daar staan geen namen op vernoemd. De namen van degene die hier begraven liggen, staan op een monument in het midden van dit kerkhof.

Toen wij bij het zogeheten filmdecor aankwamen, waren we wat verbaasd. Wat we te zien kregen was een afgebrand geheel van dakplaten een fundering met de schroeven er nog in. Het rook er ook nog erg naar brand.

De bomen en struiken in de omgeving waren eveneens deels verbrand. Ietwat luguber oogde het wel. Daarna weer verder.
Vanmiddag hebben we in een lokale krant gelezen dat het filmdecor op 25 augustus afgebrand is, vermoedelijk aangestoken. Zouden wij de eerste Nederlanders zijn die de resten van het afgebrande dorpje gezien hebben?
Om 15.00 uur zijn we bij ons hotel aangekomen. We hadden geen puf meer om 70 mijl (enkele reis) naar Bryce te rijden. We hebben ervoor gekozen om op ons gemak Kanab te bekijken. Kanab noemt men ‘Little-Hollywood’.

Doordat de natuur in deze omgeving zich uitstekend leent voor het opnemen van Westerns, is dit in het verleden ook veel gedaan. In de jaren 50 had Kanab zijn eigen studio. Langs de weg zijn een aantal foto’s geplaatst van helden uit het verleden. Onder andere van John Wayne en van Ronald Reagen. Welke ook in een aantal films gespeeld hebben.
Van de hitte word je ook niet vrolijk

“Het warme water stroomt over mijn rug, zo de achterkant van mijn broek in. De airco van de auto kan het zelfs in de allerhoogste stand niet bijbenen. Rijden met het raam open heeft ook geen nut. Het is net alsof er iemand met een föhn warme lucht naar binnen blaast. De ijsblokjes die we vanmorgen in de koelbox hebben gedaan, waren na een uur al gesmolten. En een stukje gaan wandelen? Alleen bij het idee al breekt het zweet spontaan nog harder uit. We gaan maar een beetje verder bij elkaar vandaan zitten, dan is het misschien minder warm.”
Dit alles is nu bijna twee uur geleden. Als er één ding is dat we zeker weten, dan is het wel: “Volgend jaar gaan we naar een land waar het niet zo warm is.”
Nee, even zonder gekheid. Het is warm. Vandaag rees het kwik richting de (meer…)
Regen ben je al na één dag beu

“De ruitenwissers zwiepen op en neer in de hoogste stand. En nog kunnen ze de regen niet van de voorruit wissen. Rijden ging zowat stapvoets. Gelukkig hoefden we vandaag niet zo heel ver te rijden. Onderweg, ondanks het weer, toch weer schitterende dingen gezien. Wel ontzettend blij dat we eindelijk bij onze slaapplaats aangekomen zijn. Daarna een heel klein stukje wezen wandelen en nu sijpelt de regen langzaam naar beneden in onze sokken. Wolkjes warme adem worden opgenomen door de omgeving. Met onze handen trillend van de kou proberen we een broodje op te eten. Het lukt bijna. De harde wind blaast bijna alles omver. We kruipen wat dichter tegen elkaar om elkaar warm te houden.”
Dit alles is nu bijna een (meer…)
Een korreltje zout
Na een paar dagen die vrij vermoeiend waren, doordat we zo ontzettend veel op één dag zagen, zou het vandaag een rustdag worden. We hoefden ‘slechts’ 590 kilometer af te leggen naar het volgende hotel in het stadje Price. De enigste toeristische attractie die we vandaag zouden gaan bezoeken was het Great Salt Lake.

In mijn voorstelling was het Great Salt Lake helemaal geen meer, maar een grote zoutvlakte. Vergelijkbaar met de Etosha Pan in Namibië. Maar ja, soms blijkt die hersenpan van mij toch de verkeerde informatie op te slaan. De zoutvlakte die ik namelijk voor me had, was niet het Great Salt Lake, maar de Great Salt Desert. Deze woestijn ligt slechts 300 mijl meer naar het westen. En dat was een beetje te ver rijden naar ons idee. Maar goed, dus toch een meer. En een heel groot (erg zout) meer. Er waren twee Staatsparken bij het meer. Het eerste waar we voorbij kwamen was Antelope Island. Dit is een eiland in het Grote Zoute Meer, 11 kilometer voor de kust van Salt Lake City. Daar aangekomen zijn we eerst op ons gemak gaan eten aan het strand van het Grote Zoute Meer. Na het eten zijn we naar het Grote Zoute Meer gewandeld. Dat was toch nog een wandeling van enkele honderden meters.

Onderweg zagen we toch nog een stuk waar al het water verdampt was en alleen nog het zout was achtergebleven. Op ons gemak daarheen gelopen en foto’s gemaakt. Naar het water gelopen en even geproefd of dat het water nu echt zo zout was als dat er overal stond geschreven. Nou, ik heb het geproefd en ik moet zeggen: “Je kunt beter je tong in een pak JoZo steken, dat smaakt minder zout als één druppeltje water uit dit meer.”
klik hier of op de foto om het resultaat te bekijken
Gele stenen
Vandaag stond het nationale park Yellowstone op het programma. Het is een ontzettend groot en schitterend park. Eigenlijk teveel om in één dag te kunnen zien.

Het heeft ongeveer de breedte van Eindhoven naar Bergen op Zoom en de lengte van Eindhoven naar Groningen. We hebben ons best gedaan om de hoogtepunten eruit te halen.
De folder leerde ons dat er veel wild in het park leeft, maar dat met name de beren zich schuil houden voor (meer…)


